Situering in leerplan

2de graad

4.2 Meten

4.2.11 Hoekgrootte

    2.2.28 Inzien dat de hoekgrootte onafhankelijk is van de lengte van het getekende deel van
          de benen

    2.2.29 De begrippen groter, grootst, even groot, ... en hun onderling verband bij het     
          vergelijken van hoeken kunnen gebruiken d.m.v. :

        ~ gepast bedekken

        ~ gebruiken van een geschikt hulpmiddel(bv. hoek overtekenen)

    2.2.30 Hoeken tekenen die gelijk zijn aan, groter dan of kleiner dan een gegeven hoek

 

3de graad

4.2 Meten

    3.2.31 De graadboog kunnen gebruiken om hoeken te meten
          Hoeken met gegeven grootte kunnen tekenen met graadboog en lat

    3.2.32 De bijzondere hoeken: 45, 90, 135, 180, 225, ... zonder graadboog op geruit 
          papier kunnen construeren