Beleidsplan 97-02
Start Omhoog Begeleidingsmethodiek Beleidsplan 97-02 Meerjarenplan 03-08 Doelgroepen Onderwijs Bestellen

 

Jaarverslag 1999
Jaarverslag 2000
Jaarverslag 2001
Jaarverslag 2002

Voyageurs en Zigeuners

 ! OPGELET: dit beleidsplan is enkel ter consultatie. Voor accurate data surf je beter naar  doelgroepen en methodiek.

Beleidsplan 1997 – 2002

 

1. Algemene situatieschets

1.1 Doelgroepen

Het woonwagenwerk in de Vlaamse Gemeenschap houdt zich bezig met drie deeldoelgroepen: Voyageurs, Manoesjen en Roms. Deze groepen zijn sociaal gedefinieerd: Voyageur, Manoesj, Rom is diegene die zichzelf zo benoemt en die door de andere respectievelijk Voyageurs, Manoesjen of Roms als zodanig benoemd wordt.

 

Voyageurs
De mensen die zich Voyageur noemen zijn autochtonen, afstammend van de trekkende handelaars en ambachtslui van vroeger. Diegenen die wonen in woonwagens, staan nu vaak op gemeentelijke terreinen. Velen onder hen zijn, al dan niet gedwongen, gaan wonen in huizen maar zij blijven zowel voor zichzelf als voor de groep echte Voyageurs. Voyageurs in Vlaanderen zijn Nederlandstalig.

 

Manoesjen
De zigeunerbevolking die wellicht sinds de 15de eeuw in onze contreien vertoeft zijn de Manoesjen. Hun levenspatroon (wonen en werken) lijkt sterk op dat van de voyageurs. Gemengde huwelijken tussen deze twee groepen komen dan ook geregeld voor. Als eerste taal spreken zij hun Manoesj en als tweede taal Nederlands.

 

Rom
Deze groep kwam wellicht vanaf midden vorige eeuw in verschillende golven in ons land aan. Zij leven sterk nomadisch, hechten grote waarde aan familiale banden en spreken steeds hun Romanes, met als tweede taal Frans.De vrouwen dragen bij voorkeur hun traditionele klederdracht. Mede daardoor zijn zij misschien de meest opgemerkte groep, hoewel ze in aantal het kleinst zijn.


Buitenlandse zigeuners


Oost-Europese Roma

Het woonwagenwerk komt meer en meer in contact met deze Oost-Europese Zigeuners.
Velen van hen wonen in ‘huizen’ in de grotere agglomeraties of verblijven in mobiele woningen. Er groeien stilaan contacten tussen individuen uit deze groep met de hier reeds aanwezige zigeuners. We vinden hen meestal terug in de grotere agglomeraties, met een sterke wisseling naargelang de seizoenen. Zij proberen zo weinig mogelijk op te vallen, waardoor een begeleiding moeilijk is op te zetten. Zij spreken daarenboven hun zigeunertaal met als tweede taal meestal deze uit hun land van herkomst. Nederlands of Frans is voor hen slechts een 4de of 5de taal. Door hun precaire verblijfsstatus (in asielprocedure of vaak volledig zonder geldige papieren) kunnen zij niet op de arbeidsmarkt terecht en evenmin bij de reguliere sociale voorzieningen.


Doortrekkers

Onafhankelijk van deze eerste groep ontmoeten we in de lente- en zomermaanden steeds grotere groepen zigeuners, meestal uit EU-landen, die rondtrekken in Vlaanderen. Deze groepen variëren van 30 tot 150 caravans en hebben vaak familiale of sociale banden met de Belgische zigeuners.

Raakvlakken

Foorreizigers, schippers, circuslui, campingbewoners, 4de wereldmensen ... bij elk van deze groepen zijn er gezinnen die aansluiting vinden bij de Voyageurs, hetzij via familiale banden hetzij via winteractiviteiten. Op verschillende woonwagenterreinen vinden we hen dan ook naast Voyageurs.
Het is onduidelijk welke invloed deze groepen uitoefenen op de Voyageurs en omgekeerd. Het woonwagenwerk spitst zijn aandacht echter bewust toe op die mensen die traditioneel in de nomadische cultuur leven. Het is immers dit culturele onderscheid dat de specificiteit van de problematiek uitmaakt en dus ook van de benadering ervan.

Het woonwagenwerk houdt er rekening mee dat in de toekomst er een blijvende uitwisseling zal zijn met de huidige Voyageurs en/of Zigeuners. Deze doelgroepen worden dan ook 'gevolgd' via deelname aan o.m. het Vlaams Centrum Bewonersbelangen. Tevens zijn er de nodige contacten ad hoc met de beroepsverenigingen van foorreizigers, circuslui en schippers.

 

1.2 Aantallen

Over het aantal Voyageurs en Zigeuners in Vlaanderen is niet veel met zekerheid gekend.
Ten eerste willen Voyageurs en Zigeuners niet geregistreerd of geteld worden: de Tweede Wereldoorlog ligt op dat vlak nog vers in het collectief geheugen. Ten tweede er is geen enkele objectieve basis waarop een Voyageur of een Zigeuner identificeerbaar zou zijn. Hun identiteit is sociaal bepaald (zie 1.1) en het woonwagenwerk dient dus op basis van eigen ervaring en van "horen zeggen" binnen de doelgroep schattingen te maken. Hierbij moeten we dan nog rekening houden met de vage grenzen tussen Rom, Manoesj, Voyageur, burger vermits elk van deze groepen in elke stamboom wel ergens voorkomen.
Dit maakt het onmogelijk om de juiste omvang van de potentiële doelgroep weer te geven, zoals dat bijvoorbeeld gebeurt voor migranten, vluchtelingen, langdurig werklozen ... Onze ervaring leert dat door de uitbouw van een werking in een regio, die schijnbaar zeer dun bevolkt is met Voyageurs of Zigeuners, na verloop van tijd steeds meer doelgroepleden aantrekt die tot dan toe onbekend waren.
Een reden te meer voor het woonwagenwerk om ervoor te zorgen dat overal een gepast aanbod kan uitgewerkt worden.
Cijfers kunnen niet gebruikt worden als indicatie voor de totale populatie. De spreiding van Voyageurs in huizen en in woonwagens verschilt zeer sterk van de ene regio tot de andere. In sommige regio’s (bijv. Limburg) woont de helft van de Voyageurs in huizen. In andere regio’s (bijv. Meetjesland) is dat 80%. In de meeste regio’s is de verhouding zelfs niet gekend. Uit een telling in Limburg bleken er in deze provincie (afgerond) 1.200 Voyageurs te wonen. Geëxtrapoleerd naar de 5 provincies en Brussel kunnen we het aantal Voyageurs schatten op 7.000 à 7.500 mensen.Het aantal Manoesjen schatten we op 1.500 en het aantal Roms, met winterstandplaats in Vlaanderen, op 750. (1)

Het aantal Oost-Europese Zigeuners is nog moeilijker te bepalen. Uit onze beperkte contacten kunnen we echter afleiden dat er in Brussel meerdere honderden families moeten verblijven. Voor de rest van Vlaanderen moeten we er zeker nog eens zoveel bijtellen. Dit doet ons het aantal Oost-Europese Roma in Vlaanderen schatten rond de 10.000.

 

1.3 Eigenheid (zie Basisinfo)
Zoals alle cultuurgroepen streven Voyageurs en Zigeuners naar respect voor hun eigenheid. Omschrijven wat deze eigenheid precies betekent is vrijwel onmogelijk: een minderheidscultuur wijzigt immers naargelang de evoluties van de dominante cultuur waarbinnen zijzelf evolueert.
Het meest frappante voorbeeld is wel de benaming "woonwagen"bewoner. In feite woont momenteel slechts een klein deel van de Voyageurs in woonwagens. De Belgische zigeuners wonen meestal in woonwagens, de Oost-Europese zigeuners praktisch altijd in huizen en de doortrekkers uiteraard in caravans. Vandaar dat in de publicaties van het woonwagenwerk steeds wordt gesproken van Voyageurs en Zigeuners.

 

Eigenheid=cultuur
Hun gemeenschappelijke eigenheid is te vinden op het culturele vlak. Daaraan valt o.m. op dat Zigeuners en Voyageurs zichzelf ervaren als een zelfstandig volk (intern verdeeld zoals zovele volkeren) dat leeft en ontwikkelt binnen, maar los van, de meerderheidscultuur rondom hen. Met deze meerderheidscultuur hebben zij een pragmatische overlevingsrelatie: uitwisselen van goederen en diensten. De basis van die relatie is economisch. Dit weerspiegelt zich doorheen elk contact tussen de burger- en nomadencultuur. Ook een woonwagenwerk is voor hen op de eerste plaats een hulpmiddel om te overleven. Hetzelfde geldt voor onderwijs, arbeid, gezondheid, welzijnsvoorzieningen ... Zij nemen ervan wat nodig is maar slechts in zoverre het past binnen hun cultuur: zij blijven steeds alert dat "wij" geen burgers van hen zouden maken.
Binnen deze context hebben tsiganologen enkele typerende kentrekken van de nomadische cultuur in kaart gebracht. Het betreft categorieën die onderling zo verweven zijn, dat de opsplitsing kunstmatig kan overkomen, het komt echter wel de duidelijkheid ten goede.

 

Wij en zij
De nomadische maatschappij is gestructureerd via "clans": een uitgebreide familieband, waarin ook niet-bloedverwanten kunnen opgenomen zijn. In deze cultuur valt het onderscheid tussen wij (Zigeuners, Voyageurs) en zij (de burgers) het meest op. Deze scheiding is vooral gevoelsmatig en dus zeer diep. Typerend hierbij is bijv. dat Zigeuners in hun taal geen woord hebben voor "Zigeuner" maar wel voor "niet-Zigeuner": gadgo (mv: gadgé). Het resultaat hiervan is wel een fundamenteel wantrouwen tegenover alles dat uit de burgerwereld komt.

 

Hier en nu
Vanuit een levenswijze waarin rondtrekken een essentieel deel uitmaakte is een ongebondenheid aan tijd en ruimte een logisch gevolg. Zij leven in een eeuwigdurend nu. Er wordt dus weinig gepland op lange termijn. Hun leven, werken en wonen vormen een eenheid. Vandaar dat de opdeling van de levenssferen in de burgermaatschappij (school, werk, thuis, ontspanning, godsdienst) weinig aansluiting vindt in hun denkwereld.
Hun groot vertrouwen in "Geluk hebben" past ook in dit kader. Bijv. op het vlak van gezondheid zal men er sterk op vertrouwen het geluk te hebben van gezond te blijven, terwijl preventieve zorgen minder aandacht krijgen.

 

Rein, onrein
Voyageurs en Zigeuners zijn zeer begaan met zuiverheid. Zowel morele maar zeker de fysieke. Dit uit zich in een zeer propere woonwagens, nauwgezette voedselbereiding e.d. Het onderscheid dat nomadische groepen intern maken wordt vaak verwoord in termen van zuiverheid.

 

Flexibiliteit
De fierheid van Voyageurs en Zigeuners is hun all-round vakmanschap. Als een beroep vandaag niet meer loont schakelen ze morgen over op een ander (tweedehandsauto's, schroot, ambulante handel ...). Het blijkt tot de eigenheid van de Zigeunercultuur te horen dat zij zich nestelen in de zgn. niches van de economie. "Werken gaan" zoals bij de gadge trekt hen hoegenaamd niet aan. De zelfstandige arbeid staat hoog in hun vaandel

 

Cultuur=Collectief
Belangrijk is hierbij te vermelden dat deze cultuurtrekken blijkbaar gedeeld worden door alle zigeuners ter wereld (hierin begrepen ook de Voyageurs, reizigers, travellers, tinkers, Yenisch...). Dit maar om duidelijk te stellen dat we hier te maken hebben met een verschijnsel dat kan bogen op een eeuwenlange traditie ondanks vervolging en een sterke geografische spreiding.

 

1.4 Maatschappelijke kwetsbaarheid
Al de nomadische groepen hebben doorheen hun geschiedenis altijd kunnen terugvallen op welménende individuen of organisaties binnen gemeenten, steden, kerken, gilden... Maar de grote lijn van die geschiedenis blijft een spiraal van afwijzing. Hierdoor vergrootte de afstand en stilaan ontpopte zich een vijandigheid tussen de nomadische en de sedentaire cultuur. Dit deed de repressie op zijn beurt weer toenemen. Hoogtepunten hierin zijn zeker de klopjachten op Heydens (want zo werden de rondtrekkenden toen genoemd) in de 18de eeuw en de officieel geplande totale vernietiging op internationale schaal in de Tweede Wereldoorlog. Hun geschiedenis lijkt wel een illustratie van toenemende maatschappelijke kwetsbaarheid over de generaties heen: hoe sterker mensen en groepen gestigmatiseerd worden als verworpenen, hoe meer kans dat ze ook effectief afstand nemen van die maatschappij.

