Voyageurs, Roma, Sinti
vormen verre van een homogene bevolkingsgroep. De verschillende
‘deelgroepen’ hebben een eigen geschiedenis en specifieke
(cultuur)kenmerken. Toch zijn er onderling heel wat bindingen.
We hanteren de
termen Voyageurs, Roma, Sinti omdat in geen enkele taal, ook niet in de
Voyageurs, Roma, Sinti-talen, er een verzamelnaam bestaat voor de vele
tientallen subgroepen. Het woord “zigeuner” heeft dan weer een te
negatieve bijklank. Op internationaal niveau gebruikt men vaak de term
Roma. Voor o.m. Manoesjen, Sinti, Ashkali is dit echer geen aanvaard
verzamelbegrip waaronder zij wensen opgenomen te worden.
Voyageurs zijn
de autochtone “rondtrekkenden” die tegenwoordig meestal sedentair
leven. In Vlaanderen noemen zij zichzelf allemaal “Voyageur”.
In de Engelstalige gebieden noemen ze zich “Travellers”, in
Franstalige en Duitstalige middens spreekt
men ook van “Yenisch
1. GROEPEN
- Roma
“Roma”
zijn de Oost-Europese Roma die in België inwijken sinds de Tweede
Wereldoorlog, met een duidelijke toename na de val van het IJzeren
Gordijn. Hun eerste taal is meestal een Romanes
- dat per groep verschilt -, gevolgd door de taal van het
land waar ze vandaan komen. De taal van het West-Europese land (Italië,
Duitsland) waar ze eerst verbleven, komt op de derde plaats. Nederlands is
dus pas hun vierde of vijfde taal.
De grootste
concentraties van Roma zijn terug te vinden in:
Brussel:
vooral uit Roemenië en ex-Joegoeslavië
Antwerpen:
vooral uit Kosovo, Bosnië, Macedonië maar ook uit Slowakije, Roemenië
Gent: vooral
uit Slowakije, Tsjechië
Waasland: met
concentraties van Kosovaren in St-Niklaas en Tsjechen in Lokeren
Regio Tienen,
Leuven, St-Truiden, Tongeren: bijna uitsluitend uit Slowakije.
Sommigen onder
hen hebben een statuut als vluchteling verworven of kregen hun
regularisatie. Zij zullen dus permanente inwoners van ons land blijven. De
meesten echter beschikken
niet over geldige verblijfsdocumenten, zij kunnen dus op de arbeidsmarkt
niet terecht en slechts beperkt bij reguliere voorzieningen.
Voyageurs
Voyageurs zijn
autochtone Belgen die van de trekkende handelaars en ambachtslui van
vroeger afstammen. Diegenen die nog in een woonwagen verblijven, staan
vandaag vaak op gemeentelijke terreinen. Velen onder hen wonen, al dan
niet gedwongen, in huizen maar blijven zowel voor zichzelf als voor de
groep echte Voyageurs. In Vlaanderen zijn zij Nederlandstalig.
- Mànoesjen
De Manoesjen
vertoeven sinds de 15e eeuw in onze contreien. Hun levenspatroon lijkt
sterk op dat van de Voyageurs. Gemengde huwelijken tussen deze twee
groepen komen dan ook geregeld voor. Als eerste taal spreken zij hun
Romanes gevolgd door het Nederlands. In andere West-Europese landen worden
zij Sinti genoemd.
- Roms
Zij kwamen
vanaf midden 19de eeuw in ons land aan. Zij leven sterk
nomadisch, hechten grote waarde aan familiale banden en spreken steeds hun
Romanes, met als tweede taal het Frans. De vrouwen dragen bij voorkeur
lange kleurrijke kleren. Mede daardoor zijn zij misschien de meest
opgemerkte groep, hoewel ze in aantal het kleinst zijn.
- Buitenlandse Voyageurs, Roma, Sinti
Onafhankelijk
van de Roma trekken er in de
zomermaanden grote aantallen Voyageurs, Roma, Sinti, meestal uit EU-landen,
door België. De groepen variëren van 30 tot 150 caravans en hebben vaak
familiale of sociale banden met de Belgische Voyageurs, Roma, Sinti.
- Foorreizigers, schippers, circusreizigers... .
Zij behoren
niet tot de doelgroep van deze publicatie. Zij kunnen beroep doen op eigen
organisaties voor hun belangenverdediging. Toch vinden velen onder hen via
familiebanden of beroepsactiviteiten aansluiting bij de Voyageurs.
1.2 AANTALLEN
Niet te tellen
Er is geen
objectieve basis waarop Voyageurs, Roma, Sinti identificeerbaar zijn. Hun
identiteit staat niet op hun paspoort maar is sociaal bepaald: Voyageur,
Roma, Sinti is al wie zichzelf als Voyageur, Roma, Sinti benoemt door
andere Voyageurs, Roma, Sinti als dusdanig genoemd wordt.
Ten tweede
willen Voyageurs, Roma, Sinti niet geregistreerd worden. De Tweede
Wereldoorlog ligt immers nog vers in het collectief geheugen.
We dienen dus
op basis van onze persoonlijke contacten met de doelgroepen schattingen
maken. Hierbij moeten we dan nog rekening houden met de vage grenzen
tussen de Belgische Roms, Mànoesjen, Voyageurs en burgers. In elke
stamboom kom je immers meerdere van deze Belgische deelgroepen tegen.
Dit alles
maakt het moeilijk om de exacte omvang van onze doelgroep weer te geven,
zoals dat bijvoorbeeld wel kan voor migranten, vluchtelingen of pakweg
langdurige werklozen. Uit ervaring blijkt overigens dat een goede
basiswerking steeds meer doelgroepleden aantrekt die tot dan toe onbekend
waren.
Wel te schatten
We schatten
het aantal Voyageurs, Roma, Sinti in Vlaanderen en Brussel momenteel op
zo’n 30.000 individuen.
Belgische Voyageurs, Roma, Sinti
Een volledige
telling in Limburg bij het begin van de jaren ‘90 bracht ons op het
afgeronde getal van 1.000 Voyageurs. Via onze werking hebben meerdere
gezinnen zich sindsdien als Voyageur bekendgemaakt. Geëxtrapoleerd naar
de 5 andere provincies en naar Antwerpen, Gent en Brussel schatten we het
aantal Voyageurs op 8.000. Tellen we die bij onze schatting van 1.300
Manoesjen en de 700 Roms met winterplaats in België (eigen telling) dan
komen we tot het afgeronde getal van 10.000 individuen van “Belgische”
Voyageurs, Roma, Sinti.
De Roma
Uit onze
contacten leiden we het volgende af:
Brussel:
6.500,
Gent: 2.500,
Antwerpen: 4.000,
Sint Truiden – Tienen: 1.000, Waasland: 1.000 .
In de rest van Vlaanderen vinden we hen in kleinere concentraties.
Dit doet ons het aantal Oost-Europese Roma in Vlaanderen schatten op
20.000.
Wonen in een wagen
Het aantal
woonwagenbewoners dat nog effectief in een wagen verblijft, bedraagt 850
gezinnen (= + 2.500 individuen). Op diegenen die in huizen
verblijven, hebben we geen volledig zicht.
Let wel: veel woonwagenbewoners wonen tijdelijk of
definitief in huizen maar blijven onverminderd opgenomen in hun
oorspronkelijk milieu.
De spreiding
van Voyageurs, Roma, Sinti in huizen en in woonwagens verschilt zeer sterk
per regio. In Limburg bijvoorbeeld woont de helft van de Voyageurs in
huizen. In het Meetjesland is dat tachtig percent. In de meeste regio’s
kennen we de verhouding niet.
Overzicht
gemeentelijke woonwagenterreinen
(01
januari 2001)
gemeente
adres
aantal
woonwagenterrein
standplaatsen
Aalst
Zijpstraat
13
Bleekveld
15
Aarschot
Gijmelhoekstraat 11
Antwerpen (Deurne) Krijgsbaan
24
Antwerpen (Wilrijk) Klaverbladdreef
14
As
Lanklaarsesteenweg
6
Bilzen
Vrankrijkstraat
2
Diest
Turnhoutsebaan
5
Genk
Geenhornstraat
52
Gent
Vosmeers
12
Grobbendonk
Schmitzhove
10
Heist o/d Berg
Broekmansstraat
10
Hasselt
Crutzenstraat
18
Hasselt
Stadsheide
8
Ham
Eikendreef
7
Herentals
Sint-Janneke
16
Leuven
Dijledreef
26
Maaseik
Wurfeldermolenstr.
