Lesideeën

 

2de graad: Hoekbegrippen en soorten hoeken

Doelstellingen

    * ervaren dat de grootte van een hoek bepaald wordt door de stand van de benen
    * Stompe, scherpe, rechte, gestrekte en volle hoeken herkennen, benoemen en tekenen
    * Hoeken vergelijken.
    * Weten dat een rechte hoek = 90°; scherpe hoek< 90° ; stompe hoek > 90°; volle hoek= 360°; een gestrekte hoek = 180°.

Lesverloop

    Fase1: Inleiding

            1.1 Hoekbegrip +delen

            Lk laat een lln vooraan komen met de opdracht in spreidstand tegen de muur te staan. De hoek gevormd door de benen wordt
            met een stift overgetekend op een blad.
            Wie kan de de benen nog verder van elkaar plaatsen?
            Bij de tweede ll wordt een hoek eveneens overgetekend op een blad.
            De delen van de hoek worden benoemd. De benen worden verlengd => de hoek wordt niet groter als de benen langer worden.

    Fase2: leskern

            2.1 Soorten hoeken

            De lln krijgen elk een individuele klok en een hulpblad met klokjes.


                    2.1.1 De rechte hoek
                            De lln krijgen de opdracht hun klokjes op 3u te plaatsen en dit over te tekenen op hun
                            hulpblad.
                            Als de benen van een hoek loodrecht op elkaar staan, spreken we van een rechte hoek.
                            De Lln maken met hun klokjes andere rechte hoeken(vb. 9u, kwart na 12)
                               
                             We onthouden :
                                                           rechte hoek = 90°

                    2.1.2 De scherpe hoek
                              De lln plaatsen hun klokjes op 2u en tekenen dit over op hun hulpblad.
                              Ze vergelijken deze hoek met de rechte hoek.
                              Conclusie:
                                Deze hoek is kleiner dan de rechte hoek.
                                We noemen deze hoek een scherpe hoek.
                              De lln maken met hun klok andere scherpe hoeken(vb. 5 voor 12)

                              We onthouden:
                                                           scherpe hoek < 90°

                     2.1.3 De stompe hoek
                              De lln plaatsen hun klokjes op 4u en tekenen dit over op hun hulpblad.
                              Ze vergelijken deze hoek met de rechte hoek.
                              Conclusie:
                                Deze hoek is groter dan de rechte hoek.
                                We noemen deze hoek een stompe hoek.
                               De lln maken met hun klok andere stompe hoeken (vb. kwart voor 2)

                               We onthouden:
                                                             stompe hoek > 90°

    Fase3: Individuele oefeningen

              Werkblad bij het inoefenen van de soorten hoeken.   
               Voor nog meer oefeningen zie "hoeken herkennen"

 3de  graad :Hoeken meten en hoeken construeren.
 

 

Doelstellingen

    * De geodriehoek gebruiken om een hoek te meten.
    * De geodriehoek gebruiken om een gegeven hoekgrootte te construeren
    * Weten dat de grootte van een hoek wordt uitgedrukt in graden.
    * De hoekgrootte vooraf schatten.
    * Concrete oefeningen kunnen oplossen.

 

Lesverloop 

Fase 1: Bespreking van de geodriehoek

   De geodriehoek wordt via een transparant geprojecteerd op het bord.

   Kernvragen   

        * Hoeveel hoe ken telt een geodriehoek?
        * Welk soort hoeken zijn dit?
        * Toon de rechte hoek
        * Waartoe dienen de evenwijdige lijnen?
        * Waartoe dient de lijn die door nul gaat?
        * Wat geeft de boog op de geodriehoek weer?
        * Hoeveel verschillende getallen staan er bij elk streepje van de boog?

Lk legt uit dat de getallen kleiner dan 90 graden bestemd zijn om een scherpe hoek te tekenen en dat de getallen boven de 90 gebruikt worden om stompe hoeken te meten of te tekenen.

 

Fase 2: Hoeken meten

Aan de hand van een klassikaal voorbeeld aan het bord, legt de leerkracht de werkwijze stap voor stap uit ( zie stappenplan “hoeken meten” ). De leerlingen volgen de werkwijze individueel op hun blad.

 

Fase 3: Hoeken tekenen

Probleemstelling: We willen een hoek tekenen van 75°.

De techniek voor het construeren van hoeken met gegeven hoekgrootte wordt stap voor stap ( zie stappenplan” hoeken tekenen “) op het bord getoond, terwijl de leerlingen individueel werken op hun blad.

De leerkracht controleert en let vooral op de nauwkeurigheid en op het gebruik van degelijk materiaal: potlood met scherpe punt en leesbare geodriehoek.

 Fase 4: Individuele oefeningen

zie "werken met hoeken"