Doelgroepen
Start Omhoog Begeleidingsmethodiek Beleidsplan 97-02 Meerjarenplan 03-08 Doelgroepen Onderwijs Bestellen

 

Economie
Statistieken
Tijdsband
Voyageurs, Roma, Sinti  vormen verre van een homogene bevolkingsgroep. De verschillende ‘deelgroepen’ hebben een eigen geschiedenis en specifieke (cultuur)kenmerken. Toch zijn er onderling heel wat bindingen.

We hanteren de termen Voyageurs, Roma, Sinti omdat in geen enkele taal, ook niet in de Voyageurs, Roma, Sinti-talen, er een verzamelnaam bestaat voor de vele tientallen subgroepen. Het woord “zigeuner” heeft dan weer een te negatieve bijklank. Op internationaal niveau gebruikt men vaak de term Roma. Voor o.m. Manoesjen, Sinti, Ashkali is dit echer geen aanvaard verzamelbegrip waaronder zij wensen opgenomen te worden.

Voyageurs zijn de autochtone “rondtrekkenden” die tegenwoordig meestal sedentair leven. In Vlaanderen noemen zij zichzelf allemaal “Voyageur”[1].

[1] In de Engelstalige gebieden noemen ze zich “Travellers”, in Franstalige en Duitstalige middens spreekt  men ook van “Yenisch

1. GROEPEN

- Roma

“Roma” zijn de Oost-Europese Roma die in België inwijken sinds de Tweede Wereldoorlog, met een duidelijke toename na de val van het IJzeren Gordijn. Hun eerste taal is meestal een Romanes   - dat per groep verschilt -, gevolgd door de taal van het land waar ze vandaan komen. De taal van het West-Europese land (Italië, Duitsland) waar ze eerst verbleven, komt op de derde plaats. Nederlands is dus pas hun vierde of vijfde taal.

De grootste concentraties van Roma zijn terug te vinden in:
Brussel: vooral uit Roemenië en ex-Joegoeslavië
Antwerpen: vooral uit Kosovo, Bosnië, Macedonië maar ook uit Slowakije, Roemenië
Gent: vooral uit Slowakije, Tsjechië
Waasland: met concentraties van Kosovaren in St-Niklaas en Tsjechen in Lokeren
Regio Tienen, Leuven, St-Truiden, Tongeren: bijna uitsluitend uit Slowakije.

Sommigen onder hen hebben een statuut als vluchteling verworven of kregen hun regularisatie. Zij zullen dus permanente inwoners van ons land blijven. De meesten echter  beschikken niet over geldige verblijfsdocumenten, zij kunnen dus op de arbeidsmarkt niet terecht en slechts beperkt bij reguliere voorzieningen.

Voyageurs

Voyageurs zijn autochtone Belgen die van de trekkende handelaars en ambachtslui van vroeger afstammen. Diegenen die nog in een woonwagen verblijven, staan vandaag vaak op gemeentelijke terreinen. Velen onder hen wonen, al dan niet gedwongen, in huizen maar blijven zowel voor zichzelf als voor de groep echte Voyageurs. In Vlaanderen zijn zij Nederlandstalig.

- Mànoesjen

De Manoesjen vertoeven sinds de 15e eeuw in onze contreien. Hun levenspatroon lijkt sterk op dat van de Voyageurs. Gemengde huwelijken tussen deze twee groepen komen dan ook geregeld voor. Als eerste taal spreken zij hun Romanes gevolgd door het Nederlands. In andere West-Europese landen worden zij Sinti genoemd.

- Roms

Zij kwamen vanaf midden 19de eeuw in ons land aan. Zij leven sterk nomadisch, hechten grote waarde aan familiale banden en spreken steeds hun Romanes, met als tweede taal het Frans. De vrouwen dragen bij voorkeur lange kleurrijke kleren. Mede daardoor zijn zij misschien de meest opgemerkte groep, hoewel ze in aantal het kleinst zijn.

- Buitenlandse Voyageurs, Roma, Sinti

Onafhankelijk van de Roma  trekken er in de zomermaanden grote aantallen Voyageurs, Roma, Sinti, meestal uit EU-landen, door België. De groepen variëren van 30 tot 150 caravans en hebben vaak familiale of sociale banden met de Belgische Voyageurs, Roma, Sinti.

- Foorreizigers, schippers, circusreizigers... .

Zij behoren niet tot de doelgroep van deze publicatie. Zij kunnen beroep doen op eigen organisaties voor hun belangenverdediging. Toch vinden velen onder hen via familiebanden of beroepsactiviteiten aansluiting bij de Voyageurs.

  1.2 AANTALLEN

Niet te tellen

Er is geen objectieve basis waarop Voyageurs, Roma, Sinti identificeerbaar zijn. Hun identiteit staat niet op hun paspoort maar is sociaal bepaald: Voyageur, Roma, Sinti is al wie zichzelf als Voyageur, Roma, Sinti benoemt door andere Voyageurs, Roma, Sinti als dusdanig genoemd wordt.

Ten tweede willen Voyageurs, Roma, Sinti niet geregistreerd worden. De Tweede Wereldoorlog ligt immers nog vers in het collectief geheugen.

We dienen dus op basis van onze persoonlijke contacten met de doelgroepen schattingen maken. Hierbij moeten we dan nog rekening houden met de vage grenzen tussen de Belgische Roms, Mànoesjen, Voyageurs en burgers. In elke stamboom kom je immers meerdere van deze Belgische deelgroepen tegen.

Dit alles maakt het moeilijk om de exacte omvang van onze doelgroep weer te geven, zoals dat bijvoorbeeld wel kan voor migranten, vluchtelingen of pakweg langdurige werklozen. Uit ervaring blijkt overigens dat een goede basiswerking steeds meer doelgroepleden aantrekt die tot dan toe onbekend waren.

 

Wel te schatten

We schatten het aantal Voyageurs, Roma, Sinti in Vlaanderen en Brussel momenteel op zo’n 30.000 individuen.

Belgische Voyageurs, Roma, Sinti

Een volledige telling in Limburg bij het begin van de jaren ‘90 bracht ons op het afgeronde getal van 1.000 Voyageurs. Via onze werking hebben meerdere gezinnen zich sindsdien als Voyageur bekendgemaakt. Geëxtrapoleerd naar de 5 andere provincies en naar Antwerpen, Gent en Brussel schatten we het aantal Voyageurs op 8.000. Tellen we die bij onze schatting van 1.300 Manoesjen en de 700 Roms met winterplaats in België (eigen telling) dan komen we tot het afgeronde getal van 10.000 individuen van “Belgische” Voyageurs, Roma, Sinti.

De Roma

Uit onze contacten leiden we het volgende af:

Brussel: 6.500,
Gent: 2.500,
Antwerpen: 4.000,
Sint Truiden – Tienen: 1.000, Waasland: 1.000 .
In de rest van Vlaanderen vinden we hen in kleinere concentraties.
Dit doet ons het aantal Oost-Europese Roma in Vlaanderen schatten op 20.000.

Wonen in een wagen

Het aantal woonwagenbewoners dat nog effectief in een wagen verblijft, bedraagt 850 gezinnen (= + 2.500 individuen). Op diegenen die in huizen verblijven, hebben we geen volledig zicht.   Let wel: veel woonwagenbewoners wonen tijdelijk of definitief in huizen maar blijven onverminderd opgenomen in hun oorspronkelijk milieu.

De spreiding van Voyageurs, Roma, Sinti in huizen en in woonwagens verschilt zeer sterk per regio. In Limburg bijvoorbeeld woont de helft van de Voyageurs in huizen. In het Meetjesland is dat tachtig percent. In de meeste regio’s kennen we de verhouding niet.

Overzicht gemeentelijke woonwagenterreinen

(01 januari 2001)

gemeente                                        adres                                                aantal                                                                                                
                                                        woonwagenterrein                       standplaatsen                               

 

Aalst                                      Zijpstraat                             13
                                              Bleekveld                             15

Aarschot                               Gijmelhoekstraat 11  
Antwerpen (Deurne)             Krijgsbaan                           24           
Antwerpen  (Wilrijk)            Klaverbladdreef                   14           
As                                          Lanklaarsesteenweg               6             
Bilzen                                    Vrankrijkstraat                       2             
Diest                                      Turnhoutsebaan                      5             
Genk                                      Geenhornstraat                     52           
Gent                                      Vosmeers                                12           
Grobbendonk                         Schmitzhove                         10           

Heist o/d Berg                        Broekmansstraat                   10           
Hasselt                                    Crutzenstraat                       18           
Hasselt                                    Stadsheide                              8             
Ham                                       Eikendreef                                7             
Herentals                                Sint-Janneke                         16           
Leuven                                    Dijledreef                              26           
Maaseik                                Wurfeldermolenstr.                24           
Maasmechelen                       Forenzenweg                         26           
Mechelen                              Gr. Nieuwendijkstr.                20           
Mortsel                                 Gasthuishoeve                         26           
Oud-Turnhout                        Steenweg op Mol                     8             
Puurs                                     Lichterstraat                             5             
Rotselaar (Werchter)            Nieuwebaan                              7             
St.-Jans-Molenbeek              Nestelingenstraat                      6           
St.-Katelijne-Waver              Spoorweglei                             12           
St.-Truiden                             Groenstraat                            18           
Wetteren                                 Zuiderdijk                              15           

Verder zijn er nog twee reglementaire private terreinen:
in Mechelen (8 wagens) en in Haren bij Brussel (6 wagens).

TOTAAL                                                                             430

  2. Geschiedenis

Roma, Sinti

In de 10e eeuw verlieten grote bevolkingsgroepen het noorden van Indië. De reden van hun vertrek is onduidelijk. Hongersnood, oorlogsdreiging en/of slavernij zijn de meest vermelde oorzaken.

Uit de weinige historische bronnen die er bestaan over deze groepen kunnen we hun aanwezigheid in Europa min of meer in kaart brengen. Vooral de vroegste vermeldingen vertonen een beweging van Oost naar West.