24
Maasmechelen
Forenzenweg
26
Mechelen
Gr. Nieuwendijkstr.
20
Mortsel
Gasthuishoeve
26
Oud-Turnhout
Steenweg op Mol
8
Puurs
Lichterstraat
5
Rotselaar (Werchter) Nieuwebaan
7
St.-Jans-Molenbeek Nestelingenstraat
6
St.-Katelijne-Waver Spoorweglei
12
St.-Truiden
Groenstraat
18
Wetteren
Zuiderdijk
15
Verder
zijn er nog twee reglementaire private terreinen:
in Mechelen (8 wagens) en in Haren bij Brussel (6 wagens).
TOTAAL
430
2. Geschiedenis
Roma, Sinti
In de 10e
eeuw verlieten grote bevolkingsgroepen het noorden van Indië. De reden
van hun vertrek is onduidelijk. Hongersnood, oorlogsdreiging en/of
slavernij zijn de meest vermelde oorzaken.
Uit de weinige
historische bronnen die er bestaan over deze groepen kunnen we hun
aanwezigheid in Europa min of meer in kaart brengen. Vooral de vroegste
vermeldingen vertonen een beweging van Oost naar West.
Men neemt aan dat
de benaming "zigeuner" is afgeleid van "Athinganoi":
een aanduiding voor een joodse sekte die beschreven werd in de levensbeschrijving van de
H. Gregorius door een anonieme monnik op de berg Athos in Griekenland
(1054). Hetzlefde geldt voor de benaming in andere talenCigano, Cigan,
Zingaro, Tsigane ...
De eerste
melding van nomadische
vreemdelingen duikt op in 1322 en wel in Heraklion op Kreta, echter zonder ze te
benoemen.
In 1323 wordt
een groep acrobaten vermeld, die vertrok vanuit Constantinopel om zijn
kunsten te gaan vertonen in Servië. Van dan af worden de meldingen
frequenter: 1346 Korfu, 1368 Zagreb, 1387 Ljubljana, 1407 Hildesheim (D),
1420 Deventer (NL), 1421 Brussel (nl. op 3 januari), Doornik (nl. op 8
oktober), 1422 Bologna (I), 1425 Zaragoza (SP), 1433 Denemarken, 1505
Schotland, 1512 Zweden, 1526 Portugal, 1540 Noorwegen, 1559 Finland enz
…
De eerste migratie
of de komst van de Manoesjen.
Naar
West-Europa vindt de eerste migratie plaats vanaf de 15e eeuw. Dit luidt
de komst in van de mogelijke voorouders van de groepen die in Nederland,
Italië, Duitsland bekend zijn als Sinti, in België en Frankrijk als
Manoesjen
(FR: Manouche).
In 1420
arriveerden kleine mobiele groepen Zigeuners in de Nederlanden.
Zij beweerden pelgrims te zijn uit de onbekende landstreek “Klein-Egypte”.
Om hun beweringen te staven, toonden zij vaak geleide- en
beschermingsbrieven van de Roomse Koning Sigismund, van Paus Martinus V,
en van andere lagere machthebbers.
In die tijd
werden Zigeuners vermeld als Egyptenaren en andere afgeleiden. Hieruit
zijn de benamingen als gypsy, gitano, gitan ontstaan.
Aanvankelijk
wachtte hen een gastvrij onthaal. Enkele ooggetuigen hebben hun ervaringen
op papier gezet. Onder meer het volgende.
“Bijna
iedereen had zilveren ringen in beide oren, soms zelfs twee. Het was een
teken van adel in hun land. De vrouwen lazen de hand, hetgeen disputen
veroorzaakten in menig huishouden wegens de voorspellingen die ze
pretendeerden te maken over de toekomst van hun huwelijk. En men zegt dat
die heksen ondertussen de beurzen van hun bezoekers handig ledigden. Maar
eerlijk gezegd, ik ben er drie of vier keer geweest om met hen te praten,
maar ik ben geen duit verloren en ik heb ook niemand de hand zien
lezen.”
De
bisschop van Parijs liet iedereen excommuniceren die in de voorspellingen
geloofde en zich de hand liet lezen. Hij organiseerde zelfs een
boeteprocessie voor deze zonden.”
Een
andere getuige vermeldt:
“Zij
waren zulke uitstekende ruiters dat een paard, wanneer zij erop zaten,
veel schoner en levendiger scheen, dan wanneer een ander erop zat.”
Lang bleef dit
echter niet duren. Vanaf de 16e eeuw nam de gastvrijheid in de steden
langzamerhand af. Te veel Zigeuners hadden de weg naar West-Europa en de
Nederlanden gevonden en de geleidebrieven verloren hun geloofwaardigheid.
Bij de gilden groeide het ongenoegen over de handelspraktijken van de
Zigeuners. Gevolg: de eerste uitwijzingsdecreten werden uitgevaardigd. In
de Nederlanden voerde de overheid een hard beleid. In de 17e en 18e eeuw
waren de Voyageurs, Roma, Sinti in onze gewesten vogelvrij en dus vaak het slachtoffer
van massale vervolgingen of zware repressie, zodat ze geregeld op de
vlucht sloegen. Na meedogenloze jachtpartijen bleven er nog weinig van hen
over zodat de overheid niet eens de moeite meer deed om ze op te
sporen. Pas rond de 19e eeuw waagden verschillende verdreven Roma,
Sinti-groepen zich opnieuw in onze gebieden. De vervolgingen
werden minder hard. Roma, Sinti assimileren en hun cultuur laten
verdwijnen, was toen de leuze.
Vandaag
verblijven de Mànoesjen in Vlaanderen/Brussel vooral in de driehoek
Brussel-Antwerpen-Gent. Zij wonen meestal in een woonwagen op een
familiaal terrein.
De tweede migratie
of de komst van de Roms.
De tweede
migratie dateert van de tweede helft van de 19e eeuw. Na de totale
afschaffing van de slavernij in 1856 in de Roemeense Prinsdommen Moldavië
en Walachije (vandaar hun naam Vlach-Roma), trokken Roma naar
Rusland en West-Europa. Ook verlieten verschillende groepen Hongarije op
zoek naar betere oorden. In sommige landen staan zij bekend als Olach, of
ook onder de naam van subgroepen als Kalderash, Lovari, Ursari …
De Roms die
toen in België arriveerden, werden tot 1933 vooral geweerd. “Vreemde”
Roms konden zich niet inschrijven: ze hadden identiteit noch
nationaliteit. Men beschouwde hen als landlopers. Ze trokken in ons land
rond en overleefden dankzij hun grote inventiviteit.
Van 1933 tot
1965 werden ze geduld. Ze kregen een reisblad, gevolgd door de onterende
“Zigeunerkaart”, uitgereikt door het Ministerie van Justitie. Deze
kaart was geen
identiteitsdocument maar een toelating tot verblijf van drie maanden in
België. Elke maand moesten de rondtrekkende vreemdelingen zich bij de
rijkswacht aanbieden om de kaart te laten afstempelen.
De Duitse
bezetting was de hardste en pijnlijkste periode in hun recente
geschiedenis. De Nazi’s hanteerden een uitroeiingspolitiek. Naar
schatting verloren 250.000 Europese Roma, Sinti (sommige bronnen spreken
van 500.000) het leven in Duitse concentratiekampen.
Vanaf 1965
kregen rondtrekkende vreemdelingen een permanente verblijfsstatus.
Uitwijzingen waren niet meer mogelijk. Pas in 1975 volgde de afschaffing
van de Zigeunerkaart. Vanaf dan worden rondtrekkenden ingeschreven in de
zogenaamde rechtsbevolking. Het is pas vanaf het begin van de jaren 1990
dat zij via de invoering van het referentieadres kunnen beschikken over
een volwaardige Belgische identiteitskaart. De meeste Roms beschikken dan
ook over geldige verblijfsdocumenten en meestal de Belgische
nationaliteit.
De Roms van
vandaag leven, zeker in de zomermaanden,
sterk nomadisch. Hun winterstandplaatsen
bevinden zich hoofdzakelijk in de driehoek Brussel-Antwerpen-Leuven. Hun
eerste taal is het Romanes, gevolgd door het Frans. Het Nederlands komt
pas op de derde plaats.
De derde migratie
of de komst van de Roma.
