Meerjarenplan 03-08
Start Omhoog Begeleidingsmethodiek Beleidsplan 97-02 Meerjarenplan 03-08 Doelgroepen Onderwijs Bestellen

 

Jaarverslag 2004

meerjarenplan

2003-2008

1. Wonen

 

1.1 Woonwagencommissies

- De celmedewerker[1] woont de bestaande woonwagencommissies bij en peilt vooraf naar de mogelijke inbreng van de terreinbewoners. De beslissingen, die hij relevant acht legt hij uit aan de bewoners. Hij is echter niet de verantwoordelijke voor de communicatie tussen gemeente en bewoners, dit is en blijft de verantwoordelijkheid van de gemeente tegenover haar burgers. Waar een terreintoezichter is wordt dit in nauwe samenwerking opgenomen.

- In gemeenten met terreinen waar geen woonwagencommissie is, onderneemt de celmedewerker stappen ter installatie van zulke commissie.

- In gemeenten met een woonwagenterrein waar geen terreintoezichter is zullen stappen ondernomen worden voor de aanstelling ervan.

 

1.2 Referentieadres

- We zullen blijven lobbyen zodat het referentieadres toegekend kan worden aan rechtspersonen. De cellen die daarvoor in aanmerking komen zullen daartoe een aanvraag doen. Het is het begeleidingsmiddel bij uitstek voor de nomadische Voyageurs en Zigeuners.

Het Vlaams Minderhedencentrum is voorstander van een domiciliëring op de standplaasten voor Voyageurs en Zigeuners die voldoende stabiel op een  standplaats verblijven. Dit bevordert de algemene aanvaarding van het woonwagenterrein als gewoon adres en voorkomt eventuele misbruiken van het systeem van referentieadres.

 

1.3 Bijkomende duurzame en aangepaste woonwagenterreinen

- De provinciale woonwagencommissies in Limburg, Vlaams Brabant en Oost-Vlaanderen zullen geheractiveerd worden ter coördinatie van de gemeenten die in aanmerking komen voor de aanleg van bijkomende terreinen en het beheer ervan.

Dit gebeurt door lobbying op politiek en op ambtenarenniveau. Deze lobbying wordt ondersteund door volgcomités van Voyageurs en Zigeuners. Het streefdoel is dat vóór de volgende gemeentraadsverkiezingen de nodige politieke beslissingen zijn genomen om over te gaan tot een inhaalbeweging om tegemoet te komen aan de woonbehoeften zoals beschreven in de omgevingsanalyse.

 

1.4 Bungalows als nieuwe woonvorm

Met de groepen die hiervoor kiezen zal een gesprek geopend worden met de sociale huisvestingsmaatschappijen om in woonwijken familiale bungalowparkjes te voorzien voor Voyageurs en Zigeuners, op te trekken in duurzame materialen. Hiertoe zal samenwerking gezocht worden met de organisaties die ijveren voor alternatieve woonvormen voor de zgn. campingbewoners.

2. Basiswerk – Opbouwwerk

 

Resultaatgericht werken met moeilijk bereikbare doelgroepen vereist een nauw contact met deze groepen. Dit contact wordt actief onderhouden, ook als er geen acute hulpvragen zijn.  De celmedewerker is aanspreekbaar voor elk probleem in een globaal aanbod.  Op die wijze onderhoudt hij zijn vertrouwensrelatie die de noodzakelijke voorwaarde is voor emancipatorisch werk, zowel individueel (zelfredzaamheid) als groepsmatig (opbouwwerk). We maken een onderscheid tussen eerstelijnshulp (de sociaal-administravie hulp) en basiswerk, dat globaal en integraal is.

 

- Bij dit basiswerk hoort onvermijdelijk een ombudsfunctie. Wie dicht bij de mensen staat wordt geconfronteerd met administratieve en andere problemen op allerlei vlakken. De celmedewerker analyseert deze problemen,  verwijst ze zoveel mogelijk door en volgt de behandeling ervan op.

- We ondernemen verdere stappen voor het overhevelen van het eerstelijnswerk naar de geëigende diensten. Daarbij denken we op de eerste plaats aan de Centra voor Algemeen Welzijnswerk, maar ook aan mutualiteiten en vakbonden. Dit zal in elke regio aangepakt worden in samenspraak met het Integratiecentrum. De manier waarop dit zal gebeuren zal starten met het doorverwijzen van cliënten naar deze centra en met deze centra bij te staan in het gepast onthalen van deze cliënten. Daarbij zal de toeleiding van deze diensten naar de Voyageurs en Zigeuners thuis een prioriteit zijn. Op die manier kunnen bepaalde werkers uit die diensten een vertrouwensband opbouwen met de cliënten, waardoor we hopen dat de Voyageurs en Zigeuners  gemakkelijker de weg naar de eerstelijnsdiensten zullen vinden.

- Elke cel zal initiatieven ontwikkelen om de Voyageurs en Zigeuners een groepsmatige werking aan te bieden. Deze zal gericht zijn op de collectieve belangenverdediging. In de beginfase zal dit geconcentreerd zijn rond de aanleg van voldoende en duurzame woonwagenterreinen. In een latere fase kan gedacht worden aan de vertaling van de verwachtingen van de Voyageurs en Zigeuners naar bijvoorbeeld onderwijs. Om deze politieke actie te ondersteunen zal elk jaar op twee plaatsen een feestelijke ontmoeting voor Voyageurs en Zigeuners georganiseerd worden.

- Met deskundigen uit diverse sectoren zullen de celmedewerkers een samenwerking en/of overleg en/of bijscholing opzetten met het oog op het verwerven van geschikte methodieken om de groepsmatige belangenverdediging door de doelgroepen zelf op gang  te trekken.

- De groepswerking zal ondersteund worden door vrijwilligers uit de doelgroepen te rekruteren, waarvoor de nodige vrijwilligersvergoedingen zullen gebudgetteerd worden.

- Het doelgroeptijdschrift de Trekhaak wordt gebruikt als breed communicatiekanaal. De aantrekkelijkheid en de inhoud worden voortdurend geëvalueerd en bijgestuurd.

 

 


3. Onderwijs

 

3.1 Ombudsfunctie

In de ombudsfunctie worden vragen mbt onderwijs opgenomen zoals andere vragen: probleemanalyse, bemiddeling, inschakelen van Centra voor Leerlingenbegeleiding of andere leerlingen- en/of ouderbegeleiding. In de loop van dit meerjarenplan zullen de celmedewerkers inspanningen leveren om onderwijs gradueel meer aandacht te geven.

 

3.2 Toegankelijk van het Onderwijs voor Voyageurs en Zigeuners

- Samen met de Integratiecentra zullen de cellen een bijdrage leveren in de initiële lerarenopleidingen mbt de behoeften van kinderen van Voyageurs en Zigeuners.

- Samen met de Integratiecentra zullen de cellen aan de Centra voor Leerlingenbegeleiding in hun regio om de drie jaar een vorming verzorgen mbt de behoeften van kinderen van Voyageurs en Zigeuners.

- Een vormingspakket voor dit aanbod zal op punt gesteld worden door een op te richten werkgroep van celmedewerkers en onderwijsdeskundigen uit diverse sectoren.
- De vertegenwoordigers uit de integratiesector in de op te richten regionale overlegplatforms binnen het gelijke kansenbeleid in het onderwijs zullen voldoende geïnformeerd worden over de noden van Voyageurs en Zigeuners  i.v.m. onderwijs.

 

3.3 Deelname aan het middelbaar onderwijs

- Het systeem voor onderwijs aan trekkende bevolking, uiteengezet in de omgevingsanalyse, zal door het Vlaams Minderhedencentrum bepleit worden voor lager én middelbaar onderwijs bij de verantwoordelijken op het Departement Onderwijs.

- In samenwerking met de geëigende diensten (schoolopbouwwerk, Centra voor Leerlingenbegeleiding, diensten voor opvoedingsondersteuning …) zal hulp aangeboden worden aan ouders die willen dat hun kinderen een toekomstgerichte onderwijsloopbaan doorlopen. Geëigende introductiemethoden zullen voorafgaand ontworpen, uitgetest en op punt gesteld worden.

-           Wat betreft de ouder die (nog) niet gemotiveerd zijn om hun kinderen regelmatig naar school te sturen zullen de celmedewerkers beroep doen op hun eigen inzichten en die van andere deskundigen uit diverse sectoren om methodieken te ontwikkelen en beleidsadviezen te formuleren. Hierin zal een evenwicht tussen motivatie (een aangepast schoolklimaat) en druk (beloning, sanctie) nagestreefd worden.

 

3.4 Onderwijs voor rondtrekkenden

- Het Vlaams Minderhedencentrum zal verder bijdragen tot de Werkgroep Trekkende Bevolking binnen het Departement Onderwijs met het oog op de decretale omkadering van ankerscholen, contactscholen en een steunpunt voor onderwijs aan kinderen van de trekkende bevolking. Een substantiële bijdrage zal geleverd worden i.v.m. de technische vereisten ten behoeve van onderwijs aan rondrekkende Voyageurs en Zigeuners.

Dit gebeurt in samenspraak met de organisaties die zich inschrijven in de begeleiding binnen dit concept (bijv. Steden Antwerpen, Brussel, Leuven, Mortsel, PRISO, Efecot …).

- Waar projectscholen (en anker- of contactscholen) actief zijn zal de cel extra aandacht geven ter ondersteuning en toeleiding.

 

4. Werken

 

4.1 Ombudsfunctie

In de ombudsfunctie worden vragen mbt werk opgenomen zoals andere vragen: probleemanalyse, bemiddeling, inschakelen van geëigende diensten (trajectbegeleiding, VDAB, UNIZO …).

 

4.2 Opwaardering zelfstandig ondernemen

- De cellen nemen deel aan actieplannen die de toegang tot het zelfstandig beroep voor Voyageurs en Zigeuners bevorderen. Het partnerschap in het consortium rond UNIZO is een voorbeeld van zulke deelname. Hierin worden regionale consulenten aangeworven voor begeleiding van startende zelfstandigen uit etnisch-culturele minderheden.

- De cellen zullen de toegang tot het zelfstandig beroep bevorderen door drempelverlagende acties naar centra voor middenstandsopleiding. Deze acties kunnen inhouden: bekendmaking van het aanbod, bijkomende gelden zoeken voor tegemoetkoming in de kostprijs of voor het afsluiten van contracten met basiseducatie.

4.3 Opname Voyageurs en Zigeuners in de positieve actie

- In de VESOC-akkoorden is een brede actie opgenomen voor een evenredige participatie van etnisch-culturele minderheden op de arbeidsmarkt. De aandacht voor Voyageurs en Zigeuners daarin dient verhoogd te worden. Dit zal aangepakt worden door de inrichting te bepleiten van financieel aantrekkelijke en categoriale opleidingen voor Voyageurs en Zigeuners in reguliere opleidingscentra als opstap naar een verdere deelname aan het reguliere niet-categoriale vormingsaanbod.

 

5. Gezondheid

 

- Wegens het gebrek aan specifieke deskundigheid op dit vlak zitten vragen rond gezondheidszorgen in het ombudswerk dat een globaal aanbod verzekert.

