VERHAAL

 

Het verhaal kan je opsplitsen in drie delen, zo kunnen de kleuters zich in ieder deel zich inleven.

Wiskundige begrippen:

-         aantal beren: 3

-         grootte: klein, groot, heel groot (beer, bord, washand, stoel, bed, vogel, muts, sjaal, …)

-         kleuren: geel, blauw, rood, groen

-         relaties leggen: groot bord voor de grote beer,…

Je praat in het eerste kleuter niet van een ‘middelgroot’. De andere begrippen zijn gemakkelijker.

 

Dag 1: de drie beren

Dag 2: de drie beren gaan op stap

Dag 3: Goudlokje komt op bezoek

 

 

Dag 1: de drie beren

Kijk, hier in dat mooie huis wonen drie bruine beren. (de KO doet het huis open)
Maar al de beren slapen nog.
“Grom, grom, wat heb ik lekker geslapen”, zegt de hele grote beer. (de beer staat op)
“Ik ben de hele grote beer, papa beer. Ik slaap in een heel groot bed. We moeten stilletjes zijn want de andere beren slapen nog.” Papa beer strekt zich uit. (kls strekken hun ook uit) Hij gaat stilletjes naar de badkamer. Daar neemt papa beer een hele grote handdoek en een hele grote washand. Papa beer wast zich. (de kls wassen mee) Eerst zijn kop dan zijn buik en als laatste wast hij zijn poten. “Nu ben ik helemaal fris en kan ik in de tuin gaan werken”, zegt papa beer.

“Grom, grom, wat heb ik lekker geslapen”, zegt mama beer. (de beer staat op) Mama beer laat de kleine beer nog wat verder slapen en strekt zich uit. (kls strekken hun ook uit) Mama beer gaat naar de badkamer. In de badkamer neemt mama een handdoek en een waslap. Mama beer wast zich. (de kls wassen mee). Eerst haar kop, dan haar buik en als laatste wast ze haar poten.  

“ Nu is het wel al tijd om kleine beer wakker te maken”, zegt mama beer. Mama beer gaat naar de slaapkamer. Mama beer maakt de kleine beer wakker maar kleine beer heeft geen zin om op te staan, hij wil nog wat slapen. Maar van mama beer moet kleine beer opstaan, want kleine beer kan toch moeilijk de hele dag slapen!

Kleine beer staat dan toch op en gaat naar de badkamer. Kleine beer neemt een kleine handdoek en een kleine washand. Maar kleine beer wil zich niet wassen, hij wast zich niet graag. Toch wast hij zich want hij wil niet de hele dag stinken. Kleine beer wast zich. (de kls wassen mee). Hij wast alleen zijn kop.

“Kleine beer”, roept mama beer“ heb je je helemaal gewassen?” “Ja hoor”, roept de kleine beer. “ Heb je ook je buik gewassen”, vraagt mama beer. Vlug wast kleine beer zijn buik. “En heb je ook je poten gewassen”, roept mama beer. Dat was kleine beer ook vergeten. Hij neemt zijn washandje en wast zijn poten.

Kleine beer gaat naar beneden en daar is mama beer. Mama beer vraagt of kleine beer de tafel wil dekken want ze zullen straks eten. Mama beer kan de tafel niet dekken want zij is pap aan het maken Eerst moet mama beer in de pap roeren. (de kls roeren mee) Als de pap genoeg geroerd is, laat mama beer de pap nog even koken.

Ondertussen zet de kleine beer de tafel klaar. Het hele grote bord is voor papa beer, het kleinste bord is voor de kleine beer en het grote bord is voor mama beer. Het hele grote kopje is voor papa beer, het kleinste kopje is voor de kleine beer en het grote kopje is voor mama beer. Het hele grote mes is voor papa beer, het kleinste mes is voor de kleine beer en het grote mes is voor mama beer. Zo heeft kleine beer mama beer flink geholpen.

Zouden de beren nu al kunnen eten? Nee, ze moeten nog een klein beetje wachten, want de pap die van het vuur komt, is nog veel te warm.