De trek van
Oost- naar West-Europa is nooit echt stilgevallen. Deze migratie kent een
nieuw hoogtepunt tijdens de communistische machtsovernames in Centraal- en
Oost-Europa, maar meest nog na de val van het IJzeren Gordijn. Ook de
oorlogssituaties in voormalig Joegoslavië spelen een rol. Deze nieuwe
inwijkelingen noemen we de Roma. Hun verblijfssituatie is onzeker. Zij
beschikken bij hun aankomst meestal over voorlopige documenten. Enkelen
slaagden erin het statuut van vluchteling te bekomen, of kregen een
regularisatie. Velen verkiezen echter een leven als illegaal in
West-Europa boven het staatsburgerschap in het Oosten, zij kunnen in die
situatie vaak terugvallen op familiale solidariteit.
Deze Roma
leven bijna allen in huizen maar velen blijven zeer mobiel. Verhuizen van
stad naar stad of van land naar land blijft steeds een optie als er zich
betere overlevingskansen voordoen.
Met deze derde
migratie kregen we op korte tijd een grote variatie van Roma-groepen in
ons land. Er is inderdaad een merkelijk verschil tussen bijv. de Rumungri
uit Tsjechië en de Vlach uit Roemenië. Of tussen de moslims en de
christelijk-orthodoxen uit ex-Joegoslavië. Uit zowat elk van de ongeveer
60 - 70 subgroepen van Roma uit Oost-Europa zijn er onderhand wel personen
aanwezig in ons land. Dit geeft een zeer grote verscheidenheid aan
integratiewil en integratiekansen hetgeen nog maar eens duidelijk maakt
dat “de Roma” geen homogene groep zijn die allen over één kam zijn
te scheren.
Dit
compliceert tevens de inschakeling van Roma als intercultureel
bemiddelaars, vermits de ene groep zeer moeilijk iemand uit een andere
groep als bemiddelaar zal aanvaarden.
Voyageurs
of autochtone rondtrekkenden
Rondtrekkenden
zijn er in ons land altijd wel geweest.
Historische
documenten rond bijvoorbeeld hun taal, het Bargoens, vormen een
interessante aanwijzing. Reeds in de 16e
eeuw bestonden er al woordenlijsten van. Vergelijken we die met het
hedendaagse Bargoens in Vlaanderen, dan vallen meteen de gelijkenissen op.
Daaruit concluderen we dat autochtone rondtrekkenden een eigen
ontwikkeling hebben gehad met cultuuroverdracht van de éne generatie op
de andere.
Het Bargoens
in Vlaanderen bevat bijvoorbeeld bijna geen woorden die uit een
Zigeunertaal ontleend zijn. Dit wijst toch wel op een sterke scheiding
tussen deze twee groepen, zeker in het verleden.
Veel Voyageurs
van vandaag stammen af van de verpauperde stedelingen die in de eerste
helft van de vorige eeuw poogden te overleven dankzij een trekkend
bestaan. Opeenvolgende hongersnoden veroordeelden immers brede lagen van
de bevolking tot uitzichtloze armoede. Deze Voyageurs onderscheidden zich
van de vagebonden of landlopers door in familieverband op weg te gaan.
Omdat ze zich in hetzelfde milieu en op dezelfde markt als de Manoesjen
bevonden, zien we een grote overeenkomst in gebruiken en cultuur tussen
beide groepen. Gemengde huwelijken komen dan ook zeer veel voor.
NOMADEN, vroeger en vandaag
In de
Middeleeuwen brachten rondtrekkende groepen allerlei goederen van de
producent naar de consument. De plattelandsbevolking was afhankelijk van
leurders om zich met bepaalde goederen te bevoorraden. Die leurders waren
vaak ook gespecialiseerde ambachtslui zoals scharenslijpers, bezembinders
en mandenvlechters en brachten dikwijls nieuws over de aanpalende dorpen
over. Dit deed hun populariteit onder de dorpelingen stijgen.
Maar dit bleef
niet duren. Er ontstond verzet, ingegeven door de angst van de stedelijke
gilden voor de concurrentie uit het platteland. Hun verbodsmaatregelen
hadden weinig resultaat omdat de economische nood aan leurhandel te groot
was. Toch verklaart dit voor een stuk de sterke repressie tegen alle
rondtrekkende groepen.
Het trekken in
een wagen was er aanvankelijk niet bij. Men verplaatste zich te voet.
Overnachten gebeurde in tenten of in boerenschuren. Pas vanaf het einde
van de vorige eeuw schaften leurders zich karren aan. Aanvankelijk
gebruikten ze kruiwagens, verbrede scharenslijperskarretjes en
hondenkarretjes. Pas later stapten ze over op platte wagens en huifkarren
bespannen met paarden. Echte woonwagens verschijnen pas na de Eerste
Wereldoorlog.
De toenemende
mobiliteit van elke burger en de goedkoper wordende productiemethoden van
gebruiksgoederen ondermijnen het economische belang van de rondtrekkende.
Sedentarisatie, marginaliteit en armoede zijn het gevolg. Conclusie: De
flexibiliteit van de staat blijkbaar zwaar onder druk van een
zeer snel veranderende samenleving waarin ze moeten zien te overleven.
Voor de
Belgische Voyageurs, Roma, Sinti is de woonwagen nog steeds het symbool
bij uitstek van hun identiteit. Het is het ultieme beeld van het grote
verschil dat ze koesteren tegenover de burgers. Voldoende en duurzame
standplaatsen voor die wagens is dan ook hun grootste wens. Op dit
ogenblik is die nog lang niet in vervulling gezien slechts de helft van de
woonwagengezinnen op een reglementaire standplaats kan staan en dat er nog
steeds geen officiële doortrekkersterreinen bestaan (toestand 2002).
Rondtrekkenden moeten steeds opnieuw de toelating vragen aan de
burgemeester van de gemeente waar ze willen blijven. Meestal worden ze
slechts 24 of 48 uur geduld. In sommige grote gemeenten en steden krijgen
ze de toelating om 10 of 15 dagen te blijven staan op zgn.
pleisterplaatsen: terreinen die niet bestemd zijn voor woonwagens maar die
tijdelijk ongebruikt zijn en dan met minimale voorzieningen (1 kraan,
ophaling huisvuil) worden open gesteld voor rondtrekkende groepen.
De Voyageur, Roma, Sinti bestaat niet.
Scholen en centra voor
leerlingenbegeleiding melden dat schoolverzuim en –uitval veel vaker
voorkomen bij Voyageurs, Roma, Sinti dan bij andere etnisch-culturele
minderheden.
Enerzijds betekent dit
dat veel Voyageurs, Roma, Sinti-gezinnen inspanningen leveren om gebruik
te maken van de kansen die de school hen kan bieden. Voor deze gezinnen is
het bestaande aanbod blijkbaar voldoende attractief en is er voor hen geen
extra inzet noodzakelijk.
Anderzijds moeten we
wel op zoek gaan naar voldoende aanknopingspunten bij die Voyageurs, Roma,
Sinti waar de verhoogde schooluitval wel problemen stelt. We hebben deze
aanknopingspunten nodig om de juiste maatregelen te kunnen treffen om de
diepe kloof die er is tussen deze Voyageurs, Roma, Sinti en de
burgermaatschappij te dichten.
Er zijn hier twee
krachten die op elkaar inwerken:
-
de kansen die
mensen krijgen om gebruik te maken van voorzieningen (“kunnen”
deelnemen);
o
de ene heeft alles mee om te slagen, anderen slagen er door
armoede, discriminatie of ongeloof in eigen kunnen, onmogelijk in om zelf
een plaats te veroveren in de maatschappij.
-
de motivatie die
mensen nog kunnen opbrengen om gebruik te maken van voorzieningen (de
“wil” tot deelname);
o
we herkennen een grote verscheidenheid tussen subgroepen en
individuen: van zich inzetten om het "te maken" tot zich
nestelen in de marge.
Schema 1. De
relatie tussen capaciteiten en de motivatie om te integreren.
Als we deze twee assen met mekaar in relatie zetten kunnen we elke
deelgroep van om het even welke minderheid hierin plaatsen: van de meest
gemotiveerde, talentrijke “strebers” (kwadrant 4) tot de moeilijkst
bereikbare staatsverlaters (kwadrant 1).
Ook binnen de
Voyageurs, Roma, Sinti komen we deze diversiteit tegen
-
Voyageurs zijn
anders dan Roma, dan Sinti
-
Er is een
onderscheid tussen de Roma uit de 1ste, de 2de en de
3de migratie
-
Vóór de oorlogen
in de Balkan was de situatie van de Roma beter dan erna
-
Er zijn grote
culturele verschillen tussen Vlach, Rumungri …
-
Er zijn grote
verschillen tussen de Roma uit West-Europa en deze uit Oost-Europa.