- Vooral het opkomend druggebruik baart ons zorgen. Omdat dit thema zelfs met de celmedewerkers niet openlijk besproken wordt is begeleiding moeilijk op te zetten, vermits de geëigende diensten vooral een groepsmatige aanpak verzorgen.  Via het doelgroeptijdschrift “de Trekhaak” zal bewustmaking rond dit thema gevoerd worden.

 

6. Roms

 

- De begeleiding van de rondtrekkenden verloopt hoofdzakelijk via hun post op het referentieadres.

- De medewerk(st)ers die de Roms bereiken zullen in een hecht team verzameld worden met centrale in Antwerpen.

 

7. Roma

 

- De cellen beschikken niet over het personeel voor het noodzakelijke bemiddelingswerk bij de recent ingeweken Romagroepen. Gezien hun expertise inzake Voyageurs en Zigeuners dienen zij een bijdrage te leveren aan de ondersteuning van begeleiders en diensten die een werking met Roma opzetten. Ten dien einde zullen ze de Integratiecentra aansporen tot het opzetten van regionale intervisiegroepen waarin deze begeleiders en diensten hun ervaringen kunnen uitwisselen, vorming opdoen en expertise ontwikkelen rond de samenleving van Roma met niet-Roma.

 

8. Plaats van het woonwagenwerk.

 

Het woonwagenwerk draagt zijn expertise ivm basis-opbouwwerk met moeilijk bereikbare doelgroepen over naar basis- en beleidswerkers binnen en buiten de integratiesector.

Het woonwagenwerk stimuleert het Vlaams Minderhedencentrum om de nodige stappen te zetten voor

- het consolideren van een gedifferentieerd aanbod voor en met Voyageurs en Zigeuners in de integratiesector
- de oprichting van 3 bijkomende cellen woonwagenwerk, te weten in West-Vlaanderen, Gent en de Provincie Antwerpen.

 

 


 

 

 

Omgevingsanalyse

 


 

1. Doelgroepen

 

In het decreet “inzake het Vlaams beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden” van 28.05.1998 beschrijft de Vlaamse Gemeenschap de woonwagenbewoners als: personen met een nomadische cultuur, die zich legaal in België bevinden en die traditioneel in een woonwagen wonen of gewoond hebben, in het bijzonder de autochtone Voyageurs en de zigeuners, en degenen die met deze personen samenleven of er in de eerste graad van afstammen (art. 2,3°).

 

Binnen deze doelgroep onderscheiden we 4 deelgroepen: Voyageurs, Manoesjen, Roms en Roma. Deze groepen zijn sociaal gedefinieerd: Voyageur, Manoesj, Rom, Roma is diegene die zichzelf zo benoemt en die door de andere respectievelijk Voyageurs, Manoesjen, Roms of Roma als zodanig benoemd wordt.

 

Voyageurs

De mensen die zich Voyageur noemen zijn autochtonen, afstammend van de trekkende handelaars en ambachtslui van vroeger. Van diegenen die wonen in woonwagens, staat ongeveer de helft op gemeentelijke terreinen, de anderen staan in overtal op deze terreinen of op illegale standplaatsen. Velen onder hen zijn, al dan niet gedwongen, gaan wonen in huizen maar zij blijven zowel voor zichzelf als voor de groep echte Voyageurs. Voyageurs in Vlaanderen zijn Nederlandstalig.  Voyageurs wonen min of meer gelijkmatig gespreid over het grondgebied.

 

Manoesjen

De zigeunerbevolking die wellicht sinds de 15de eeuw in onze contreien vertoeft zijn de Manoesjen. Hun levenspatroon (wonen en werken) lijkt sterk op dat van de Voyageurs. Gemengde huwelijken tussen deze twee groepen komen dan ook geregeld voor. Als eerste taal spreken zij hun Manoesj en als tweede taal Nederlands. De meeste Manoesjen wonen in de driehoek Gent – Antwerpen – Brussel.

 

Roms

Deze groep kwam wellicht vanaf midden vorige eeuw in ons land aan. Zij leven sterk nomadisch, hechten grote waarde aan familiale banden en spreken steeds hun Romanes, met als tweede taal Frans.De vrouwen dragen bij voorkeur hun traditionele klederdracht. Mede daardoor zijn zij misschien de meest opgemerkte groep, hoewel ze in aantal het kleinst zijn. De standplaatsen van de Roms zijn geconcentreerd rond Brussel, Leuven en Antwerpen;


Oost-Europese Roma

Voor de Zigeuners die meer recent uit Oost-Europa naar ons land migreren gebruiken we de term Roma als verzamelnaam. Ten eerste om verwarring te vermijden met de Roms, die de Belgische nationaliteit hebben en hier reeds meer dan anderhalve eeuw aanwezig zijn. Ten tweede omdat er talloze subgroepen te onderscheiden zijn en ten derde omdat de meeste Roma-vertegenwoordigers in allerlei fora deze benaming hanteren als alternatief voor de denigrerende verzamelnaam “zigeuner”.

Reeds voor de val van het IJzeren Gordijn kwamen zij in beperkte mate naar ons land, en verwierven toen het statuut van vluchteling. Na het einde van de communistische regimes kwam er een belangrijke migratie op gang van vooral Roma (en alle subgroepen die hieronder kunnen begrepen worden) naar ons land.

Zij wonen in ‘huizen’ in stedelijke gebieden. Zij spreken hun Romanes met als tweede taal meestal deze uit hun land van herkomst. Nederlands of Frans is voor hen slechts een 4de of 5de taal. Door hun precaire verblijfsstatus (in asielprocedure of vaak volledig zonder geldige papieren) kunnen zij niet op de arbeidsmarkt terecht en slechts zeer beperkt bij de reguliere sociale voorzieningen.

De grootste concentraties van Roma zijn terug te vinden in volgende steden/regio’s :

Brussel (6500) : vooral Roma uit Roemenië en ex-Joegoeslavië

Antwerpen (4000) : vooral uit Kosovo, Bosnië, Macedonië in mindere mate ook uit Slowakije, Roemenië

Gent (2500): vooral uit Slowakije, Tsjechië en in mindere mate Bulgarije, Roemenië, Kosovo

Waasland (1000) : vooral St-Niklaas bijna uitsluitend uit Kosovo en Lokeren uit Tsjechië

Tienen, Leuven, St-Truiden, Tongeren (1000) : bijna uitsluitend uit Slowakije

 Daarnaast verblijven hier ook in kleinere getale Roma uit de voormalige Sovjetunie (Rusland, Moldavië, Armenië), uit Hongarije en Polen. Naast de concentraties in vooral de grote steden leven er tientallen families in kleinere gemeenten en verblijven eveneens tientallen families in open opvangcentra voor vluchtelingen.


Doortrekkers

In de lente- en zomermaanden ontmoeten we grotere groepen Roms, Manoesjen en Voyageurs, meestal uit EU-landen, die door Vlaanderen trekken. Deze groepen variëren van 30 tot 150 caravans en hebben vaak familiale of sociale banden met de Belgische zigeuners.

 

Raakvlakken

Foorreizigers, schippers, circuslui, campingbewoners, 4de wereldmensen ... bij elk van deze groepen zijn er gezinnen die aansluiting vinden bij de Voyageurs, hetzij via familiale banden hetzij via hun commerciële activiteiten. Op verschillende woonwagenterreinen vinden we hen dan ook naast Voyageurs.
Het woonwagenwerk spitst zijn aandacht bewust toe op die groepen die traditioneel in de nomadische cultuur leven. Typisch daarin is de kloof die onderhouden wordt tussen deze nomadische cultuur en de burgermaatschappij. Het is immers niet zozeer de woonvorm maar wel het culturele onderscheid dat de rode droad van de problematiek uitmaakt en dus ook van de benadering ervan. Het woonwagenwerk houdt er echter rekening mee dat nu en in de toekomst er een blijvende uitwisseling zal zijn met de huidige Voyageurs en/of Zigeuners. Deze doelgroepen worden dan ook 'gevolgd' via deelname aan o.m. het Vlaams Overleg Bewonersbelangen. Tevens zijn er de nodige contacten ad hoc met de beroepsverenigingen van foorreizigers, circuslui en schippers.

 

2. Historisch kader

 

Nomadische groepen hebben doorheen hun geschiedenis altijd kunnen terugvallen op welmenende individuen of organisaties binnen gemeenten, steden, kerken, gilden... Maar de grote lijn van die geschiedenis blijft een spiraal van afwijzing. Hierdoor vergrootte de afstand en stilaan ontpopte zich een vijandigheid tussen de nomadische en de sedentaire cultuur. Dit deed de repressie op zijn beurt weer toenemen. Hoogtepunten hierin zijn zeker de klopjachten op Heydens (want zo werden de rondtrekkenden toen genoemd) in de 18de eeuw en de officieel geplande totale vernietiging op internationale schaal in de Tweede Wereldoorlog. Het aantal Zigeunerslachtoffers van de nazi’s wordt geschat tussen de 300.000 en 500.000 in Europa.

 

Het resultaat is vandaag een uiterst problematische verhouding tussen Voyageurs en Zigeuners enerzijds en de burgermaatschappij anderzijds:Voyageurs en Zigeuners bepalen hun eigenheid op basis van hun verschil me de “burger”. Natuurlijk zijn er belangrijke subgroepen die zich meer geïntegreerd hebben dan anderen, maar net zij worden door die anderen verweten hun identiteit verloren te hebben.

 

 


3. Aantallen


Over het aantal Voyageurs en Zigeuners in Vlaanderen is niet veel met zekerheid gekend.
Ten eerste willen Voyageurs en Zigeuners niet geregistreerd of geteld worden: de Tweede Wereldoorlog ligt nog vers in het collectief geheugen. Ten tweede er is geen enkele objectieve basis waarop een Voyageur of een Zigeuner identificeerbaar zou zijn. Hun identiteit is sociaal bepaald (zie 1.1) en het woonwagenwerk dient dus op basis van eigen ervaring en van "horen zeggen" binnen de doelgroep schattingen te maken. Hierbij moeten we dan nog rekening houden met de vage grenzen tussen Rom, Manoesj, Voyageur en burger vermits elk van deze groepen in elke stamboom wel ergens voorkomen.
Dit maakt het onmogelijk om de juiste omvang van de potentiële doelgroep weer te geven, zoals dat bijvoorbeeld gebeurt voor migranten, vluchtelingen, langdurig werklozen ... Onze ervaring leert dat een aangepaste werking in een regio, die schijnbaar zeer dun bevolkt is met Voyageurs of Zigeuners, na verloop van tijd steeds meer doelgroepleden aantrekt die tot dan toe onbekend waren.
Een reden te meer voor de Vlaamse Gemeenschap om ervoor te zorgen dat overal een gepast aanbod kan uitgewerkt worden.
Cijfers van woonwagens kunnen niet gebruikt worden als indicatie voor de totale populatie. De spreiding van Voyageurs in huizen en in woonwagens verschilt zeer sterk van de ene regio tot de andere. In sommige regio’s (bijv. Limburg) woont de helft van de Voyageurs in huizen. In andere regio’s (bijv. Meetjesland) is dat 80%. In de meeste regio’s is de verhouding zelfs niet gekend. Uit een telling in Limburg bleken er in deze provincie (afgerond) 1.200 Voyageurs te wonen. Geëxtrapoleerd naar de 5 provincies en Brussel kunnen we het aantal Voyageurs schatten op een 7.500 mensen.Het aantal Manoesjen schatten we op 1.500 en het aantal Roms, met winterstandplaats in Vlaanderen, op 750. (1)

Het aantal Roma dat in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest leeft is eveneens niet exact te bepalen. Dit heeft enerzijds te maken met het feit dat velen onder hen uitgeprocedeerde asielzoekers zijn die niet terugkeren naar het land van herkomst, anderzijds omdat een deel van hen buiten de “burgermaatschappij” wenst te leven en zich dus nergens kenbaar maakt én omdat Roma geen nationaliteit is waardoor ze louter statistisch niet terug te vinden zijn.