Het departement Criminologie van de KULeuven ontwikkelde de theorie van de maatschappelijke kwetsbaarheid. Daarin wordt verklaard hoe personen en groepen, die niet voldoen aan de algemeen geldende (middenklasse-) normen, systematisch worden achtergesteld. Dit mechanisme is een samenspel van culturele en structurele factoren. De culturele component bestaat dan uit waarden, aspiraties, opvoedingsmodel e.d. De structurele factoren slaan o.m. op inkomen, huisvesting, beroepsniveau.

Deze groepen, die cultureel niet gewaardeerd worden, komen vooral in aanraking met de sanctionerende kanten van de maatschappelijke instellingen. Hoewel deze instellingen bedoeld waren om de kansen op welzijn van alle burgers te verhogen. De mensen met een lage sociaal-economische status krijgen echter minder bindingen met (belangrijke personen in) deze instellingen. De wetmatigheid hierrond bestaat erin dat hoe minder bindingen iemand aangaat met de maatschappij hoe meer kans die persoon loopt om probleemgedrag te ontwikkelen. Anderzijds: hoe meer maatschappelijke bindingen een persoon aangaat hoe minder kans er blijkt te zijn op probleemgedrag.

Doorheen zo een voortgezette kwetsing krijgt een persoon een deuk in zijn geloof aan zijn waarden en zijn vaardigheden. Hij vergelijkt zich met de "gewone" mensen en dit resulteert in een negatief maatschappelijk zelfbeeld: het feit dat ik in een marginale positie kom, wijt ik aan mijzelf (interne attributie).

Maar elk mens heeft de primaire behoefte om tot een groep te behoren en binnen die groep iets te betekenen. Elk mens zal dus op zoek gaan naar gebieden, mensen of groepen die zijn zelfbeeld kunnen opkrikken.

Dat vindt hij in een referentiegroep die zorgt voor een externe attributie (mijn marginaliteit wijt ik aan de anderen). Binnen deze groepen vormt zich de anticultuur die zeer verschillende vormen kan aannemen: berusten, provoceren e.d.

De Voyageurs en Zigeuners hebben een cultuur die van geboorte tot graf steeds aanwezig is: er is blijkbaar geen "begin" van een anticultuur in de loop van een individueel leven. Hun cultuur is er een die van generatie op generatie de afstand tot de burgerwereld cultiveert.

We zien bijvoorbeeld dat ook Voyageurskleuters deze afstand onderhouden.

 

1.5 Emancipatie
Tegenover deze achterstelling van de nomadische cultuur stelt het WOONWAGENWERK een fundamentele noodzaak aan emancipatie.
Het woonwagenwerk is er zich van bewust dat emancipatie een opdracht is voor de belanghebbende op de eerste plaats. Wij ondernemen daarom zoveel mogelijk initiatieven die steunen op vragen vanuit de doelgroepen.
Daarnaast ontwikkelt het woonwagenwerk een aanbod op eigen initiatief. Dit aanbod kadert in haar bemiddelingsopdracht tussen twee culturen die vaak tegenover elkaar staan met een muur van wantrouwen, onbekendheid en onbegrip tussen beide. Het eigen aanbod van het woonwagenwerk is echter steeds gebaseerd op een streven naar een verhoging van kansen tot emancipatie: vanuit een keuze voor de woonwagenbewoners, ondanks alles.

 

1.5.1 Missie
De activiteiten van het woonwagenwerk moeten erop gericht zijn dat woonwagenbewoners als volwaardige partners de evolutie van de maatschappij mede in handen nemen.

Woonwagenbewoners:
Voyageurs, Roms en Manoesjen; zowel de populatie als geheel als deelgroepen en individuen.

nemen ... in handen:
er is dus een recht op betrokken zijn en betrokken worden

mede:
als gevolg van het partnerschap, wij opteren dus niet voor apartheid: wij werken categoriaal waar het moet, inclusief waar het kan

volwaardige:
met respect voor hun eigenheid en bevordering van hun mondigheid

partner:
hierbij streven wij naar het ‘inpassings’model van het Koninklijk Commissariaat voor de Migranten. (3)
- Wat de openbare orde betreft - zoals de gelijke rechten en plichten van man en vrouw in een huwelijk, of gelijk loon voor gelijk werk in het arbeidsrecht - moeten partners van de Belgische maatschappij zich aanpassen.
Het woonwagenwerk wijst op de noodzaak van een correct begrip van de notie "openbare orde". Deze term wordt door gemeentebesturen immers al te vaak gebruikt om uitdrijving van woonwagens te verrechtvaardigen.
.- Wat betreft de oriënterende sociale basisbeginselen die de cultuur van een land schragen en die met "moderniteit", "emancipatie" en "volwaardig pluralisme" te maken hebben pleit het Commissariaat voor een "consequente bevordering van een zo goed mogelijke inpassing".
- Voor het derde niveau - de godsdienstbeleving, de gezinsvormen en andere cultuuruitingen - roept het Koninklijk Commissariaat op tot respect voor de culturele verscheidenheid omdat ze kan leiden tot een wederzijdse verrijking. Elk van deze drie domeinen vereist een juiste inpassing :
* de bevordering van de structurele betrokkenheid van de minderheden bij de activiteiten en doelstellingen van de overheid;
* objectieve informatie en bevordering van de communicatie tussen de verschillende bevolkingsgroepen;
* de versterking van de strijd tegen racisme en xenofobie.

maatschappij:
hierin zit zowel het structureel bestel als de samenleving van onderuit inbegrepen.

evolutie:
de nomadische cultuur noch de omringende samenleving zijn statische gegevens; wij leven in een multiculturele maatschappij en wij wensen dit als een waardevol gegeven mee uit te bouwen.

 

1.5.2 Opdrachten (zie ook Basisinfo)

Door de structurele en culturele tekortkomingen heerst er tussen de twee betrokken culturen onbegrip en gebrek aan inzicht.
Het woonwagenwerk heeft daarom een schakelfunctie: her-talen van "boodschappen" van/naar beide culturen. Dit concretiseert zich in assistentie bij het creëren van alternatieven, bij het maken van keuzes en bij het waarmaken van die keuzes.
Door haar positie zelf verwerft het woonwagenwerk een eigen deskundigheid: kennis en inzicht zowel in burgercultuur als in de nomadische cultuur gecombineerd met de schakelfunctie daartussen is aanwezig binnen het woonwagenwerk. Deze deskundigheid brengt een verantwoordelijkheid mee om initiatieven te nemen.
Deze opdrachten situeren zich op twee niveaus: individueel en collectief.
Individueel: bevordering van de zelfredzaamheid. Het woonwagenwerk dient assistentie te voorzien voor zover het nodig is. We dienen de woonwagenbewoners zoveel mogelijk te vormen zodat ze zélf hun zaken leren aanpakken;
Collectief: naar de doelgroep: ondersteuning en stimulering van de zelforganisatie of die nu nationaal is dan wel lokaal, per familie of per onderdeel van de doelgroep. Naar de maatschappij: binnen de voorzieningen, instituties, beleidsorganen en publieke opinie helpen ruimte scheppen voor de Voyageur en de Zigeuner. Concreet vertaalt zich dit in het verlagen van drempels m.n. naar de welzijnsvoorzieningen en tegelijk stappen ondernemen om de achterstellingsmechanismen in de maatschappij te bestrijden.

1.5.3 Emancipatorische werkwijze

Als het doel emancipatie is, moet de methode ook emanciperend zijn.
Methode en technieken zijn emancipatorisch als
- zij vertrekken van en aansluiten bij de behoeften van de betrokken mensen zoals zij die meemaken;
- het zelfwaardegevoel van de doelgroepleden erdoor verhoogd wordt;
- de leden van de doelgroep (opnieuw) het woord (leren) nemen.
Een methode is niet emancipatorisch als het woonwagenwerk in de plaats van de woonwagenbewoners gaat denken (beslissen wat goed voor hen is).

 

2. Wonen 

2.1 Probleemstelling

Een woonwagen is in de Belgische en Vlaamse stedenbouwkundige regelgeving een "rariteit". Dit geeft aan iedere beleidsmaker op elk ogenblik een perfect alibi om woonwagens te doen verwijderen, desnoods manu militari.
Hoe vaak moesten we al niet vaststellen dat men inbreuken op stedenbouw of ruimtelijke ordening oogluikend toelaat. Als het echter over woonwagens gaat is men meestal geneigd om deze regels zeer strikt toe te passen. Elk jaar weer worden er gezinnen getroffen door processen verbaal en dwangsommen, zodat ze steeds op zoek moeten gaan naar een andere, wellicht weer precaire, standplaats.

De Vlaamse Gemeenschap stelde in 1996 een Strategisch plan voor een minderhedenbeleid op. Hierin was een belangrijk hoofdstuk gewijd aan de aanleg van voldoende en duurzame woonwagenterreinen. De uitvoering van dat plan is een opdracht van de Vlaamse Woonwagencommissie, waarin alle betrokken kabinetten en administraties zitting hebben alsook het Vlaams Minderhedencentrum en enkele woonwagenbewoners.

Ook in sommige provincies zijn gelijkaardige Provinciale Woonwagencommissies opgericht met als opdracht de coördinatie tussen de gemeenten de garanderen.

 

Sedentaire terreinen
Anno 2001 waren er in Vlaanderen slechts een 400-tal standplaatsen op gemeentelijke woonwagenterreinen, gespreid over 27 gemeenten. Deze terreinen zijn hoofdzakelijk bestemd als vaste verblijfplaats voor het woonwagengezin.
De gemeentelijke woonwagenterreinen zijn in Vlaanderen nagenoeg de enige wettelijk erkende en toegelaten plaatsen waar de woonwagenpopulatie kan verblijven. Toch herbergen ze slechts
40 % van de Vlaamse Voyageurs en Zigeuners die in wagens wonen. Woonwagengezinnen die niet terecht kunnen op een gemeentelijk woonwagenterrein, hebben zich geïnstalleerd op een eigen of gehuurd perceel grond. Zij riskeren echter uitdrijving, krijgen geen aansluiting op water en elektriciteit , omdat zij geen bouwvergunning kunnen krijgen. Momenteel is zo een honderdtal gezinnen onmiddellijk bedreigd, waarvan de meeste in en rond Brussel. Een beperkt aantal gezinnen heeft geen vaste (overwinterings)plaats en zwerft rond. Andere woonwagengezinnen wonen gedwongen in huizen. Omwille van hun financieel precaire situatie en sterk schommelend inkomen wonen zij vaak in weinig aangepaste huizen van slechte kwaliteit.

Lijst van sedentaire terreinen in Vlaanderen

 

Gemeente                 Locatie              Aantal standplaatsen

Aalst                            Hofstade                                 13
Aarschot                      Ourodenberg                           11     
Antwerpen                    Deurne                                    24
Antwerpen                    Wilrijk                                     12
As                                                                                6
Bilzen                                                                           3
Diest                                                                             5
Genk                            Horensberg/Waterschei              57
Gent                             Ottergemse Steenweg                12
Grobbendonk                                                               10
Heist o/d Berg               Booischot                                10
Hasselt                          Kiewit                                       8
Hasselt                          Kuringen                                 18
Ham                             Kwaadmechelen                       10
Leuven                          Wilsele                                    24
Maaseik                        Wurfeld                                   24
Maasmechelen               Eisden                                     26
Mechelen                       Grote Nieuwendijk                   20
Mortsel                                                                        26
Oud-Turnhout                                                                8
Puurs                                                                            5
Rotselaar                      Werchter                                   6
St-Jans-Molenbeek                                                         8
St Katelijne Waver                                                        12
St-Truiden                                                                    16
Wetteren                                                                      15

 Doortrekkersterreinen


Naast de residentiële terreinen zijn pleisterplaatsen en doortrekkersterreinen noodzakelijk. Doortrekkersterreinen zijn deze terreinen die speciaal voor dit doel zijn aangelegd en beheerd. Pleisterplaatsen zijn terreinen die voor andere doeleinden zijn aangelegd (bijv. als parking bij een domein) doch waarop doortrekkenden tijdelijk kunnen verblijven.Er trekken jaarlijks ongeveer 1.000 gezinnen rond in Vlaanderen, vooral buitenlandse zigeuners en de 150 Belgische Rom-gezinnen. In Vlaanderen zijn er geen doortrekkersterreinen. Rondtrekkende woonwagenbewoners komen daardoor voortdurend in conflict met de gemeentelijke overheden.

 

2.2 Algemene doelstelling
Het woonwagenwerk wil ertoe komen dat de wooncultuur van de Voyageurs en Zigeuners een volwaardige plaats heeft in het woonbeleid.