-
Enz. enz…
Wat nu de
schooluitval betreft van Voyageurs, Roma, Sinti is het belangrijk te
onderkennen dat hun normen, hun waarden, hun levenswijze spontaan niet
gericht zijn op integratie. Zij
bevinden zich grotendeels in de onderste helft van de tekening.
Dit heeft voor
gevolg dat gebruik maken van een voorziening (bijvoorbeeld: naar school
gaan) niet automatisch gebeurt zodra die voorziening voorhanden is (er is
bijvoorbeeld een school in de buurt). Voor deze Voyageurs, Roma, Sinti zal
de deelname pas op gang komen en volgehouden worden (!) als er voldoende
toeleiding en bemiddeling is.
Eén ding zal
daarbij echter steeds terugkomen: deelname aan onderwijs staat of valt met
een goede relatie tussen leerkracht en ouders.
Daarbij zullen
we onvermijdelijk met tegenslagen te kampen krijgen: 5 eeuwen
onderdrukking wis je niet uit op 5 jaar …
Hopelijk wel
op 5 generaties.
3. Voyageurs,
Roma, Sinti: Cultuur
Wanneer we een
poging ondernemen om de “cultuur” in kaart te brengen van groepen als
Voyageurs, Roma, Sinti dan dienen we twee belangrijke kaders op voorhand
vast te leggen.
1- Onder cultuur verstaan we hier alle waarden, normen, gewoonten die
gedeeld worden binnen een groep. We hebben het dus niet enkel over de
“cultuur met een grote C” (waarin hoofdzakelijk kunstuitingen e.d. in
beeld komen).
2- We kunnen geen uniform beeld ophangen van de zeer diverse subgroepen
die we hier als Voyageurs, Roma, Sinti
aanduiden. De diversiteit tussen én binnen deze groepen is immers
groot.
De eigenheid,
specificiteit van Voyageurs, Roma, Sinti ligt in hun cultuur. Naast zovele
andere factoren moeten we met de elementen uit deze cultuur rekening
houden om een volledige achtergrond te kunnen schetsen van problemen die
door diensten als “typisch” worden gesignaleerd als ze met Voyageurs,
Roma, Sinti in aanraking komen.
Deze cultuur dient begrepen te worden als een combinatie van
-
traditionele
culturele waarden uit hun streken van herkomst en/of van langdurig
verblijf;
-
een geschiedenis
die een aaneenschakeling is van overleven in een levensbedreigende
omgeving,
Cultuur komt
tot stand in de relatie van een groep met zijn omgeving. In die relatie
ondergaat ze ook wijzigingen. Een cultuur is nooit af. De grote
diversiteit tussen de groepen is daarvan het beste bewijs.
In het overzicht dat nu volgt schetsen we die culturele elementen die van
belang kunnen zijn bij het ontwikkelen van beleid en begeleiding naar
Voyageurs, Roma, Sinti. In verschillende situaties zullen deze elementen
evenwel een verschillende rol spelen: een grondige vraag-gerichte analyse
is daarom noodzakelijk alvorens tot maatregelen over te gaan.
Uit de
benaderingswijze van Alain Reyniers
weerhouden we drie aandachtspunten:
v
Wij en Zij
v
Hier en Nu
v
Flexibiliteit
Dirck van
Bekkum
wijst verder op:
v
Egalitaire structuren
v
Voorrang van de groep boven het
individu
v
Orale cultuur
v
Minderheidspositie
Met 1 achterste kan je niet op 2 paarden
zitten
Een
geschiedenis van uitsluiting en vervolging door de burgermaatschappij kan
niet anders dan leiden tot een diepe kloof tussen burgers en Voyageurs,
Roma, Sinti. Deze kloof wordt voortdurend in stand gehouden zowel door de
Voyageurs, Roma, Sinti als door de burgers. Op die manier zijn er haast
twee verschillende werelden ontstaan.
Voyageurs, Roma, Sinti trokken zich terug in hun eigen groepen en
cultiveerden hun eigenheden, dynamieken en interactievormen. Ze maken een
strikt onderscheid tussen henzelf en de burgers. “Il
y aura toujours un mur entre toi et moi.”
Zo ontstaat er een dubbele houding tegenover de maatschappij. Enerzijds
hebben ze het gevoel uitgesloten te worden en anderzijds sluiten ze
zichzelf van de buitenwereld af. Het is een voortdurend spel van
wederzijds aantrekken en afstoten. Een
diep wantrouwen is deel gaan uitmaken van hun identiteit. Dit gaat
tevens gepaard met een gevoel van nog veel tegoed te hebben van de
maatschappij, een legitimering voor hun manier van leven.
Burgerinstanties probeerden op hun beurt steeds weer om Voyageurs, Roma,
Sinti te ‘verburgerlijken’ door hun identiteit te negeren en hen eisen
op te leggen waaraan ze gezien hun achterstelling niet konden voldoen.
De clan vormt
de basis van de nomadische maatschappij. Men spreekt ook van “kumpagna”.
Dit is een uitgebreid familie- of groepsverband waarin ook
niet-bloedverwanten opgenomen kunnen zijn. Deze kumpagna’s vormen een
eenheid tegenover de burgermaatschappij. Daarom ziet Reyniers een
fundamenteel onderscheid tussen ‘wij’ (de Voyageurs, Roma, Sinti ) en
‘zij ‘ (de burgers). Deze scheiding is vooral gevoelsmatig: de
buitenwereld wordt aangevoeld als onrein. Het onderscheid rein/onrein
speelt ook bij de verhouding tussen de groepen onderling. Manoesjen en
Voyageurs doen bijvoorbeeld hun schoenen uit als de woonwagen binnen gaan.
Roms doen dit niet. Voor de meeste Voyageurs, Roma, Sinti is paardenvlees
eten verboden. Er zijn grote verschillen tussen de groepen in het klaar
maken van voedsel (wat in welke pot, kan of kruik mag of niet mag),
poetsen van huis of wagen, wassen van kleren enz… enz... Ook tussen
families binnen éénzelfde groep zijn er verschillen, zodanig dat een
ingetrouwde bruid door de schoonmoeder wordt opgeleid om alle gebruiken
van haar nieuwe familie te leren kennen en in praktijk te brengen.
Onderweg is het altijd NU
Een
geschiedenis van nomadisme gecombineerd met constante dreiging heeft
geleid tot een overlevings-cultuur: wat gisteren was is voorbij en wat
morgen brengt zullen we wel zien.
Zo een leven dat vooral gericht is op het hier en nu staat haaks op het
planmatige dat typisch is voor de westerse maatschappij. Dit kan
verstrekkende gevolgen hebben op bijvoorbeeld
-
arbeid: soepel
inspelen op opportuniteiten in de markt gaat vaak boven het
gestructureerde leven in loonarbeid
-
onderwijs:
voordelen die een diploma kan bieden, zijn pas op een te lange termijn
zichtbaar en verliezen hun motiverende kracht
-
gezondheid: het
belang van preventieve gezondheidszorgen moet voortdurend opnieuw
benadrukt worden
Maar ook
hierin zit een grote diversiteit. Verschillende groepen onderkennen het
belang van (lager) onderwijs,
of gaan actief op zoek naar loonarbeid.
Leven,
werken en wonen vormen een eenheid. Daarom vindt de opdeling in
levenssferen van de burgermaatschappij (school, werk, thuis, ontspanning,
godsdienst) weinig aansluiting in hun denkwereld.
Het groot vertrouwen in “geluk hebben” past ook in dit kader. Op het
vlak van gezondheid spreken zij vaak in termen van: ‘ik heb het geluk
niet ziek te zijn’.
Als ze je wat geven, eet mee
Als ze je slaan, vertrek
Onder alle
omstandigheden uw plan trekken, is een leuze die er bij Voyageurs, Roma,
Sinti van kindsaf ingelepeld wordt. Iedereen moet snel en accuraat kunnen
reageren op de dingen die zich voordoen.
Daarom dienen de jongeren meerdere beroepen te kennen, veel
psychologisch doorzicht te verwerven en
zich te kunnen handhaven in alle mogelijke situaties en sociale
relaties. Hun fierheid moet hun all-round vakmanschap worden. Als een
beroep vandaag niet meer loont, schakelen ze morgen over op een ander
(tweedehandsauto’s, schroot, ambulante handel, ...). Zelfstandige arbeid
wordt hoog in het vaandel gedragen en krijgt de voorkeur boven werken in
loondienst.