Men neemt aan dat de benaming "zigeuner" is afgeleid van "Athinganoi": een aanduiding voor een joodse sekte die beschreven werd in de levensbeschrijving van de H. Gregorius door een anonieme monnik op de berg Athos in Griekenland (1054). Hetzlefde geldt voor de benaming in andere talenCigano, Cigan, Zingaro, Tsigane ...

De eerste melding van nomadische vreemdelingen duikt op in 1322 en wel in Heraklion op Kreta, echter zonder ze te benoemen.

In 1323 wordt een groep acrobaten vermeld, die vertrok vanuit Constantinopel om zijn kunsten te gaan vertonen in Servië. Van dan af worden de meldingen frequenter: 1346 Korfu, 1368 Zagreb, 1387 Ljubljana, 1407 Hildesheim (D), 1420 Deventer (NL), 1421 Brussel (nl. op 3 januari), Doornik (nl. op 8 oktober), 1422 Bologna (I), 1425 Zaragoza (SP), 1433 Denemarken, 1505 Schotland, 1512 Zweden, 1526 Portugal, 1540 Noorwegen, 1559 Finland enz …

De eerste migratie

of de komst van de Manoesjen. 

Naar West-Europa vindt de eerste migratie plaats vanaf de 15e eeuw. Dit luidt de komst in van de mogelijke voorouders van de groepen die in Nederland, Italië, Duitsland bekend zijn als Sinti, in België en Frankrijk als Manoesjen[1] (FR: Manouche).

In 1420 arriveerden kleine mobiele groepen Zigeuners in de Nederlanden.  Zij beweerden pelgrims te zijn uit de onbekende landstreek “Klein-Egypte”. Om hun beweringen te staven, toonden zij vaak geleide- en beschermingsbrieven van de Roomse Koning Sigismund, van Paus Martinus V, en van andere lagere machthebbers.

In die tijd werden Zigeuners vermeld als Egyptenaren en andere afgeleiden. Hieruit zijn de benamingen als gypsy, gitano, gitan ontstaan[2].

Aanvankelijk wachtte hen een gastvrij onthaal. Enkele ooggetuigen hebben hun ervaringen op papier gezet. Onder meer het volgende.

“Bijna iedereen had zilveren ringen in beide oren, soms zelfs twee. Het was een teken van adel in hun land. De vrouwen lazen de hand, hetgeen disputen veroorzaakten in menig huishouden wegens de voorspellingen die ze pretendeerden te maken over de toekomst van hun huwelijk. En men zegt dat die heksen ondertussen de beurzen van hun bezoekers handig ledigden. Maar eerlijk gezegd, ik ben er drie of vier keer geweest om met hen te praten, maar ik ben geen duit verloren en ik heb ook niemand de hand zien lezen.”

De bisschop van Parijs liet iedereen excommuniceren die in de voorspellingen geloofde en zich de hand liet lezen. Hij organiseerde zelfs een boeteprocessie voor deze zonden.”[3]

Een andere getuige vermeldt:

“Zij waren zulke uitstekende ruiters dat een paard, wanneer zij erop zaten, veel schoner en levendiger scheen, dan wanneer een ander erop zat.”[4]

 

Lang bleef dit echter niet duren. Vanaf de 16e eeuw nam de gastvrijheid in de steden langzamerhand af. Te veel Zigeuners hadden de weg naar West-Europa en de Nederlanden gevonden en de geleidebrieven verloren hun geloofwaardigheid. Bij de gilden groeide het ongenoegen over de handelspraktijken van de Zigeuners. Gevolg: de eerste uitwijzingsdecreten werden uitgevaardigd. In de Nederlanden voerde de overheid een hard beleid. In de 17e en 18e eeuw waren de Voyageurs, Roma, Sinti in onze gewesten vogelvrij en dus vaak het slachtoffer van massale vervolgingen of zware repressie, zodat ze geregeld op de vlucht sloegen. Na meedogenloze jachtpartijen bleven er nog weinig van hen  over zodat de overheid niet eens de moeite meer deed om ze op te sporen. Pas rond de 19e eeuw waagden verschillende verdreven Roma, Sinti-groepen zich opnieuw in onze gebieden. De vervolgingen  werden minder hard. Roma, Sinti assimileren en hun cultuur laten verdwijnen, was toen de leuze.

Vandaag verblijven de Mànoesjen in Vlaanderen/Brussel vooral in de driehoek Brussel-Antwerpen-Gent. Zij wonen meestal in een woonwagen op een familiaal terrein.

 

De tweede migratie

of de komst van de Roms. 

De tweede migratie dateert van de tweede helft van de 19e eeuw. Na de totale afschaffing van de slavernij in 1856 in de Roemeense Prinsdommen Moldavië en Walachije (vandaar hun naam Vlach-Roma), trokken Roma naar Rusland en West-Europa. Ook verlieten verschillende groepen Hongarije op zoek naar betere oorden. In sommige landen staan zij bekend als Olach, of ook onder de naam van subgroepen als Kalderash, Lovari, Ursari …

De Roms die toen in België arriveerden, werden tot 1933 vooral geweerd. “Vreemde” Roms konden zich niet inschrijven: ze hadden identiteit noch nationaliteit. Men beschouwde hen als landlopers. Ze trokken in ons land rond en overleefden dankzij hun grote inventiviteit.

Van 1933 tot 1965 werden ze geduld. Ze kregen een reisblad, gevolgd door de onterende “Zigeunerkaart”, uitgereikt door het Ministerie van Justitie. Deze kaart  was geen identiteitsdocument maar een toelating tot verblijf van drie maanden in België. Elke maand moesten de rondtrekkende vreemdelingen zich bij de rijkswacht aanbieden om de kaart te laten afstempelen.

De Duitse bezetting was de hardste en pijnlijkste periode in hun recente geschiedenis. De Nazi’s hanteerden een uitroeiingspolitiek. Naar schatting verloren 250.000 Europese Roma, Sinti (sommige bronnen spreken van 500.000) het leven in Duitse  concentratiekampen.

Vanaf 1965 kregen rondtrekkende vreemdelingen een permanente verblijfsstatus. Uitwijzingen waren niet meer mogelijk. Pas in 1975 volgde de afschaffing van de Zigeunerkaart. Vanaf dan worden rondtrekkenden ingeschreven in de zogenaamde rechtsbevolking. Het is pas vanaf het begin van de jaren 1990 dat zij via de invoering van het referentieadres kunnen beschikken over een volwaardige Belgische identiteitskaart. De meeste Roms beschikken dan ook over geldige verblijfsdocumenten en meestal de Belgische nationaliteit.

De Roms van vandaag leven, zeker in de zomermaanden,  sterk nomadisch. Hun  winterstandplaatsen bevinden zich hoofdzakelijk in de driehoek Brussel-Antwerpen-Leuven. Hun eerste taal is het Romanes, gevolgd door het Frans. Het Nederlands komt pas op de derde plaats.

 

De derde migratie

of de komst van de Roma.

De trek van Oost- naar West-Europa is nooit echt stilgevallen. Deze migratie kent een nieuw hoogtepunt tijdens de communistische machtsovernames in Centraal- en Oost-Europa, maar meest nog na de val van het IJzeren Gordijn. Ook de oorlogssituaties in voormalig Joegoslavië spelen een rol. Deze nieuwe inwijkelingen noemen we de Roma. Hun verblijfssituatie is onzeker. Zij beschikken bij hun aankomst meestal over voorlopige documenten. Enkelen slaagden erin het statuut van vluchteling te bekomen, of kregen een regularisatie. Velen verkiezen echter een leven als illegaal in West-Europa boven het staatsburgerschap in het Oosten, zij kunnen in die situatie vaak terugvallen op familiale solidariteit.

Deze Roma leven bijna allen in huizen maar velen blijven zeer mobiel. Verhuizen van stad naar stad of van land naar land blijft steeds een optie als er zich betere overlevingskansen voordoen.

Met deze derde migratie kregen we op korte tijd een grote variatie van Roma-groepen in ons land. Er is inderdaad een merkelijk verschil tussen bijv. de Rumungri uit Tsjechië en de Vlach uit Roemenië. Of tussen de moslims en de christelijk-orthodoxen uit ex-Joegoslavië. Uit zowat elk van de ongeveer 60 - 70 subgroepen van Roma uit Oost-Europa zijn er onderhand wel personen aanwezig in ons land. Dit geeft een zeer grote verscheidenheid aan integratiewil en integratiekansen hetgeen nog maar eens duidelijk maakt dat “de Roma” geen homogene groep zijn die allen over één kam zijn te scheren.

Dit compliceert tevens de inschakeling van Roma als intercultureel bemiddelaars, vermits de ene groep zeer moeilijk iemand uit een andere groep als bemiddelaar zal aanvaarden.

 

Voyageurs

of autochtone rondtrekkenden

Rondtrekkenden zijn er in ons land altijd wel geweest.

Historische documenten rond bijvoorbeeld hun taal, het Bargoens, vormen een interessante aanwijzing. Reeds in de 16e eeuw bestonden er al woordenlijsten van. Vergelijken we die met het hedendaagse Bargoens in Vlaanderen, dan vallen meteen de gelijkenissen op. Daaruit concluderen we dat autochtone rondtrekkenden een eigen ontwikkeling hebben gehad met cultuuroverdracht van de éne generatie op de andere.

Het Bargoens in Vlaanderen bevat bijvoorbeeld bijna geen woorden die uit een Zigeunertaal ontleend zijn. Dit wijst toch wel op een sterke scheiding tussen deze twee groepen, zeker in het verleden[5].

Veel Voyageurs van vandaag stammen af van de verpauperde stedelingen die in de eerste helft van de vorige eeuw poogden te overleven dankzij een trekkend bestaan. Opeenvolgende hongersnoden veroordeelden immers brede lagen van de bevolking tot uitzichtloze armoede. Deze Voyageurs onderscheidden zich van de vagebonden of landlopers door in familieverband op weg te gaan. Omdat ze zich in hetzelfde milieu en op dezelfde markt als de Manoesjen bevonden, zien we een grote overeenkomst in gebruiken en cultuur tussen beide groepen. Gemengde huwelijken komen dan ook zeer veel voor.

