Eerste Sporen ...

 

 

In een tekst over de geschiedenis van Brabant(Baardegem – wat kort bij Moorsel ligt), treffen wij een Wouter De Cocker aan :

“Dat de hertoglijke ambtenaars niet altijd een voorbeeld van rechtvaardigheid zijn geweest blijkt vooral uit de enquête van 1389 die hertogin Joanna liet instellen.

In 1383 stierf te Baardegem een vrouw uit Vlaanderen. Bij testament liet zij de pastoor een forchier (met ijzer beslagen koffer) na welke deze toevertrouwde aan kerkmeester Heine van der Straten. Wouter de Cocker, rent­meester van Brabant, eiste deze kist op omdat het van een vreemdelinge was die stierf in Bra­bant. Nadat de pastoor van Baardegem hem deze gegeven had, werd hij samen met zijn kerkmeester gevangen genomen en opgesloten op beschuldiging van het achterhouden van 's heren wegen eigendom. Heine van der Straten bekloeg zich in 1389 bij de hertogelijke onder­zoeksrechter over Wouter de Cocker omdat hij hem 2 mudde evenen (haver) en 2 peter (een Brabantse munt) moest geven en aan Willem, de meier van Asse, eveneens 2 mudde haver, om vrij gelaten te worden uit de vroente.”

------------------------------------------

Kaveling -SAA OAM Bundel 75- van 25-02-1664 -Jan Huybrechts x Maria de Rose xx Catharina de Troch.
Kaveling die bij deze zijn doende de acht hoors en erfgenamen van Jan Huybrecht zaliger te weten 1 Jan, 2 Peter en 3 Marie en 4 Jaquemijnten mitsgaders Peter Dierickx in huwelijk hebbende 5 Anneken Huybrechts, en 6 Jacus, 7 Joanneken en 8
Pieternelle Huybrecht wezende de laatste drie kinderen van het tweede bedde maar moeten hier gelijkelijks delen mits bij de overledene, hunnen vader in zijn leven met de kinderen van het eerste bedde heeft een accoord aangegaan "volgens de
contracte daer van sijnde" te weten van alle patronale en matronale gronden achtergelaten bij dezelfde Huybrecht gelegen binnen de parochie van Moorsel land van Aalst en zijn gekaveld met het trekken van lotbiljetten. Kavel A is gevallen op
Jaquemijne Huybrecht en zal hebben de oostzijde van de behuisde hofstede palend oost het goed van Sinte Gudula tot Moorsel, west de kavel B, noord de "Bijsendries" en is groot 46 roeden en 7 voeten met het hout daarop staande geprezen op 25
ponden groot. En moet ten zijn last nemen 8 ponden groot eens die de zelfde Jaquemijne aan het sterfhuis is goed vindende en een pond groot erfelijk de penning zestiende in profijte van (naam niet ingevuld) staande belast op een partij land op
het "Myelbekevelt" mits de verlopen rente effen te stellen "vuyt het gemyne" tot de dage van de verkaveling. Kavel B is gevallen op Peter Huybrechts en zal hebben de middelste partij in dezelfde hofstede palende noor de "Bijsendries", oost de
kavel A, west de kavel C. Kavel C is gevallen op Jan Huybrecht en zal hebben de westzijde van de hofstede, oost de kavel B, west Joos de Coker, noord den `Bijsendries". Kavel D is gevallen op Marie Huybrecht en zal hebben de westzijde van een
partij bos op de "Caelbergh" tegen het goed van de weduwe Andries van den Steen en is groot 72 roeden 12 voeten. Kavel E is gevallen op Peternelle Huybrecht en zal hebben de zuidzijde van de zelfden bos op de "Caelbergh" tegen de "Saterdaghput"
en is groot 89 roeden 11 voeten. Kavel D is gevallen op Janneken (Joanna) Huybrecht en zal hebben de partij op de noordzijde van dezelfden bos, noord de hofstede van dit sterfhuis, zuid de kavel C. Kavel E is gevallen op jacus Huybrecht en zal
hebben de zuidwestzijde van een partij zaailand op het "Myelbekevelt" palende zuidwest Cornelis Smet, noordoost de kavel F zuidoost het Godshuis goed van de Rozen, noordwest het goed van het Hospitaal tot Aalst en is groot 89 roeden 11 voeten.
Kavel F is gevallen op Peter Durinck en zal hebben de noordoostzijde van het "Mylebekevelt" "jegens de maete noord oost de maete" zuidwest de kavel E. Er is geen "gereed gelt" ten sterfhuise bevonden.