Hier past een
verwijzing naar de mobiliteit. Roma
die hier aankomen, op zoek naar een beter leven, kunnen snel beslissen om
naar een andere stad of ander land te
trekken als zich daar betere voorwaarden voordoen: de Roma die we vandaag
hier ontmoeten zullen niet noodzakelijk de Roma zijn die we hier volgend
jaar zullen tegenkomen.
In de
interpersoonlijke contacten kunnen Voyageurs, Roma, Sinti snel
overschakelen van de ene rol naar een andere (bijv. van vragen naar
onderhandelen). Vaak komt dit over als “eisend” gedrag, waardoor
sommigen misschien uit hun lood worden geslagen, en de onderhandeling
afgesloten wordt in het voordeel van de sterkste.
Geen baas, geen knecht
In de meeste
groepen van Voyageurs, Roma, Sinti is iedereen voor elkaar “gelijk”,
d.w.z. dat niemand gezag over een ander kan uitoefenen. Men spreekt daarom
over een egalitaire structuur. Binnen de beperktere familiekring is er nog
een zeker gezag van de grootouders tegenover hun kinderen en
kleinkinderen. Hetzelfde soort respect bestaat er van kinderen tegenover
de ouders en bij uitbreiding: van jongeren
tegenover ouderen. Tegelijk stellen we ook vast dat in de opvoeding van de
kinderen vrijheid en onderhandeling basiselementen zijn. Elke kleine
Voyageurs, Roma, Sinti groeit als het ware op in zijn eigen koninkrijk.
Vooral in de “mannenzaken”
komt dit het meest tot uiting: de handel, het beheer van een
woonwagenterrein e.d. Alle afspraken gebeuren er tussen individuen. Dit
brengt heel wat complicaties mee voor de instellingen uit de
burgermaatschappij:
v
een school die een programma wil
opstarten rond spijbelen
v
een stadsbestuur dat afspraken met
de bewoners wil rond het onderhoud van een woonwagenterrein
v
een ziekenhuis dat het bezoek wil
regelen
v
een integratieraad die inspraak wil
organiseren via zelforganisaties
v
…
In de “vrouwenzaken”
als opvoeding, huishouden, gezondheidszorg is de oma / schoonmoeder de
centrale figuur.
De sterke sociale controle zorgt ervoor dat iedereen iedereen kent: wie te
ver buiten de schreef loopt wordt via onderlinge commentaar tot de orde
geroepen. Vandaar dat er soms kleine, soms grote verschillen bestaan
tussen de vele groepen Voyageurs, Roma, Sinti. Maar binnen elke groep
blijven de belangen van de groep primeren boven die van het individu.
Sommige
Romagroepen (meestal Vlach) kennen een eigen systeem om onderlinge
conflicten op te lossen: de Kriss. Dit is een samenkomst waar, bij
ernstige aangelegenheden, de betrokken familiehoofden bij elkaar komen,
soms bijgestaan door andere gerenommeerde figuren. Meestal bestaat de
uitspraak tegenwoordig in het opleggen van een financiële regeling tussen
de partijen. De Kriss kan enkel door de betrokken partijen samen geroepen
worden.
Niet ik, niet jij, maar wij
Sociale
controle zorgt ervoor dat iedereen iedereen kent. Dit geeft veiligheid: je
kan erop vertrouwen dat er altijd voor je gezorgd zal worden. De keerzijde
is echter dat wie te ver buiten de schreef loopt tot de orde wordt
geroepen. Dit heeft een nivellerend effect. Individuen die zich inspannen
om het te “maken” binnen de burgermaatschappij kunnen door hun
groepsgenoten eerder als een bedreiging dan als een voorbeeld beschouwd
worden. Zij dreigen immers heel wat zekerheden op losse schroeven te
zetten.
Anderzijds verhindert dit niet elke evolutie. Integendeel: de snelle
interne communicatie kan ervoor zorgen dat bepaalde, als positief ervaren
elementen, snel ingang vinden in een hele groep.
Mond tot mond
Voyageurs,
Roma, Sinti hebben tijdens hun geschiedenis geen kronieken bijgehouden.
Hun hele historisch bewustzijn berust op hetgeen verbaal is overgeleverd
via sprookjes en mythes waarvan de geschiedkundige waarde moeilijk kan
achterhaald worden.
Een ongeschreven taal verschafte de Voyageurs, Roma, Sinti tevens een
zekere veiligheid vermits hun taal slechts door een zeer beperkt aantal
buitenstaanders kon verstaan worden.
Of dit ook betekent dat jonge Voyageurs, Roma, Sinti in het onderwijs
sneller verbale mededelingen opnemen (auditief geheugen) is mogelijk maar
nog niet onderzocht.
Het betekent in elk geval wel dat lezen en schrijven niet tot het
traditionele opvoedingspakket behoren. Het is daardoor een bijkomende
drempel die moet genomen worden om een basis te leggen voor een
succesvolle schoolloopbaan.
Minderheidspositie
Dat Voyageurs,
Roma, Sinti zolang ze in Europa leven en tot op de dag van vandaag in een
minderheidspositie hebben gezeten heeft een diepe stempel op hen gedrukt.
Het voornaamste effect is wel de diepe kloof die we boven reeds beschreven
onder “wij” en “zij”.
Veel Voyageurs, Roma, Sinti hebben dan ook een gevoel dat de meerderheid
een soort ereschuld tegenover hen heeft af te lossen. Hetgeen ze krijgen
vanuit de samenleving wordt daardoor vaker beschouwd als een recht,
terwijl de meerderheid het eerder als een gunst verleent als opstap naar
meer “participatie” (bijv. leefloon). Dat hieruit diepe en emotionele
misverstanden ontstaan hoeft geen betoog. Deze misverstanden uit de wereld
helpen vergt vaak lange en intense bemiddelingen.
4.
Culturele eigenheden.
4.1 WONEN
4.1.2. Wij en
Zij
In de loop van
de geschiedenis veranderde de woonvorm van woonwagenbewoners sterk.
Schuren, tenten en karren moesten plaatsruimen voor stacaravans,
woonwagens en chalets. Hun mobiele woonvorm vormt voor de Belgische
Voyageurs, Roms en Manoesjen het symbool bij uitstek van de kloof tussen henzelf
en de sedentairen. Het is nog één van de weinige uiterlijke tekenen van
hun identiteit.
Het begrip
‘wonen’ vullen zij anders in. Centraal staat het samen-wonen in groep.
Het kerngezin dat in een huis verblijft, komt maar zelden en meestal
tijdelijk voor. Hierdoor binden ze zich minder aan één plaats.
Veranderingen binnen de groep spelen dan weer wel een rol. In functie
hiervan kiezen ze een verblijfplaats. De lokale context van de
burgermaatschappij’ (buurtleven, verenigingsleven,
sportinfrastructuur,…) is bij deze keuze niet bepalend. Toch verblijven
steeds meer woonwagenbewoners noodgedwongen in een huis. Een structureel
tekort aan standplaatsen en de discriminatie vanuit de burgermaatschappij
zijn hiervan de oorzaak. Soms speelt ook de behoefte aan meer comfort mee.
Gezinnen ruilen de stacaravan in voor een chalet en soms voor een huis.
Ondanks alles blijven zij zich steeds als woonwagenbewoners bestempelen.
Voorbeelden:
Voyageurs,
Roma, Sinti staan in familieverband. Omdat ze niet met burgers verblijven,
mijden ze vaak de officiële campings.
Inrichting van
de woonwagen. Voyageurs, Roma, Sinti hebben een eigen stijl van inrichten.
Dit vind je bij alle woonwagenbewoners terug. (zie ook punt 4.2
Huishouden)
Er is een
duidelijke groepsvoorkeur voor bepaalde automerken en caravans, ook deze
mode kan variëren.
Psychosomatische
klachten komen zeer veel voor bij Voyageurs, Roma, Sinti
die in een huis
zijn gaan wonen. Vaak nemen ze hun toevlucht tot geestelijken die dan het
huis moeten komen overlezen, soms meermaals per jaar.
4.1.2. Hier en
Nu
Het leven van
de Voyageurs, Roma, Sinti speelt zich af in het hier en nu
(overlevingscultuur). Ook in hun wooncultuur vinden we dit terug. Het
wonen is iets tijdelijks en onderhevig aan de familiale en sociale
veranderingen van het moment. Daarom spreken we eerder van ‘staan’.
Vandaag verblijven ze op terrein A in stad B, enkele weken later wonen ze
in huis C in stad D.
Voorbeelden:
Voyageurs,
Roma, Sinti verhuizen soms tienmaal per jaar
Zelfs een huis
kopen is nooit iets definitiefs.
