Afbeelding - Kevin in koers (17K)

(This part is still under construction)

Home

HIER VINDT U EEN BEETJE INFORMATIE RONDOM FIETSTECHNIEK

Regelmatig zullen hier de tips en tricks aangevuld worden, maar dit gebeurt "tussen de soep en de petatten" en daardoor kan het wel even duren.
Echte techneuten zullen allicht hun wenkbrauwen fronsen bij de technische bewoordingen en omschrijvingen die ik, als leek, gebruik Afbeelding - Knipoogje (4K) .


  • AFSTELLEN VAN ACHTERDERAILLEUR.

    Afbeelding - Achterderailleur (70K)
    Legende:
    1: Afstelschroeven (high en low) waar je het bereik mee regelt.
    2: Schroef voor het regelen van de afstand tussen het bovenste derailleurwieltje en de grootste kroon
    3: Schroef voor de indexafstelling

    Afhankelijk van het merk en type verschilt de plaats waar de instelschroeven zich bevinden.

    WERKWIJZE:

    Stap 1:
    Eerst moeten we de kabel bevestigen en op een goede spanning brengen.
    Draai schroef 3 voor regeling van de kabelspanning een beetje uit, zo heb je achteraf een beetje reserve en kan je de kabel zowel opspannen, als ontspannen (zie stap V in de afregeling).
    Maak de kabel eventueel los met een inbussleutel, span de kabel aan zodat deze niet loshangt, maar ook dat hij niet te veel spant en dat hij een mooie bocht maakt.

    Stap 2:
    Afstellen van zwaarste versnelling (kleinste kroon achteraan).
    Leg de ketting vooraan op het buitenblad en achteraan op het kleinste kroontje.
    Draai schroef 1 (high) zodanig dat het bovenste derailleurwieltje perfect in lijn staat met de kleinste kroon.

    Stap 3:
    Afstellen van lichtste versnelling (grootste kroon achteraan).
    Leg de ketting vooraan op het binnenblad en achteraan op grootste kroon.
    Draai schroef 1 (low) zodanig dat het bovenste derailleurwieltje perfect in lijn staat met de grootste kroon.

    Stap 4:
    Met schroef 2 regel je de afstand tussen het bovenste derailleurwieltje en de grootste kroon (achteraan).
    Dit is belangrijk als je achteraan grotere kronen steekt om bvb. bergop te fietsen.
    Om dit bij te regelen leg je de ketting vooraan op het binnenblad en achteraan op de grootste kroon.
    De afstand tussen de bovenkant van het derailleurwieltje en de grootste kroon moet tussen 6 mm (type Sram) en 7 mm (type Campagnolo) liggen.

    Stap 5: De Indexafstelling
    De indexafstelling is op het volgende principe gebaseerd:
    Wanneer we de versnellingskabel aantrekken (en er dus extra spanning opzetten) trekken we de derailleur naar het wiel toe, waardoor de ketting van een kleiner kroontje naar een groter kroontje springt.
    Nu we dit weten, kunnen we aan de slag.
    Leg de ketting vooraan op het buitenblad en achteraan op het kleinste kroontje.
    Terwijl je met de pedalen draait, schakel je van het kleinste kroontje, naar het tweede kleinste kroontje.
    Als de ketting niet vlot overschakelt, dan dien je met schroef 3 de kabel aan te spannen (de schroef dus uitdraaien).
    Als de ketting echter in éne keer overschakelt naar het derde kleinste kroontje ipv. naar het tweede kroontje dien je met schroef 3 de kabel een beetje te ontspannen (de schroef er terug een beetje in te draaien).
    Als alles goed afgeregeld is, zou je vlot moeten kunnen schakelen tussen alle kroontjes, zonder ratelen of haperingen.
    Als de ketting niet vlot overschakelt, van het kleinste kroontje, naar het tweede kleinste kroontje, dan dien je dus met schroef 3 de kabel aan te spannen, terwijl je met de pedalen draait.
    Van zodra de ketting overspringt naar het kroontje, heb je de juiste spanning op de kabel aangebracht.
    (Om er echter voor te zorgen dat de ketting dan juist op het midden van het kroontje ligt, kan je best de kabel nog anderhalve slag draaien met schroef 3).