 

NOMADEN, vroeger en vandaag

In de Middeleeuwen brachten rondtrekkende groepen allerlei goederen van de producent naar de consument. De plattelandsbevolking was afhankelijk van leurders om zich met bepaalde goederen te bevoorraden. Die leurders waren vaak ook gespecialiseerde ambachtslui zoals scharenslijpers, bezembinders en mandenvlechters en brachten dikwijls nieuws over de aanpalende dorpen over. Dit deed hun populariteit onder de dorpelingen stijgen.

Maar dit bleef niet duren. Er ontstond verzet, ingegeven door de angst van de stedelijke gilden voor de concurrentie uit het platteland. Hun verbodsmaatregelen hadden weinig resultaat omdat de economische nood aan leurhandel te groot was. Toch verklaart dit voor een stuk de sterke repressie tegen alle rondtrekkende groepen.

Het trekken in een wagen was er aanvankelijk niet bij. Men verplaatste zich te voet. Overnachten gebeurde in tenten of in boerenschuren. Pas vanaf het einde van de vorige eeuw schaften leurders zich karren aan. Aanvankelijk gebruikten ze kruiwagens, verbrede scharenslijperskarretjes en hondenkarretjes. Pas later stapten ze over op platte wagens en huifkarren bespannen met paarden. Echte woonwagens verschijnen pas na de Eerste Wereldoorlog.

De toenemende mobiliteit van elke burger en de goedkoper wordende productiemethoden van gebruiksgoederen ondermijnen het economische belang van de rondtrekkende. Sedentarisatie, marginaliteit en armoede zijn het gevolg. Conclusie: De flexibiliteit van de  staat blijkbaar zwaar onder druk van een zeer snel veranderende samenleving waarin ze moeten zien te overleven.

Voor de Belgische Voyageurs, Roma, Sinti is de woonwagen nog steeds het symbool bij uitstek van hun identiteit. Het is het ultieme beeld van het grote verschil dat ze koesteren tegenover de burgers. Voldoende en duurzame standplaatsen voor die wagens is dan ook hun grootste wens. Op dit ogenblik is die nog lang niet in vervulling gezien slechts de helft van de woonwagengezinnen op een reglementaire standplaats kan staan en dat er nog steeds geen officiële doortrekkersterreinen bestaan (toestand 2002). Rondtrekkenden moeten steeds opnieuw de toelating vragen aan de burgemeester van de gemeente waar ze willen blijven. Meestal worden ze slechts 24 of 48 uur geduld. In sommige grote gemeenten en steden krijgen ze de toelating om 10 of 15 dagen te blijven staan op zgn. pleisterplaatsen: terreinen die niet bestemd zijn voor woonwagens maar die tijdelijk ongebruikt zijn en dan met minimale voorzieningen (1 kraan, ophaling huisvuil) worden open gesteld voor rondtrekkende groepen.

 

1] Manoesj is Romanes voor “mens”. Beide woorden hebben dezelfde etymologische stam.

[2] Er is een gedicht bekend van Guido Gezelle “de Gypten”. Ook plaats- of straatnamen die verwijzen naar Egypte gaan vaak terug op het verblijf van Roma en/of  Sinti.

[3] CLEBERT, J.-P., Les Tziganes, B. Arthaud, Paris, 1961, pp. 23-29

[4] VAN KAPPEN,O., Geschiedenis de Zigeuners in Nederland, Van Gorcum & Comp., Assen, 1965 p.48

[5] De taal van Yenisch bijvoorbeeld (ook wel eens Rotwelsh genoemd) bevat veel meer Jiddische en Romanes-woorden. Verdere studie daarover zou veel kunnen verduidelijken, maar is blijkbaar niet aan de orde in de hedendaagse filologie.

 

De Voyageur, Roma, Sinti bestaat niet.

Scholen en centra voor leerlingenbegeleiding melden dat schoolverzuim en –uitval veel vaker voorkomen bij Voyageurs, Roma, Sinti dan bij andere etnisch-culturele minderheden.

Enerzijds betekent dit dat veel Voyageurs, Roma, Sinti-gezinnen inspanningen leveren om gebruik te maken van de kansen die de school hen kan bieden. Voor deze gezinnen is het bestaande aanbod blijkbaar voldoende attractief en is er voor hen geen extra inzet noodzakelijk.

Anderzijds moeten we wel op zoek gaan naar voldoende aanknopingspunten bij die Voyageurs, Roma, Sinti waar de verhoogde schooluitval wel problemen stelt. We hebben deze aanknopingspunten nodig om de juiste maatregelen te kunnen treffen om de diepe kloof die er is tussen deze Voyageurs, Roma, Sinti en de burgermaatschappij te dichten.

Er zijn hier twee krachten die op elkaar inwerken:

-          de kansen die mensen krijgen om gebruik te maken van voorzieningen (“kunnen” deelnemen);

o       de ene heeft alles mee om te slagen, anderen slagen er door armoede, discriminatie of ongeloof in eigen kunnen, onmogelijk in om zelf een plaats te veroveren in de maatschappij.

-          de motivatie die mensen nog kunnen opbrengen om gebruik te maken van voorzieningen (de “wil” tot deelname);

o       we herkennen een grote verscheidenheid tussen subgroepen en individuen: van zich inzetten om het "te maken" tot zich nestelen in de marge.  

Schema 1. De relatie tussen capaciteiten en de motivatie om te integreren.

 

Kopie van abimot.GIF (8030 bytes)

  Als we deze twee assen met mekaar in relatie zetten kunnen we elke deelgroep van om het even welke minderheid hierin plaatsen: van de meest gemotiveerde, talentrijke “strebers” (kwadrant 4) tot de moeilijkst bereikbare staatsverlaters (kwadrant 1).

Ook binnen de Voyageurs, Roma, Sinti komen we deze diversiteit tegen

-          Voyageurs zijn anders dan Roma, dan Sinti

-          Er is een onderscheid tussen de Roma uit de 1ste, de 2de en de 3de migratie

-          Vóór de oorlogen in de Balkan was de situatie van de Roma beter dan erna

-          Er zijn grote culturele verschillen tussen Vlach, Rumungri …

-          Er zijn grote verschillen tussen de Roma uit West-Europa en deze uit Oost-Europa.

-          Enz. enz…

Wat nu de schooluitval betreft van Voyageurs, Roma, Sinti is het belangrijk te onderkennen dat hun normen, hun waarden, hun levenswijze spontaan niet gericht zijn op integratie.  Zij bevinden zich grotendeels in de onderste helft van de tekening. 

Dit heeft voor gevolg dat gebruik maken van een voorziening (bijvoorbeeld: naar school gaan) niet automatisch gebeurt zodra die voorziening voorhanden is (er is bijvoorbeeld een school in de buurt). Voor deze Voyageurs, Roma, Sinti zal de deelname pas op gang komen en volgehouden worden (!) als er voldoende toeleiding en bemiddeling is.

Eén ding zal daarbij echter steeds terugkomen: deelname aan onderwijs staat of valt met een goede relatie tussen leerkracht en ouders.

Daarbij zullen we onvermijdelijk met tegenslagen te kampen krijgen: 5 eeuwen onderdrukking wis je niet uit op 5 jaar …

Hopelijk wel op 5 generaties.

3. Voyageurs, Roma, Sinti: Cultuur

Wanneer we een poging ondernemen om de “cultuur” in kaart te brengen van groepen als Voyageurs, Roma, Sinti dan dienen we twee belangrijke kaders op voorhand vast te leggen.
1- Onder cultuur verstaan we hier alle waarden, normen, gewoonten die gedeeld worden binnen een groep. We hebben het dus niet enkel over de “cultuur met een grote C” (waarin hoofdzakelijk kunstuitingen e.d. in beeld komen).
2- We kunnen geen uniform beeld ophangen van de zeer diverse subgroepen die we hier als Voyageurs, Roma, Sinti  aanduiden. De diversiteit tussen én binnen deze groepen is immers groot.

De eigenheid, specificiteit van Voyageurs, Roma, Sinti ligt in hun cultuur. Naast zovele andere factoren moeten we met de elementen uit deze cultuur rekening houden om een volledige achtergrond te kunnen schetsen van problemen die door diensten als “typisch” worden gesignaleerd als ze met Voyageurs, Roma, Sinti in aanraking komen.
Deze cultuur dient begrepen te worden als een combinatie van

-          traditionele culturele waarden uit hun streken van herkomst en/of van langdurig verblijf;

-          een geschiedenis die een aaneenschakeling is van overleven in een levensbedreigende omgeving,

Cultuur komt tot stand in de relatie van een groep met zijn omgeving. In die relatie ondergaat ze ook wijzigingen. Een cultuur is nooit af. De grote diversiteit tussen de groepen is daarvan het beste bewijs.
In het overzicht dat nu volgt schetsen we die culturele elementen die van belang kunnen zijn bij het ontwikkelen van beleid en begeleiding naar Voyageurs, Roma, Sinti. In verschillende situaties zullen deze elementen evenwel een verschillende rol spelen: een grondige vraag-gerichte analyse is daarom noodzakelijk alvorens tot maatregelen over te gaan.