2.3 Werkdoelen

2.3.1 Participatie

Het woonwagenwerk wil dat woonwagenbewoners rechtstreeks betrokken zijn bij het beleid rond wonen op wielen.
a- Op het gewestelijk niveau zullen 2 woonwagenbewoners deel uitmaken van de Vlaams Woonwagencommissie

b- Op het provinciale en lokale niveau neemt het woonwagenwerk het initiatief om beleidsontwikkelingen die de woonsituatie aanbelangen te confronteren met de doelgroep. Dit zal gebeuren door hoorzittingen van doelgroepleden met beleidsverantwoordelijken.
c- Stimuleren, opstarten en opvolgen van lokale woonwagencommissies in de gemeenten met een openbaar woonwagenterrein. In elk van deze gemeenten zal minstens 1 woonwagencommissie gehouden worden in het bijzijn van de betrokken woonwagenbewoners.
d- Het woonwagenwerk schept zelf een overlegkader tussen zichzelf en groepen en verenigingen van Voyageurs en Zigeuners en onderhoudt geregeld overleg met sleutelfiguren.

 

2.3.2 Voldoende duurzame en aangepaste woonwagenterreinen aanleggen.
Er dienen 593 standplaatsen aangelegd te worden verdeeld over gemeenten volgens hun bevolkingsaantal en 415 doortrekkersplaatsen evenwichtig verdeeld over en binnen de provincies en Brussel.

 

2.3.2.1 Vlaanderen

Wetgevend initiatief
Het woonwagenwerk voerde besprekingen met het Vlaams Parlement met het oog op het bekomen van een beleidsvisie en maatregelen die bovengenoemde doelstelling gestalte geven. Dit moest ervoor zorgen dat er een wettelijke basis geschapen wordt voor de inplanting van nieuwe sedentaire en doortrekkersterreinen. Dit initiatief werd in het Vlaams Parlement niet weerhouden.

Het project van de Vlaamse Regering "Voldoende duurzame en aangepaste woonwagenterreinen aanleggen" uitgaande van de Intersectoriële Commissie Etnisch-culturele Minderheden zal actief doorgespeeld worden aan de ondergeschikte besturen.
Op het provinciale niveau zal het geïntroduceerd worden als integrerend onderdeel van het provinciale huisvestingsbeleid. Er zal voor gezorgd worden dat elke provincie en Brussel minstens 1 doortrekkersterrein opstarten.
Naar het lokale niveau zal het project aangeboden worden in het kader van een van een overleg geïnitieerd door de provinciale overheid. Behoudens uitzonderingen zal het lobbywerk voor nieuwe terreinen op het lokale niveau enkel opgenomen worden als het kadert in een beleidsvisie van het bovenlokale vlak.
In elke wijziging van gewestplannen zal het woonwagenwerk een bijdrage leveren voor reservering van gronden voor woonwagenterreinen.
Alle subsidiekanalen (bestaande en nieuwe) zullen aan elk betrokken beleidsniveau doorgespeeld worden om de kansen op realisatie van bijkomende terreinen te maximaliseren.
Beleidsontwikkelingen zullen samen met de doelgroep geëvalueerd worden, steeds met het oog op de realisatie van dit Vlaamse project.
Dit houdt in dat er intensieve contacten worden onderhouden met Huisvesting, Welzijn, Ruimtelijke Ordening, Vlaamse Huisvestingsmaatschappij ...
Dit houdt ook in dat het woonwagenwerk de nodige sociale actie zal ondersteunen en helpen organiseren.

Pleisterplaatsen
Er zal buiten het genoemde project (dat handelt over speciaal in te richten standplaatsen) gezorgd worden dat elke provincie een pleisterplaats aanduidt waar 200 woonwagens tijdelijk terecht kunnen op doortocht.

Ad hoc
Het woonwagenwerk zal steeds ervoor zorg dragen dat niet te voorziene plannen of problemen van woonwagenbewoners kunnen opgenomen worden. Dit geldt eveneens de tussenkomsten bij onverwacht opduikende doortrekkers.

2.3.2.2 Brussel
Het woonwagenwerk zal het initiatief nemen tot een zeer nauwe en aangehouden samenwerking tussen woonwagenwerk, Nationaal Comité van Woonwagenbewoners, Dienst Huisvesting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en onze Franstalige zusterorganisatie COPRODEV (intussen ter ziele).
Deze samenwerking moet eerst resulteren in een Brussels woonwagenplan. Dit plan zal aan de bevoegde beleidsinstanties en politieke verantwoordelijken voorgelegd worden om via ordonantieën en/of een eigen Brussels project, naar analogie met het Vlaamse, verwezenlijkt te worden.
Als streefcijfers stelt het woonwagenwerk voorop: 100 legale sedentaire standplaatsen, 2 doortrekkersterreinen van 50 à 100 plaatsen en éénmaal om de twee jaar de toelating voor een grote bijeenkomst van 1.000 wagens gedurende 10 dagen.Hiervoor zal bij de bevoegde Brusselse Ministeries een aanvraag ingediend worden voor de nodige personeelsomkadering: 1/2 maatschappelijk werker.

2.3.3 Informeren en adviseren
Het woonwagenwerk wil de informatie rond het wonen van Voyageurs en Zigeuners in Vlaanderen coördineren en deskundig advies verlenen aan zowel instanties en diensten als aan Voyageurs en Zigeuners.

2.3.3.1 Gericht op de doelgroep
Voyageurs en Zigeuners worden geïnformeerd over de woonwagenproblematiek, reglementering en beleidsontwikkelingen.
a- Beknopte informatie via het woonwagenwerk -tijdschrift ‘De Trekhaak’ : minimaal 2 blz per nummer zijn gereserveerd voor "wonen".
b- Informatie via georganiseerde groepsmomenten: lokale hoorzittingen, zelforganisatie van woonwagenbewoners, provinciale en nationale overleggroepen.
c- Individuele informatie aan woonwagenbewoners op vraag of naar aanleiding van bepaalde situaties (nieuw terrein, verdrijving enz..)

2.3.3.2 Gericht op de bredere maatschappij
a- Verder in kaart brengen van de omvang van de doelgroep, de woonbehoeften en -evoluties, de woonmogelijkheden en het aangeven van knelpunten en prioritaire acties. Deze informatie wordt stelselmatig opgebouwd, in een hanteerbare vorm gegoten en jaarlijks geactualiseerd. De verzameling gebeurt door de woonwagenwerkers en vrijwilligers, ondersteund door het Vlaams Minderhedencentrum.
b- Actief ter beschikking stellen van juridische en technische informatie rond kennis van de doelgroep, mobiel wonen, de subsidiemogelijkheden, de wetgeving en beleidsontwikkelingen.
c- Opvolgen van aanverwante problematieken, in het bijzonder campingbewoning en alternatieve woonvormen.

2.3.4 Kwaliteitszorg
We willen bereiken dat voor de inplanting en uitrusting van woongelegenheden voor Voyageurs en Zigeuners kwaliteitscriteria worden ontwikkeld.

2.3.4.1 Evaluatieonderzoek
Een evaluatie van de bestaande gemeentelijke woonwagenterreinen dient te gebeuren. Hiertoe wordt aan de Vlaamse Gemeenschap een onderzoekstoelage aangevraagd.

2.3.4.2 Beleidsnota
Initiëren en voorbereiden van een beleidsnota van de Ministers van Welzijn, Ruimtelijke Ordening en Huisvesting over de criteria waaraan woonwagenterreinen en hun inplanting moeten voldoen. Een kwaliteitslabel wordt opgesteld Dit label komt tot stand via consultatie van de doelgroep i.v.m de criteria.

2.3.4.3 Terreintoezichters
In gemeenten met een woonwagenterrein zullen stappen ondernomen worden voor de aanwerving van één halftijdse terreintoezichter per 20 wagens. In gemeenten waar er kleinere terreinen zijn zullen deze stappen gericht zijn op de integratie van de toezichtstaken in de opdrachten van de wijkagenten.

________________________________________________________
Tabel 3. Het tekort aan standplaatsen tegen het jaar 2002 (1)      
a- huidig aantal gezinnen: 980
b- huidige capaciteit gemeentelijke terreinen: 387
c- huidig tekort aan standplaatsen (a-b): 593
d- verwachte netto-aangroei populatie: 132
e- verwacht aantal gezinnen in 2.002 (a+d) :    1.122

tekort aantal standplaatsen in 2.002 (e -b) : 735
_______________________________________________________

 


3. MAATSCHAPPELIJK WERK

3.1 Probleemstelling

3.1.1 Contacten met de burgermaatschappij
Vermits de Voyageurs en de Zigeuners de maatschappij beleven in een tweedeling tussen ‘wij’ (= de mensen van de wagens) en ‘zij’ (= de burgers) ligt het voor de hand dat de instellingen van de burgermaatschappij weinig aantrekkingskracht op hen uitoefenen. Zij zullen er zich wel toe wenden als het hen een direct en voelbaar voordeel biedt (bv. een vervangingsinkomen).
We moeten echter vaststellen dat deze diensten en hun beambten dikwijls niet voldoende vertrouwd zijn met de woonwagenbewoners. Hierdoor kunnen ze een afwijzende, controlerende of bevoogdende houding aannemen die onze doelgroep al te vaak doet afknappen.
Dit negatief gevoel wordt bij de Voyageurs en Zigeuners nog versterkt door hun nog hoge graad van analfabetisme en het niet vertrouwd zijn met de ingewikkelde formulieren, procedures en reglementen.

3.1.2 Maatschappelijke kwetsing
De maatschappelijke kwetsing laat zich reeds sinds generaties voelen op alle vitale maatschappelijke sectoren.
Alhoewel de woonwagenbewoners zeer flexibel zijn, missen ze de nodige opleiding (geen schooltraditie) om in onze complexe samenleving, nieuwe beroepsactiviteiten aan te boren. Vervangingsinkomens, werkloosheidsuitkering of bestaansminimum, zijn dikwijls het enige alternatief.
Tevens stellen we vast dat hun levensomstandigheden (terreinen, wagens) of leefgewoonten aanleiding geven tot gezondheidsproblemen en een lage levensverwachting.
Wij verwachten van de overheden in de eerste plaats geen specifieke maatregelen voor de doelgroep. Wel dat ze de specifieke problematiek een juiste plaats geeft binnen het minderheden- en kansenbeleid.

3.2 Algemene doelstelling
Het woonwagenwerk wil de dialoog tussen de doelgroep en de samenleving op gang brengen en/of open houden, zodat woonwagenbewoners en de direct betrokkenen uit de samenleving in hun relatie met elkaar erkenning en begrip opbrengen voor de wederzijdse achtergronden en problemen.

3.3 Werkdoelen

3.3.1. Decategorialiserend werken
Het wantrouwen, het onbegrip en het niet vertrouwd zijn met elkaars leefwerelden wegwerken door bemiddeling om beide met elkaar in contact te brengen en te houden.

Sleutelactiviteit
Elk jaar zullen op plaatselijk vlak vertegenwoordigers van het beleid en maatschappelijke instellingen in contact gebracht worden met de woonwagenbewoners van hun streek.
Dit zal geschieden door een keuze uit actiemiddelen als: bezoek aan de standplaatsen, hoorzitting, ontmoeting met:
- Burgemeester, schepen van Sociale Zaken, schepen van Huisvesting;
- OCMW: raadsleden, secretaris, diensthoofd, de bevoegde sociaal assistent;
- Politie: de commissaris en de wijkagent;
- VDAB: de bemiddelaar (als er vraag is bij de woonwagenbewoners naar arbeidsbemiddeling);
- PMS: de PMS-werkers die kinderen van de wagens begeleiden (als er geen specifieke woonwagenwerk-onderwijswerking in de regio is);
- Ziekenfonds: de sociaal assistent.
- Kind en Gezin: de sociaal verpleegkundigen

3.3.2 Individueel maatschappelijk werk
De meerwaarde van het woonwagenwerk ligt hierin dat we vanuit onze vertrouwensrelatie met de doelgroep en de opgedane informatie kunnen fungeren als gesprekspartner en tussenschakel in de relatie doelgroep-overheid. Zoals in het straathoekwerk, de basisschakels, de medestanders der allerarmsten, de begeleiders in de vele vormen van begeleid en/of zelfstandig wonen gaan wijzelf rechtstreeks naar de hulpvragende toe.We willen dit pro-actief werken ook hanteren in het woonwagenwerk omdat het essentieel is dat wij de meest hulpbehoevenden blijven bereiken.
Een groot gedeelte van het maatschappelijk werk bestaat dan ook uit de behartiging van individuele dossiers. De waarde van onze organisatie wordt door onze doelgroep immers vaak gemeten aan de sociale dienstverlening. Dit geldt vooral in de regio’s waar het woonwagenwerk een werking (her)opstart.