 

Dag 2: de drie beren gaan op stap

Mama beer had een leuk idee. Doordat de pap nog te warm is en kunnen ze nog niet eten. Daarom gaan ze eerst nog samen een wandeling maken in het bos. Maar buiten is het heel koud. Daarom neemt papa beer een hele grote jas, kleine beer een kleine jas en mama beer een grote jas. Daarna neemt papa beer een hele grote muts, kleine beer een kleine muts en mama beer een grote muts. Papa beer neemt een hele grote sjaal, kleine beer een kleine sjaal en mama beer een grote sjaal.
Nu zijn ze allemaal warm gekleed en kunnen ze naar buiten. Ze gaan naar het bos.  

Het begint een klein beetje te waaien in het bos. Papa beer ziet een hele grote boom heen en weer waaien. (kls bewegen als een grote boom) Mama beer ziet een grote boom heen en weer waaien en kleine beer ziet een kleine boom heen en weer waaien. (kls bewegen als een kleine boom) Maar aan de bomen hangen geen blaadjes meer. Al de blaadjes zijn al van de bomen gewaaid.

Kleine beer wil veel dieren tegenkomen in het bos. Maar in het bos zien de drie beren niet veel dieren. Alle dieren in het bos gaan in de winter slapen. In het zand en op het mos, gaan zij eens eten rapen. Ze eten dan hun buikjes vol en gaan slapen in hun warme hol. Omdat de dieren heel warm zouden hebben terwijl ze slapen, kruipen ze in een bolletje. (kls kruipen in een bolletje)

Plots horen ze een vogel. “Kijk daar, in de lucht een hele grote vogel!”, roept grote beer. Wat vindt de hele grote beer dit een mooie vogel. (kls bewegen als een grote vogel met de armen) “Kijk daar, op een tak een kleine!”, roept kleine beer. De kleine beer vindt dit de mooiste vogel. (kls bewegen als een kleine vogel met de armen)

Papa beer, mama beer en kleine beer stappen wat verder in het bos.

 

Dag 3: Goudlokje komt op bezoek

Kijk, dit is Goudlokje. Goudlokje gaat veel wandelen, want ze wandelt graag.
Opeens komt Goudlokje bij het huisje van de drie beren aan. Ze vindt het een leuk huisje. “Wie zou hier wonen?” Nieuwsgierig duwt ze de deur open. “Oh! Binnen ziet het er al net zo gezellig uit als buiten.” Op de tafel staan drie borden. Een heel groot bord, een groot bord en een klein bordje. Zou ze een hapje van de pap nemen? “Mmm, wat is de pap lekker.” Ze eet het kleinste bordje helemaal leeg.

Goudlokje loopt wat verder in het huis. “Hé, daar staan ook drie stoelen. Er staat een hele grote zetel, een grote zetel en een klein stoeltje !Even uitrusten op het kleinste stoeltje." Goudlokje zit nog maar net of…"krrakk", zegt het stoeltje en ze rolt over de grond. Gelukkig doet het geen pijn.

Boven kijkt ze om de hoek van de slaapkamerdeur. Dacht ze het niet! Drie bedden: een heel groot bed, een groot bed en een klein bedje. Wat ziet dat kleine bedje er zacht uit! En op dat klein bedje valt Goudlokje in een hele diepe slaap.

Terwijl Goudlokje nog slaapt, komen de drie beren thuis. De beren schrikken zich een hoedje! “Wie heeft mijn pap opgegeten en wie heeft mijn stoeltje gebroken?”, roept kleine beer boos. “Kijk daar, ze ligt in mijn klein bedje!"
Geschrokken kijkt Goudlokje op. Haar wangetjes zijn vuurrood.
"Ik zal het nooit meer doen beertje", zegt Goudlokje een beetje bang. “Maar ik had zo’n honger en ik was een beetje moe."

Dan begint kleine beer te glimlachten, hij kan niet langer boos zijn. En zie ze hier eens dansen! Het zijn de dikste vrienden. Mama beer trakteert op honingtaart met vruchten.

“Dag Goudlokje, kom je vlug weer spelen?”, vraagt kleine beer. "Ja graag", roept Goudlokje en ze huppelt het paadje af en gaat naar huis.