Uit de benaderingswijze van Alain Reyniers[1] weerhouden we drie aandachtspunten:

v      Wij en Zij

v      Hier en Nu

v      Flexibiliteit

Dirck van Bekkum[2] wijst verder op:

v      Egalitaire structuren

v      Voorrang van de groep boven het individu

v      Orale cultuur

v      Minderheidspositie

Met 1 achterste kan je niet op 2 paarden zitten

Een geschiedenis van uitsluiting en vervolging door de burgermaatschappij kan niet anders dan leiden tot een diepe kloof tussen burgers en Voyageurs, Roma, Sinti. Deze kloof wordt voortdurend in stand gehouden zowel door de Voyageurs, Roma, Sinti als door de burgers. Op die manier zijn er haast twee verschillende werelden ontstaan.
Voyageurs, Roma, Sinti trokken zich terug in hun eigen groepen en cultiveerden hun eigenheden, dynamieken en interactievormen. Ze maken een strikt onderscheid tussen henzelf en de burgers. “Il y aura toujours un mur entre toi et moi.”[3]
Zo ontstaat er een dubbele houding tegenover de maatschappij. Enerzijds hebben ze het gevoel uitgesloten te worden en anderzijds sluiten ze zichzelf van de buitenwereld af. Het is een voortdurend spel van wederzijds aantrekken en afstoten. Een diep wantrouwen is deel gaan uitmaken van hun identiteit. Dit gaat tevens gepaard met een gevoel van nog veel tegoed te hebben van de maatschappij, een legitimering voor hun manier van leven.
Burgerinstanties probeerden op hun beurt steeds weer om Voyageurs, Roma, Sinti te ‘verburgerlijken’ door hun identiteit te negeren en hen eisen op te leggen waaraan ze gezien hun achterstelling niet konden voldoen.

De clan vormt de basis van de nomadische maatschappij. Men spreekt ook van “kumpagna”. Dit is een uitgebreid familie- of groepsverband waarin ook niet-bloedverwanten opgenomen kunnen zijn. Deze kumpagna’s vormen een eenheid tegenover de burgermaatschappij. Daarom ziet Reyniers een fundamenteel onderscheid tussen ‘wij’ (de Voyageurs, Roma, Sinti ) en ‘zij ‘ (de burgers). Deze scheiding is vooral gevoelsmatig: de buitenwereld wordt aangevoeld als onrein. Het onderscheid rein/onrein speelt ook bij de verhouding tussen de groepen onderling. Manoesjen en Voyageurs doen bijvoorbeeld hun schoenen uit als de woonwagen binnen gaan. Roms doen dit niet. Voor de meeste Voyageurs, Roma, Sinti is paardenvlees eten verboden. Er zijn grote verschillen tussen de groepen in het klaar maken van voedsel (wat in welke pot, kan of kruik mag of niet mag), poetsen van huis of wagen, wassen van kleren enz… enz... Ook tussen families binnen éénzelfde groep zijn er verschillen, zodanig dat een ingetrouwde bruid door de schoonmoeder wordt opgeleid om alle gebruiken van haar nieuwe familie te leren kennen en in praktijk te brengen. 

Onderweg is het altijd NU [4]

Een geschiedenis van nomadisme gecombineerd met constante dreiging heeft geleid tot een overlevings-cultuur: wat gisteren was is voorbij en wat morgen brengt zullen we wel zien.
Zo een leven dat vooral gericht is op het hier en nu staat haaks op het planmatige dat typisch is voor de westerse maatschappij. Dit kan verstrekkende gevolgen hebben op bijvoorbeeld

-          arbeid: soepel inspelen op opportuniteiten in de markt gaat vaak boven het gestructureerde leven in loonarbeid

-          onderwijs: voordelen die een diploma kan bieden, zijn pas op een te lange termijn zichtbaar en verliezen hun motiverende kracht

-          gezondheid: het belang van preventieve gezondheidszorgen moet voortdurend opnieuw benadrukt worden

Maar ook hierin zit een grote diversiteit. Verschillende groepen onderkennen het belang van  (lager) onderwijs, of gaan actief op zoek naar loonarbeid.

Leven, werken en wonen vormen een eenheid. Daarom vindt de opdeling in levenssferen van de burgermaatschappij (school, werk, thuis, ontspanning, godsdienst) weinig aansluiting in hun denkwereld.
Het groot vertrouwen in “geluk hebben” past ook in dit kader. Op het vlak van gezondheid spreken zij vaak in termen van: ‘ik heb het geluk niet ziek te zijn’.

Als ze je wat geven, eet mee
Als ze je slaan, vertrek

Onder alle omstandigheden uw plan trekken, is een leuze die er bij Voyageurs, Roma, Sinti van kindsaf ingelepeld wordt. Iedereen moet snel en accuraat kunnen reageren op de dingen die zich voordoen.   Daarom dienen de jongeren meerdere beroepen te kennen, veel psychologisch doorzicht te verwerven en  zich te kunnen handhaven in alle mogelijke situaties en sociale relaties. Hun fierheid moet hun all-round vakmanschap worden. Als een beroep vandaag niet meer loont, schakelen ze morgen over op een ander (tweedehandsauto’s, schroot, ambulante handel, ...). Zelfstandige arbeid wordt hoog in het vaandel gedragen en krijgt de voorkeur boven werken in loondienst.

Hier past een verwijzing naar de mobiliteit. Roma[5] die hier aankomen, op zoek naar een beter leven, kunnen snel beslissen om naar een andere stad of ander land  te trekken als zich daar betere voorwaarden voordoen: de Roma die we vandaag hier ontmoeten zullen niet noodzakelijk de Roma zijn die we hier volgend jaar zullen tegenkomen.

In de interpersoonlijke contacten kunnen Voyageurs, Roma, Sinti snel overschakelen van de ene rol naar een andere (bijv. van vragen naar onderhandelen). Vaak komt dit over als “eisend” gedrag, waardoor sommigen misschien uit hun lood worden geslagen, en de onderhandeling afgesloten wordt in het voordeel van de sterkste.

Geen baas, geen knecht

In de meeste groepen van Voyageurs, Roma, Sinti is iedereen voor elkaar “gelijk”, d.w.z. dat niemand gezag over een ander kan uitoefenen. Men spreekt daarom over een egalitaire structuur. Binnen de beperktere familiekring is er nog een zeker gezag van de grootouders tegenover hun kinderen en kleinkinderen. Hetzelfde soort respect bestaat er van kinderen tegenover de ouders en bij uitbreiding: van  jongeren tegenover ouderen. Tegelijk stellen we ook vast dat in de opvoeding van de kinderen vrijheid en onderhandeling basiselementen zijn. Elke kleine Voyageurs, Roma, Sinti groeit als het ware op in zijn eigen koninkrijk.
Vooral in de “mannenzaken” komt dit het meest tot uiting: de handel, het beheer van een woonwagenterrein e.d. Alle afspraken gebeuren er tussen individuen. Dit brengt heel wat complicaties mee voor de instellingen uit de burgermaatschappij:

v      een school die een programma wil opstarten rond spijbelen

v      een stadsbestuur dat afspraken met de bewoners wil rond het onderhoud van een woonwagenterrein

v      een ziekenhuis dat het bezoek wil regelen

v      een integratieraad die inspraak wil organiseren via zelforganisaties

v     

In de “vrouwenzaken” als opvoeding, huishouden, gezondheidszorg is de oma / schoonmoeder de centrale figuur.
De sterke sociale controle zorgt ervoor dat iedereen iedereen kent: wie te ver buiten de schreef loopt wordt via onderlinge commentaar tot de orde geroepen. Vandaar dat er soms kleine, soms grote verschillen bestaan tussen de vele groepen Voyageurs, Roma, Sinti. Maar binnen elke groep blijven de belangen van de groep primeren boven die van het individu.

Sommige Romagroepen (meestal Vlach) kennen een eigen systeem om onderlinge conflicten op te lossen: de Kriss. Dit is een samenkomst waar, bij ernstige aangelegenheden, de betrokken familiehoofden bij elkaar komen, soms bijgestaan door andere gerenommeerde figuren. Meestal bestaat de uitspraak tegenwoordig in het opleggen van een financiële regeling tussen de partijen. De Kriss kan enkel door de betrokken partijen samen geroepen worden.

Niet ik, niet jij, maar wij

Sociale controle zorgt ervoor dat iedereen iedereen kent. Dit geeft veiligheid: je kan erop vertrouwen dat er altijd voor je gezorgd zal worden. De keerzijde is echter dat wie te ver buiten de schreef loopt tot de orde wordt geroepen. Dit heeft een nivellerend effect. Individuen die zich inspannen om het te “maken” binnen de burgermaatschappij kunnen door hun groepsgenoten eerder als een bedreiging dan als een voorbeeld beschouwd worden. Zij dreigen immers heel wat zekerheden op losse schroeven te zetten.
Anderzijds verhindert dit niet elke evolutie. Integendeel: de snelle interne communicatie kan ervoor zorgen dat bepaalde, als positief ervaren elementen, snel ingang vinden in een hele groep.

Mond tot mond

Voyageurs, Roma, Sinti hebben tijdens hun geschiedenis geen kronieken bijgehouden. Hun hele historisch bewustzijn berust op hetgeen verbaal is overgeleverd via sprookjes en mythes waarvan de geschiedkundige waarde moeilijk kan achterhaald worden.
Een ongeschreven taal verschafte de Voyageurs, Roma, Sinti tevens een zekere veiligheid vermits hun taal slechts door een zeer beperkt aantal buitenstaanders kon verstaan worden.
Of dit ook betekent dat jonge Voyageurs, Roma, Sinti in het onderwijs sneller verbale mededelingen opnemen (auditief geheugen) is mogelijk maar nog niet onderzocht.
Het betekent in elk geval wel dat lezen en schrijven niet tot het traditionele opvoedingspakket behoren. Het is daardoor een bijkomende drempel die moet genomen worden om een basis te leggen voor een succesvolle schoolloopbaan.

Minderheidspositie

Dat Voyageurs, Roma, Sinti zolang ze in Europa leven en tot op de dag van vandaag in een minderheidspositie hebben gezeten heeft een diepe stempel op hen gedrukt. Het voornaamste effect is wel de diepe kloof die we boven reeds beschreven onder “wij” en “zij”.
Veel Voyageurs, Roma, Sinti hebben dan ook een gevoel dat de meerderheid een soort ereschuld tegenover hen heeft af te lossen. Hetgeen ze krijgen vanuit de samenleving wordt daardoor vaker beschouwd als een recht, terwijl de meerderheid het eerder als een gunst verleent als opstap naar meer “participatie” (bijv. leefloon). Dat hieruit diepe en emotionele misverstanden ontstaan hoeft geen betoog. Deze misverstanden uit de wereld helpen vergt vaak lange en intense bemiddelingen.