Het bijbouwen
gebeurt praktisch nooit in duurzame materialen.
Als men geld
nodig heeft, kan men de wagen verkopen.
Vaak zien we
dat Voyageurs, Roma, Sinti een huis huren/kopen en erachter gaan staan met
de woonwagen.
4.1.3.
Flexibiliteit
De woonwagen
is een flexibele woonvorm. Hij is relatief goedkoop, vlot verplaatsbaar en
snel verhandelbaar. Dit illustreert hun overlevingscultuur, gebaseerd op
flexibiliteit. Rusteloosheid en zich opgejaagd voelen, zijn hier nauw mee
verbonden.
Voyageurs, Roma, Sinti
verhuizen vaak omwille van de druk uit de maatschappij. Dit vereist de
noodzakelijke flexibiliteit. (financiële
middelen, discriminatie bij het huren van huizen, familiale problemen,
familieruzies,…)
Voorbeelden:
Een gezin
koopt een huis. Zij doen een volledige verbouwing, maar verhuizen door
moeilijkheden met de familie die in de buurt woont. Ook de drang om weer
rond te trekken kan ervoor zorgen dat ze alles weer verkopen.
4.2.
HUISHOUDEN
4.2.1. Wij en
Zij
Voyageurs,
Roma, Sinti gebruiken elementen uit de burgerwereld om hun typische
levensstijl samen te stellen. Omdat velen onder hen nog nauwelijks
rondtrekken, richten ze hun wagen of chalet rijkelijker in dan voordien.
Ze houden van meubelen met veel franjes, weelderige gordijnen, porseleinen
beeldjes, spiegels en ander blinkend materiaal. Een huis of een wagen van
een Voyageur is meteen herkenbaar. Plaasteren beeldjes, plastieken bloemen
en afwasbare zetelovertrekken zijn erg in trek. Een woning waar dit
ontbreekt, is een huis zonder stijl en ziel.
Indruk maken
op familie en vrienden speelt hierbij ook een rol.
Rondtrekkende
Zigeuners bezitten niet zoveel kleine accessoires omdat die tijdens het
rijden zelden blijven staan. Toch hechten ook zij veel belang aan de
inrichting van de wagen.
Het interieur
moet er steeds onberispelijk uitzien. Nieuw en blinkend zijn de
sleutelwoorden. De woning krijgt dagelijks een grondige beurt. Is een
voorwerp een beetje versleten of te lang in gebruik, vervang het dan door
nieuwe dingen. Die zijn zuiver en worden niet “besmeurd” door allerlei
binnenkomende onzuiverheden. Dit laatste komt meestal van buitenstaanders,
burgers of ongewenste bezoekers. Bleekwater reinigt een kopje waaruit een
burger gedronken heeft. Deze vorm van zuiverheid sluit nauw aan bij het
begrip marimé (‘reinheid’ zie hoofdstuk gezondheid). Alles wat niet-Voyageurs, Roma, Sinti aanraken, is onrein. Zuiveren betekent strenge
regels volgen. De angst is immers groot dat burgers door aanraking slechte
dingen doorgeven (bijvoorbeeld bacteriën of kwade geesten).
Graaggeziene
gasten wacht een zeer warm onthaal. Het aanbieden van een kop koffie of
een gezamenlijke maaltijd, zijn tekens van aanvaarding. Weigeren staat
gelijk aan het negeren van hun gastvrijheid. Voyageurs, Roma, Sinti
verwachten
dat gasten zich aan de regels van het huishouden houden. Zwijgen over
onderwerpen die onrein of marimé zijn en schoenen uittrekken als je de
wagen binnenstapt, zijn hier voorbeelden van.
4.2.2. Hier en
Nu
Voyageurs
volgen een eigen interieurmode. Dit kost geld. Wie over de nodige middelen
beschikt, hoort erbij. Is dit niet het geval dan verfraai je je interieur
met van familie of vrienden gekregen of met kleinere, betaalbare
voorwerpen.
Het interieur,
net zoals de wagen waar je met rijdt, bepaalt iemands status. Nieuwe
trends past men jaarlijks in, meubels worden vernieuwd.
Voor
woonwagenbewoners spelen de allernieuwste caravanmodellen een belangrijke rol. Woonwagens
worden snel ingewisseld, waarbij ook de volledige huisraad verandert. Een
caravan ouder dan vijf jaar, is uit de mode.
Gasten,
vandaag goed ontvangen, kunnen morgen niet meer welkom zijn. Mogelijke
reden: de gast heeft iets gezegd of gedaan dat Voyageurs, Roma, Sinti
niet
accepteren. Buitenstaanders maken snel fouten omdat ze niet ingelicht
worden over de regels en taboes. Ze moeten het zelf te weten komen. Als Voyageurs,
Roma, Sinti merken dat een burger zijn best doet om zich aan
hun levensstijl aan te passen, dan wordt hij makkelijker aanvaard.
4.2.3.
Flexibiliteit
In het
huishouden bestaan er strenge regels inzake properheid. Hoe belangrijk is
deze netheid op andere domeinen? Soms schijnen er helemaal geen regels te
bestaan. De kinderen van Voyageurs, Roma, Sinti lopen vaak rond met vuile
kleren, zwarte handen en voeten, ongekamde haren en de tanden nooit
gepoetst. Het is meestal dit beeld dat bij de burgers over Voyageurs, Roma, Sinti
blijft hangen.
De omgeving
rond het woonwagenterrein is soms bezaaid met zwerfvuil. Die omgeving zien
zij als eigendom van de burgers. Burgers
moeten de nodige voorzieningen treffen (containers e.d.) wanneer Voyageurs, Roma, Sinti
er zich komen vestigen. Een wekelijkse huisvuilophaling
leidt al snel tot een proper woonwagenterrein.
4.3. ONDERWIJS
4.3.1. Wij en
Zij
De school
behoort fundamenteel tot de burgermaatschappij. Voyageurs, Roma, Sinti
bekijken het daarom met een grote dosis wantrouwen: op school kunnen
kinderen burgermanieren leren en dat vormt een bedreiging voor de
Voyageurs, Roma, Sinticultuur.
Daarom komen
conflicten tussen school en doelgroep veelvuldig voor. De school wekt
weinig interesse op, ook omdat de leerstof voor de ouders te
moeilijk is en ze niet begrijpen waar hun kinderen mee bezig zijn.
Die kinderen
maken vaak een identiteitscrisis door. Ze zwijgen over hun afkomst op
school en de leerstof wordt vaak thuis niet gewaardeerd.
De school
staat haaks op het Voyageurs, Roma, Sinti-leven. Een stabiel stenen gebouw
waar je moet luisteren naar een burger, waar vooraf alles bepaald is en op
gezette tijden gebeurt, komt in conflict met hun flexibiliteit die ze met
de moedermelk meekregen.
-Thuis is het
leven in alle opzichten flexibel. Men vertrekt, al dan niet met de
woonwagen, wanneer en waarheen men maar wilt (bijvoorbeeld bij ziekte van
een familielid, een begrafenis,…).
-
Gehoorzaamheidstraining behoort niet tot de Voyageurs, Roma, Sinti-cultuur.
Zeker een burger gehoorzamen, vormt een probleem. Vaak merken we dat Voyageurs, Roma, Sinti
zich achtergesteld voelen - soms zonder objectieve
redenen -, waarbij ze hun gevoel bevestigd zien dat “men hen niet moet
hebben”.
- Leven,
werken en wonen vormen thuis een eenheid. Activiteiten gebeuren als ze
nodig zijn, onafhankelijk van tijd of plaats. Je eet als je honger hebt.
Ben je moe, dan ga je slapen.
- Voyageurs, Roma, Sinti
ambiëren geen centrale plaatsen in de burgermaatschappij.
“Wij moeten geen advocaat of minister worden”, is een vaak gehoorde
uitspraak. Het onderwijs
daarentegen is precies gestoeld op zulke carrièreplanning.
4.3.2. Hier en
Nu
Het onderwijs
heeft, zoals veel voorzieningen, voor Voyageurs, Roma, Sinti
een louter
instrumentele betekenis: het dient om te leren lezen, schrijven en
rekenen. Algemene vorming is ballast. Het nut ervan wordt niet (h)erkend
en weegt steeds meer op de onderwijsmotivatie.
Het resultaat
van het schoollopen is pas zichtbaar op zo ‘n lange termijn dat het in
de ogen van Voyageurs, Roma, Sinti onmogelijk haalbaar lijkt. Dit gegeven remt
hun motivatie af.