Sleutelactiviteit
a- De bewoners op terreinen worden minstens éénmaal per maand bezocht, Voyageurs en Zigeuners in huizen tweemaal per jaar. Met rondtrekkende Zigeuners houden we contact op hun pleisterplaatsen of hun winterverblijf.
Deze huisbezoeken zijn de conditio sine qua non om een woonwagenwerk op te bouwen en te onderhouden.
- Zij houden de vertrouwensrelatie in stand.
- Zij geven een blijvend totaal overzicht over de problematiek van een terrein of een groep.
- Zij zijn het uitgangspunt voor een collectivisering van een probleem: om als groep naar een instantie toe te stappen is inderdaad een lange voorbereiding, ter plekke, nodig.
b- Met de Voyageurs en Zigeuners in huizen contact houden en begeleiding bieden op aanvraag.
c- Onze dienst verder bekend maken bij alle Voyageurs en Zigeuners.

3.3.3 Opbouwwerk
Het woonwagenwerk wil werken vanuit een integrale en emancipatorische benadering. Dit houdt in dat naast het individueel maatschappelijk werk het opbouwwerk wordt uitgebouwd: systematisch werken aan mondigheid en vertegenwoordiging van de doelgroep in de sociale structuren.

Sleutelactiviteit
Woonwagenbewoners die volgens onze observatie een (informele) centrale figuur zijn in hun groep, zullen actief voorbereid en betrokken worden in de vertegenwoordiging van hun groep naar maatschappelijke sectoren. Dit vormingswerk zal in eerste instantie erop gericht zijn inzicht te verschaffen in de werking van maatschappelijke instellingen.
Plaatselijke vertegenwoordigers van Voyageurs en Zigeuners zullen minstens éénmaal per jaar met het beleid in contact gebracht worden.
Voor ieder gemeentelijk terrein zal een woonwagencommissie geïnstalleerd worden waarin een afvaardiging van de terreinbewoners zitting heeft.
In dit kader zullen ter zijner tijd betrokkenen gemobiliseerd en voorbereid worden om invloed uit te oefenen op instanties die de emancipatie van onze doelgroep belemmeren.

3.4.3. Beleidsbeïnvloeding
Het woonwagenwerk wil als spreekbuis van de doelgroep optreden naar beleidsniveaus die door de doelgroep zelf niet bereikt worden.

Sleutelactiviteit
Elk jaar zal een actieplan opgesteld worden waarin welbepaalde beleidsniveaus en -sectoren zullen aangesproken worden voor een verdieping van hun bevoegdheden betreffende Voyageurs en Zigeuners.
Ons aanbod kan daarin zeer divers zijn: studiedagen, de bibliotheek van het Vlaams Minderhedencentrum, brochures, voordrachten of terreinbezoeken.

 


4. ONDERWIJS

 

 

4.1 Probleemstelling
Ons onderwijssysteem schept niet alleen voor de Voyageurs- en Zigeunerkinderen moeilijkheden. Ook vanuit de hoek van migranten, vluchtelingen, vierde wereld e.d. worden met de regelmaat van een klok alarmkreten geslaakt over het gebrek aan flexibiliteit, de selectiesfeer, de overheersing van de middenklasnormen, de voorrang die te vaak gegeven wordt aan economische boven humanitaire overwegingen enz.
Ondanks de inspanningen van vele geëngageerde leerkrachten worden wij toch steeds weer gesterkt in onze overtuiging dat ons onderwijssysteem er vooralsnog niet in slaagt om de moeilijker leerling op te krikken.
Hoewel de schooldeelname van de Voyageurs- en Zigeunerkinderen toeneemt, blijkt de kwaliteit van het gevolgde onderwijs niet in evenredige mate toe te nemen. Nog te vaak zien we dat deze kinderen zwakke resultaten halen op school en dat zij problemen cumuleren. Hun oorspronkelijke achterstand bij de instap in het onderwijs lijkt een onoverbrugbare kloof te zijn.

4.1.1 Socio-culturele drempels
Vele woonwagenouders hebben een beperkte schoolervaring en een negatief schoolbeeld . Bovendien had onderwijs weinig relevantie voor de rondtrekkende woonwagenbewoners, zij konden overleven zonder schoolse vaardigheden. Echter in de steeds complexer wordende maatschappij ontstaat een nood aan betere scholing.
De kinderen van nu krijgen de kans om regelmatig naar school te gaan, maar toch blijven ouders vrezen dat hun kinderen van hen vervreemden onder invloed van het onderwijs.
Het kind staat dus vaak alleen om zich te positioneren tussen thuis- en schoolmilieu.

Woonwagenkinderen komen bij hun instap in het onderwijs in een vreemde wereld terecht: wat men op school belangrijk vindt staat vaak haaks op wat het kind in zijn thuismilieu als belangrijk ervaart.
- Zij leven erg gebonden aan het hier en nu, er is voor hen weinig toekomstperspectief of planning in het leven.
- De opleiding van de kinderen en jongeren moet een praktische opleiding zijn (lezen, schrijven, rekenen), abstracte doelstellingen zoals zelfontplooiing of algemene ontwikkeling zijn voor hen geen reden om naar school te gaan.

Bij de Roms komt deze tegenstelling nog scherper naar voor.
Voor de Romkinderen op school stelt zich dus een waar integratieprobleem.
De organisatie van ons onderwijssysteem stemt niet overeen met hun (nomadische) levenswijze. In onze maatschappij is onderwijs een gesedentariseerd gebeuren, in een bepaald gebouw en gedurende een afgebakende periode.
Tenslotte stelt zich nog een taalprobleem, zeker voor de zigeunerkinderen voor wie het onderwijs in het Nederlands, onderwijs in een tweede of zelfs derde taal betekent. Maar ook bij Nederlandstalige Voyageurskinderen speelt een taalprobleem gezien hun beperkte woordenschat en begrippenvoorraad.

4.1.2 Psycho-pedagogische drempels
Woonwagenbewoners hebben een waardenbeleving, vaardigheden en aspiraties voor de toekomst anders ingevuld en dit is niet onderwijsgericht.
- Het woonwagenkind krijgt bv. al heel vroeg stimuli tot het ontwikkelen van de grove motoriek
(lopen, in bomen klimmen en fietsen ).
- Het kind heeft een haast onbeperkte bewegingsvrijheid.
- Het kan op elk moment zijn activiteiten zelf kiezen.
- Zelden is er speelgoed, teken- of knutselmateriaal aanwezig waarmee de fijne motoriek ontwikkeld kan worden.
- Woonwagenkinderen leven zoals hun ouders in het nu. Deze ruimte- en tijdsbeleving staat haaks op de gestructureerde schoolorganisatie.
- Beloning en straf zijn voor woonwagenkinderen sterk momentgebonden; wat vandaag is toegelaten, is morgen misschien verboden. Dat de regels van vandaag ook morgen nog gelden is voor hen niet evident.
- Het kind volgt het ritme en de leefgewoonten van de volwassenen. Dit kan tot gevolg hebben dat woonwagenkinderen het moeilijk hebben met gezag op school.

4.1.3 Continuïteit van onderwijs
De Voyageurs hebben zich in de loop der tijd gesedentariseerd. Sindsdien voldoen haast al hun kinderen aan de leerplicht, zelfs deelname aan het kleuteronderwijs is voor deze groep een gegevenheid. Uit onderzoek blijkt dat 94,6% van de voyageurskinderen voldoet aan de leerplicht, zij het dat slechts 80,3% van de kinderen meer dan 4 dagen per week naar school gaat. Dit lage cijfer is te verklaren door de woensdagafwezigheden (een halve dag loont de moeite niet) en het veelvuldig absenteïsme in het secundair onderwijs.
Ook de Manoesjen hebben een zekere onderwijstraditie opgebouwd. Bijna 81% van de kinderen gaat naar school, slechts 67,8% neemt echter deel aan het secundair onderwijs. Een specifiek probleem dat zich bij deze groep stelt is het "schoolshoppen".
Het meest opvallende probleem met betrekking tot onderwijs stelt zich bij de Roms. De meesten onder hen zijn vrij mobiel en hadden tot voor kort geen enkele onderwijservaring. Uit bovenvermeld onderzoek bleek dat slechts 18,8% van de leerplichtige Romkinderen naar school gaat (tussen de 40 en 100% van de schooldagen). (2)
Het grootste probleem blijkt nog dat het onderwijs geen antwoord heeft op het rondtrekken, het leerproces wordt zondermeer voor kortere of langere tijd onderbroken. In elk geval is een sterk dynamische aanpak vereist voor deze kinderen.

Door het samenspel van de culturele en de psycho-pedagogische drempels worden vele van deze kinderen reeds op zeer jonge leeftijd schoolmoe. Kinderen zakken met het verloop van de tijd af naar steeds zwakkere richtingen of zelfs het buitengewoon onderwijs. Ze wisselen vaak van school en komen uiteindelijk in het deeltijds onderwijs terecht. Veel jongeren haken op termijn volledig af.

4.1.4 Beeldvorming
Aan de Universiteit van Gent werd onderzoek (4) ontwikkeld over beeldvorming.
Leerkrachten en directies ervaren een agressieve opstelling van Rom-, Manoesj- en Voyageurskinderen tegenover hun medeleerlingen. Het beeld dat men binnen de scholen heeft van deze kinderen en hun ouders hangt sterk samen met de maatschappelijke perceptie van deze bevolkingsgroep. De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat Manoesj-kinderen het minst beoordeeld worden vanuit een neerbuigende houding, zij lijken zich het meest te hebben aangepast aan de normen en regels van de school. Rom- en Voyageurskinderen daarentegen worden zeer sterk veroordeeld op basis van hun milieu: het voorkomen en het gedrag van de kinderen wordt sterk afgekeurd vanuit het eigen waardenkader van de leerkrachten.

Binnen de theorie notie van maatschappelijke kwetsbaarheid stelt men vast dat het vooral de culturele dimensie is die verklaart waarom Voyageurs- en Zigeunerkinderen onvoldoende voordeel halen uit het onderwijs.
Enerzijds maakt de culturele component dat de jongere de school minder kunnen aanwenden om de ongelijkheid te verminderen. Hij
zal dus eigen oplossingsgedrag gaan ontwikkelen dat zijn maatschappelijke kwetsbaarheid juist bestendigt.
Anderzijds wordt de schoolkwetsbaarheid van de jongere meer beïnvloed door de houding van de leerkracht t.a.v. de culturele kenmerken (waarden, verwachtingen...) van het gezin dan door de structurele gezinskenmerken (inkomen, woonst). De cultuurverschillen tussen leerkrachten en ouders zijn bron van heel wat misverstanden die negatieve vooroordelen in stand houden en tot vicieuze cirkels leiden. Met als resultaat een verminderende maatschappelijke weerbaarheid van Voyageurs en Zigeuners. (5)

4.1.2 Beleidsmaatregelen

4.1.2.1 Geïntegreerde opvang van kinderen van woonwagenbewoners en zigeuners in het onderwijs
In drie Vlaamse scholen (in het begin Holsbeek, As en Mortsel, sinds 2001 Mortsel en twee scholen in Leuven) zijn projecten opgezet om de integratie van woonwagen- en zigeunerkinderen in het onderwijs te bevorderen. De projectscholen beschikken over twee projectleerkrachten (48 lesuren) en 100.000 fr. werkingstoelagen (bovenop de reguliere werkingstoelagen).
Voor zigeunerkinderen wordt gewerkt aan schoolse socialisatie voor de nieuwe instappers en aan beginnend onderwijs voor de gevorderden, met integratiemomenten in de reguliere klassen.
In de school van As zijn de projectleerkrachten mobiele leerkrachten die binnenklasdifferentiatie mogelijk maken.
Deze projecten worden gefinancierd door het Ministerie van Onderwijs, het woonwagenwerk verzorgt de begeleiding en ondersteuning van de scholen.

4.1.2.2 VFIK (nu SIF) -projecten
In het kader van de VFIK-fondsen van de gemeenten Genk (gestart sinds februari 1993, gestopt in 1999), Maasmechelen en Hasselt (sinds november. 1991) heeft het woonwagenwerk contracten afgesloten voor een "schoolopbouwwerk" voor woonwagenkinderen.
Het doel van deze projecten is om de kloof tussen onderwijs en woonwagengezinnen en -kinderen te verkleinen zodat de kinderen betere kansen krijgen binnen het onderwijs. De werking steunt op drie peilers nl. gezinsgericht werken, kindgerichte activiteiten en schoolgericht werken.