[1] Professor antropologie aan de universiteit van Louvain la Neuve

[2] Coördinator Roma-beleid Nieuwegain (NL)

[3] uitspraak van een Rom aan zijn begeleider

[4] Met dank aan Willem Vermandere.

[5] We vermelden hier specifiek de Roma omdat de meeste Belgische Voyageurs, Roma, Sinti vrij stabiele woon- of standplaasten hebben.

4. Culturele eigenheden.

4.1 WONEN

4.1.2. Wij en Zij

In de loop van de geschiedenis veranderde de woonvorm van woonwagenbewoners sterk. Schuren, tenten en karren moesten plaatsruimen voor stacaravans, woonwagens en chalets. Hun mobiele woonvorm vormt voor de Belgische Voyageurs, Roms en Manoesjen het symbool bij uitstek van de kloof tussen henzelf en de sedentairen. Het is nog één van de weinige uiterlijke tekenen van hun identiteit.

Het begrip ‘wonen’ vullen zij anders in. Centraal staat het samen-wonen in groep. Het kerngezin dat in een huis verblijft, komt maar zelden en meestal tijdelijk voor. Hierdoor binden ze zich minder aan één plaats. Veranderingen binnen de groep spelen dan weer wel een rol. In functie hiervan kiezen ze een verblijfplaats. De lokale context van de burgermaatschappij’ (buurtleven, verenigingsleven, sportinfrastructuur,…) is bij deze keuze niet bepalend. Toch verblijven steeds meer woonwagenbewoners noodgedwongen in een huis. Een structureel tekort aan standplaatsen en de discriminatie vanuit de burgermaatschappij zijn hiervan de oorzaak. Soms speelt ook de behoefte aan meer comfort mee. Gezinnen ruilen de stacaravan in voor een chalet en soms voor een huis. Ondanks alles blijven zij zich steeds als woonwagenbewoners bestempelen.

Voorbeelden:

Voyageurs, Roma, Sinti staan in familieverband. Omdat ze niet met burgers verblijven, mijden ze vaak de officiële campings.

Inrichting van de woonwagen. Voyageurs, Roma, Sinti hebben een eigen stijl van inrichten. Dit vind je bij alle woonwagenbewoners terug. (zie ook punt 4.2 Huishouden)

Er is een duidelijke groepsvoorkeur voor bepaalde automerken en caravans, ook deze mode kan variëren.

Psychosomatische klachten komen zeer veel voor bij Voyageurs, Roma, Sinti die in een huis zijn gaan wonen. Vaak nemen ze hun toevlucht tot geestelijken die dan het huis moeten komen overlezen, soms meermaals per jaar.

 

4.1.2. Hier en Nu

Het leven van de Voyageurs, Roma, Sinti speelt zich af in het hier en nu (overlevingscultuur). Ook in hun wooncultuur vinden we dit terug. Het wonen is iets tijdelijks en onderhevig aan de familiale en sociale veranderingen van het moment. Daarom spreken we eerder van ‘staan’. Vandaag verblijven ze op terrein A in stad B, enkele weken later wonen ze in huis C in stad D.

 Voorbeelden:

Voyageurs, Roma, Sinti verhuizen soms tienmaal per jaar

Zelfs een huis kopen is nooit iets definitiefs.

Het bijbouwen gebeurt praktisch nooit in duurzame materialen.

Als men geld nodig heeft, kan men de wagen verkopen.

Vaak zien we dat Voyageurs, Roma, Sinti een huis huren/kopen en erachter gaan staan met de woonwagen.

 

4.1.3. Flexibiliteit

De woonwagen is een flexibele woonvorm. Hij is relatief goedkoop, vlot verplaatsbaar en snel verhandelbaar. Dit illustreert hun overlevingscultuur, gebaseerd op flexibiliteit. Rusteloosheid en zich opgejaagd voelen, zijn hier nauw mee verbonden.

Voyageurs, Roma, Sinti verhuizen vaak omwille van de druk uit de maatschappij. Dit vereist de noodzakelijke flexibiliteit.   (financiële middelen, discriminatie bij het huren van huizen, familiale problemen, familieruzies,…)

Voorbeelden:

Een gezin koopt een huis. Zij doen een volledige verbouwing, maar verhuizen door moeilijkheden met de familie die in de buurt woont. Ook de drang om weer rond te trekken kan ervoor zorgen dat ze alles weer verkopen.

 

4.2. HUISHOUDEN

4.2.1. Wij en Zij

Voyageurs, Roma, Sinti gebruiken elementen uit de burgerwereld om hun typische levensstijl samen te stellen. Omdat velen onder hen nog nauwelijks rondtrekken, richten ze hun wagen of chalet rijkelijker in dan voordien. Ze houden van meubelen met veel franjes, weelderige gordijnen, porseleinen beeldjes, spiegels en ander blinkend materiaal. Een huis of een wagen van een Voyageur is meteen herkenbaar. Plaasteren beeldjes, plastieken bloemen en afwasbare zetelovertrekken zijn erg in trek. Een woning waar dit ontbreekt, is een huis zonder stijl en ziel.

Indruk maken op familie en vrienden speelt hierbij ook een rol.

Rondtrekkende Zigeuners bezitten niet zoveel kleine accessoires omdat die tijdens het rijden zelden blijven staan. Toch hechten ook zij veel belang aan de inrichting van de wagen.

Het interieur moet er steeds onberispelijk uitzien. Nieuw en blinkend zijn de sleutelwoorden. De woning krijgt dagelijks een grondige beurt. Is een voorwerp een beetje versleten of te lang in gebruik, vervang het dan door nieuwe dingen. Die zijn zuiver en worden niet “besmeurd” door allerlei binnenkomende onzuiverheden. Dit laatste komt meestal van buitenstaanders, burgers of ongewenste bezoekers. Bleekwater reinigt een kopje waaruit een burger gedronken heeft. Deze vorm van zuiverheid sluit nauw aan bij het begrip marimé (‘reinheid’ zie hoofdstuk gezondheid). Alles wat niet-Voyageurs, Roma, Sinti aanraken, is onrein. Zuiveren betekent strenge regels volgen. De angst is immers groot dat burgers door aanraking slechte dingen doorgeven (bijvoorbeeld bacteriën of kwade geesten).

Graaggeziene gasten wacht een zeer warm onthaal. Het aanbieden van een kop koffie of een gezamenlijke maaltijd, zijn tekens van aanvaarding. Weigeren staat gelijk aan het negeren van hun gastvrijheid. Voyageurs, Roma, Sinti verwachten dat gasten zich aan de regels van het huishouden houden. Zwijgen over onderwerpen die onrein of marimé zijn en schoenen uittrekken als je de wagen binnenstapt, zijn hier voorbeelden van.

 

4.2.2. Hier en Nu

Voyageurs volgen een eigen interieurmode. Dit kost geld. Wie over de nodige middelen beschikt, hoort erbij. Is dit niet het geval dan verfraai je je interieur met van familie of vrienden gekregen of met kleinere, betaalbare voorwerpen.

Het interieur, net zoals de wagen waar je met rijdt, bepaalt iemands status. Nieuwe trends past men jaarlijks in, meubels worden vernieuwd.

Voor woonwagenbewoners spelen de allernieuwste caravanmodellen een belangrijke rol. Woonwagens worden snel ingewisseld, waarbij ook de volledige huisraad verandert. Een caravan ouder dan vijf jaar, is uit de mode.

Gasten, vandaag goed ontvangen, kunnen morgen niet meer welkom zijn. Mogelijke reden: de gast heeft iets gezegd of gedaan dat Voyageurs, Roma, Sinti niet accepteren. Buitenstaanders maken snel fouten omdat ze niet ingelicht worden over de regels en taboes. Ze moeten het zelf te weten komen. Als Voyageurs, Roma, Sinti merken dat een burger zijn best doet om zich aan hun levensstijl aan te passen, dan wordt hij makkelijker aanvaard.

 

4.2.3. Flexibiliteit

In het huishouden bestaan er strenge regels inzake properheid. Hoe belangrijk is deze netheid op andere domeinen? Soms schijnen er helemaal geen regels te bestaan. De kinderen van Voyageurs, Roma, Sinti lopen vaak rond met vuile kleren, zwarte handen en voeten, ongekamde haren en de tanden nooit gepoetst. Het is meestal dit beeld dat bij de burgers over Voyageurs, Roma, Sinti blijft hangen.

De omgeving rond het woonwagenterrein is soms bezaaid met zwerfvuil. Die omgeving zien zij als eigendom van de burgers.  Burgers moeten de nodige voorzieningen treffen (containers e.d.) wanneer Voyageurs, Roma, Sinti er zich komen vestigen. Een wekelijkse huisvuilophaling leidt al snel tot een proper woonwagenterrein. 

 

 4.3. ONDERWIJS

4.3.1. Wij en Zij

De school behoort fundamenteel tot de burgermaatschappij. Voyageurs, Roma, Sinti bekijken het daarom met een grote dosis wantrouwen: op school kunnen kinderen burgermanieren leren en dat vormt een bedreiging voor de Voyageurs, Roma, Sinticultuur.

Daarom komen conflicten tussen school en doelgroep veelvuldig voor. De school wekt  weinig interesse op, ook omdat de leerstof voor de ouders te moeilijk is en ze niet begrijpen waar hun kinderen mee bezig zijn.

Die kinderen maken vaak een identiteitscrisis door. Ze zwijgen over hun afkomst op school en de leerstof wordt vaak thuis niet gewaardeerd.

De school staat haaks op het Voyageurs, Roma, Sinti-leven. Een stabiel stenen gebouw waar je moet luisteren naar een burger, waar vooraf alles bepaald is en op gezette tijden gebeurt, komt in conflict met hun flexibiliteit die ze met de moedermelk meekregen.