Reeds vanaf de
pubertijd schakelen ouders hun kinderen in hun beroepsleven in. Hierdoor
nemen de afwezigheden op school met de leeftijd toe. Via een inschrijving
is men in regel met de leerplichtwet, maar schoollopen wordt door
16-18-jarigen vermeden.
4.3.3.
Flexibiliteit
Voyageurs,
Roma, Sinti voelen zich niet gauw verbonden met een instituut, dus ook niet
met een school. Gevolg: kinderen van Voyageurs, Roma, Sinti
wisselen vaak van
school, meestal naar aanleiding van een conflict.
Het deeltijds
onderwijs oefent een sterke aantrekkingskracht uit op de jonge Voyageurs, Roma, Sinti. Ook al hebben ze vaak de capaciteiten om meer beloftevolle
richtingen te volgen, de vrijheid binnen het deeltijds onderwijs krijgt
snel voorrang op de mogelijke carrièrekansen die andere richtingen
bieden.
De Voyageurs, Roma, Sinti
die rondtrekken (bijv. de meeste Belgische Roms)
kunnen hun kinderen vaak niet naar school sturen. Er is in het Vlaamse
onderwijsbestel geen voorziening voor deze kinderen.
4.4 ARBEID
4.4.1. Wij en
Zij
Het sociale
netwerk vormt de basis van de Voyageur, Roma, Sinti-economie. Je moet over enorm veel en
veelzijdige mondelinge informatie beschikken om steeds tijdig de juiste
transactie te sluiten.
Nomaden
trekken rond in familieverband en komen steeds in een vreemde omgeving met
andere gewoonten. Het eerste waarop ze kunnen terugvallen is hun eigen,
vertrouwde omgeving; namelijk de familie (= wij). Van de vreemde, dikwijls
vijandige omgeving (= zij), distantiëren ze zich en beperken ze hun
contacten tot het voor hen nuttige. Hun sociale netwerk reikt zo verder
dan de familie, hetgeen een noodzaak blijft voor hun inkomsten.
“De Zigeuner
bewerkt de boer zoals de boer zijn land bewerkt. Landbouwmethoden kunnen
variëren van roofbouw tot ecologische teelttechnieken.” Deze uitspraken
illustreren de zigeunereconomie. De overgrote meerderheid van Voyageurs,
Roma, Sinti slagen er -soms na meerdere generaties- in om met hun omgeving
een evenwichtige relatie op te bouwen. Diegenen die er (nog) niet in
lukken, bezorgen hun ‘volksgenoten’ een slechte naam.
Voyageurs,
Roma, Sinti werken het liefst als zelfstandige. Zo kunnen ze hun
tijdsbesteding en sociale verplichtingen het best combineren met hun
inkomensverwerving. Daarenboven is het werken onder gezag van een
gadgo/boer erg ongewenst. Loondienst is dan ook (momenteel) hoogstens iets
tijdelijks.
Toch neemt de
interesse voor loonarbeid toe naarmate Voyageurs, Roma, Sinti
verburgerlijken.
Tewerkstelling als (ongebonden) interim of in de sector van de sociale
tewerkstelling vormt zo een opstap naar een vaste tewerkstelling.
Nomadisme
heeft (had) ook zijn typische ambulante beroepen die niet plaatsgebonden
zijn en geen investeringen of opleiding vragen. Vandaar activiteiten
zoals: leuren, seizoenarbeid (in de landbouw, kermissen), kleine ambachten
(herstellen van huisgerief, slijpen van scharen en boren) en
schroothandel. Deze kleinschalige traditionele activiteiten verdwijnen
omdat ze weinig rendabel zijn.
4.4.2. Hier en
Nu
Bij de
traditionele activiteiten is de relatie arbeid-product-betaling nog
aanwezig. In de grote bedrijven heeft ieder zijn deeltaak en ontvangt men
zijn (vast) loon per veertien dagen of per maand. Vanuit het leven in het
‘hier en nu’ hebben de Voyageurs, Roma, Sinti het er moeilijk mee dat die
directe relatie verdwenen is. Daarom spreekt arbeid in loondienst hen dan
ook weinig aan.
Een
fundamenteel kenmerk van de Zigeunereconomie is het verrichten van arbeid
of het aanbieden van diensten aan de meest en de snelst biedende. Zelfs in
Oost-Europa, waar de Roma decennia lang gedwongen werden tot loonarbeid,
herneemt de typische Zigeunereconomie opnieuw zijn oude gang.
4.4.3.
Flexibiliteit
Bij Voyageurs, Roma, Sinti
behoort het tot de levenstaak van de man om onder alle
omstandigheden in te staan voor de overleving van zijn gezin. Hij moet
meerdere vakken beheersen om op diverse vragen in te kunnen gaan. Dit uit
zich in hun voorkeur voor zelfstandige activiteiten in de ‘niches’ van
de burgereconomie, marktsegmenten die op de goegemeente geen
aantrekkingskracht uitoefenen wegens te vuil, te onregelmatig of te
armoedig.
Flexibiliteit
is doorslaggevend in het onderhandelingsproces met de gadgo. De rijkdom
van de Voyageur, Roma, Sinti groeit of daalt naarmate hij meer gadge kan overtuigen om
handel met hem te drijven. Goed onderhandelen betekent het correct
inschatten van gevoeligheden en daarop alert en assertief reageren. De
hele opvoeding is gericht op het verwerven van deze vaardigheid (zie ook
bij hoofdstuk 3 Onderwijs).
Ondanks hun
grote flexibiliteit hebben de Voyageurs, Roma, Sinti
het niet gemakkelijk
op de arbeidsmarkt.
Werken aan
hoogtechnologische producten (bv. moderne auto’s) vraagt een dito
opleiding en goed uitgeruste werkplaatsen. ‘Arbeid’ heeft immers een
band met ‘onderwijs’ voor wat de opleiding betreft en met
‘huisvesting’ als we over werkplaatsen spreken.
Ook stellen we
vast dat de (over)reglementering rond milieu, vestigingsvoorschriften en
BTW voor hen een belemmering vormt omdat het scholing en
administratieve opvolging vraagt.
4.5 GODSDIENST
4.5.1. Wij en
Zij
Religie, het
bestaan van een God en het Kwaad maken een wezenlijk deel uit van de
leefwereld van Voyageurs, Roma, Sinti. Ze hanteren rituelen om het Kwade
te bezweren en om God aan hun kant te krijgen. Deze gebruiken zijn terug
te vinden in verschillende godsdienstige belevingen of binnen
overtuigingen die niet onder de noemer ‘godsdienst’ vallen. Zo worden
er rituelen uitgevoerd om een gunst te bekomen of om iets ongewenst over
iemand anders af te roepen.
Toch voelen Voyageurs, Roma, Sinti
zich niet verbonden met een gevestigde structuur of
Kerk. Rituelen, zoals een bedevaart, doop, begrafenis of vormsel,
vinden plaats binnen de eigen groep. Het instituut kerk behoort immers tot
de gadjo/boerenwereld.
Binnen
eenzelfde familie kunnen verschillende godsdienstige stromingen harmonieus
naast elkaar bestaan: de grootouders kunnen katholiek zijn, de ouders
protestant en de kinderen ongelovig. Familiale banden zijn belangrijker
dan rituelen voor de eigenheid van de Voyageurs, Roma, Sinti. Toch geniet
de idee van ‘met zijn allen
tot dezelfde ritus behoren’ de voorkeur bij velen onder hen.
Voyageurs
bekennen zich meestal tot het katholieke geloof. Hun eigen aalmoezeniers
organiseren vooral in het trekseizoen bedevaarten waar de Voyageurs onder
elkaar hun geloof beleven. Het groepsgevoel bindt de deelnemers.
Roms
daarentegen behoren meestal tot een (protestantse) pinksterbeweging van
hun eigen groep. Predikers (pasteurs) uit de eigen familie, gaan de
diensten voor. Twee maal per week komen zij samen. In het trekseizoen
organiseren ze vaak conventions (bedevaarten) die bijna altijd een
internationaal karakter hebben. Daar wordt ter plaatse gedoopt.
Het geloof van
de Manoesjen leunde dicht aan bij het katholieke geloof van de Voyageurs.
Tegenwoordig volgen meerdere groepen de interne (protestantse)
Pinksterbeweging. De praktijk ervan loopt parallel met het geloof van de
Roms, al beleven beide groepen het afzonderlijk.