4.1.2.3 Education, travail and travelling (ET&T) (project succesvol beëindigd)
Ondanks de stijgende aanwezigheid van Zigeunerjongeren in het Lager Onderwijs, haken zij meestal af wanneer de stap naar het Secundair Onderwijs moet worden gezet. Het project ET&T wil de geringe deelname van Rom- en Manoesj-jongeren aan het Secundair Onderwijs bevorderen.
In samenwerking met het Centrum Deeltijds Onderwijs te Laken, wordt een aangepast curriculum samengesteld en een flexibeler organisatie uitgewerkt. Dit om in het Secundair Onderwijs ruimte te creëren voor de eigenheid van de Zigeuners. Met dit project willen we de huidige generatie jongeren een positieve ervaring in het Secundair Onderwijs meegeven. Deze positieve ervaringen kunnen veel invloed uitoefenen op de latere overstap naar het Secundair Onderwijs van de jongere Zigeunerkinderen. Het model dat binnen dit project ontwikkeld wordt zou een plaats moeten krijgen in het regulier onderwijssysteem.
Daar dit project loopt binnen het Europees programma Youthstart werken er transnationale partners aan mee: Association de Recherche Pédagogique Ouverte en Milieu Tsigane in Straatsburg, Frankrijk en Kerry Diocesan Youth Service in Tralee, Ierland. Deze samenwerking moet resulteren in een innoverend model voor toeleiding van Zigeuners naar het onderwijs en naar de arbeidsmarkt.
Op dit tweejarig project moet een vervolg komen om de voorzichtige interesse van de Zigeuners voor het Secundair Onderwijs blijvend te kunnen stimuleren; enkel continuïteit kan dan verzekeren.

4.1.2.4 Regenboogschool
Deze school in Sint-Jans-Molenbeek werkt, onafhankelijk van het woonwagenwerk, sinds 1986 met Romkinderen. In 1987 werd de vzw. Rom-Integratie opgericht die instaat voor het vervoer van en naar school. De Romkinderen worden er sinds het schooljaar 1996-1997 volledig geïntegreerd in de gewone klassen. Deze school financiert de extra omkadering deels vanuit het onderwijsvoorrangsbeleid voor migranten. Het woonwagenwerk voorzag gedurende drie jaar in een gedeeltelijke betoelaging van de kosten voor het vervoer van en naar de school van de zigeunerkinderen.

4.2 Algemene doelstelling
Voorkomen en opheffen van maatschappelijke kwetsing in het onderwijs zodat alle kinderen die in Vlaanderen verblijven (permanent of doortrekkend) onderwijs krijgen dat aangepast is aan hun capaciteiten en aan hun ervaringswereld.

4.3 Werkdoelen en sleutelactiviteiten
4.3.1 De constructieve communicatie tussen school en gezin op gang brengen en houden
4.3.1.1 Het verhogen van het inzicht in de structuur en de organisatie van het onderwijssysteem bij de ouders.
Hiertoe worden volgende sleutelactiviteiten opgezet:
- minstens eenmaal per jaar huisbezoeken bij alle gezinnen met kinderen tussen 0 en 18 jaar
- publicatie in de Trekhaak van minstens drie artikelen over onderwijs

4.3.1.2 Vijf op tien ouders met leerplichtige kinderen hebben minstens eenmaal per jaar persoonlijk contact met de school en/of het PMS
Dit willen we bereiken via de volgende sleutelactiviteiten:
- registratie van individuele vormingsmomenten tijdens de huisbezoeken
- het organiseren van groepsbijeenkomsten voor ouders minstens tweemaal per jaar
- het recruteren van vier ervaringsdeskundigen

4.3.1.3 Het inzicht in de problematiek van de doelgroep bij het schoolteam vergroten
Dit willen we bereiken via de volgende sleutelactiviteiten:
- contacten onderhouden met alle scholen waar er Voyageurs- en Zigeunerkinderen uit de wagens naar school gaan
- informatie geven op personeelsvergaderingen van scholen waar meer dan 5 Voyageurs- en Zigeunerkinderen uit de wagens naar school gaan
- bevorderen van persoonlijke contacten via terreinbezoeken van minstens 1 leerkracht en 1 directielid na de personeelsvergadering
- eenmaal per jaar een voordracht in een normaalschool in de provincies waar het woonwagenwerk werkzaam is

4.3.2 De ontwikkelingskansen van het kind thuis verhogen
4.3.2.1 We willen een schoolvriendelijk gezinsklimaat stimuleren in Voyageurs- en Zigeunergezinnen
Om dit te bereiken worden de volgende sleutelactiviteiten opgezet:
-werkers van het woonwagenwerk bieden een antwoord op gezinsvragen die door het gezin zelf voorgelegd worden
- indien nodig en mogelijk, stimuleren en begeleiden van een doorverwijzing (2de lijn)
- modelling

4.3.2.2 Stimuleren van de ouders om hun kinderen minimum twee jaar het kleuteronderwijs te laten volgen
Dit willen we bereiken via de volgende sleutelactiviteiten:
- informatie geven aan ouders: gebruik maken van de videomontage over het kleuteronderwijs. en ander materiaal
- bij gezinsbezoeken specifieke aandacht besteden aan ontwikkelingsaspecten die een basisvoorwaarde zijn voor een goede start in het onderwijs o.a. fijne motoriek, taalontwikkeling, ...

4.3.2.3 Het aanreiken van zinvolle vrijetijdsbesteding
Om dit te bereiken worden volgende sleutelactiviteiten opgezet:
- elk jaar meer kinderen toeleiden naar reguliere speelpleinen, jeugdbewegingen, sport- en hobbyclubs
- afbouwen van de eigen speelpleinwerking gedurende de schoolvakanties

4.3.2.4 Het bieden van individuele studiebegeleiding
Om dit te bereiken worden volgende sleutelactiviteiten opgezet:
- het bieden van studieplanning voor leerlingen van het middelbaar onderwijs
- het recruteren en begeleiden van vrijwilligers voor de huiswerkbegeleiding van kinderen in het lager onderwijs

4.3.3 Welbevinden en de betrokkenheid van de woonwagenkinderen op school verhogen
4.3.3.1 Counselling van leerkrachten over individuele problemen van kinderen
Door het informeren en het sensibiliseren beogen we een stijgend aantal spontane oproepen vanuit de scholen en het PMS

4.3.3.2 Bekendmaken van beleidsmaatregelen over onthaal van Voyageurs en Zigeuners in het onderwijs.
Hiertoe worden volgende sleutelactiviteiten opgezet:
- Folder over reglementen voor onthaal van Voyageurs- en Zigeunerkinderen maken en verspreiden onder alle scholen
- Regionale informatiemomenten organiseren op tijdstippen van uitgave

4.3.3.3 Aangepast onderwijsmateriaal ter beschikking stellen van scholen
- Vanuit Steunpunt ICO een afdeling intercultureel onderwijs voor Voyageurs en Zigeuners uitbouwen en het materiaal actief ter beschikking stellen

4.3.3.4 Opleiden van ervaringsdeskundigen
Het woonwagenwerk wil aan vier Voyageurs- en Zigeunervrouwen een opleiding aanbieden tot intercultureel bemiddelaar in het onderwijs. Er zal getracht worden voor deze bemiddelaars een (deeltijdse) baan te creëren. De training van deze mensen is opgevat in combinatie met praktijk in enkele geselecteerde scholen. Deze training is vooralsnog niet voorzien om uit te monden in een gehomologeerd diploma. Deze norm zou te hoog gegrepen zijn vermits de personen die voor deze opleiding in aanmerking komen niet voldoende schools gevormd zijn om een uitgebreide theoretische opleiding aan te pakken.
Hoofddoel is dat deze bemiddelaars kennis hebben van het onderwijssysteem, van de problemen in het systeem en in onze doelgroep en daarbij vaardigheden trainen op het vlak van (interculturele) onderhandelingen. Ons eerste opzet is ook niet om deze mensen een taak te geven in het sensibiliseren van de doelgroep, vermits we ervaren hebben (hier en bij Europese partners) dat dit slechts met succes kan binnen zeer beperkte deeldoelgroepen.
Binnen het Europees Socratesprogramma zijn hiervoor toelagen aangevraagd vanaf het schooljaar 98-99. (afgekeurd, stopgezet)

4.3.3.5 Publiceren
Actualiseren en verspreiden van de brochure "Woonwagenkinderen op weg naar school" (is intussen verrijkt met een heus boek “Tussen school en wagen”)(verwijst naar Onderwijs) . Deze publicatie moet voorzien in informatie over de doelgroepen en in handreikingen om deze kinderen in de reguliere klassen beter op te vangen. Op de eerste plaats is hij bestemd voor leerkrachten in het kleuter- lager- en middelbaar onderwijs.

4.3.3.6 Onderzoek opzetten
naar de concrete, actuele situatie van kinderen van Voyageurs en Zigeuners in het onderwijs

4.3.4 Beleidsgericht werken
4.3.4.1 Uitbouw van een Steunpunt Onderwijs voor Voyageurs en Zigeuners
Opbouw van een Steunpunt Onderwijs voor Voyageurs en Zigeuners dat beleidsadviezen zal formuleren om het onderwijs voor deze doelgroep te optimaliseren. Het zal instaan voor de begeleiding van scholen voor de ondersteuning van de woonwagenwerkers "te velde".

4.3.4.2 Samenwerken
met bestaande begeleidings- en ondersteuningsdiensten van het onderwijs i.f.v. meer aandacht voor de doelgroep. Een koepel op het Vlaams niveau zal per jaar gecontacteerd worden voor een seminarie, aangeboden door het woonwagenwerk.

4.3.4.3 Structurele onderwijsvoorzieningen voor de doelgroep
In het reguliere doelgroepenbeleid van Onderwijs zullen structurele maatregelen opgenomen worden op maat van Voyageurs en Zigeuners.

4.3.4.4 Afstandsleren
Onderwijs op afstand kan voor sommige doelgroepkinderen een oplossing zijn voor de opvang van de kloof die vaak geschapen wordt door het trekken tijdens de zomer. Het woonwagenwerk zal ervoor ijveren dat een aangepaste vorm van onderwijs op afstand erkend kan worden binnen de wet op de leerplicht.

4.3.4.5 Structurering onderwijsopbouwwerk
De huidige verworvenheden van het woonwagenwerk op het vlak van schoolopbouwwerk met Voyageurs en Zigeuners dient een plaats te krijgen binnen de structurering van de sector Onderwijsopbouwwerk

 


5. ARBEID

 

5.1 Probleemstelling

5.1.1Algemeen

Inkomen en beroepsstructuur van de woonwagenbevolking ouder dan 18 jaar
Zelfstandige arbeid 26,7 %
Loonarbeid 14,7 %
Vervangingsinkomen 52,9 %
Ander inkomen 05,7 %
(Deze cijfers gelden enkel voor de bevolking die effectief in wagens woont.)

De traditionele beroepen van de woonwagenbewoners zijn economisch van steeds minder tel. We denken daarbij aan slijperij, de ijzerhandel, autohandel, stoelenvlechters, deur- aan deurverkoop enz... Een alternatief hiervoor is niet zomaar te voorzien vermits Voyageurs en Zigeuners fundamenteel gericht zijn op flexibel en zelfstandig werk, vanuit hun eigen dynamiek..
Arbeid in loondienst is op de eerste plaats bijna niet te vinden en daarbij behoort het niet tot de cultuur van woonwagenbewoners. Onze bekommernis gaat hierbij nog speciaal uit naar de jongeren, die niet meer kunnen terugvallen op traditionele bezigheden zoals hun ouders. Zij hebben dus bijna geen toekomstperspectief meer.

5.1.2 Beleidsmaatregelen
De Vlaamse werkgelegenheidsconferentie van maart 93 voorzag een doelgroepenbeleid voor mensen die worden uitgesloten van de arbeidsmarkt. Daarbij werd er gepleit
- voor een gedifferentieerde benadering, aangepast aan de specifieke noden;
- voor een integrale aanpak van de oorzaken van de precaire arbeidssituatie;
- voor een coördinatie tussen alle actoren.
De VDAB ontwikkelde geen beleid dat gericht is op Voyageurs en Zigeuners.

5.2 Algemene doelstelling
Het woonwagenwerk wil ertoe komen dat alle woonwagenbewoners een gemotiveerde keuze kunnen maken voor een lucratieve, maatschappelijk gewaardeerde arbeid, aangepast aan hun cultuur en hun capaciteiten en die keuze ook waar kunnen maken.

5.3 Werkdoelen
Arbeid is een zaak die Voyageurs en Zigeuners beschouwen als hun eigen territorium. Van oudsher trekken zij hun plan en daarbij hebben zij in principe de burgers enkel nodig als potentiële klant.
Deze mentaliteit is zeer levendig en behoort tot de identiteit van deze mensen.
Het woonwagenwerk is een beperkte organisatie, de doelgroep zit ver verspreid, het is dus een zware opgave om bijvoorbeeld een tewerkstellingsproject op te zetten dat voldoende omvangrijk is om Vlaanderen en Europa te motiveren om met financies over de brug te komen.
Dit alles zal onvermijdelijk doorklinken in de doelstellingen en zeker in de sleutelactiviteiten die het woonwagenwerk zich voorneemt.: deze handelen allemaal over het scheppen en aanbieden van kansen. En daar houdt (voorlopig) onze invloed op.