-Thuis is het leven in alle opzichten flexibel. Men vertrekt, al dan niet met de woonwagen, wanneer en waarheen men maar wilt (bijvoorbeeld bij ziekte van een familielid, een begrafenis,…).

- Gehoorzaamheidstraining behoort niet tot de Voyageurs, Roma, Sinti-cultuur. Zeker een burger gehoorzamen, vormt een probleem. Vaak merken we dat Voyageurs, Roma, Sinti zich achtergesteld voelen - soms zonder objectieve redenen -, waarbij ze hun gevoel bevestigd zien dat “men hen niet moet hebben”.

- Leven, werken en wonen vormen thuis een eenheid. Activiteiten gebeuren als ze nodig zijn, onafhankelijk van tijd of plaats. Je eet als je honger hebt. Ben je moe, dan ga je slapen.

- Voyageurs, Roma, Sinti ambiëren geen centrale plaatsen in de burgermaatschappij. “Wij moeten geen advocaat of minister worden”, is een vaak gehoorde uitspraak.  Het onderwijs daarentegen is precies gestoeld op zulke carrièreplanning.

4.3.2. Hier en Nu

Het onderwijs heeft, zoals veel voorzieningen, voor Voyageurs, Roma, Sinti een louter instrumentele betekenis: het dient om te leren lezen, schrijven en rekenen. Algemene vorming is ballast. Het nut ervan wordt niet (h)erkend en weegt steeds meer op de onderwijsmotivatie.

Het resultaat van het schoollopen is pas zichtbaar op zo ‘n lange termijn dat het in de ogen van Voyageurs, Roma, Sinti onmogelijk haalbaar lijkt. Dit gegeven remt hun motivatie af.

Reeds vanaf de pubertijd schakelen ouders hun kinderen in hun beroepsleven in. Hierdoor nemen de afwezigheden op school met de leeftijd toe. Via een inschrijving is men in regel met de leerplichtwet, maar schoollopen wordt door 16-18-jarigen vermeden.

4.3.3. Flexibiliteit

Voyageurs, Roma, Sinti voelen zich niet gauw verbonden met een instituut, dus ook niet met een school. Gevolg: kinderen van Voyageurs, Roma, Sinti wisselen vaak van school, meestal naar aanleiding van een conflict.

Het deeltijds onderwijs oefent een sterke aantrekkingskracht uit op de jonge Voyageurs, Roma, Sinti. Ook al hebben ze vaak de capaciteiten om meer beloftevolle richtingen te volgen, de vrijheid binnen het deeltijds onderwijs krijgt snel voorrang op de mogelijke carrièrekansen die andere richtingen bieden.

De Voyageurs, Roma, Sinti die rondtrekken (bijv. de meeste Belgische Roms) kunnen hun kinderen vaak niet naar school sturen. Er is in het Vlaamse onderwijsbestel geen voorziening voor deze kinderen.

 

 4.4 ARBEID

4.4.1. Wij en Zij

Het sociale netwerk vormt de basis van de Voyageur, Roma, Sinti-economie. Je moet over enorm veel en veelzijdige mondelinge informatie beschikken om steeds tijdig de juiste transactie te sluiten.

Nomaden trekken rond in familieverband en komen steeds in een vreemde omgeving met andere gewoonten. Het eerste waarop ze kunnen terugvallen is hun eigen, vertrouwde omgeving; namelijk de familie (= wij). Van de vreemde, dikwijls vijandige omgeving (= zij), distantiëren ze zich en beperken ze hun contacten tot het voor hen nuttige. Hun sociale netwerk reikt zo verder dan de familie, hetgeen een noodzaak blijft voor hun inkomsten.

“De Zigeuner bewerkt de boer zoals de boer zijn land bewerkt. Landbouwmethoden kunnen variëren van roofbouw tot ecologische teelttechnieken.” Deze uitspraken illustreren de zigeunereconomie. De overgrote meerderheid van Voyageurs, Roma, Sinti slagen er -soms na meerdere generaties- in om met hun omgeving een evenwichtige relatie op te bouwen. Diegenen die er (nog) niet in lukken, bezorgen hun ‘volksgenoten’ een slechte naam.

Voyageurs, Roma, Sinti werken het liefst als zelfstandige. Zo kunnen ze hun tijdsbesteding en sociale verplichtingen het best combineren met hun inkomensverwerving. Daarenboven is het werken onder gezag van een gadgo/boer erg ongewenst. Loondienst is dan ook (momenteel) hoogstens iets tijdelijks.

Toch neemt de interesse voor loonarbeid toe naarmate Voyageurs, Roma, Sinti verburgerlijken. Tewerkstelling als (ongebonden) interim of in de sector van de sociale tewerkstelling vormt zo een opstap naar een vaste tewerkstelling.

Nomadisme heeft (had) ook zijn typische ambulante beroepen die niet plaatsgebonden zijn en geen investeringen of opleiding vragen. Vandaar activiteiten zoals: leuren, seizoenarbeid (in de landbouw, kermissen), kleine ambachten (herstellen van huisgerief, slijpen van scharen en boren) en schroothandel. Deze kleinschalige traditionele activiteiten verdwijnen omdat ze weinig rendabel zijn.

4.4.2. Hier en Nu

Bij de traditionele activiteiten is de relatie arbeid-product-betaling nog aanwezig. In de grote bedrijven heeft ieder zijn deeltaak en ontvangt men zijn (vast) loon per veertien dagen of per maand. Vanuit het leven in het ‘hier en nu’ hebben de Voyageurs, Roma, Sinti het er moeilijk mee dat die directe relatie verdwenen is. Daarom spreekt arbeid in loondienst hen dan ook weinig aan.

Een fundamenteel kenmerk van de Zigeunereconomie is het verrichten van arbeid of het aanbieden van diensten aan de meest en de snelst biedende. Zelfs in Oost-Europa, waar de Roma decennia lang gedwongen werden tot loonarbeid, herneemt de typische Zigeunereconomie opnieuw zijn oude gang.

4.4.3. Flexibiliteit

Bij Voyageurs, Roma, Sinti behoort het tot de levenstaak van de man om onder alle omstandigheden in te staan voor de overleving van zijn gezin. Hij moet meerdere vakken beheersen om op diverse vragen in te kunnen gaan. Dit uit zich in hun voorkeur voor zelfstandige activiteiten in de ‘niches’ van de burgereconomie, marktsegmenten die op de goegemeente geen aantrekkingskracht uitoefenen wegens te vuil, te onregelmatig of te armoedig.

Flexibiliteit is doorslaggevend in het onderhandelingsproces met de gadgo. De rijkdom van de Voyageur, Roma, Sinti groeit of daalt naarmate hij meer gadge kan overtuigen om handel met hem te drijven. Goed onderhandelen betekent het correct inschatten van gevoeligheden en daarop alert en assertief reageren. De hele opvoeding is gericht op het verwerven van deze vaardigheid (zie ook bij hoofdstuk 3 Onderwijs).

Ondanks hun grote flexibiliteit hebben de Voyageurs, Roma, Sinti het niet gemakkelijk op de arbeidsmarkt.

Werken aan hoogtechnologische producten (bv. moderne auto’s) vraagt een dito opleiding en goed uitgeruste werkplaatsen. ‘Arbeid’ heeft immers een band met ‘onderwijs’ voor wat de opleiding betreft en met ‘huisvesting’ als we over werkplaatsen spreken.

Ook stellen we vast dat de (over)reglementering rond milieu, vestigingsvoorschriften en  BTW voor hen een belemmering vormt omdat het scholing en administratieve opvolging vraagt.

 

4.5 GODSDIENST

4.5.1. Wij en Zij

Religie, het bestaan van een God en het Kwaad maken een wezenlijk deel uit van de leefwereld van Voyageurs, Roma, Sinti. Ze hanteren rituelen om het Kwade te bezweren en om God aan hun kant te krijgen. Deze gebruiken zijn terug te vinden in verschillende godsdienstige belevingen of binnen overtuigingen die niet onder de noemer ‘godsdienst’ vallen. Zo worden er rituelen uitgevoerd om een gunst te bekomen of om iets ongewenst over iemand anders af te roepen.

Toch voelen Voyageurs, Roma, Sinti zich niet verbonden met een gevestigde structuur of  Kerk. Rituelen, zoals een bedevaart, doop, begrafenis of vormsel, vinden plaats binnen de eigen groep. Het instituut kerk behoort immers tot de gadjo/boerenwereld.

Binnen eenzelfde familie kunnen verschillende godsdienstige stromingen harmonieus naast elkaar bestaan: de grootouders kunnen katholiek zijn, de ouders protestant en de kinderen ongelovig. Familiale banden zijn belangrijker dan rituelen voor de eigenheid van de Voyageurs, Roma, Sinti. Toch geniet de idee van  ‘met zijn allen tot dezelfde ritus behoren’ de voorkeur bij velen onder hen.

Voyageurs bekennen zich meestal tot het katholieke geloof. Hun eigen aalmoezeniers organiseren vooral in het trekseizoen bedevaarten waar de Voyageurs onder elkaar hun geloof beleven. Het groepsgevoel bindt de deelnemers.

Roms daarentegen behoren meestal tot een (protestantse) pinksterbeweging van hun eigen groep. Predikers (pasteurs) uit de eigen familie, gaan de diensten voor. Twee maal per week komen zij samen. In het trekseizoen organiseren ze vaak conventions (bedevaarten) die bijna altijd een internationaal karakter hebben. Daar wordt ter plaatse gedoopt.

Het geloof van de Manoesjen leunde dicht aan bij het katholieke geloof van de Voyageurs. Tegenwoordig volgen meerdere groepen de interne (protestantse) Pinksterbeweging. De praktijk ervan loopt parallel met het geloof van de Roms, al beleven beide groepen het afzonderlijk.