Godsdienst
bezorgt hen dus een eigenheid, zowel tegenover de burgerwereld als
tegenover de verschillende groepen onderling. Elke groep bestempelt zijn
eigen geloof als het Ware en put hieruit een groepsidentiteit. Daarom
begeven Voyageurs zich weinig in het parochieleven in hun buurt. Voor
dopen doen ze beroep op hun eigen aalmoezeniers of wachten op een
bedevaart om dit ritueel te voltrekken. Ook de eerste communie vieren ze
onder elkaar. Protestantse groepen hebben eigen predikers. Dit duidt op
hun afstand met de burgermaatschappij en wakkert hun etnisch bewustzijn
aan. Het protestants geloof in België loopt dan ook gestructureerd
volgens deze etnische groepen. Manoesjen en Roms kennen dan ook hun eigen
pasteurs en bijeenkomsten.
De katholieken
vereren Onze Lieve Vrouw. Protestanten doen dit niet. Gezien het
universeel karakter van de Mariaverering bij bijna alle Voyageurs, Roma,
Sinti vroeger, is dit een opvallende trendbreuk. Sommigen zien hierin
een poging om de min of meer sterke positie van de vrouw (zeker bij de
Manoesjen) terug te dringen.
4.5.2. Hier en
Nu
Zoals de
relatie van Voyageurs, Roma, Sinti met de burger er een is van
“ecologie/economie”, zo wordt ook de relatie met God en het Kwaad
bepaald door het nut dat eruit voortvloeit. Religie is vooral nuttig om
voordelen te bekomen en nadelen te bezweren. Geluk en ongeluk zijn vaak
het resultaat van het nakomen van beloften, het offeren van kaarsen, de
deelname aan bedevaarten (eerder in een katholieke omgeving) en het
formuleren van smeekbeden tijdens vieringen (protestantse omgeving). Ook
hier vormt het magische wereldbeeld het fundament voor de relatie met het
bovennatuurlijke. Dit komt telkens weer op de voorgrond: het
onbegrijpelijke inzichtelijk, “grijpbaar” maken. Dit geldt zowel voor
Roms, Manoesjen als voor Voyageurs. Vandaar wellicht ook het succes van
min of meer dissidente godsdienstbeoefenaars zoals exorsisten, overlezers
en genezers.
Katholieken
leggen veel sterker de nadruk op de ethiek als integrerend deel van de
godsdienst dan protestanten. Concreet bevat de boodschap van de katholieke
priesters tal van richtlijnen voor het dagelijkse samenleven. De
protestanten hebben een eerdere “verticale” godsdienstbeleving,
namelijk de persoonlijke band van het individu met God. De bekering van
een individu tot de nieuwe christelijke beweging gaat vaak gepaard met een
spectaculaire morele ommekeer zoals stoppen met drinken en afzweren van
geweld. Dit wordt vaak als een rechtstreekse ingreep van God ervaren,
vergelijkbaar met een genezing of een roeping.
Toch stellen
we vast dat er een losse band bestaat tussen godsdienst en moraal. Het
belijden van naastenliefde in de kerk betekent niet dat er achteraf geen
slaande ruzie met de buurman kan ontstaan. Hierin is er geen verschil met
de burgerwereld.
4.5.3.
Flexibiliteit
Ook op
godsdienstig vlak zijn Voyageurs, Roma, Sinti flexibel.
Sommige
Manoesj-groepen bekeren zich tot het protestantse geloof om even later
weer naar de veilige Roomse stal terug te keren. Andere bekeerlingen doen
met de dood voor ogen terug beroep op de katholieke aalmoezenier voor de
laatste sacramenten en hun begrafenis.
Overtuigde
katholieke Voyageurs, Roma, Sinti
vinden
we ook terug op de conventions van de protestantse volksgenoten. Hun
aanwezigheid is voor geen van de partijen een probleem. Een katholieke
woonwagenwerker kan zonder problemen een gebedsstonde houden met een
protestantse Romfamilie.
Sommige
mohammedaanse Roma gaan zonder problemen naar katholieke bedevaartsoorden
opgedragen aan Maria.
We zien ook
dat Voyageurs, Roma, Sinti de godsdienst overnemen van de sedentaire maatschappij
waarin ze verblijven. In West-Europa zijn ze katholiek, in Bosnië en
Kosovo moslim, terwijl ze in Oost-Europa orthodox kunnen zijn.
Toch
is het opvallend dat Voyageurs, Roma, Sinti katholiek zijn in
landen als Engeland, Nederland en Duitsland.
Zoals in alle
bevolkingsgroepen is ook bij Voyageurs, Roma, Sinti een ontkerstening aan
de gang. Bij de Voyageurs is deze wellicht sterker omdat
godsdienst bij hen weinig etnische meerwaarde heeft. Dit neemt niet
weg dat tal van volksgelovige elementen het leven blijven bepalen, ook bij
Voyageurs die nooit deelnemen aan religieuze bijeenkomsten.
Voorbeelden:
- Een Rom
moest naar de kerk om zijn kind te laten dopen. Hij had een afspraak met
een priester in een katholieke kerk op het stadsplein. Daar aangekomen
merkte hij dat de protestantse kerk groter was dan de katholieke. Zijn
kind is protestants gedoopt.
- Een ouder
katholiek koppel waarvan de dochter een fervent aanhangster werd van de
pinksterbeweging, sympathiseert met het enthousiasme van hun dochter. Doch
zelf kunnen zij zich naar eigen zeggen niet tot deze beweging bekeren
omdat hun ouders, die reeds overleden zijn, hiervoor geen toelating meer
kunnen geven.
- Noorse
Vandria (Sinti) zijn protestants, maar aanbidding van heiligen en Maria is
voor hen geen echt probleem.
4.6 GEZONDHEID
4.6.1. Wij en
Zij
Bij Voyageurs,
Roma, Sinti neemt het begrip ‘reinheid of marimé’ een belangrijke
plaats in hun leven in. Veel van hun handelingen volgen een hygiënische
code. Bij het koken bijvoorbeeld belanden de aardappelen nooit in een kom
bestemd voor de afwas. Vlees dient eerst grondig afgespoeld alvorens het
bereid wordt. Een koffiekop waaruit een burger dronk, wordt apart in
bleekwater afgewassen.
Dit begrip
marimé speelt ook bij de lichamelijke kant van het leven. Op spreken over
de geslachtsdelen wanneer het over gezondheid gaat, rust een taboe.
Gevolg: vrouwen hebben niet de gewoonte om zich medisch te laten
begeleiden tijdens de zwangerschap. Ook wanneer de vrouw menstrueert,
dienen bepaalde regels in acht genomen te worden.
De kloof
tussen hen en de burgers zorgt ook voor problemen. Bijvoorbeeld bij de
consultaties van Kind&Gezin: een Roma- of Sintivrouw zal haar kindje niet op
de onderzoekstafel willen leggen wanneer er juist een burger voor haar bij
de dokter geweest is. Alles wat burgers aanraken, is onrein. Vandaar ook
de angst om naar het ziekenhuis te gaan.
Deze kloof
vind je tegenwoordig minder terug bij Voyageurs. Zij zijn hierin soepeler.
4.6.2. Hier en
Nu
Gezondheid is
een belangrijk onderwerp bij Voyageurs, Roma, Sinti. God of het lot
bepalen of je al dan niet ziek bent. Bid je veel en val je in de gratie
van God, dan zul je genezen. Dokters en medicatie worden dan terzijde
geschoven. Een doktersafspraak, enkele dagen op voorhand gemaakt, wordt
niet meer nagekomen.
Het correct
innemen van medicatie vormt in dit licht een probleem. Voel je je vandaag
beter dan ben je genezen en behoef je geen pilletjes of poedertjes meer.
Dit stuit op onbegrip bij de behandelende artsen.
In dit kader
behaalt preventieve gezondheidszorg weinig succes. Problemen in de
toekomst bestaan niet. Gezondheid wordt op korte termijn geëvalueerd.
Aandringen om te stoppen met roken of om de voeding aan te passen, heeft
geen zin als je vandaag gezond bent. Wat er in de toekomst gebeurt, zijn
zorgen voor later.
Omdat Voyageurs, Roma, Sinti
veel voorgeschreven medicatie niet innemen, hebben ze
een grote huisapotheek. Ze geven pillen niet zelden aan elkaar door,
stellen zelf een diagnose en dienen dan de bijhorende medicatie toe.
4.6.3.
Flexibiliteit
Vaak
vertrouwen Voyageurs, Roma, Sinti op een waarzegger die hun gezondheid
voorspelt. Bij slecht nieuws volgt al dan niet een doktersonderzoek