Op basis van beschikbare cijfers en ervaring met de verschillende Roma gemeenschappen kunnen we ervan uitgaan dat er ongeveer 20.000 Roma in Vlaanderen en Brussel verblijven.

 

Spreiding naar leeftijd, steekproef 2001[2]

                           Man     Vrouw   Totaal                                                     Procent tov 18-

  0 -  2                      24                 16                 40                                                                            13,7

  3 -  5                      24                 25                 49                                                                            16,8

  6 – 12                    74                 60       134                                                                         46,0

13 – 18                    40                 28                 68                 (= 291 minderjarigen)                       23,4

19 – 30                    45                 49                 94

31 – 40                    53                 44                 97

41 – 50                    27                 28                 55

51 – 60                    23                 26                 49

61 – 65                      3               4                7

66 – 70                      4                 2               6

71 – 80                      9                 9                 18

81 – 90                      2                 2               4

91+                            0                 0               0

Onbekend (18+)  4                 2               6               (=336 meerderjarigen)

TOTAAL          332       295        627

4. Eigenheid.


Zoals alle cultuurgroepen streven Voyageurs en Zigeuners naar respect voor hun eigenheid. Vastleggen wat deze eigenheid precies betekent is vrijwel onmogelijk: een minderheidscultuur wijzigt immers naargelang de evoluties van de dominante cultuur waarbinnen zijzelf evolueert.
Het meest frappante voorbeeld is wel de benaming "woonwagen"bewoner. In feite woont momenteel slechts een klein deel van de Voyageurs in woonwagens. De Belgische zigeuners wonen meestal in woonwagens, de Oost-Europese zigeuners praktisch altijd in huizen en de doortrekkers uiteraard in caravans. Vandaar dat in de publicaties van het woonwagenwerk steeds wordt gesproken van Voyageurs en Zigeuners.

 

Eigenheid=cultuur

Personen en diensten die werken met verschillende groepen Voyageurs en Zigeuners stellen vast dat hun gemeenschappelijke eigenheid te vinden is op het culturele vlak. Met cultuur bedoelen we hier een geheel van waarden, normen en gewoonten (cultuur met de kleine “c”), zonder dit vast te hangen aan eventuele specifieke kunstuitingen (cultuur met de grote “C”). Daarin valt o.m. op dat Zigeuners en Voyageurs zichzelf ervaren als een zelfstandig volk (intern verdeeld zoals zovele volkeren) dat leeft en ontwikkelt binnen, maar los van, de meerderheidscultuur rondom hen. Met deze meerderheidscultuur hebben zij een pragmatische overlevingsrelatie: uitwisselen van goederen en diensten. De basis van die relatie is economisch. Dit weerspiegelt zich doorheen elk contact tussen de burger- en nomadencultuur. Ook een woonwagenwerk is voor hen op de eerste plaats een hulpmiddel om te overleven. Hetzelfde geldt voor onderwijs, arbeid, gezondheid, welzijnsvoorzieningen ... Zij nemen ervan wat nodig is maar slechts in zoverre het past binnen hun cultuur: zij blijven steeds alert dat die voorzieningen geen burgers van hen zouden maken.
Binnen deze context kunnen we enkele typerende kentrekken van de nomadische cultuur in kaart brengen. Het betreft echte categorieën die onderling zo verweven zijn, dat de opsplitsing kunstmatig kan overkomen, het komt echter wel de duidelijkheid ten goede.

 

Wij en zij

De nomadische maatschappij is gestructureerd via "clans": een uitgebreide familieband, waarin ook niet-bloedverwanten kunnen opgenomen zijn. In deze cultuur valt het onderscheid tussen wij (Zigeuners, Voyageurs) en zij (de burgers) het meest op. Deze scheiding is vooral gevoelsmatig en dus zodanig diep dat we kunnen stellen dat Voyageurs en Zigeuners hun etnische identiteit definiëren als “verschillend zijn van de burger”.

Het resultaat is een fundamenteel wantrouwen tegenover alles wat uit de burgerwereld komt. Deze buitenwereld wordt ook beschouwd als “onrein”: het soms grote verschil in regels rond voedselbereiding, persoonlijke en huishoudelijke hygiëne bepalen het gevoel van afstand tussen Voyageurs en Zigeuners en burgers en ook tussen de Voyageurs en Zigeuners onderling.

 

Hier en nu

Vanuit een levenswijze waarvan rondtrekken een essentieel deel uitmaakte is een ongebondenheid aan tijd en ruimte een logisch gevolg. Zij leven in een eeuwigdurend nu. Er wordt dus weinig gepland op lange termijn. Hun leven, werken en wonen vormen een eenheid. Vandaar dat de opdeling van de levenssferen in de burgermaatschappij (school, werk, thuis, ontspanning, godsdienst) weinig aansluiting vindt in hun denkwereld.
Hun groot vertrouwen in "Geluk hebben" past ook in dit kader. Bijv. op het vlak van gezondheid zal men er sterk op vertrouwen het geluk te hebben van gezond te blijven, terwijl preventieve zorgen minder aandacht krijgen.

 

Flexibiliteit

De man in het gezin heeft als opdracht ten allen tijde in te staan voor het onderhoud van zijn gezin. De fierheid van Voyageurs en Zigeuners is hun all-round vakmanschap. Als een beroep vandaag niet meer loont schakelen ze morgen over op een ander (tweedehandsauto's, schroot, ambulante handel ...). Het blijkt tot de eigenheid van de Zigeunercultuur te horen dat zij zich nestelen in de zgn. niches van de economie. "Werken gaan" zoals bij de burgers trekt hen hoegenaamd niet aan. De zelfstandige arbeid staat hoog in hun vaandel.

 

Egalitaire structuren

Binnen de gemeenschappen van Voyageurs en Zigeuners herkennen we geen politieke verantwoordelijken. Enkel binnen het gezinsverband ((over)grootouders, kinderen, kleinkinderen) bestaat er een zekere hiërarchie gebaseerd op respect voor de ouderen. In vrouwenzaken (opvoeding, huishouden, gezondheid …) blijkt deze hiërarchie sterker dan in mannenzaken (economie, beheer van een woonwagenterrein …). Dit compliceert heel vaak de relatie tussen bijvoorbeeld een gemeente en terreinbewoners.

 

Cultuur=Collectief

Belangrijk is hierbij te vermelden dat deze cultuurtrekken (met regionale nuances !) gedeeld worden door alle Voyageurs en Zigeuners ter wereld. Dit maar om duidelijk te stellen dat we hier te maken hebben met een verschijnsel dat kan bogen op een eeuwenlange traditie ondanks vervolging en een sterke geografische spreiding.

 

5. Marginalisering door de burgermaatschappij

 

In zijn doctoraatsthesis “Woonwagenbewoners, burgers is een risicomaatschappij. Van achterhoede tot voorhoede in het minderhedenbeleid” beschrijft Sjaak Khonraad op welke manier de zgn. “halfmoderne risicomaatschappij” haar eigen marginale groepen creëert: door het voeren van een beleid dat vertrekt vanuit de logica van beheersing van de burger gaat het voorbij aan de nood van die burger. Dit heeft als gevolg dat steeds meer burgers deze beheersing proberen te ontduiken en zich terugtrekken in sub- of tegenculturen die steeds verder afdrijven van de samenleving. Khonraad besluit dat de overheden en haar ambtenaren dringend toe zijn aan een koerswijziging en opnieuw via een vraaggericht beleid aansluiting moeten zoeken met deze “staatsverlaters”.

Reeds enkele decennia ontwikkelt het departement Criminologie van de KULeuven de theorie van de maatschappelijke kwetsbaarheid. Daarin wordt verklaard hoe personen en groepen, die niet voldoen aan de algemeen geldende (middenklasse-) normen, systematisch worden achtergesteld. Dit mechanisme is een samenspel van culturele en structurele factoren. De culturele component bestaat dan uit waarden, aspiraties, opvoedingsmodel e.d. De structurele factoren slaan o.m. op inkomen, huisvesting, beroepsniveau.

Deze groepen, die cultureel niet gewaardeerd worden, komen vooral in aanraking met de sanctionerende kanten van de maatschappelijke instellingen. Hoewel deze instellingen bedoeld waren om de kansen op welzijn van alle burgers te verhogen. De mensen met een lage sociaal-economische status krijgen echter minder bindingen met (belangrijke personen in) deze instellingen. De wetmatigheid hierbij is dat hoe minder bindingen iemand aangaat met de maatschappij hoe meer kans die persoon loopt om probleemgedrag te ontwikkelen. Anderzijds: hoe meer maatschappelijke bindingen een persoon aangaat hoe minder kans er blijkt te zijn op probleemgedrag.

Doorheen een voortgezette kwetsing gaan personen en groepen meer en meer hun heil zoeken in nieuwe referentiegroepen. Binnen deze groepen vormt zich de anticultuur die zeer verschillende vormen kan aannemen: berusten, provoceren e.d.

Bij de Voyageurs en Zigeuners in Vlaanderen zijn deze observaties zeker herkenbaar: zij hebben een cultuur die van generatie op generatie de afstand tot de burgerwereld cultiveert. We zien bijvoorbeeld dat ook Voyageurskleuters deze afstand onderhouden.

 

Uit beide theorieën trekt het woonwagenwerk de conclusie dat het een centrale rol te spelen heeft in het (terug) opbouwen van positieve banden tussen de moeilijkst bereikbare doelgroepen en de samenleving.

Dit dient te gebeuren via individuele contacten in het basiswerk, om van daaruit de focus te richten op het beleid, en wel op die domeinen waar de contacten tussen de Voyageurs en Zigeuners en de burgermaatschappij het meest bedreigd zijn:

Huisvesting
Omdat wonen in een wagen nog steeds niet aanvaard wordt als een reguliere woonvorm dienen Voyageurs en Zigeuners zich tevreden te stellen met illegale standplaatsen, legale standplaatsen ver van de bewoonde wereld, of met huizen waarin ze tegen hun cultuur in hun intrek moeten nemen.

Roma in een precaire verblijfssituatie wonen al te vaak in haast onbewoonbare huizen, en krijgen geen toegang tot de sociale huisvesting.

Onderwijs
Dit is het eerste burgerinstituut waar kinderen van Voyageurs en Zigeuners in intensief contact komen met burgerkinderen en leerkrachten. Indien we erin slagen om in het onderwijs een eerste positieve relatie op te bouwen, dan hebben we de eerste voorwaarde geschapen voor een verdere positieve ontwikkeling.