Godsdienst bezorgt hen dus een eigenheid, zowel tegenover de burgerwereld als tegenover de verschillende groepen onderling. Elke groep bestempelt zijn eigen geloof als het Ware en put hieruit een groepsidentiteit. Daarom begeven Voyageurs zich weinig in het parochieleven in hun buurt. Voor dopen doen ze beroep op hun eigen aalmoezeniers of wachten op een bedevaart om dit ritueel te voltrekken. Ook de eerste communie vieren ze onder elkaar. Protestantse groepen hebben eigen predikers. Dit duidt op hun afstand met de burgermaatschappij en wakkert hun etnisch bewustzijn aan. Het protestants geloof in België loopt dan ook gestructureerd volgens deze etnische groepen. Manoesjen en Roms kennen dan ook hun eigen pasteurs en bijeenkomsten.

De katholieken vereren Onze Lieve Vrouw. Protestanten doen dit niet. Gezien het universeel karakter van de Mariaverering bij bijna alle Voyageurs, Roma, Sinti vroeger, is dit een opvallende trendbreuk. Sommigen zien hierin een poging om de min of meer sterke positie van de vrouw (zeker bij de Manoesjen) terug te dringen.

4.5.2. Hier en Nu

Zoals de relatie van Voyageurs, Roma, Sinti met de burger er een is van “ecologie/economie”, zo wordt ook de relatie met God en het Kwaad bepaald door het nut dat eruit voortvloeit. Religie is vooral nuttig om voordelen te bekomen en nadelen te bezweren. Geluk en ongeluk zijn vaak het resultaat van het nakomen van beloften, het offeren van kaarsen, de deelname aan bedevaarten (eerder in een katholieke omgeving) en het formuleren van smeekbeden tijdens vieringen (protestantse omgeving). Ook hier vormt het magische wereldbeeld het fundament voor de relatie met het bovennatuurlijke. Dit komt telkens weer op de voorgrond: het onbegrijpelijke inzichtelijk, “grijpbaar” maken. Dit geldt zowel voor Roms, Manoesjen als voor Voyageurs. Vandaar wellicht ook het succes van min of meer dissidente godsdienstbeoefenaars zoals exorsisten, overlezers en genezers.

Katholieken leggen veel sterker de nadruk op de ethiek als integrerend deel van de godsdienst dan protestanten. Concreet bevat de boodschap van de katholieke priesters tal van richtlijnen voor het dagelijkse samenleven. De protestanten hebben een eerdere “verticale” godsdienstbeleving, namelijk de persoonlijke band van het individu met God. De bekering van een individu tot de nieuwe christelijke beweging gaat vaak gepaard met een spectaculaire morele ommekeer zoals stoppen met drinken en afzweren van geweld. Dit wordt vaak als een rechtstreekse ingreep van God ervaren, vergelijkbaar met een genezing of een roeping.

Toch stellen we vast dat er een losse band bestaat tussen godsdienst en moraal. Het belijden van naastenliefde in de kerk betekent niet dat er achteraf geen slaande ruzie met de buurman kan ontstaan. Hierin is er geen verschil met de burgerwereld.

4.5.3. Flexibiliteit

Ook op godsdienstig vlak zijn Voyageurs, Roma, Sinti flexibel.

Sommige Manoesj-groepen bekeren zich tot het protestantse geloof om even later weer naar de veilige Roomse stal terug te keren. Andere bekeerlingen doen met de dood voor ogen terug beroep op de katholieke aalmoezenier voor de laatste sacramenten en hun begrafenis.

Overtuigde katholieke Voyageurs, Roma, Sinti  vinden we ook terug op de conventions van de protestantse volksgenoten. Hun aanwezigheid is voor geen van de partijen een probleem. Een katholieke woonwagenwerker kan zonder problemen een gebedsstonde houden met een protestantse Romfamilie.

Sommige mohammedaanse Roma gaan zonder problemen naar katholieke bedevaartsoorden opgedragen aan Maria.

We zien ook dat Voyageurs, Roma, Sinti de godsdienst overnemen van de sedentaire maatschappij waarin ze verblijven. In West-Europa zijn ze katholiek, in Bosnië en Kosovo moslim, terwijl ze in Oost-Europa orthodox kunnen zijn.

Toch  is het opvallend dat Voyageurs, Roma, Sinti katholiek zijn in landen als Engeland, Nederland en Duitsland.

 

Zoals in alle bevolkingsgroepen is ook bij Voyageurs, Roma, Sinti een ontkerstening aan de gang. Bij de Voyageurs is deze wellicht sterker omdat  godsdienst bij hen weinig etnische meerwaarde heeft. Dit neemt niet weg dat tal van volksgelovige elementen het leven blijven bepalen, ook bij Voyageurs die nooit deelnemen aan religieuze bijeenkomsten.

 

Voorbeelden:

- Een Rom moest naar de kerk om zijn kind te laten dopen. Hij had een afspraak met een priester in een katholieke kerk op het stadsplein. Daar aangekomen merkte hij dat de protestantse kerk groter was dan de katholieke. Zijn kind is protestants gedoopt.

- Een ouder katholiek koppel waarvan de dochter een fervent aanhangster werd van de pinksterbeweging, sympathiseert met het enthousiasme van hun dochter. Doch zelf kunnen zij zich naar eigen zeggen niet tot deze beweging bekeren omdat hun ouders, die reeds overleden zijn, hiervoor geen toelating meer kunnen geven.

- Noorse Vandria (Sinti) zijn protestants, maar aanbidding van heiligen en Maria is voor hen geen echt probleem.

 

 


4.6 GEZONDHEID

 

4.6.1. Wij en Zij

Bij Voyageurs, Roma, Sinti neemt het begrip ‘reinheid of marimé’ een belangrijke plaats in hun leven in. Veel van hun handelingen volgen een hygiënische code. Bij het koken bijvoorbeeld belanden de aardappelen nooit in een kom bestemd voor de afwas. Vlees dient eerst grondig afgespoeld alvorens het bereid wordt. Een koffiekop waaruit een burger dronk, wordt apart in bleekwater afgewassen.

Dit begrip marimé speelt ook bij de lichamelijke kant van het leven. Op spreken over de geslachtsdelen wanneer het over gezondheid gaat, rust een taboe. Gevolg: vrouwen hebben niet de gewoonte om zich medisch te laten begeleiden tijdens de zwangerschap. Ook wanneer de vrouw menstrueert, dienen bepaalde regels in acht genomen te worden.

De kloof tussen hen en de burgers zorgt ook voor problemen. Bijvoorbeeld bij de consultaties van Kind&Gezin: een Roma- of Sintivrouw zal haar kindje niet op de onderzoekstafel willen leggen wanneer er juist een burger voor haar bij de dokter geweest is. Alles wat burgers aanraken, is onrein. Vandaar ook de angst om naar het ziekenhuis te gaan.

Deze kloof vind je tegenwoordig minder terug bij Voyageurs. Zij zijn hierin soepeler.

 

4.6.2. Hier en Nu

Gezondheid is een belangrijk onderwerp bij Voyageurs, Roma, Sinti. God of het lot bepalen of je al dan niet ziek bent. Bid je veel en val je in de gratie van God, dan zul je genezen. Dokters en medicatie worden dan terzijde geschoven. Een doktersafspraak, enkele dagen op voorhand gemaakt, wordt niet meer nagekomen.

Het correct innemen van medicatie vormt in dit licht een probleem. Voel je je vandaag beter dan ben je genezen en behoef je geen pilletjes of poedertjes meer. Dit stuit op onbegrip bij de behandelende artsen.

In dit kader behaalt preventieve gezondheidszorg weinig succes. Problemen in de toekomst bestaan niet. Gezondheid wordt op korte termijn geëvalueerd. Aandringen om te stoppen met roken of om de voeding aan te passen, heeft geen zin als je vandaag gezond bent. Wat er in de toekomst gebeurt, zijn zorgen voor later.

Omdat Voyageurs, Roma, Sinti veel voorgeschreven medicatie niet innemen, hebben ze een grote huisapotheek. Ze geven pillen niet zelden aan elkaar door, stellen zelf een diagnose en dienen dan de bijhorende medicatie toe.

 

4.6.3. Flexibiliteit

Vaak vertrouwen Voyageurs, Roma, Sinti op een waarzegger die hun gezondheid voorspelt. Bij slecht nieuws volgt al dan niet een doktersonderzoek

 

 


Geschiedenis van het woonwagenwerk in Vlaanderen

 

De georganiseerde hulp aan woonwagenbewoners dateert van het jaar 1868 toen het Foorwerk/Oeuvre Foraine in Antwerpen officieel boven de doopvont werd gehouden. Dit gebeurde op initiatief van een pater Capucijn in samenwerking met een aantal mensen uit de hogere stand.

Op korte tijd verrezen overal in Vlaanderen kleine kernen van vrijwilligers die de foorreizigers met raad en daad bijstonden. Deze kernen werkten erg onafhankelijk van elkaar. Zij richtten zicht tot foorreizigers, maar indertijd betekende dit ook Voyageurs, Roma, Sinti. Onder deze populaties heerste zeer grote armoede.

De bloeiende werking kenmerkte zich door een combinatie van apostolaat en patronage. Zij kaderde in een stroming binnen de katholieke Kerk om door talrijke broederschappen en lekencongregaties haar positie in de samenleving te versterken. Dit was een reactie op de toenemende ontkerkelijking, vooral na de liberale machtsovername in 1947.

Deze kernen verspreidden zich over heel Vlaanderen, evenwel zonder veel organisatie en coördinatie. Na 1910 trachtte onder meer Kardinaal Mercier er meer structuur in te brengen. Toch nam na de Eerste Wereldoorlog de werking van deze kernen geleidelijk af.

Vlak voor de Tweede Wereldoorlog ontstonden er nieuwe initiatieven: priester De Baere poogde met zgn. Hoogdagen de Voyageurs en foorreizigers bijeen te brengen. Maar toen hij mordicus de kinderen ook onderwijs wilde laten volgen door hen in internaten onder te brengen, had hij het bij de Voyageurs, Roma, Sinti verkorven. De Hoogdagen luidden een traditie in van bedevaarten.