    Indien je tijdens het rijden problemen ondervindt om te schakelen en je geen tijd hebt om te stoppen (bijvoorbeeld tijdens een wedstrijd), kan je eventueel de spanning van de kabel nog bijregelen met de afstelschroef die zich vooraan aan het kader bevindt (daar waar de kabel schuin naar beneden gaat).

    De indexafstelling is niet zo simpel.
    Speel een beetje met schroef 3 (vaster, losser) terwijl je schakelt en je zal zelf wel merken welk de beste spanning is en bij welke spanning vlot kan geschakeld worden van een kleiner naar een groter kroontje en omgekeerd en de derailleur niet ratelt.


  • AFSTELLEN VAN VOORDERAILLEUR.

    Deze derailleur moet zo gemonteerd zijn dat de rechteronderzijde van het geraamte ongeveer 2 mm boven de tanden van het grootste tandwiel (buitenblad) staat en de andere zijde van het geraamte mooi evenwijdig loopt met de tandwielen.
    Als dit niet zo is, schakel dan naar het kleinste tandwiel, waardoor de kabel zich ontspant, en zet de derailleur op zijn plaats.
    Meestal bevinden zich twee schroeven op de bovenzijde van de derailleur om het bereik af te stellen, één voor de grootste versnelling (ketting vooraan op het buitenblad en achteraan op het kleinste kroontje) en één voor de kleinste versnelling (de ketting vooraan op het binnenblad en achteraan op grootste kroon).
    De derailleur zo afstellen dat de ketting zowel op de grootste versnelling, als op de kleinste versnelling het binnenste van het geraamte van de derailleur net niet raakt.


  • PEDALEN.

    Als er een R staat op de pedaal is dit de rechtse pedaal als je op fiets zit.
    De L staat voor links.

    Opgelet:
    De schroefdraad van een linker en rechterpedaal is verschillend:
    De rechterpedaal heeft een rechtse draad en de linkerpedaal heeft een linkse draad.
    Dit maakt het voor veel wielertoeristen moeilijk om te onthouden in welke richting je moet draaien om de pedalen vast of los te zetten.

    Ik onthou het zo:
    Vast: het woordje vast begint met de letter V.
    Voorwiel: het woordje voorwiel begint ook met de letter V
    Dus om een pedaal vast te zetten, zet je de steeksleutel op de bout van het pedaal en draai je deze steeksleutel in de richting van het voorwiel.

    VAST: De steeksleutel in de richting van het voorwiel draaien.
    LOS: De steeksleutel in de richting van het achterwiel draaien.

    Een ander hulpmiddeltje is:
    Pedalen los draaien: zet steeksleutel erop, hou deze steeksleutel tegen en terwijl duw je de pedalen vooruit alsof je vooruit zou rijden met de fiets.
    Pedalen vast zetten: zet steeksleutel erop, hou deze steeksleutel tegen en draai met de pedalen naar achteren alsof je, je gewoon laat bollen en achteruit zou freewheelen.
    Ik kan het nog ingewikkelder maken maar ik zal het hier maar bij houden ;-).
    Voor het afnemen van pedalen is in de handel een speciaal type van steeksleutel, met grotere hefboom verkrijgbaar, maar met een steeksleutel van 15 ( en in sommige gevallen een 16 ) lukt het ook best.
    Opmerking: Voor de nieuwste (race-)pedalen kan je veelal een inbussleutel gebruiken ipv. een steeksleutel.


  • BANDENMAAT

    Fietsbandmaten worden op verschillende manieren aangeduid, waardoor je wel eens het noorden dreigt te verliezen.