Tewerkstelling.
Dit is de meeste harde kern in de weerstand tegen integratie. Werken gebeurt onder gezag van de burger en een belangrijk deel van de opbrengsten moeten terug afgestaan worden aan de burgermaatschappij. Twee hoge drempels voor Voyageurs en Zigeuners.

 

6. Emancipatie


Tegenover deze achterstelling van de nomadische cultuur vereist het werk met Voyageurs en Zigeuners een fundamentele noodzaak aan emancipatie.
Wij zijn er ons van bewust dat emancipatie een opdracht is voor de belanghebbende op de eerste plaats. Wij ondernemen daarom zoveel mogelijk initiatieven die steunen op vragen vanuit de doelgroepen.
Daarnaast ontwikkelen we een aanbod op eigen initiatief. Dit aanbod kadert in onze bemiddelingsopdracht tussen twee culturen die vaak tegenover elkaar staan met een muur van wantrouwen, onbekendheid en onbegrip tussen beide. Het eigen aanbod van het woonwagenwerk is echter steeds gebaseerd op een streven naar een verhoging van kansen tot emancipatie: vanuit een keuze voor de woonwagenbewoners, ondanks alles.

 

De contacten die Voyageurs en Zigeuners met de maatschappij onderhouden verlopen via enkele vaste figuren uit de burgermaatschappij: geestelijken, herbergiers of andere welwillende centrale figuren. Het is deze traditionele spontane “bemiddeling” die onze moderne maatschappij op een professionele manier dient op te nemen in haar sociale voorzieningen. Zo kan ze de precaire band tussen de twee culturen niet alleen in stand houden maar ook doelgericht verbeteren. De deskundigheid van de begeleiders van Voyageurs en Zigeuners bestaat daarom slechts doorheen hun persoonlijk contact met de doelgroepleden.

 

Bemiddelen gebeurt vanuit een vertrouwensrelatie. Die is gebaseerd op het persoonlijk contact tussen bemiddelaar en doelgroep: het basiswerk. Voyageurs en Zigeuners hebben recht op stabiele bemiddelaars die voldoende tijd hebben om deze relatie op te bouwen en in stand te houden. Dat ze oplossingen kunnen aanbrengen in kleine maar ook in grote problemen. Dat ze een klankbord zijn, ook voor dingen waarvoor Voyageurs en Zigeuners binnen hun groep niet terecht kunnen, dat ze discreet zijn, zowel naar de buitenwereld als naar de binnenwereld en dat ze respect opbrengen voor de normen, waarden en gewoonten van hun doelgroepen.

Begeleiders van Voyageurs en Zigeuners ontwerpen zich een referentiekader waarbinnen ze hun doelgroepleden kunnen begrijpen. Dit kader stellen ze bij via hun praktijk, via studie en via overleg met hun collega’s (professionelen en vrijwilligers, binnen en buiten het Vlaams Minderhedencentrum).

 

Het bevat vijf functies

- De beide culturen over elkaar informeren.

- Duiden: voorstellen en noden van de Voyageurs en Zigeuners omzetten in begrijpelijke taal voor de burgermaatschappij (diensten en beleidsverantwoordelijken) en omgekeerd

- Signaleren en adviseren aan de burgermaatschappij en aan de Voyageurs en Zigeuners op basis van hun kennis van-binnenuit van beide culturen. Zij hoeven daarbij niet alles goed te keuren en te verdedigen.

- Woordvoerders van de Voyageurs en Zigeuners versterken.

 

Het vertrekt vanuit de doelgroepen in hun relatie met de maatschappij en niet vanuit thema’s. Vandaar dat de begeleiders van Voyageurs en Zigeuners hun job dienen te doen op zoveel mogelijk beleidsdomeinen (wonen, sociale administratie, onderwijs, arbeid, gezondheid, onthaal, opvang…) en hoofdzakelijk volgens twee methodieken: ombudsfunctie en opbouwwerk. Beide methodieken zijn door hun aard zelf rechtstreeks betrokken met de doelgroep.

 

Het ombudswerk betreft vastgelopen situaties waarbij de rechthebbende bij alle andere diensten voor een gesloten deur staat. De begeleiders moeten deblokkeren: op zoek gaan naar een dienst die gemotiveerd is de zaak van nabij op te volgen en erop toe te zien dat de rechthebbende niet opnieuw in de steek gelaten wordt. Op die manier geeft de begeleider de aanzet naar een inclusief beleid voor Voyageurs en Zigeuners. Ombudswerk, die naam waardig, zal dus steeds vermijden aparte circuits te creëren voor Voyageurs en Zigeuners.

Begeleiders moeten voortdurend op hun hoede zijn om zich niet te laten “gebruiken” door doelgroepleden: nl. klusjes voor hen opknappen die ze evengoed (en soms beter) zelf kunnen doen.

Met Voyageurs en Zigeuners bereik je slechts resultaten als je vindplaatsgericht gaat werken. Wie niet naar hen toe gaat zal geen contact met hen kunnen houden. Hiermee bedoelen we niet alleen de noodzaak van huisbezoeken maar ook van een culturele toenadering.

Zulk ombudswerk is de onmisbare basis voor opbouwwerk met Voyageurs en Zigeuners.

 

Opbouwwerk bevat de stappen (hoe klein ook) die de begeleiders samen met doelgroepleden zetten om achterstelling vanuit de burgermaatschappij aan te pakken. Daarbij is het van minder belang of die betrokken doelgroepleden behoren tot een “organisatie”. Essentieel is dat de Voyageurs en Zigeuners hun stem kunnen laten horen wanneer zij dat noodzakelijk vinden. Het opbouwwerk met Voyageurs en Zigeuners verloopt meestal met kleinere, vaak familiegebonden, belangengroepen. De begeleider ondersteunt en versterkt deze groepen zodat ze voor hun eigen belang, en misschien voor dat van anderen, kunnen opkomen. Begeleiders van Voyageurs en Zigeuners zijn geen vertegenwoordigers van hun doelgroep. Dat komt alleen de doelgroep zelf toe. Begeleiders mogen de mensen niet betuttelen. Ze moeten een evolutie creëren naar steeds meer zelfstandigheid. Hun deskundigheid bestaat er onder meer in dat zij zelf moeten beslissen wanneer zij samen met doelgroepleden naar beleidsmakers stappen en wanneer zij dat apart doen. Hun verantwoordelijkheid daarbij is om bij deze beoordeling steeds de band met hun doelgroepleden te bewaren, wat er ook mag gebeurd zijn.

Ook al verloopt het opbouwwerk met Voyageurs en Zigeuners via langlopende en integrale relaties, het blijft noodzakelijk dat begeleiders zich tussendoelen stellen die op afzienbare termijn te halen zijn.

 

Een begeleider van Voyageurs en Zigeuners is binnen de groepen bekend als de vertrouwenspersoon, als iemand die aanspreekbaar is als er iets scheef zit. Zodra hij van verschillende mensen een gelijkaardig probleem verneemt kan hij vrij vlot optreden als verbindingspersoon tussen die individuen om samen zich te wenden tot de maatschappelijke instellingen waar ze problemen mee hebben.

 

Werk met Voyageurs en Zigeuners respecteert en promoveert de culturele identiteit.

 

 

 

Missie

Werken met Voyageurs en Zigeuners is erop gericht dat zij als volwaardige partners
de evolutie van de maatschappij mede in handen nemen.

 

 

 

 

 

 


 

omgevingsanalyse

 

per beleidsdomein

 

 

 

 

 


1. Wonen

 

Deelmissie

De wooncultuur van de Voyageurs en Zigeuners dient een volwaardige plaats te hebben
in het woonbeleid.

 

 

1.1 Situatieanalyse

 

Een woonwagen is door de Vlaamse regering erkend als een volwaardige woonvorm (beslissing   VLR d.d. 11.05.01).  Toch zijn er (nog) geen doortrekkersterreinen en kan meer dan de helft van de woonwagenbewoners, een vierhonderd gezinnen,  niet terecht op een erkend residentieel woonwagenterrein. Nieuwe initiatieven stuiten op tegenstand en komen moeizaam van de grond.

 

Vlaanderen telt 400 standplaatsen op 27 gemeentelijke residentiële woonwagenterrein. Op de meeste woonwagenterreinen wonen de gezinnen in een residentiële woonwagen. Sommige woonwagens evolueren naar een chaletwoning.

 

Woonwagengezinnen die niet terecht kunnen op een gemeentelijk residentieel woonwagenterrein, hebben zich geïnstalleerd op een eigen of gehuurd perceel grond. Omdat hen meestal een bouwvergunning wordt geweigerd, riskeren zij een rechterlijk bevel tot uitdrijving en krijgt een aantal van hen ook geen aansluiting op water en elektriciteit. Door de toepassing van de dwangsom riskeren woonwagenbewoners hoogoplopende boetes of worden gedwongen voortdurend rond te zwerven. Een groot aantal gezinnen die sociaal en cultureel behoren tot de woonwagenbevolking woont, al dan niet gedwongen, in huizen. Het zijn overwegend oncomfortabele woningen van slechte kwaliteit.

 

Naast de residentiële terreinen zijn pleisterplaatsen en doortrekkersterreinen noodzakelijk. Doortrekkersterreinen zijn terreinen die speciaal voor rondtrekkenden zijn aangelegd en beheerd. Pleisterplaatsen zijn terreinen die voor andere doeleinden zijn aangelegd (bijv. als parking bij een domein) doch waarop doortrekkenden tijdelijk kunnen verblijven.Er trekken jaarlijks ongeveer 1.000 gezinnen rond in Vlaanderen, vooral buitenlandse zigeuners en de 150 Belgische Rom-gezinnen. In Vlaanderen zijn er geen doortrekkersterreinen. Rondtrekkende woonwagenbewoners komen daardoor voortdurend in conflict met de gemeentelijke overheden. Slechts enkele gemeenten hebben een voorlopige regeling rond opvang van doortrekkers op pleisterplaatsen. Momenteel denkt een vijftal gemeenten aan de inplanting van  een doortrekkersterrein

 

De Vlaamse overheid heeft richtlijnen uitgewerkt rond de inplanting, de inrichting, het beheer en de kostprijs van een woonwagenterrein. De Vlaamse overheid   werkt  aan een planmatige aanpak om voldoende en duurzame woonwagenterreinen te realiseren. Zij overlegt hierover met de provinciebesturen. Uit de erkenning van de woonwagen als een volwaardige woning volgt dat onderzocht wordt hoe het concept woonwagenterreinen geïntegreerd kan worden in de wooncode. De Vlaamse overheid verleent een toelage à rato van 90% van de kosten  aan provinciale en lokale besturen, de Vlaamse Gemeenschapscommissie in Brussel en aan sociale huisvestingsmaatschappijen voor het aanleggen, inrichten en/of uitbreiden van residentiële woonwagenterreinen.

 

In het kader van het minderhedenbeleid en de provinciale ruimtelijke structuurplannen neemt een aantal provincies initiatieven tot overleg met de  gemeenten voor de aanleg van doortrekkersterreinen en residentiële woonwagenterreinen.

 

Een specifiek probleem voor rondtrekkende woonwagenbewoners is dat zij niet kunnen gedomicilieerd worden op hun verblijfplaats, maar kunnen beschikken over een referentieadres . Enkel adressen van natuurlijke personen mogen gebruikt worden. Bevolkingsdiensten werken niet altijd mee bij een domiciliering op een referentieadres. 