5.2 DE WELVAARTSTAAT

Na de Tweede Wereldoorlog veranderden de problemen waarmee de Voyageurs, Roma, Sinti te maken hadden. De welvaarts- en verzorgingsstaat kwam eraan, de groeiende administratie vereiste een andere aanpak.

De foorkramers ontwikkelden een syndicale aanpak om hun situatie te verbeteren en een efficiënt sociaal dienstbetoon te ontwikkelen. Het apostolaat bleef aanwezig door haar aalmoezeniers en kapelwagens.

Voyageurs, Roma, Sinti deden beroep op allerlei personen om hen te helpen.

De toenemende verstedelijking en mobiliteit, de technologische ontwikkeling, de opkomst van de wegwerpmaatschappij en van de supermarkten hertekenden het landschap voor de Voyageurs, Roma, Sinti grondig. Het werd er niet gemakkelijker op. Om hen te helpen moesten de vrijwilligers steeds meer tijd investeren en zich inwerken in de reglementeringen. In de jaren ‘60 ontstonden de eerste vzw’s die zich met woonwagenwerk bezig hielden.

 De ontwikkeling van de welvaarts- en verzorgingsstaat ging gepaard met de opvatting dat iedereen recht had op huisvesting, onderwijs, inkomen en gezondheid. De marginaliteit van de woonwagenbevolking was in tegenspraak met de beginselen van deze democratische verzorgingsstaat.

Eind jaren zestig werfde het woonwagenwerk Zwaluwnest een maatschappelijk werker aan om de sociale administratieve begeleiding gestructureerd te laten verlopen.

In Antwerpen werd een persoon fulltime ingezet bij de vzw Keree Amende om de problemen van de Roms te ontrafelen.

Problemen met standplaatsen bereikten een hoogtepunt. De overheden slaagden er niet in de woonwagenbewoners hun recht op minimale voorzieningen te verzekeren. Bond Zonder Naam forceerde in 1974 in Mortsel een ingericht terrein en in 1976 startte er een onderwijsproject voor Romkinderen.

5.3 DE OVERHEID

Maar ook de prille Vlaamse overheid kreeg oog voor de sociale problematiek en met name voor de vaststelling dat economische ontwikkeling niet automatisch leidt tot welzijn van iedereen.

De eerste aanzetten werden gegeven. Met enige zin voor reglementaire soepelheid kregen bovengenoemde initiatieven - zij het zeer beperkte - geldelijke steun.

In 1975 verdween de fameuze Zigeunerkaart. Deze kaart was een identiteitskaart voor Zigeuners, die daardoor ingeschreven werden bij, jawel, het Ministerie van Justitie.

Met haar interesse voor het sociale opende de overheid de doos van pandora: de jarenlange verwaarloosde sociale problemen van deelgroepen in de bevolking sprongen de overheid naar de hals.

De overheid moest structureren om het overleg en de subsidieregelingen in de hand te houden. In 1975 besloot het Ministerie van Cultuur om de organisatie van de sociale initiatieven te ordenen. Ze werden ingedeeld in categoriale, functionele of territoriale opbouwwerken. Federaties en overlegorganen zouden per deelsector de verschillende initiatieven vertegenwoordigen.

5.4 OVERLEG

De bestaande woonwagenwerken moesten bijgevolg in een overkoepelend overlegorgaan samengebracht worden. De toegekende subsidies zouden vanuit dit orgaan verdeeld worden onder de afzonderlijke verenigingen.

Ook de verschillende woonwagenwerkers, vooral vrijwilligers en georganiseerd in vzw’s, beseften dat een overkoepeling zinvol was. Besprekingen met de betrokken overheden zouden eenvoudiger verlopen als de belangen van de Voyageurs, Roma, Sinti door één organisatie vertegenwoordigd werden. Door een betere coördinatie tussen de initiatieven bereikte men ongetwijfeld betere resultaten.

Op 19 februari 1977 ontstond het Vlaams Overleg Woonwagenwerk (VOW) als een pluralistisch, nationaal overlegorgaan dat de culturele en sociale begeleiding van Voyageurs, Roma, Sinti  zou coördineren. Dit gebeurde in samenwerking met de aangesloten verenigingen die de belangen van Voyageurs, Roma, Sinti behartigden.

Als jonge, overkoepelende werking was het voor het VOW van groot belang de autonomie van de aangesloten leden te respecteren. Zij hadden immers een belangrijke werking uitgebouwd en een vertrouwensrelatie ontwikkeld met het doelpubliek. Het VOW ondersteunde deze werkingen en trad op als gesprekspartner met diverse overheden, pers en publiek. Prioriteit nummer één: de standplaatsenproblematiek.

De subsidie aan het VOW, die ondanks beloften op beterschap steevast op het einde van het werkingsjaar werd uitbetaald, liet toe één persoon in dienst te nemen en een deel van de werkingskosten van enkele aangesloten woonwagenwerken te vergoeden.

Twee woonwagenwerken hadden op eigen kosten een woonwagenwerker in dienst voor sociaal-administratieve begeleiding en voor een Romonderwijsproject in Mortsel. Enkele vrijwilligers en vrijgestelde aalmoezeniers waren (meer dan) fulltime bezig met de begeleiding van Voyageurs, Roma, Sinti. De sterkte van de woonwagenwerking bestond vooral uit het grote engagement en de kennis van het doelpubliek.

In de jaren ‘80 ontstonden de zgn. nep-statuten. De sociale sector kon eindelijk aan personeel geraken. Het was echter tijdelijk en precair personeel. Werkingskosten stonden niet op het programma. De vertrouwensband met de doelgroep die continuïteit vereist en de hoge verplaatsingsonkosten die niet te verhalen waren, verhinderden dat het VOW zich in het avontuur van de nep-statuten  stortte.

Toen in 1985 het DAC-statuut toegekend werd voor 5 jaar, schreef ook het VOW een project uit, dat deels werd goedgekeurd. Het VOW kon met 2 werknemers uitbreiden.

Na de staatshervorming van 1981 ontstond de Vlaamse Administratie met een administratie Welzijn. Voor het eerst kon iemand van de overheid zich inhoudelijk inlaten met de problematiek, zij het dat diezelfde persoon ook de ganse migrantenproblematiek en nog andere sectoren er in haar eentje bij moest nemen. Maar het VOW had op zijn minst een officiële partner bij de Vlaamse overheid. Dit resulteerde in een eerste (index)aanpassing van de subsidie en in 1983 in een subsidieregeling voor gemeenten, OCMW’s en provincies die woonwagenterreinen inrichten.

Deze subsidie, sensibilisering, lobbying, overtuigingskracht en perscampagnes overtuigden de meeste gemeenten, die gedurende decennia een groep woonwagengezinnen op hun grondgebied gedoogden, de woonsituatie van woonwagenbewoners te saneren.

5.5 KANSARMOEDEBELEID

In 1989 besliste de Vlaamse Regering een bedrag dat toekwam aan de gemeenten, te reserveren voor de bestrijding van kansarmoede. Gemeenten konden projecten indienen bij het Vlaams Fonds voor de Integratie van Achtergestelden (het zgn. VFIA of Fonds Lenssens) en bij het Fonds Van den Bossche.

Gemeenten konden, bijna voor het eerst, een actief sociaal beleid voeren ten aanzien van maatschappelijk kwetsbare bevolkingsgroepen. Tot dan toe bleef dit vooral een zaak van het OCMW en dan nog in het kader van een individuele steunverlening. Het VFIA werd opgevolgd door het VFIK (Vlaams Fonds Integratie Kansarmoede) en het SIF (Sociaal Impulsfonds).

Ook voor het VOW betekende het kansarmoedebeleid van de overheid een nieuwe sprong voorwaarts. Geleidelijk aan verruimde de werking met vier personeelsleden, die de regio’s systematischer contacteerden en opvolgden. De jarenlang verwaarloosde onderwijsproblematiek kreeg een impuls door de inzet van schoolpobouwwerkers. Weliswaar in een beperkte regio, maar ervaring kon worden opgebouwd. Het VOW kon haar deskundigheid uitbouwen.

De professionalisering van het woonwagenwerk moest zich ook doorzetten in de structurele omkadering die een gezamenlijke aanpak, een sterke inhoudelijke en methodische samenwerking mogelijk maakte. Eind 1992 versterkte de organisatiestructuur van het VOW. De overheid ondersteunde dit initiatief door een substantiële verhoging van de middelen.

Europese middelen maakten verdere initiatieven, vooral op het vlak van onderwijs, mogelijk.

Toch kon het VOW geen evenwichtige werking uitbouwen. Haar potentieel aan man/vrouwkracht werd teveel gehypothekeerd door de tijdelijkheid van de projecten en de noodzaak de begroting op te stellen op basis van een dertigtal kleine en grote subsidianten, die elk hun invalshoek hadden. Regionale en inhoudelijke onevenwichten in de werking bleven aldus een dagelijkse realiteit.

Met het decreet inzake het Vlaams beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden hoopt het VOW, ondertussen omgevormd tot Vlaams Centrum Woonwagenwerk (VCW), dat in samenspraak met de overheid dit evenwicht inhoudelijk en regionaal beter bereikt kan worden. Daarnaast moet een programmering op langere termijn reële slagkracht krijgen. Marginaliteit, uitsluiting, discriminatie en maatschappelijke kwetsbaarheid zijn niet gebaat met enkele sporadische en alleenstaande projecten, zoals duidelijk blijkt uit  bovenstaande historiek. Het vereist een coherente, integrale, continue en niet-vrijblijvende inspanning van alle betrokkenen.

Sinds 1.5.1999 maakt het Vlaams Centrum Woonwagenwerk deel uit van het Vlaams Minderhedencentrum, het nieuwe ondersteuningscentrum voor de minderhedensector.