5.3.1 Binnen bestaande opleidingsorganisaties de woonwagencultuur bekend maken.
Dit begint met het inventariseren van de opleidingsinitiatieven in elke regio.
Voor een brede waaier van diensten zal een aantrekkelijk en practisch vademecum ontwikkeld worden waarin beroepsopleiding voor Voyageurs en Zigeuners uitgewerkt wordt.

5.3.2 Categoriale initiatieven
Binnen de bestaande opleidingsdiensten is er nood, bij wijze van drempelverlaging, aan categoriale initiatieven voor woonwagenbewoners.
Dit begint met een behoeftenpeiling binnen onze doelgroep naar opleidingsbehoeften door elke regionale werker. Uit de inventaris, vermeld in 5.3.1 kiezen we 1 organisatie per provincie die het meest geschikt lijkt voor zulk initiatief. De voorkeur gaat ernaar uit om per provincie een ander type van instelling te kiezen (Open School, VIZO, VDAB, ...).
Met deze centra zal een weg afgelegd worden waarbinnen o.m. intensieve contacten met Nederlandse voorbeelden zullen gelegd en onderhouden worden.
Met de VDAB zal overlegd worden om in het centrum voor beroepsopleiding in Haasrode, bij wijze van proef, een opleiding specifiek voor Voyageurs aan te bieden.
Deze operaties dienen gecoördineerd te worden door één persoon binnen het woonwagenwerk, die voldoende zicht heeft op de arbeids- en opleidingsmarkt en op de woonwagenbevolking.
De gestarte opleidingen zullen door de plaatselijke werker(s) zeer nauw gevolgd worden om het rendement te maximaliseren. Tevens dienen de opgedane ervaringen uitgangspunten te worden voor een verder categoriaal dan wel inclusief aanbod. Met elke initiatiefnemer en deelnemer zal daartoe uitgebreid geëvalueerd worden voor bijsturing.

5.3.3 Prioriteit bij het activeren van de jongeren
Om te starten zullen we op 1 terrein per provincie een intensieve, informele contactname met jongeren opbouwen via individuele gesprekken. Door het aanbieden van interessante topics werken we naar groepssessies (vb. lassen, houtbewerken, bedrijfsbezoeken). Vandaaruit kunnen we hun interesses rond arbeid aanvoelen en initiatieven hierop enten. Na evaluatie van de werking op het eerste terrein kunnen we stappen zetten naar een tweede en/of naar Voyageurs in huizen.
Hierbinnen is de rol van vrijwilligers onmisbaar. Het is een taak die niet door de regionale werker zelf kan opgenomen worden, wegens te tijdsintensief. We dienen dus van in het begin vrijwilligers te werven. In elke regio waar zulk initiatief gepland wordt, zullen daarom stagiairs aangetrokken worden die zowel de eerste activiteiten als de werving van vrijwilligers zullen organiseren.

5.3.3 Op aanvraag individuele trajectbegeleiding aanbieden.
Wij doen hiervoor een beroep op bestaande diensten. Onze rol is jongeren met hun verwachtingen te introduceren bij deze diensten en de evolutie opvolgen: ondersteunen en bemiddelen als het ergens dreigt spaak te lopen.

5.3.4 Tewerkstellingsprojecten
In de periode 1997-2002 wenst het woonwagenwerk zelf geen projecten voor tewerkstelling van Voyageurs en Zigeuners op te zetten. Waar zulke initiatieven ontstaan zal het woonwagenwerk de nodige steun bieden: introductie in Europese fondsen, werving via het tijdschrift Den Trekhaak ...

 


6. SOCIAAL-CULTUREEL WERK

 

6.1 Probleemstelling
6.1.1 Algemeen
Woonwagenbewoners hebben een eigen cultuur: een geheel van waarden, normen en gewoonten dat nauw verwant is met hun manier van leven, wonen en werken.

De sterkte van deze cultuur zorgt ervoor dat woonwagenbewoners hun eigen aanpak hebben voor tewerkstelling, religie, vrije tijd, huwelijk e.d.
Deze cultuur geniet echter een lage maatschappelijke waardering. Hierdoor worden Zigeuners en Voyageurs maatschappelijk kwetsbaar, en vandaar al te vaak uitgesloten. Het ligt dus voor de hand dat het bestaande socio-culturele leven geen aantrekkingskracht uitoefent op onze doelgroep. Zij hebben eerder nood aan waardering van hun eigen cultuur dan aan deelname aan activiteiten waar ze opgaan in een anonieme groep.
Vanuit een traditie binnen het woonwagenwerk uit katholieke hoek bestaan er bedevaarten waar zigeuners en/of voyageurs elkaar treffen. Ook de feesten rond overgangsrituelen hebben een zekere traditie. Voor de Voyageurs en de Manoesjen geldt dit vooral voor de eerste communie en de begrafenis; voor de Rom zijn vooral de doop, het huwelijk en de begrafenis van belang.
Daarnaast kennen we regelmatige samenkomsten van zigeunergroepen, georganiseerd door predikers van niet-katholieke christelijke stromingen.
De eigen identiteit, die de Voyageurs, Manoesjen en Roms effectief putten uit hun groepscultuur is een belangrijke hefboom voor emancipatie. Hun interne, zeer efficiënte, verbale communicatiekanalen zorgen daarenboven voor een, vaak onvermoede, verspreiding van initiatieven, vormingssessies e.d.
Doordat onze samenleving echter slechts een socio-cultureel aanbod voorziet waarin voyageurs en zigeuners zich nauwelijks herkennen, dreigen grote groepen onder hen volledig zonder culturele groepsvorming te vallen. Dit kan leiden tot apathie voor waarden die uitstijgen boven "pret en profijt". Indien de culturele identiteit wordt aangetast ontstaat het gevaar van een aftakelend zelfbeeld, waardoor de voedingsbodem zelf voor een culturele opwaardering wordt aangetast.

6.1.2 Beleidsmaatregelen
In 1993 werd het Vlaamse Jeugd-werkbeleid gedecentraliseerd naar de steden en gemeenten. Ondanks dat daarin voorzien was dat 25% van de middelen zouden besteed worden aan kansarme jeugd had dit eerder een remmend dan een stimulerend effect voor jeugdwerk met woonwagen-jongeren. Door de lage concentratie van Zigeuners en Voyageurs in de Vlaamse steden en gemeenten en de lage waardering voor hun cultuur werden ze nergens benaderd als aparte doelgroep. Deze decentralisatie schiep trouwens een tegenstrijdige situatie waarin de beleidsvoerders van het lokale niveau het moeten gaan opnemen voor groepen die electoraal niet interessant zijn.
Bij de herschrijving van de decreten op het socio-cultureel en volksont-wikkelingswerk werden er voor minderheden gunstiger subsidiëringsnormen voorzien. Toch ligt de drempel nog erg hoog. Voor groepen die beperkt zijn, niet gemakkelijk deelnemen aan "vergaderingen" en daarenboven niet onder te brengen zijn in een ideologische zuil, is er geen culturele stimulans voorzien. Dit geldt bijvoorbeeld voor Voyageurs en Zigeuners en de 4de Wereld-beweging. Van deze laatste worden vanaf 1996 enkele organisaties gesubsidieerd via een voorafname aan het Sociaal Impulsfonds.

6.2 Algemene Doelstelling
De cultuur van Voyageurs en Zigeuners dient gewaardeerd te worden binnen een pluriforme maatschappij.

Socio-cultureel werk in het woonwagenwerk is essentieel gericht op emancipatie.
Voor het woonwagenwerk betekent dit dat steeds opnieuw de minst bereikbaren actief moeten benaderd worden. Het socio-culturele aanbod is er dus niet enkel voor de geïnteresseerden. Het is onze taak om juist voor de schijnbaar niet-geïnteresseerden een gepast aanbod uit te werken.
Voor het woonwagenwerk betekent dit ook dat socio-cultureel werk aan de stemlozen een stem moet geven: hiervoor is vorming nodig en belangenverdediging.

6.3 Werkdoelen
Het woonwagenwerk wil bereiken dat Voyageurs en Zigeuners hun eigen cultuur meer gewaardeerd weten;
dat ze uit hun identiteit een verhoogde eigenwaarde kunnen putten;
dat hun zelforganisatie qua eigen belangenverdediging efficiënter functioneert naar de burgerwereld.

6.3.1 Opzetten van categoriale socio-culturele activiteiten voor de doelgroep.
6.31.1 Groepsvorming
Als signaal van erkenning naar de doelgroepen is het belangrijk dat zeer laagdrempelige activiteiten worden opgezet, die door de doelgroepen ervaren worden als "iets speciaal voor de mensen van de wagens".
Deze dienen per regio, per jaar en per deeldoelgroep omschreven te worden.
Deze activiteiten kunnen lokaal georganiseerd worden (vb. sportclub), regionaal (vb. busuitstap voor een bedrijfsbezoek, autosalon) of nationaal (vb. tentoonstelling Bokrijk).
Activiteiten zullen niet als eenmalige initiatieven geprogrammeerd worden; er dient een regelmaat van in het begin gepland te worden.

6.3.1.2 Tentoonstelling
In samenwerking met Welzijnszorg zal een mobiele fototentoonstelling in 5 exemplaren uitgewerkt worden met als werktitel "Boodschap van de Voyageur aan de burger". De onderwerpen en de uitwerking zullen in nauw overleg met vertegenwoordigers van de doelgroep vorm gegeven worden. Deze tentoonstelling moet haar weg vinden via scholen, banken, bibliotheken, ...

6.3.1.3 Feest van de Mensen van de Reis
Naar analogie met het Nederlandse initiatief zal samen met de geïnteresseerde Provinciale Domeinen om de twee jaar een Feest van de Mensen van de Reis georganiseerd worden. In eerste instantie voor de woonwagenbewoners maar open voor het grote publiek. Gesprekken in die zin lopen met het Domein Bokrijk en met de Provincie Oost-Vlaanderen.
Er wordt gezocht naar mecenassen voor de aankoop van zeer oude wagens die door het Openlucht Museum van Bokrijk kunnen gerestaureerd, tentoongesteld en verhuurd worden.

6.3.2 Opzetten van vormende activiteiten
6.3.2.1 woonwagenwerk-vorming
Om de mensen die het nodig vinden dingen bij te leren die tot hun emancipatie kunnen bijdragen zullen per regio, per jaar en per doelgroep vormingsmomenten aangeboden worden.
Ook hier is regelmaat een noodzaak, gecoördineerd met de socio-culturele activiteiten.

6.3.2.1 Mobiele bibliotheek
In Brussel zal een aanbod aan leesboeken bij de mensen thuis gebracht worden. In een eerste faze voor de schoolgaande jeugd. Er dienen daartoe interessante tweedehands boeken verzameld te worden en een registratiesysteem opgezet. Gepland wordt om eens per maand een ronde van de lezers te doen. Ook kleurboeken en strips hebben een plaats in zulke bib.

6.3.2.2 Samenwerken met bestaande organisaties
Integratiecentra, volwassenverenigingen, buitenlandse diensten e.d. hebben een uitgebreid aanbod aan waardevolle cursussen op maat van ons publiek. Dit zal meer en meer aangesproken worden.

6.3.2.3 In samenwerking met religieuze organisaties
Het woonwagenpastoraat heeft een traditie van een gevarieerd aanbod van socio-culturele en religieuze activiteiten, al dan niet in combinatie met elkaar. Dit is het meest merkbaar in Brugge en Limburg. Middels een samenwerkingsprotocol tussen pastoraal en woonwagenwerk kunnen beide organisaties in dit aanbod samenwerken. Hiertoe zijn er op regelmatige tijdstippen overlegvergaderingen, in Limburg op initiatief van de aalmoezenier.
Het woonwagenwerk verzorgt eveneens zijn aanwezigheid op bijeenkomsten van de nieuwe religieuze bewegingen die bij de Zigeuners aanhang verwerven. In overleg met de verantwoordelijken van deze bewegingen organiseert het woonwagenwerk op deze bijeenkomsten activiteiten, bijv. in de sfeer van overleg met de doelgroep over aangelegenheden die het lokale niveau overstijgen.

6.3.3 Doelgroeptijdschrift
Het woonwagenwerk geeft om de twee maanden een tijdschrift uit dat gericht is op de doelgroep: de Trekhaak. Dit tijdschrift zal stilaan kwalitatief verbeterd worden. Zowel qua druk- en fotokwaliteit als naar inhoud. In de 6 edities per jaar zal elke keer minstens één woonwagenbewoner aan het woord komen, hetzij met een eigen artikel hetzij in een reportage. Een wedstrijd zal in elke editie opgenomen blijven, net zoals een familiekroniek, menutips, 2 pastorale bladzijden, een rubriek wonen, sociale zekerheid en gezondheid.
Met Woonwagennieuws van Nederland zal contact genomen worden voor toelating om hun rubriek met huishoud- en gezondheidstips over te nemen.