 

 

Lijst van residentiële woonwagenterreinen  in Vlaanderen

(d.d. 2001)

 

Gemeente                 Locatie              Aantal standplaatsen

Aalst                         Hofstade                          13

                                Bleekveld                              15
Aarschot                   Ourodenberg                         11

Antwerpen                 Deurne                                    24
Antwerpen                 Wilrijk                                    14
As                                                                                           6
Bilzen                                                                                      2
Diest                                                                                       5
Genk                          Waterschei                           52
Gent                                                                                       12
Grobbendonk                                                                      10
Ham                           Kwaadmechelen    7
Hasselt                        Kiewit                                     8
Hasselt                        Kuringen                              18

Heist o/d Berg             Booischot                             10
Herentals                                                                              16

Leuven                                                                                  26
Maaseik                      Wurfeld                  24
Maasmechelen             Eisden                                     26
Mechelen                                                                              20
Mortsel                                                                                 26
Oud-Turnhout                                                                     8
Puurs                                                                                      5
Rotselaar                    Werchter                                 7
St-Jans-Molenbeek                                                             6

St Katelijne Waver                                                    12
St-Truiden                                                                            18
Wetteren                                                                               15
                                                                                         416

 



 

 

1.2 Moeilijkheden en mogelijkheden

 

De participatie van woonwagenbewoners in de overlegstructuren blijft een moeilijke aangelegenheid. De “afgevaardigden” lopen immers kans door hun achterban verantwoordelijk gehouden teworden voor de genomen beslissingen.

Daarom verkiezen we eerder een systeem van hoorzittingen waarop alle betrokkenen uitgenodigd worden en waar ze op hun eigen manier hun inbreng kunnen doen.De resultaten van deze zittingen kunnen dan door afgevaardigden en/of een basiswerk(st)er overgebracht worden.

In Limburg is zulk een “volgcomité” van start gegaan. Het brengt twee maal per jaar de geïnteresseerde Voyageurs en Zigeuners bijeen om de beleidsevoluties op te volgen en vooral impulsen te geven.

 

Ondanks het project van de Vlaamse Regering "Voldoende duurzame en aangepaste woonwagenterreinen aanleggen" uitgaande van de Intersectoriële Commissie Etnisch-culturele Minderheden werden er in de geplande periode slechts een twintigtal bijkomende standplaatsen geschapen. Het voornemen was om er enkele honderden te creëren. Het budget voor aanleg en verbetering van woonwagenterreinen werd bijna uitsluitend gebruikt ter sanering van bestaande terreinen.

Geen enkel doortrekkersterrein noch pleisterplaats werd aangelegd. Enkel Antwerpen beschikt over en min of meer geregelde pleisterplaats.

De Provinciale Woonwagencommissies, opgestart vóór de verkiezingen van 1999 leiden momenteel een zieltogend bestaan. Dit is te wijten aan de beperkte zeggingsmacht van Provincies over gemeenten en aan de moeilijke toewijzing van de bevoegdheid over woonwagenterreinen binnen de taakverdeling van de Bestendige Deputaties.

 

In Brussel hebben we min of meer een patstelling. Hier is de evolutie nog ingewikkelder wegens de verschillende beleidsniveaus en taalgebonden belangen. Als eerste stap heeft de cel een vzw opgericht met de Manoesjen van Anderlecht om als groep bij het gemeentebestuur te ijveren voor een legaal terrein en dat achteraf  zelf te beheren.

 

In de steden en gemeenten met een groter woonwagenterrein is men overgegaan tot de aanstelling van toezichters: Antwerpen, Genk, Hasselt, Leuven, Mechelen, Mortsel. Hun rol is nog niet volledig uitgeklaard. M.n. de relatie tussen het repressieve (toezicht op naleving van het reglement) en het ondersteunende (socio-culturele activiteiten, opbouwwerk) zorgt geregeld voor rolconflicten. Soms mondt dit uit in een sterke investering in personeel ( Leuven) soms in de opschorting van de functie (Genk).

 

1.3 Tendenzen

 

Naast de vraag naar woonwagenterreinen blijkt er een groeiende interesse voor de aanleg van familiale bungalowparkjes in de omgeving van woonwijken.

De Vlaamse regering heeft een sterke impuls gegeven aan provincies en gemeenten tot het aanleggen van bijkomende residentiële en doortrekkersterreinen. Dit dient een aanknopingspunt te worden om de ondergeschikte besturen in samenwerking me de Voyageurs en Zigeuners te bewegen tot een daadwerkelijke inplanting van zulke woonvormen. Gezien ook de sociale bouwmaatschappijen kunnen aanspraak maken op de 90% betoelaging dienen deze betrokken te worden in de realisatie van dit plan.

 

De trek naar de huizen blijft herkenbaar. Het aantel bewoners van wagens neemt af. Anderzijds blijven huisbewoners vaak verlangen naar een klein terrein om (terug) in een wagen te kunnen gaan wonen.

 

Het systeem van referentieadressen komt onder druk. Volgens de huidige wetgeving kan dit enkel bij natuurlijke personen. De meeste huidige referentieadresgevers worden stilaan een dagje ouder en geven hun taken meer en meer door aan de cellen. Via het Federale Parlement heeft het Vlaams Minderhedencentrum een wetsvoorstel neergelegd om het referentieadres ook mogelijk te maken bij door de Minister van Binnenlandse Zaken te erkennen rechtspersonen.
Daarenboven volgen de gemeenten hun inwoners met een referentieadres te weinig op zodat er nog steeds Voyageurs en Zigeuners die een erkende standplaats bewonen op een legaal woonwagenterrein ingeschreven blijven op een referentieadres, hoewel dit na 6 maanden vaste woonst niet meer zou mogen.

 

Het openstellen van de binnengrenzen in de Europese Unie heeft er ook blijkbaar toe geleid dat de Zigeuners uit de buurlanden vaker en langer in ons land vertoeven, vooral in de zomermaanden maar meer en meer ook daarbuiten. Het zet de Vlaamse en Brusselse steden en gemeenten extra onder druk om gereglementeerde doortrekkersterreinen aan te leggen.

 

 


2. Basiswerk - Opbouwwerk

 

2.1 Basiswerk

 

Deelmissie

De dialoog tussen de Voyageurs en Zigeuners  en de samenleving moet op gang
gebracht en gehouden worden, zodat Voyageurs en Zigeuners
en de direct betrokkenen uit de samenleving in hun relatie met elkaar
erkenning en begrip opbrengen voor de wederzijdse
achtergronden en problemen.

 

 

2.1.1 Situatieanalyse

 

Vermits de Voyageurs en de Zigeuners de maatschappij beleven in een tweedeling tussen ‘wij’ (= de mensen van de wagens) en ‘zij’ (= de burgers) ligt het voor de hand dat de instellingen van de burgermaatschappij weinig aantrekkingskracht op hen uitoefenen. Zij zullen er zich wel toe wenden als het hen een direct en voelbaar voordeel biedt (bv. een vervangingsinkomen).
We moeten echter vaststellen dat deze diensten en hun beambten dikwijls niet voldoende vertrouwd zijn met de woonwagenbewoners. Hierdoor kunnen ze een afwijzende, controlerende of bevoogdende houding aannemen die onze doelgroep al te vaak doet afknappen.
Dit negatief gevoel wordt bij de Voyageurs en Zigeuners nog versterkt door hun nog hoge graad van analfabetisme en het niet vertrouwd zijn met de ingewikkelde formulieren, procedures en reglementen.

In regio’s waar het woonwagenwerk langer actief is komen deze problemen minder voor.

 

Cellen woonwagenwerk brengen systematisch doelgroepleden en diensten met elkaar in contact. Dit gebeurt binnen de zgn. ombudsfunctie. Hierin zijn meerdere centrale uitgangspunten van het eerstelijnswerk vervat:

de basiswerk(st)er staat expliciet open voor om het even welke vraag, het aanbod is globaal

de behandeling van een vraag gebeurt steeds door de betrokken reguliere diensten op te roepen, te ondersteunen en op te volgen. Deze opvolging kan juridische stappen inhouden tegen een dienst indien er sprake is van inbreuken op regelgeving.

De basiswerk(st)er treedt niet in de plaats van de rechthebbende noch in de plaats van de verantwoordelijke dienst: hij/zij is bemiddelaar, onderhandelaar.

 

Het woonwagenwerk wil als spreekbuis van de doelgroep optreden naar beleidsniveaus die door de doelgroep zelf niet bereikt worden: onderwijs, Kind&Gezin, beroepsopleidingen …

 

 


2.1.2 Tendenzen

 

We maken een onderscheid tussen eerstelijnswerk en basiswerk. Eerstelijnswerk wijst op het ombudswerk dat zoveel mogelijk wordt doorverwezen naar de reguliere eerstelijnsdiensten (OCMW, CAW…). Basiswerk is het persoonlijk contact dat noodzakelijk is voor het “resultaatgericht” werken met de doelgroepen. Dit kan bestaan uit bemiddelen tussen gezinnen/individuen en diensten/voorzieningen (school, OCMW, gemeentebestuur, allerhande kassen …). In dit basiswerk komen er dus ook “papieren” op tafel maar dat is niet de focus ervan.

- De toegang tot de Centra voor Algemeen Welzijnswerk, voor dit eerstelijnswerk, is nog steeds niet gerealiseerd. Toch blijft dit de betrachting van de cellen.

- Het bestaansminimum werd omgedoopt tot “leefloon” en is nu veel meer dan vroeger gekoppeld aan participatie aan het maatschappelijk leven. Dit past meer binnen onze visie dan het vroegere vaak quasi automatisch toekennen ervan.

-           Er komen voortdurend gemengde gezinnen tot stand van Belgische Roms met Slovaakse Romavrouwen. Dit brengt enorm veel problemen mee qua inschrijving van kinderen, bekomen van kinderbijslag ….
- We ontmoeten steeds meer ouders die verontrust zijn over het gebruik van hard drugs door vooral de jongere Voyageurs en Zigeuners.
- Het basiswerk met Roma is niet gecoördineerd en krijgt te weinig ondersteuning. Terwijl er  toch steeds meer diensten en medewerk(st)ers in geëngageerd zijn.

 

2.2 Opbouwwerk

 

Deelmissie

De Voyageurs en Zigeuners thema’s, methodieken en middelen aanreiken
om zich te organiseren tot  partners met wie het beleid rekening houdt

 

 

2.2.1 Situatieanalyse

 

Voyageurs en Zigeuners hebben een eigen cultuur: een geheel van waarden, normen en gewoonten dat nauw verwant is met hun manier van leven, wonen en werken.

De sterkte van deze cultuur zorgt ervoor dat woonwagenbewoners hun eigen aanpak hebben voor tewerkstelling, religie, vrije tijd, huwelijk e.d.
Deze cultuur geniet echter een lage maatschappelijke waardering. Hierdoor worden Zigeuners en Voyageurs maatschappelijk kwetsbaar, en vandaar al te vaak uitgesloten. Het ligt dus voor de hand dat het bestaande socio-culturele leven geen aantrekkingskracht uitoefent op onze doelgroep. Zij hebben eerder nood aan waardering van hun eigen cultuur dan aan deelname aan activiteiten waar ze het gevoel hebben op te gaan in een anonieme groep.

