Voorwoord

 

 

 

Zonder twijfel hebben zeer velen de ‘cahiers’ van pater Roger Lenaers: “De droom van Nebukadnezar” en “Uittocht uit oudchristelijke mythen”(1) gelezen. Volgens het zeggen van de auteur zelf hebben de lezers zijn werk gezegend en vervloekt. In bepaalde religieuze, christelijke en kerkelijke kringen heeft zijn schrijven tweedracht gezaaid. Men is voor of tegen Lenaers.

 

         Deze bladzijden willen een poging zijn om een bemiddelende rol te spelen in die hete discussies. Maar vooraleer hieraan te beginnen zou ik willen benadrukken  dat ik geloof in de diep gelovige en christelijke overtuiging van pater Lenaers. Hijzelf zegt: “Wat onderuit gehaald wordt, is alleen de voorstellingswijze en formulering van de geloofsboodschap zoals die in de middeleeuwen opgeld maakte…..Daarmee wordt de wijsheid en zelfs de juistheid van die vroegere voorstellingswijze niet geloochend.” (II p.149).  Pater Lenaers tracht eerlijk de boodschap van het christendom te vertalen in een voor de moderne mens aanvaardbare en verstaanbare taal. Met dat doel voor ogen legt hij een enorme belezenheid en kennis op velerlei gebied op tafel, en bovendien beschikt hij over een taalvaardigheid en beeldenrijkdom die een schrijver alleen maar jaloers kan maken. ‘t Is daarom ook dat ik met een zekere schroom aan dit werk begin.

Vele jaren heb ik over dezelfde en gelijkaardige vragen nagedacht en heb hierover ook geschreven. (2). Al zijn er sommige punten van gelijkenis, toch is mijn denken een heel andere richting uitgegaan dan deze van pater Lenaers. Dit kan een verdere discussie alleen maar ten goede komen. De sterkste tegenstellingen zijn wellicht te vinden in de rol van de heteronomie, het belang van de Bijbel en de betekenis van de verrijzenis. Maar dat zou moeten blijken uit de onderstaande uiteenzetting zelf.

 

 

Terug naar voorblad.                     Naar Hoofdstuk 1.