6.3.4 Zelforganisatie
Voyageurs en Zigeuners hebben hun eigen (familiale) sociale structuur. Deze spontane vorm van zelforganisatie zal het eerst in aanmerking komen voor vertegenwoordiging van de doelgroep bij beleidsinstanties. Op het lokale en regionale vlak zal eerder ad hoc opgetreden worden. Op het nationale niveau zal een groep van geïnteresseerde doelgroepleden minstens 3 keer per jaar samenkomen rond beleidsgerichte thema’s.
Het woonwagenwerk ondersteunt elke poging tot oprichting van een formele zelforganisatie. Ook als deze opgezet wordt vanuit deelgroepen. Deze steun zal louter logistiek zijn (administratieve hulp, wegwijs maken i.v.m. subsidiërende instanties, advisering, informeren over mogelijke samenwerkingsverbanden met andere gelijkaardige organisaties...). Het woonwagenwerk hanteert hierbij een strikte scheiding met deze zelforganisaties. Zij kunnen bijvoorbeeld niet rekenen op financiële ondersteuning, ook niet op het gebruik van de naam van het woonwagenwerk ter introductie bij overheden en doelgroepleden. Het woonwagenwerk zal geen beheersfunctie waarnemen binnen deze zelforganisaties.
Het woonwagenwerk zal deze organisatie(s) steeds op de hoogte brengen van beleidsontwikkelingen, hen voorstellen als lid van adviesraden, hun hulp inroepen bij inspraakmomenten op lokaal, regionaal, federaal en/of transnationaal niveau.
Het woonwagenwerk zal tevens actief doelgroepleden aanspreken en vormen zodra er mogelijkheid voor hen is om te zetelen in adviesraden. Wij denken hierbij zeker aan vertegenwoordiging in de Vlaamse Commissie Woonwagenbewoners "Wonen", in de regionale en de Vlaamse beheersorganen die opgericht worden binnen het nieuwe Vlaamse minderhedenbeleid.

 


7. GEZONDHEID

 

7.1 Probleemstelling
7.1.1 Algemeen
Cijfermateriaal voor Vlaanderen is niet voorhanden, maar uit de Limburgse situatie is bekend dat de levensverwachting van de mannen ligt op 54,8 jaar, die van de vrouwen op 64,7 jaar. Dit is schrikbarend: voor de mannen ligt deze leeftijd 20 jaar lager dan voor de gemiddelde Vlaming voor de vrouwen 14. Voyageurs en Zigeuners zijn extreem bezorgd om hun gezondheid. Hun inzicht in het hoe en waarom is echter beperkt. Hun eetgewoonten en woon- en leefwijze genereren daardoor heel wat aandoeningen. Hun gebruik van gezondheidsvoorzieningen is veelvuldig maar inadequaat. Inentingen worden niet systematisch bijgehouden, voorgeschreven behandelingen worden niet altijd volledig opgevolgd, medicatie wordt vaak doorgegeven ...
Het zorgenaanbod van zijn kant heeft onvoldoende kennis van de achterliggende problematiek: onaangepast onthaal door gezondheidswerkers, medische symptoombestrijding, een weinig geïntegreerde en preventieve aanpak liggen mee aan de basis van het probleem.

7.1.2 Beleidsmaatregelen
Gezondheidszorg is nog voor het overgrote deel een federale materie. De regelingen rond remgelden, de vergoeding van het geneeskundig korps per prestatie en een gebrek aan echelonering werken bovenstaande problemen eerder in de hand.
Op het Vlaamse vlak heeft Kind & Gezin een nieuw strategisch plan ontwikkeld om de preventieve gezondheidszorg en de kinderzorg meer toegankelijk te maken voor de kansarmen. Bij deze strategieontwikkeling zijn Voyageurs en Zigeuners niet als kansarmen erkend. Het blijft dus een probleem hoe de benadering van een trekkende bevolkingsgroep zal geïntegreerd worden in hun werking die zeer sterk regiogebonden is.

7.2 Algemene Doelstelling.

De levensverwachting, de gezondheidstoestand en de toegang tot de gezondheidsvoorzieningen dienen voor Voyageurs en Zigeuners op hetzelfde peil getild te worden als voor de doorsnee Belgische bevolking.

7.3 Werkdoelen
7.3.1 Samen met Kind & Gezin
We willen ertoe komen dat Kind & Gezin specifieke acties onderneemt en structuren opzet om de trekkende bevolking maximaal te bereiken.
Op het Vlaamse niveau zal het woonwagenwerk blijvend stappen ondernemen om binnen de strategie van Kind en Gezin specifieke aandacht voor trekkende bevolkingsgroepen te ontwikkelen. Daarbij zullen we voorstellen om verpleeg(st)ers aan te stellen die zich per provincie specialiseren in het bezoeken van woonwagens. Voor de introductie van deze verpleegkundigen zal het woonwagenwerk kunnen instaan. Ervaring in het Antwerpse leert dat een volgehouden persoonlijke inzet van een sociaal verpleegkundige echt wel impact creëert op bijv. Rom-moeders.
Op die manier krijgt Kind en Gezin een deskundiger kijk op dit publiek, kunnen de verpleeg(st)ers in kwestie beter aangepaste adviezen geven: individueel aan de ouders, collectief in vormende samenkomsten met de ouders en extern in de sensibilisering van de andere gezondheidswerkers. Hieraan zal gewerkt worden samen met vertegenwoordigers van andere trekkende bevolkingsgroepen, bijv. de schippers.
Op het provinciale vlak zal het woonwagenwerk de verpleegsters de nodige formele voorlichtingsmomenten bieden om hun werk in de woonwagens efficiënter aan te pakken. Dit zal gebeuren aan een ritme van 1 seminarie om de 5 jaar in elke provincie.

7.3.2 Met andere partners
Met geïnteresseerde besturen of particuliere organisaties zal het woonwagenwerk, op aanvraag, mee campagnes opzetten. Zowel naar de doelgroep direct als naar gezondheidswerkers. Dit kan in de vorm van seminaries die voor accreditering in aanmerking worden genomen. Als voorbeeld kan hier de provincie Limburg gelden waar in samenwerking met de Provinciale Dienst voor Gezondheid een seminarie voor gezondheidswerkers, een studie en een voorlichtingscampagne voor de woonwagenbewoners zal georganiseerd worden.
In samenwerking met de Vereniging van Vlaamse Provincies kunnen de acties in Limburg geëvalueerd worden en voorgesteld aan de andere provincies.
Meer en meer gaan Vlaamse gezondheidscentra over tot forfaitaire geneeskunde. Vermits deze centra sterk de nadruk leggen op hun grotere mogelijkheden tot preventieve geneeskunde zal het woonwagenwerk een overleg met hen starten waarin beoordeeld zal worden hoe hun initiatief voor Zigeuners en Voyageurs op dit vlak vruchten kan opleveren.

7.3.3 Eigen actie
In het doelgroeptijdschrift Den Trekhaak zal bij elke editie 1 pagina gewijd zijn aan gezondheid.

 


8. ROM

 

8.1 Probleemstelling
Deze groep bekijken we ‘apart’ omdat hij nog meer gesloten is dan de andere subgroepen, intense internationale contacten onderhoudt, nomadisch leeft ... kortom een grote afstand tegenover de burgermaatschappij heeft en dat ook gerespecteerd wil zien.
Dit weerspiegelt zich o.a. in de lage scholingsgraad bij de Roms: 97% van hen moeten beschouwd worden als functioneel analfabeet. Hun beperkte kennis van het Nederlands is hieraan zeker niet vreemd. (2)
Zowat alle Roms in Vlaanderen worden sedert 1969 begeleid door het echtpaar Tambour-Pierre uit Merksem. Zij hebben daartoe een vzw Keree Amende (Romanes voor "Samen, Onder ons"). De meer dan 300 mensen die zij begeleiden hebben bijna allemaal bij hen hun referentieadres. Dhr. Leon Tambour doet deze begeleiding als voltijds vrijwilliger (binnen zijn statuut als bruggepensioneerde), zijn echtgenote Elisa Pierre heeft binnen het woonwagenwerk het statuut van voltijds opsteller DAC en gaat in 1997 op pensioen.
Hun werk neemt dus de tijd van minstens 2 full-times in beslag vermits zij zeer persoonlijk betrokken dienen te werken met hun doelpubliek. Hun huis staat van ‘s morgens tot ‘s avonds open 7 dagen op 7.
Door deze vergaande vorm van engagement zijn zij erin geslaagd een zeldzame graad van aanvaarding te bereiken binnen de Romgemeenschap.
Op basis daarvan zijn zij er ook in geslaagd de Roms dichter bij onze maatschappij te brengen op de eerste plaats op het vlak van sociale administratie (ziekenfonds, zelfstandigenstatuut, belastingen ...) maar ook qua mentaliteit kunnen zij stukje bij beetje invloed uitoefenen.
Om deze aanpak te kunnen verderzetten moeten wij nu werken aan de opvolging van deze pioniers.
De doorgave van de vertrouwensrelatie en van de bijbehorende zeer vertrouwelijke informaties moet zeer geleidelijk aan opgezet worden.
Het woonwagenwerk wenst dit op te nemen indien daarvoor de financiële middelen voorhanden zijn. Deze moeten voorzien in minstens 2 voltijdse krachten die opereren vanuit twee verschillende locaties: 1 in Antwerpen en 1 in Brussel. Deze locaties moeten ruimte bieden voor een bureel maar ook voor onthaal, vermits de zigeuners er hun referentieadres zullen nemen en er vaak met familie of vrienden op bezoek komen.
Wij moeten ten allen prijze voorkomen dat deze lokaties gaan fungeren als loketten.
Het is pas als er een persoonlijke band groeit tussen de hulpverlener en de cliënt dat de Roms hun zaken er blijvend komen regelen. Hiertoe is een projectbetoelaging dus ook uit den boze. Zulke werking mag slechts opgezet worden met een structurele subsidie: het enige kader dat een maximale continuïteit garandeert.
Indien deze benaderingswijze niet kan doorgegeven worden, is 30 jaar begeleiding van de Roms vergeefs geweest.
Gezien de kinderen van de Roms vandaag de dag geleidelijk aan Nederlandstalig onderwijs beginnen volgen kunnen we hopen dat verschillende onder hen, zodra ze volwassen zijn, stilaan hun eigen zaken zullen kunnen beredderen; vandaar zeker de noodzaak om nu vooral de draad niet los te laten, nu er perspectief komt voor structurele verbeteringen.

8.2 Algemene Doelstelling
Het woonwagenwerk wil de verworvenheden van Keree Amende vrijwaren als centrale bemiddelingsdienst voor de Roms die in Vlaanderen en Brussel verblijven

8.3 Werkdoelen

8.3.1 Wonen
8.3.1.1 Sedentaire en doortrekkersterreinen
Voor de Roms zijn er 50 nieuwe sedentaire standplaatsen nodig.
Roms ervaren door hun nomadische levenswijze voortdurend problemen met het verwerven van een stedebouwkundige toelating voor het plaatsen van hun woonwagens. Deze precaire woonsituatie heeft een dusdanige negatieve invloed op alle andere beleidsdomeinen dat het tot de topprioriteiten van het woonwagenwerk behoort.
De strategie die het woonwagenwerk voorstaat om hieraan tegemoet te komen wordt, beschreven in hoofdstuk 2 "Wonen".
Het is noodzakelijk zowel voor de Roms als voor de relatie tussen het woonwagenwerk en de Roms dat voor elke familie een gereglementeerde standplaats zal bekomen worden. Dit vereist de creatie van minstens 50 nieuwe standplaatsen. Dit kan door de aanleg van bijkomende gemeentelijke terreinen, vooral in en rond Brussel, maar ook door stedebouwkundige vergunningen voor private terreinen in de driehoek Leuven-Brussel-Antwerpen.