Hun egalitaire interne structuur is er de oorzaak van de “zelf”-organisaties niet tot stand komen: een organisatie veronderstelt een hiërarchie en dit is binnen de gemeenschappen van Voyageurs en Zigeuners enkel via familiale banden voorhanden.
Vanuit een traditie binnen het woonwagenwerk uit katholieke hoek bestaan er bedevaarten waar zigeuners en/of voyageurs elkaar treffen. Daarnaast kennen we regelmatige samenkomsten van zigeunergroepen, georganiseerd door predikers van niet-katholieke christelijke stromingen.
De eigen identiteit, die de Voyageurs, Manoesjen en Roms effectief putten uit hun groepscultuur is een belangrijke hefboom voor emancipatie. Hun interne, zeer efficiënte, verbale communicatiekanalen zorgen daarenboven voor een, vaak onvermoede, verspreiding van initiatieven, vormingssessies e.d.
Doordat onze samenleving echter slechts een socio-cultureel aanbod voorziet waarin Voyageurs en Zigeuners zich nauwelijks herkennen, dreigen grote groepen onder hen volledig zonder groepsvorming te vallen.

 

2.2.2 Tendenzen.

 

-  Opbouwwerk krijgt een vaste stek binnen het bemiddelingswerk van de basiswerk(st)ers. Deze term valt niet volledig samen met de omschrijving zoals ze geldt binnen het decreet op het opbouwwerk: het woonwagenwerk richt zich specifiek op Voyageurs en Zigeuners, is niet regiogebonden en dient vele jaren na elkaar met dezelfde groepen actief te zijn om resultaatgericht te kunnen werken. Het opbouwwerk is gericht op structurele verbeteringen in de maatschappij en heeft de versterking van de doelgroepen als grondslag.

- Het Feest voor de Mensen van de Reis, jaarlijks georganiseerd binnen de Interregprojecten in Oost- West- en Zeeuws-Vlaanderen hebben ver buiten deze grenzen weerklank. Qua gemeenschapsvorming is het een belangrijk moment in het jaar. Het biedt tevens aan de regioverantwoordelijken de gelegenheid om de Voyageurs en Zigeuners uit huizen eens extra te ontmoeten.

- Het Openluchtmuseum van Bokrijk heeft twee antieke woonwagens aanvaard van het Vlaams Centrum Woonwagenwerk. Zij plannen deze wagens in te schakelen in een speciaal evenement vanaf 2004. Het ECR (Europees centrum voor restauratie) werkt eveneens aan een project met antieke woonwagens.

- Het doelgroeptijdschrift “de Trekhaak” wordt op 1.400 exemplaren gratis verspreid bij de Nederlandstalige Voyageurs en Zigeuners. Deze uitgave is verdergezet door het Vlaams Minderhedencentrum en de respons bij de Voyageurs en Zigeuners is constant.

- De basiswerk(st)ers hebben een goede samenwerking opgebouwd met de informele sleutelfiguren uit de gemeenschappen van Voyageurs en Zigeuners. Dit vergemakkelijkt de communicatie en verstevigt hun positie als intercultureel onderhandelaar. Steeds vaker worden deze sleutelfiguren aangesproken om hun mening te uiten tegenover beleidsverantwoordelijken. Door de uiterst minieme resultaten die zulk overleg vaak oplevert, haken deze sleutelfiguren echter gemakkelijk weer af.

De werkvorm van “volgcomités” (zie 1.1) past in dit opzet.

- Vlaanderen bengelt aan de staart van Europa wat betreft de organisatie van de Voyageurs en Zigeuners. Hoe moeilijk dit ook is binnen de cultuur van deze groepen, door een volgehouden inspanning vanuit begeleidende diensten en vanuit de Voyageurs en Zigeunergemeenschappen bestaan in alle landen organisaties die minstens ten dele de collectieve belangen van de doelgroepen kunnen verwoorden.

- De Roma hebben uit hun land van herkomst een cultuur van zelforganisatie meegebracht. Dit zetten zij ook hier verder.

- Een poging om alle subgroepen te verenigen in een Romani Federacia is stukgelopen op onderlinge belangenverschillen en persoonlijke rivaliteiten.

 


3. Onderwijs

 

 

Deelmissie

Voorkomen en opheffen van maatschappelijke kwetsing in het onderwijs
zodat alle kinderen van Voyageurs en Zigeuners in Vlaanderen en Brussel
onderwijs krijgen dat aangepast is aan hun capaciteiten
en aan hun ervaringswereld.

 

 

 

3.1 Situatieanalyse.

Het Vlaamse onderwijssysteem schept niet alleen voor de Voyageurs- en Zigeunerkinderen moeilijkheden. Ook vanuit de hoek van migranten, vluchtelingen, vierde wereld e.d. worden met de regelmaat van een klok alarmkreten geslaakt over het gebrek aan flexibiliteit, de selectiesfeer, de overheersing van de middenklasnormen, de voorrang die te vaak gegeven wordt aan economische boven humanitaire overwegingen enz.
Ondanks de inspanningen van vele geëngageerde leerkrachten worden wij toch steeds weer gesterkt in onze overtuiging dat ons onderwijssysteem er vooralsnog niet in slaagt om de moeilijker leerling op te krikken.
Hoewel de schooldeelname van de Voyageurs- en Zigeunerkinderen toeneemt, blijkt de kwaliteit van het gevolgde onderwijs niet in evenredige mate toe te nemen. Nog te vaak zien we dat deze kinderen zwakke resultaten halen op school en dat zij problemen cumuleren. Hun oorspronkelijke achterstand bij de instap in het onderwijs lijkt een kloof te blijven.

 

3.1.1 Socio - culturele drempels

 

Vele woonwagenouders hebben een beperkte schoolervaring en een negatief schoolbeeld . Bovendien had onderwijs weinig relevantie voor de rondtrekkende woonwagenbewoners, zij konden overleven zonder schoolse vaardigheden. Echter in de steeds complexer wordende maatschappij ontstaat een nood aan betere scholing.
De kinderen van nu krijgen de kans om regelmatig naar school te gaan, maar toch blijven ouders vrezen dat hun kinderen van hen vervreemden onder invloed van het onderwijs.
Het kind staat dus vaak alleen om zich te positioneren tussen thuis- en schoolmilieu.

Woonwagenkinderen komen bij hun instap in het onderwijs in een vreemde wereld terecht: wat men op school belangrijk vindt staat vaak haaks op wat het kind in zijn thuismilieu als belangrijk ervaart.
- Zij leven erg gebonden aan het hier en nu, er is voor hen weinig toekomstperspectief of planning in het leven.
- De opleiding van de kinderen en jongeren moet een praktische opleiding zijn (lezen, schrijven, rekenen), abstracte doelstellingen zoals zelfontplooiing of algemene ontwikkeling zijn voor hen geen reden om naar school te gaan.


Bij de Roms komt deze tegenstelling nog scherper naar voor.
Voor de Romkinderen op school stelt zich dus een waar integratieprobleem.
De organisatie van ons onderwijssysteem stemt niet overeen met hun (nomadische) levenswijze. In onze maatschappij is onderwijs een gesedentariseerd gebeuren, in een bepaald gebouw en gedurende een afgebakende periode.
Tenslotte stelt zich nog een taalprobleem, zeker voor de zigeunerkinderen voor wie het onderwijs in het Nederlands, onderwijs in een tweede of zelfs derde taal betekent. Maar ook bij Nederlandstalige Voyageurskinderen speelt een taalprobleem gezien hun beperkte woordenschat en begrippenvoorraad.

 

3.1.2 Psycho - pedagogische drempels

 

Woonwagenbewoners hebben een waardenbeleving, vaardigheden en aspiraties voor de toekomst anders ingevuld en dit is niet onderwijsgericht.
- Het woonwagenkind krijgt bv. al heel vroeg stimuli tot het ontwikkelen van de grove motoriek
(lopen, in bomen klimmen en fietsen ).
- Het kind heeft een haast onbeperkte bewegingsvrijheid.
- Het kan op elk moment zijn activiteiten zelf kiezen.
- Zelden is er speelgoed, teken- of knutselmateriaal aanwezig waarmee de fijne motoriek ontwikkeld kan worden.
- Woonwagenkinderen leven zoals hun ouders in het nu. Deze ruimte- en tijdsbeleving staat haaks op de gestructureerde schoolorganisatie.
- Beloning en straf zijn voor woonwagenkinderen sterk momentgebonden; wat vandaag is toegelaten, is morgen misschien verboden. Dat de regels van vandaag ook morgen nog gelden is voor hen niet evident.
- Het kind volgt het ritme en de leefgewoonten van de volwassenen. Dit kan tot gevolg hebben dat woonwagenkinderen het moeilijk hebben met gezag op school.

 

3.1.3 Continuïteit van onderwijs

 

De Voyageurs hebben zich in de loop der tijd gesedentariseerd. Sindsdien voldoen haast al hun kinderen aan de leerplicht, zelfs deelname aan het kleuteronderwijs is voor deze groep een gegevenheid. Uit onderzoek in 1993 bleek dat 94,6% van de voyageurskinderen voldoet aan de leerplicht, zij het dat slechts 80,3% van de kinderen meer dan 4 dagen per week naar school gaat. Dit lage cijfer is te verklaren door de woensdagafwezigheden (een halve dag loont de moeite niet) en het veelvuldig absenteïsme in het secundair onderwijs.
Ook de Manoesjen hebben een zekere onderwijstraditie opgebouwd. Bijna 81% van de kinderen gaat naar school, slechts 67,8% neemt echter deel aan het secundair onderwijs. Een specifiek probleem dat zich bij deze groep stelt is het "schoolshoppen".
Het meest opvallende probleem met betrekking tot onderwijs stelt zich bij de Roms. De meesten onder hen zijn vrij mobiel en hadden tot voor kort geen enkele onderwijservaring. Uit bovenvermeld onderzoek bleek dat slechts 18,8% van de leerplichtige Romkinderen naar school gaat (tussen de 40 en 100% van de schooldagen).
Het grootste probleem blijkt nog dat het onderwijs geen antwoord heeft op het rondtrekken, het leerproces wordt zondermeer voor kortere of langere tijd onderbroken. In elk geval is een sterk dynamische aanpak vereist voor deze kinderen.

Door het samenspel van de culturele en de psycho-pedagogische drempels worden vele van deze kinderen reeds op zeer jonge leeftijd schoolmoe. Kinderen zakken met het verloop van de tijd af naar steeds zwakkere richtingen of zelfs het buitengewoon onderwijs. Ze wisselen vaak van school en komen uiteindelijk in het deeltijds onderwijs terecht. Veel jongeren haken op termijn volledig af.

 

Enkele cijfers van 2001:

Van de Voyageurs en Zigeuners tussen 12 en 18 jaar gaat 58,7 % naar school.

Van de Voyageurs en Zigeuners tussen 6 en 12 jaar gaat 62,7 % naar school.

Van de Voyageurs en Zigeuners tussen 3 en 6 jaar gaat 73,6 % naar school.