    ETRTO aanduiding (European Tyre and Rim Technical Organization)
    bvb. 37-622
    Hierbij duidt het eerste getal ( 37mm ) op de breedte van de band in opgepompte toestand.
    Het tweede getal ( 622mm ) is de diameter van de draadzitting van de velg of de hieldraad ( dit is de plaats waar de band zich vastklemt in de velg).

    Franse standaard
    bvb.: 700 x 35C
    Het eerste getal ( 700mm ) is de buitendiameter.
    Het tweede getal ( 35mm ) is de breedte van de band.

    Nederlandse standaard ( of Engelse systeem )
    bvb.: 28 x 1 5/8 x 1 3/8
    Hierbij geeft het eerste cijfer ( 28" )de buitendiameter van de band aan.
    Het tweede cijfer ( 1 5/8" of ) is de hoogte van de band boven de velg.
    Het laatste cijfer ( 1 3/8" ) is de breedte tussen de twee zijvlakken van de band.

    Opgelet: Normaal is één inch 2,54 cm maar (!) toch mag je een inchmaat van een band niet gewoon vermenigvuldigen met 25,4 om de millimetermaat te krijgen.
    Blijkbaar is de wijze van meten historisch gegroeid en namen de fabrikanten het niet zo nauw met de juiste afmetingen wat afwijkingen geeft als je de band in werkelijkheid gaat nameten..

    Het is daarom zeer moeilijk om rekenkundige verbanden te leggen tussen de verschillende manieren waarop fietsbandmaten worden aangeduid.
    De meeste banden op fietsen voor volwassenen zijn 28 inch.
    Een standaard racewiel met opgepompte band heeft een omtrek van ongeveer 210 cm en hierop worden banden gemonteerd van 23 - 622 (ETRTO) of 700 x 23c (Franse standaard).
    Een standaard MTB-band is 47 (of 50 of 57) - 559 (ETRTO)

    Bandbreedte racefiets:
    Normaal: 23mm
    Veel kasseien: >23mm
    Tijdrit (op goede weg): 21mm


  • BANDENSPANNING

    De bandenspanning wordt op verschillende manieren weergegeven.
    Hieronder vindt je hoe je snel van het één naar het ander kan omrekenen.
    Bar = 100kPa (kilopascal) = 1,02 kg(f)/cm² (kilogramkracht per vierkante cm) = 14.503861psi (pound-force per square inch)

    De gemiddelde bandenspanning voor een gewone fiets is ongeveer 3 à 4 bar.
    Voor een MTB tussen 2,75 en 4,50 bar.
    Voor een racefiets tussen 6,00 en 7,50 tot 10,00 bar.

    OPGELET ! De maximale bandenspanning wordt aangegeven op de buitenzijde van de band en mag NOOIT overschreden worden.

    Bandendruk racefiets:
    Normale wedstrijd: 8 bar
    Regenweer of veel kasseien: 7 à 7,5 bar
    Tijdrit (op goede weg): tot 10 bar

    Om de ideale druk in een bandje te vinden, zal steeds naar een compromis gezocht moeten worden:
    Beïnvloedende factoren zijn: materiaal van het frame & wielen & vork (carbon, aluminium, ...) ; gewicht van de fietser ; staat van het wegdek ; weersomstandigheden ; uw persoonlijke keuze: rendement of comfort.
    Te veel druk, geeft comfortverlies (wat zelfs tot nek- en rugklachten kan leiden) en zorgt zeker bij regenweer voor minder grip in de bochten.















Aandachtspunten nieuwe (race)fiets

Velgen

Aandrijving - Groepen (Shimano, Campagnolo, ...)

W i e l e r w e e t j e s

B M X

Terug naar de fietspagina

Navigatiepagina

Contact

Gastenboek

...

...

...

...

...

...

...

...

...

...

...

...

...

...

...

...

...

...

...

...

...

...

...

...

...

...

...