8.1.2 Domiciliëring
Het woonwagenwerk wil twee regionale secretariaten inrichten als referentieadres voor Roms, één in Antwerpen en één in Brussel.
De Zigeuner dient vrij te zijn om te kiezen of hij zijn domicilie op een terrein of bij een referentieadres neemt. Omdat Zigeuners een vaste verblijfplaats niet belangrijk vinden is het bijzonder moeilijk om hen "te domiciliëren" op een of ander "vast" adres. Vermits zij vaak vertrekken en daarbij geen inzicht hebben in het belang dat de samenleving hecht aan de administratie daarrond zullen we zeer vaak geconfronteerd worden met ambtshalve uitschrijvingen. Ook zal dit voor gevolg hebben dat te veel Zigeuners te weinig contact zullen onderhouden met referentiepersonen uit de sedentaire maatschappij. Door gebruik te maken van het systeem van het referentieadres kunnen we veel beter problemen voorkomen, hetgeen minder tijd vergt dan ze op te moeten lossen.
Stilaan zullen bepaalde families overgeheveld worden van het huidige naar een nieuwe referentieadressen, die gevestigd zullen worden op de secretariaten van het woonwagenwerk te Antwerpen en te Brussel.
Door onderhandelingen met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en met o.m. het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding zal gepoogd worden om de goede regeling rond referentieadressen aan te passen zodat ook deze secretariaten van het woonwagenwerk in aanmerking komen als referentieadres.

8.3.2 Maatschappelijk werk
8.3.2.1 Nationaliteit
Sommige gezinnen zijn enkel getrouwd volgens de 'Zigeunerwet’. Indien wij hen kunnen overtuigen om ook volgens het Belgisch recht te huwen krijgen de vrouwen de mogelijkheid om de Belgische nationaliteit te verwerven. Hierdoor verwerven ze ook de hun noodzakelijke rechten, terwijl ze nu in een blijvende afhankelijkheid zitten. Er dient nauwkeurig afgetast te worden welke belangen en motivaties er in het spel zijn. Een ingreep hierin mag zeker niet ten nadele van de betrokken vrouwen uitvallen. Dit is dus slechts op middellange termijn te realiseren.
Nog steeds zijn er een 50-tal Roms met een onbepaalde nationaliteit. Voor de jongeren die 18 jaar worden kan dit op eenvoudige aanvraag en zonder al te veel kosten geregeld worden. Het betreft hier slechts een paar gevallen per jaar.

8.3.2.2 Ziekenfonds
We werken eraan om de betaling van de bijdragen aan de mutualiteit in orde te houden. Waar dit niet lukt schakelen we het OCMW in om, al was het maar bij wijze van voorschot, de bijdrage te betalen.
Om te verhinderen dat dit zou leiden tot afhankelijkheid zullen we eraan werken om dit af te bouwen. Indien de betrokken OCMW’s hiertoe stappen ondernemen zullen wij onze schakelfunctie opnemen om een graduele normalisatie te bepleiten.

8.3.2.3 Financiële verplichtingen
Blijvende aandacht en energie wordt besteed aan de opvolging van afbetalingen en het voldoen aan financiële verplichtingen.

8.3.2.4 Vervangingsinkomens
Bijzonder zal erop gelet worden dat personen die recht hebben op steun deze ook zullen verkrijgen zonder dat dit als een collectief recht zal verdedigd worden.

8.3.3 Onderwijs
Het woonwagenwerk wil bereiken dat Romkinderen opgenomen worden in het reguliere doelgroepbeleid van het Vlaamse Onderwijs
Door hun nomadische levenswijze zijn de Roms dubbel gehandicapt t.o.v. het onderwijssysteem. Enerzijds worden ze in hun woonplaatsen bedreigd door verdrijving en "staat hun hoofd" niet naar andere waarden zoals volgehouden scholing. Anderzijds zijn de kinderen vaak afwezig uit de klas.
Dank zij een zeer goede samenwerking tussen het Departement Onderwijs en het woonwagenwerk zijn er twee projecten lopende. Een voor toeleiding naar het lager onderwijs in twee projectscholen in Holsbeek en Mortsel, en een project voor toeleiding naar het middelbaar onderwijs in Laken. De projectomschrijvingen vindt u in hoofdstuk 4 "Onderwijs".
Er zal meer en meer aandacht gaan naar het ter beschikking stellen van leermateriaal voor tijdens het trekseizoen.
Naast deze projectscholen zullen bijkomende scholen aangezocht worden om stilaan Romkinderen te onthalen. Naast dit prospectiewerk zal de begeleiding van de Roms erop gericht zijn hun motivatie tot schoollopen levend te houden en hun evaluatie van de onderwijsdeelname door te spelen naar de scholen en naar het beleid.
Bij de inschrijving van Roms in het doelgroepenbeleid van de Vlaamse Regering zal ervoor gepleit worden dat er voor het kleuter- en lager onderwijs tot 2002 extra lestijden voorzien worden bovenop het reguliere doelgroepenbeleid. Er zal didactisch materiaal aangemaakt worden dat de kinderen kunnen gebruiken tijdens het trekseizoen. Onderwijs op afstand, onder toezicht van de school waar de betrokken kinderen schoollopen, zal geïntroduceerd worden ter erkenning ervan binnen de wet op de leerplicht. Voor de leeftijdsgroep 12-15 zal gedurende drie jaar een projectmatige aanpassing bepleit worden in het middelbaar onderwijs. Deze moet geïntegreerd worden in het reguliere beleid naar analogie met bijv. kermiskinderen in het deeltijds onderwijs.

8.3.4 Socio-professionele integratie
8.3.1 Administratief
De fundamentele voorkeur van de Roms voor zelfstandige arbeid wordt gerespecteerd door het woonwagenwerk. Dit neemt niet weg dat op aanvraag van individuen een arbeidsgerichte trajectbegeleiding zal opgezet worden.
Hierin zullen we verder gaan met het in orde stellen van de zelfstandigen met betrekking tot de sociale zekerheid. Op het vlak van begeleiding in de BTW-administratie moeten we naar een oplossing evolueren waarbij de begeleider niet meer dient te fungeren als BTW-adviseur.

8.3.2 Kansen op werk
Hier focussen we vooral op de jongvolwassenen. Het woonwagenwerk wil hen bijkomende kansen bieden via drempelverlaging naar het middelbaar onderwijs. Het Youthstartproject, beschreven in hoofdstuk 4 "Onderwijs", is hiervan een voorbeeld. Ten behoeve van deze groep bestaat de voorbereiding tot de arbeidsmarkt uit verdergezette Nederlandstalige alfabetisering, cursus theorie voor het rijbewijs en technische en huishoudelijke opleidingen. Met het beleid zullen daartoe stimulerende maatregelen voorgesteld worden. Deze zullen opgevolgd worden in de scholen en in de gezinnen.
De toeleiding naar het middelbaar onderwijs zal uitgebreid worden naar de regio's Antwerpen en Leuven.
Gezien de wijzigende wetgeving met betrekking tot vestiging als zelfstandige handelaar zal het woonwagenwerk initiatieven nemen, bijvoorbeeld in het kader van het Europees programma Leonardo, om categoriale opleidingen te organiseren als toeleiding naar de reguliere instituten.
Tevens zal voor de jongeren systematisch hun inzicht in de arbeidsmarkt verhoogd worden door hen zoveel mogelijk te confronteren met leeftijdsgenoten, bedrijfstakken en opleidingsvormen die aansluiten bij hun professionele interesses.

8.3.5 Socio-cultureel werk
Roms hebben een volledig eigen circuit voor de uitingen van hun culturele eigenheid. Hun hele manier van leven, werken, feesten, religieuze beleving zijn ervan doordrongen.
Het woonwagenwerk wil de banden met de Romgemeenschap nauwer aanhalen. Daartoe zal een geformaliseerd overleg tussen belangrijke gesprekspartners van de Roms en de voorzitter van het woonwagenwerk in het leven geroepen en gehouden worden. Hierbij zal het woonwagenwerk ook meerdere gesprekspartners van de Roms trachten te bereiken. Dit vereist een taktvolle benadering van de huidige en van de toekomstige gesprekspartners. Dit kan slechts bereikt worden door een zorgvuldige persoonlijke relatie op te bouwen met de betrokken personen.

8.6 Gezondheid
Hier staat de samenwerking met Kind&Gezin centraal. Het woonwagenwerk wenst dat Kind&Gezin één of twee specifiek voor de Rom-vrouwen sociaal verpleegsters aanduidt zodat wij nauw met dezen kunnen samen werken. Het taboe op het bespreken met de gadgé van alles wat met hygiëne te maken heeft vereist in een eerste fase een individuele aanpak: vorming via huisbezoeken. Pas binnen enkele jaren kunnen we dan via groepswerk sommige gezondheidsthema’s aanpakken.

Nota
Deze taakstelling naar de Roms is zeer ambitieus en heel wat van deze doelstellingen zullen misschien niet haalbaar blijken. Lobbyen voor standplaatsen, schooltoeleiding, schuldbemiddeling, arbeidstoeleiding, administratieve hulp enz. voor meer dan 120 gezinnen vergen langlopende en vaak juridische interventies
Het is daarom dat het woonwagenwerk de noodzaak wil onderstrepen om 2 voltijdse Rom-specialisten in een structureel kader ter beschikking te hebben.
Elke doelstelling kan slechts bereikt worden indien via het sociaal werk persoonlijke banden tot stand komen op basis waarvan de begeleiding kan opgebouwd worden. Begeleiding die door Mr. en Mevr. Tambour-Pierre op gang is gebracht en die niet mag onderbroken worden.

 

9. Onthaal

9.1 Probleemstelling
9.1.1 Algemeen
Sinds de val van de Berlijnse muur, de oorlogssituatie in ex-Joegoslavië en de etnische vervolgingen in Roemenië, Slovakije en andere Oost-Europese landen vinden steeds grotere groepen uit deze regio de weg naar ons land.
Het beeld dat de burger heeft van Zigeuners is op zich al niet rooskleurig. Door het opduiken van bedelende buitenlandse Zigeuners wordt dit beeld weer eens veralgemeend naar iedereen die van ver of dichtbij met een woonwagen te maken heeft. Dit heeft dan weer gevolgen voor de introductie van standplaatsen, of deze nu voor Belgische Zigeuners dan wel voor Voyageurs zijn bedoeld.
Het openstellen van de binnengrenzen in de Europese Unie heeft er ook blijkbaar toe geleid dat de Zigeuners uit de buurlanden vaker en langer in ons land vertoeven, vooral in de zomermaanden.

9.1.2 Beleidsmaatregelen
Oost-Europese Zigeuners worden behandeld als elke andere vluchteling: enkelen hebben voorlopig het statuut van ontheemde, de meesten worden uitgewezen.
De Zigeuners uit de Europese Unie worden behandeld als elke andere Zigeuner: verjagingen zijn in het trekseizoen een dagelijkse aangelegenheid.

9.2 Algemene Doelstelling

Het woonwagenwerk wil zijn rol als deskundige bemiddelaar tussen nomadische en de sedentaire samenleving ook waar maken op het vlak van recent inwijkende Zigeuners.

9.3 Werkdoelen
9.3.1 Hulpverlening
Het woonwagenwerk blijft werken aan een onthaal en ondersteuningsstructuur voor deze groep mensen.
Het woonwagenwerk maakt daarbij geen onderscheid tussen mensen die hier legaal verblijven of niet.
Deze werking loopt op drie sporen:
- hulp aan individuen die ons daartoe oproepen (bijv. via Klein Kasteeltje, gevangenis, transitcentrum ...),
- hulp aan organisaties van buitenlandse groepen,
- begeleiding van lokale of regionale integratiecentra, actiegroepen, buurtcomités via informatie en vrijwilligerswerk.

9.3.2 Visie
Een visie over een structurele oplossing van deze problematiek zal ontwikkeld worden. Een werkgroep wordt hiertoe door de Raad van Beheer geïnstalleerd. Deze zal een standpunt bepalen van het woonwagenwerk met betrekking tot
- Zigeuners en asielrecht;
- Europees burgerschap;
- Internationale uitstraling;
- Verhouding tot de zelforganisatie(s);
- Geografische grenzen en mobiliteit;
- ...

9.3.3 Doortrekkersterreinen
Het woonwagenwerk zal samen met de betrokken groepen werken aan de inplanting van voldoende doortrekkersterreinen voor de Zigeuners die tijdelijk ons land aandoen. Zie hiervoor hoofdstuk "Wonen".

9.3.4 Keree Amende
Voor de begeleiding van de Roma in België dient werk gemaakt te worden van een professionalisering van het pionierswerk van de huidige begeleiders Dhr. en Mevr. Tambour-Pierre uit Merksem. Zie hiervoor hoofdstuk "Rom".
Het woonwagenwerk zal bij de Vlaamse Gemeenschap en bij de Vlaamse Gemeenschapscommissie pleiten voor de betoelaging van een Roma-contactpersoon. Op die manier kan deze bevolkingsgroep actief benaderd worden zonder de bestaande woonwagenwerk-werking te overbelasten. De kennis die alzo te velde wordt opgedaan zal systematisch bijdragen tot een verfijning van de te ontwikkelen beleidsvisie rond inwijkende Roma.

9.3.5 Internationaal
Het blijft verder een bekommernis van het woonwagenwerk om te ijveren voor de socio-economische herwaardering van de Zigeuners in Oost-Europa.