 

3.1.4 Beeldvorming

 

Aan de Universiteit van Gent werd onderzoek ontwikkeld over beeldvorming.
Leerkrachten en directies ervaren een agressieve opstelling van Rom-, Manoesj- en Voyageurskinderen tegenover hun medeleerlingen. Het beeld dat men binnen de scholen heeft van deze kinderen en hun ouders hangt sterk samen met de maatschappelijke perceptie van deze bevolkingsgroep. De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat Manoesj-kinderen het minst beoordeeld worden vanuit een neerbuigende houding, zij lijken zich het meest te hebben aangepast aan de normen en regels van de school. Rom- en Voyageurskinderen daarentegen worden zeer sterk veroordeeld op basis van hun milieu: het voorkomen en het gedrag van de kinderen wordt sterk afgekeurd vanuit het eigen waardenkader van de leerkrachten.

Binnen de theorie van maatschappelijke kwetsbaarheid stelt men vast dat het vooral de culturele dimensie is die verklaart waarom Voyageurs- en Zigeunerkinderen onvoldoende voordeel halen uit het onderwijs.
Enerzijds maakt de culturele component dat de jongere de school minder kunnen aanwenden om de ongelijkheid te verminderen. Hij zal dus eigen oplossingsgedrag gaan ontwikkelen dat zijn maatschappelijke kwetsbaarheid juist bestendigt.
Anderzijds wordt de schoolkwetsbaarheid van de jongere meer beïnvloed door de houding van de leerkracht t.a.v. de culturele kenmerken (waarden, verwachtingen...) van het gezin dan door de structurele gezinskenmerken (inkomen, woonst). De cultuurverschillen tussen leerkrachten en ouders zijn bron van heel wat misverstanden die negatieve vooroordelen in stand houden en tot vicieuze cirkels leiden. Met als resultaat een verminderende maatschappelijke weerbaarheid van Voyageurs en Zigeuners.

 

3.1.5 Beleidsmaatregelen

 

Geïntegreerde opvang van kinderen van woonwagenbewoners en zigeuners in het basisonderwijs.
Sedert 1995 zijn in drie Vlaamse scholen projecten opgezet om de integratie van woonwagen- en zigeunerkinderen in het onderwijs te bevorderen. De projectscholen beschikken over twee projectleerkrachten (48 lesuren) en 100.000 fr. werkingstoelagen (bovenop de reguliere werkingstoelagen). Van deze maatregel hebben scholen in As, Brussel, Holsbeek, Leuven, Mortsel en Waterschei kunnen genieten. Deze projecten worden opgenomen in het gelijke kansen beleid dat van start gaat in 2002.
Deze projecten worden gefinancierd door het Ministerie van Onderwijs, het woonwagenwerk verzorgde de begeleiding en ondersteuning van de scholen tot in 2000.

 

 


3.2 Tendenzen.

 

- Om een onderwijswerking naar Voyageurs en Zigeuners op te zetten is een ernstige investering nodig in man/vrouwkracht. Het vergt immers intensieve contactnamen met de ouders, scholen en leerlingen om tot resultaten te komen. In dit proces is immers een versterking nodig van de pedagogische capaciteiten van de ouders, die hiervoor spontaan geen beroep doen op diensten uit de burgermaatschappij.

Dit is een te zware opdracht voor één basiswerk(st)er, die aandacht dient te besteden aan alle hier voorliggende beleidsdomeinen.

- De kennis over Voyageurs en Zigeuners in de teams van Centra voor Leerlingenbegeleiding en scholen is minimaal. De consequenties voor het klasgebeuren zijn dit nog in mindere mate. Door het grote personeelsverloop in de onderwijsvoorzieningen is de cumulatie van deskundigheid niet gegarandeerd.

Het boek van het Vlaams Minderhedencentrum “Tussen school en wagen” is op een 600-tal exemplaren verspreid en dient als basishandleiding voor personeel in het onderwijs.

- Meer en meer duikt het “afstandsonderwijs” op. Een groeiend aantal gezinnen tracht zich op die manier in orde te maken met de leerplicht, zonder hun kinderen naar school te hoeven sturen. Onze indruk is dat de kinderen echter bitter weinig opsteken met deze vorm van onderwijs, vooral omdat de ouders niet in staat zijn om hun kinderen daarbij te begeleiden.

- De onderwijsprojecten voor Rom-kinderen hebben ervoor gezorgd dat de grote meerderheid van deze kinderen momenteel het lager onderwijs volgt. Deelname aan het middelbaar is nog steeds zo goed als nihil.

- Vanuit deze projecten is een behoefte ontstaan naar een educatief systeem en didactisch materiaal voor onderwijs tijdens het trekseizoen. Een voorstel daartoe werd aan het Departement van Onderwijs overgemaakt, in de werkgroep “Trekkende Bevolking”. Hierin is een netwerk voorgesteld tussen scholen waar kinderen van de trekkende bevolking zijn ingeschreven. Deze scholen zijn ofwel “ankerscholen” ofwel “contactscholen”. De ankerschool neemt het kind op in een klas en volgt het hele leerproces gedurende het schooljaar. De contactschool onthaalt de kinderen die op reis zijn in samenspraak met de ankerschool. Een nieuw op te richten Steunpunt Onderwijs Trekkende Bevolking zou deze hele werkwijze praktisch en pedagogisch moeten ondersteunen. Dit aanbod is bedoeld om opgenomen te worden in het gelijke kansen beleid binnen onderwijs.

- We constateren nog altijd een groeiende schoolmoeheid, zeker vanaf het begin van het middelbaar onderwijs. Ook de ouders die wel graag willen dat hun kinderen school lopen slagen er al te vaak niet in hun kinderen blijvend te motiveren.

Opleidingsniveau van de meerderjarigen

                                               Gedeeltelijk             Volledig        Totaal    Procent

ASO                                                   5                 3                               8               2,38

Technisch Ondw                                5                 10                             15               4,46

Beroeps Ondw                                  7               11                             18               5,36

Deeltijds Beroeps Ondw.                   1                 11                             12               3,57

Lager Ondw.                                   23                 57                             80                 23,81

Buitengewoon Sec. Ondw.                 1                 0                               1               0,30

Buitengew. Lager Ondw.                   1                  3                                4                 1,19

Geen                                             154                                                 154          45,83

Onbekend                                              44                                             44                 13,10

 

TOTAAL                                          241          95                             336                                        

Volledig= voor lager onderwijs tot en met het 6de leerjaar, onafh. van de leeftijd

                    Voor middelbaar onderwijs tot aan de 18de verjaardag, onafh. van het behaalde diploma

 

Schooldeelname van de minderjarigen

                                                                                              In vergelijking met de leeftijdsgroep

                                                        Aantal     Procent                 Procent op school                 Procent in leeftijdscategorie

ASO                                                         2                 0,69

Technisch Ondw                                    9               3,09

Beroeps Ondw                                      11               3,78

Deeltijds Beroeps Ondw                        9                 3,09                       

Buitengew. Sec. Ondw                        9                 3,09                        13,73                                       23,40

Lager Ondw                                           75                 25,77

Buitegew. Lager Ondw                        9                 3,09                        28,86                                       46,00

Kleuterschool                                       28               9,62                           9,62                                         13,07

Geen                                                  132          45,36

Onbekend                                               7                 2,41

TOTAAL                                           192

 


4. Arbeid

 

 

Deelmissie

Alle Voyageurs en Zigeuners dienen een gemotiveerde keuze te kunnen maken
voor een lucratieve, maatschappelijk gewaardeerde arbeid,
aangepast aan hun cultuur en hun capaciteiten
en die keuze ook waar kunnen maken.

 

 

4.1 Situatieanalyse

 

Inkomen en beroepsstructuur van de woonwagenbevolking ouder dan 18 jaar (1993)
Zelfstandige arbeid     26,7 %
Loonarbeid                           14,7 %
Vervangingsinkomen        52,9 %
Ander inkomen                    05,7 %
(Deze cijfers gelden enkel voor de bevolking die effectief in wagens woont.)

 

Cijfers van 2001

 

Tewerkstelling meerderjarigen

 

                       Voltijds      Deeltijds       Totaal     Procent

Arbeider/ster informeel                                  2               3                                5                 1,44

Arbeider/ster formeel                    28               5                               33               9,48

Zelfstandige informeel                                43                 41                             84                 24,14

Zelfstandige formeel                    23               7                               30               8,62

Geen beroep                                     180                                     180          51,72

Studente                                                 0                 1                               1               0,29

Bediende                                                 1                 1                               2               0,57

Onbekend                                              13                                             13               3,74

TOTAAL                                          290          58                         348          (12 meerderjarigen hebben 2 jobs)

 

 


3. Inkomen van de meerderjarigen

 

Zelfstandig werk                              114                         

Geen inkomen                                                      77

Bestaansminimum/steun     OCMW                 54

Arbeider/ster-bediende                                                38

Pensioen                                                               34                            

Uitkeringsgerechtigd werkloos                          31

Mindervalide                                                        19

Invalide                                                                 14

Andere                                                                    4

Onbekend                                                            12

TOTAAL                                                          397 (61 personen hebben 2 inkomens)

                                                                                  (enkel een vervangingsinkomen: 95)

 

De traditionele beroepen van de woonwagenbewoners zijn economisch van steeds minder tel. We denken daarbij aan slijperij, de ijzerhandel, autohandel, stoelenmatten, deur- aan deurverkoop enz... Een alternatief hiervoor is niet zomaar te voorzien vermits Voyageurs en Zigeuners fundamenteel gericht zijn op flexibel en zelfstandig werk, vanuit hun eigen dynamiek.
Arbeid in loondienst is op de eerste plaats bijna niet te vinden en daarbij behoort het niet tot de cultuur van woonwagenbewoners. Onze bekommernis gaat hierbij speciaal uit naar de jongeren, die niet meer kunnen terugvallen op traditionele bezigheden zoals hun ouders. Zij hebben dus bijna geen toekomstperspectief meer.

 

Beleidsmaatregelen
Binnen het positieve actieplan van de subregionale tewerkstellingscomités is doelgroep uitgebreid van “migranten” naar etnisch-culturele minderheden. Hoewel deze plannen de Voyageurs en Zigeuners niet uitsluiten nemen deze groepen daaraan nog niet deel.

In de cel woonwagenwerk in Oost-Vlaanderen is binnen twee opeenvolgende Interregprojecten voldoende expertise opgedaan om in te brengen in deze positieve actieplannen.

Voyageurs en Zigeuners zijn opgenomen in de werking van een consortium rond Unizo voor ondersteuning van startende zelfstandige ondernemers uit etnisch-culturele minderheden.

 

 


4.1 Tendenzen

 

- Binnen de bestaande opleidingsdiensten is er nood, bij wijze van drempelverlaging, aan categoriale initiatieven voor woonwagenbewoners. Dit brengt een dynamiek op gang binnen bredere lagen van de doelgroepen.
- Het statuut van zelfstandige wordt moeilijker toegankelijk. Voor elke vestiging is een attest van bedrijfsbeheer noodzakelijk en steeds vaker ook een attest van bekwaamheid. Door de schoolse achterstand van de Voyageurs en Zigeuners beschikken zij niet over deze attesten alhoewel ze toch blijven kiezen voor een leven als zelfstandige. Op Europees niveau is ons land nog het enige waar deze voorwaarden zo streng zijn. In Nederland bijvoorbeeld is de verplichting van een vestigingsattest opgeheven omdat gebleken is dat dit geen invloed had op het aantal faillissementen. Het systeem is er vervangen door een verplichte begeleiding voor startende ondernemers door een erkend boekhoudkantoor.
- De Voyageurs en Zigeuners worden zich stilaan bewust van de afnemende toekomstkansen in hun traditionele beroepen. Zij gaan op zoek naar alternatieven en doen daarvoor een beroep op de cellen. Ook het aanbod aan her- en bijscholing dat de cellen met hun beperkte middelen aanbieden (altijd binnen de reguliere instellingen) vinden ook stilaan meer respons. Een belangrijke uitdaging op dit vlak zijn de Belgische Roms en de Roma: de niches in de economie waarin Voyageurs en Zigeuners zich traditioneel stand houden worden sinds de immigratie van Oost-Europese Roma steeds dichter bezet, de concurrentie verhoogt zeer sterk waardoor de leefbaarheid afneemt.

 


 

5. Gezondheid.

 

Deelmissie

De levensverwachting, de gezondheidstoestand en de toegang
tot de gezondheidsvoorzieningen dienen voor Voyageurs en Zigeuners
op hetzelfde peil getild te worden als voor de doorsnee Belgische bevolking.

 

5.1 Situatieanalyse

 

Cijfermateriaal voor Vlaanderen is niet voorhanden, maar in Limburg is bekend dat de levensverwachting van de mannen ligt op 54,8 jaar, die van de vrouwen op 64,7 jaar. Dit is schrikbarend: voor de mannen ligt deze leeftijd 20 jaar lager dan voor de gemiddelde Vlaming voor de vrouwen 14. Voyageurs en Zigeuners zijn extreem bezorgd om hun gezondheid. Hun inzicht in het hoe en waarom is echter beperkt. Hun eetgewoonten en woon- en leefwijze genereren daardoor heel wat aandoeningen. Hun gebruik van gezondheidsvoorzieningen is veelvuldig maar inadequaat. Inentingen worden niet systematisch bijgehouden, voorgeschreven behandelingen worden niet altijd volledig opgevolgd, medicatie wordt vaak doorgegeven ...
Het zorgenaanbod van zijn kant heeft onvoldoende kennis van de achterliggende problematiek: onaangepast onthaal door gezondheidswerkers, medische symptoombestrijding, een weinig geïntegreerde en preventieve aanpak liggen mee aan de basis van het probleem.

Gezondheidszorg is nog voor het overgrote deel een federale materie. De regelingen rond remgelden, de vergoeding van het geneeskundig korps per prestatie en een gebrek aan echelonering werken bovenstaande problemen eerder in de hand.

5.2 Tendenzen

Op het Vlaamse vlak heeft Kind & Gezin een nieuw strategisch plan ontwikkeld om de preventieve gezondheidszorg en de kinderzorg meer toegankelijk te maken voor de kansarmen. In deze ontwikkeling kunnen Voyageurs en Zigeuners als kansarm erkend worden. Een nationale werkgroep met geïnteresseerde regioverantwoordelijken van Kind & Gezin, hun nationale coördinator en het Vlaams Minderhedencentrum, werken aan een vormingspakket voor de regioverpleegkundigen van Kind & Gezin om hun deskundigheid bij het omgaan met woonwagenbewoners te verhogen.

Binnen de integratiesector zijn er zeer weinig deskundigen op het vlak van gezondheid. Dit thema blijft dus noodgedwongen op de achtergrond, zodat de algemene campagnes nog steeds slecht aanslaan bij de etnisch-culturele minderheden, bij gebrek aan een aangepaste bemiddeling.

 


 

6. ROMS

 

6.1 Situatieanalyse

 

Deze groep bekijken we ‘apart’ omdat hij nog meer gesloten is dan de andere subgroepen, intense internationale contacten onderhoudt, nomadisch leeft ... kortom een grote afstand tegenover de burgermaatschappij heeft en dat ook gerespecteerd wil zien.
Dit weerspiegelt zich o.a. in de lage scholingsgraad bij de Roms: 97% van hen moeten beschouwd worden als functioneel analfabeet. Hun beperkte kennis van het Nederlands is hieraan zeker niet vreemd.
Zowat alle Roms in Vlaanderen worden sedert 1969 begeleid door het echtpaar Tambour-Pierre uit Merksem. Zij hebben daartoe een vzw Keree Amende (Romanes voor "Samen, Onder ons"). De meer dan 400 mensen die zij begeleiden hebben bijna allemaal bij hen hun referentieadres. Zij doen deze begeleiding als voltijds vrijwilliger. Hun werk neemt dus de tijd van minstens 2 full-times in beslag vermits zij zeer persoonlijk betrokken dienen te werken met hun doelpubliek. Hun huis staat van ‘s morgens tot ‘s avonds open 7 dagen op 7. Door deze vergaande vorm van engagement zijn zij erin geslaagd een zeldzame graad van aanvaarding te bereiken binnen de Romgemeenschap. Op basis daarvan zijn zij er ook in geslaagd de Roms dichter bij onze maatschappij te brengen op de eerste plaats op het vlak van sociale administratie (ziekenfonds, zelfstandigenstatuut, belastingen ...) maar ook qua mentaliteit kunnen zij stukje bij beetje invloed uitoefenen.

6.2 Tendenzen

 

De behandeling van de post, die aankomt op het referentieadres, is overgedragen naar een bediende, die in een structurele baan binnen het Vlaams Minderhedencentrum deze taak waarneemt. De Vlaamse Gemeenschapscommissie in Brussel  betoelaagt een voltijdse maatschappelijk werk(st)er voor de Roms in en rond Brussel. Het Vlaams Minderhedencentrum heeft besloten deze functie als structureel te behandelen.

De uitdaging bestaat erin om met de Roms het eerstelijnswerk te overstijgen en een grotere betrokkenheid op de burgermaatschappij te bevorderen. Dit zal aangeboden worden via een werking rond onderwijs en gezondheid.

 

 


7. Roma

 

7.1 Situatieanalyse

 

Sinds de val van het IJzeren Gordijn , de oorlogssituatie in ex-Joegoslavië en de etnische vervolgingen in Roemenië, Slovakije en andere Oost-Europese landen vinden steeds grotere groepen Roma uit deze regio de weg naar ons land.               
Voor vele Roma vormt hun onzeker of illegaal verblijfsstatuut het grootste probleem. Dit weerhoudt diegenen die zich hier definitief wensen te vestigen van werk, scholing en opleiding, goede gezondheidszorgen, een degelijke huisvesting enz… m.a.w van de mogelijkheid om zich in zekere mate te integreren.

Het beeld dat de burger heeft van Zigeuners is op zich al niet rooskleurig. Door het opduiken van bedelende buitenlandse Zigeuners wordt dit beeld weer eens veralgemeend naar iedereen die van ver of dichtbij met een woonwagen te maken heeft. De verscheidenheid tussen de subgroepen bij deze Roma is erg opvallend.  Een vrij groot deel van de Roma gemeenschap wenst zich in zekere mate te integreren en in te burgeren in de Vlaamse samenleving zodra zij een vast verblijfsstatuut hebben. Mits de nodige aandacht en specifieke inspanningen (zie hogerop) kunnen zij op korte termijn gelijkwaardig functioneren en participeren in onze samenleving.

Een even groot deel van de Roma gemeenschap staat weigerachtig tegen of wenst helemaal niet te integreren in de Vlaamse samenleving. Voor deze groep zullen initiatieven en projecten op lange termijn moeten opgezet worden (met nog meer aandacht voor en specifieke benadering van de doelgroep) om te voorkomen dat zij (verder) marginaliseren en deels criminaliseren (al dan niet als slachtoffer van het milieu) waardoor zij een probleemgroep blijft/wordt die een belasting vormt van de Vlaamse samenleving.

 

Meer en meer diensten doen beroep op de cellen woonwagenwerk voor enige bijstand in het omgaan met deze, wel erg onbekende bevolkingsgroep.

 

7.2 Tendenzen

 

- Roma zijn in Vlaanderen en Brussel aangekomen en ze zullen er blijven. Velen permanent, velen mobiel. Zij hebben de doelgroep van Voyageurs en Zigeuners op 10 jaar tijd doen verdrievoudigen. En er is geen aangepast beleid naar hen toe ontwikkeld.

- Bij de Roma uit Oost-Europa zitten vele “geïntegreerde” gezinnen. De eerste Roma-jongeren zitten al op de Belgische hogescholen.

- De Roma hebben een zekere vergadercultuur meegebracht. Er ontstaan kleine lokale vzw’s of feitelijke verenigingen, die hoofdzakelijk via culturele activiteiten hun plaats in de Vlaamse samenleving proberen te verdedigen. Bij de regularisatiecampagne van 2001 en via de asielprocedure hebben enkele duizenden Roma een legaal bestaan in België verkregen. Meerdere duizenden echter verblijven hier zonder wettelijke documenten, met alle gevolgen vandien.

- Door het werk met Belgische Roms door te geven aan de cellen woonwagenwerk heeft Keree Amende zich kunnen toeleggen op de hun eigen typische werking met de Roma. Verschillende cellen assisteren o.m. bij de oprichting van zelforganisaties of worden opgeroepen voor eerstelijnswerk. Op die wijze hebben de cellen woonwagenwerk informatie uit eerste hand omtrent de vluchtmotieven en –methoden van deze nieuwe migranten. Op deze manier zijn de cellen woonwagenwerk goed op de hoogte van de verschillen, overeenkomsten en eigenheden van Roms, Roma, Voyageurs, Manoesjen …

-

8. De plaats van het woonwagenwerk.

 

In de voorbije periode is het zelfstandige kleine Vlaams Centrum Woonwagenwerk uitgegroeid tot een dienst met 10 voltijdse medewerkers, die dankzij hun teamwerking een respectabele collectieve expertise hebben opgebouwd. Bij het in voege treden van het decreet op het minderbeleid op 1.5.1999 is het opgenomen in het Vlaams Minderhedencentrum. De eerste drie jaren van deze samenwerking hebben bijkomende kansen gecreëerd voor de introductie van de woonwagenbewoners in de aandachtssfeer van de Integratiecentra. Anderzijds heeft de onzekerheid over het werkgeverschap van de cellen veel energie gekost die beter besteed ware geweest aan de verdere uitdieping van de deskundigheid en de verspreiding daarvan naar het bredere werkveld. Het Vlaams Centrum Woonwagenwerk en het Vlaams Minderhedencentrum hebben in elk geval de intentie hiervan verder werk te maken door het opzetten van gezamenlijke projecten. Dit kadert in een toenemende bezorgdheid m.b.t. de begeleiding van de moeilijkst bereikbare doelgroepen, die we terugvinden zowel bij allochtonen als bij etnisch-culturele minderheden.

 

 

 

 

 

 

 

 


[1] Waar wij “celmedewerker” schrijven, gelieve steeds ook “celmedewerkster” te lezen. Omwille van de leesbaarheid schrijven we niet steeds “celmedewerk(st)er” of hij/zij, zijn/haar enz.

[2] December 2001, Steekproef in Antwerpen, Brussel, Limburg, Oost-Vlaanderen, Limburg

175 gezinnen met 627 personen