Geschiedenis van het Woonwagenwerk[1]
De eerste vorm van georganiseerde hulpverlening aan woonwagenbewoners dateert van 1868 toen het Foorwerk/Oeuvre Foraine in Antwerpen ontstond. Kort daarna doken in gans Vlaanderen kleine kernen van vrijwilligers op (kaderend binnen de katholieke Kerk) die foorreizigers, Voyageurs en Zigeuners met raad en daad bijstonden. Na 1910 trachtte Kardinaal Mercier in deze versnipperde initiatieven meer structuur te brengen, maar na de Eerste Wereldoorlog nam hun werking geleidelijk af.
Vlak voor de Tweede Wereldoorlog poogde een zekere priester De Baere Voyageurs en foorreizigers weer bij elkaar te brengen door het organiseren van bedevaarten.
Vanaf 1945 veranderden de problemen waarmee woonwagenbewoners af te rekenen kregen. De opkomst van de welvaartstaat, de verstedelijking, technologische ontwikkeling en de groeiende administratie vereisten een andere aanpak. Voyageurs en Zigeuners doen dan beroep op allerlei personen om hen te helpen.
Ook voor de hulpverlening werden de reglementeringen op diverse domeinen steeds complexer. Uiteindelijk ontstaan in de jaren zestig de eerste vzw’s die zich met woonwagenwerk gaan bezighouden.
Pionierswerk werd o.m. geleverd in Limburg. Maria Frederix ijverde er als verpleegster bij het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn (het huidige Kind & Gezin) voor een eerste woonwagenterrein in Genk. Dit leidde tot de oprichting van het Hulpcomité Woonwagenbewoners Genk.
Gesterkt door de
maatschappelijke opvatting dat iedereen recht heeft op huisvesting, onderwijs,
een inkomen en gezondheidszorg wierf het woonwagenwerk Zwaluwnest een
maatschappelijk werker aan om de sociaal administratieve begeleiding van
woonwagenbewoners te organiseren. In Antwerpen startte een fulltime werkkracht
bij de vzw Keree Amendee met het ontrafelen van de problemen van de
Rom-Zigeuners.
Ook problemen met standplaatsen kwamen op de voorgrond. De overheid slaagde er niet in om woonwagenbewoners het recht op minimale voorzieningen te garanderen. In Mortsel stimuleerde Bond zonder Naam in 1974 de aanleg van een woonwagenterrein en de eerste onderwijsinitiatieven gingen er van start.
Ook de Vlaamse overheid kreeg oog voor de situatie van woonwagenbewoners. De verschillende initiatieven werden in een overkoepelend overlegorgaan samengebracht. Zo ontstond op 19 februari 1977 het Vlaams Overleg Woonwagenwerk (VOW) als een pluralistisch, landelijk orgaan. Het VOW ondersteunde de afzonderlijke werkingen, die elk een vertrouwensrelatie met hun doelpubliek hadden uitgebouwd, en trad als gesprekspartner op met diverse overheden, pers en publiek. Prioriteit nummer één: het structurele standplaatsentekort.
Aanvankelijk startte het VOW met één personeelslid om in 1985 met twee werknemers uit te breiden.
Met het ontstaan van de Vlaamse Administratie in 1981 kon het VOW zich tot een ambtenaar richten die zich ook inhoudelijk moest inlaten met de problematiek van woonwagenbewoners.
In 1983 keurde de Vlaamse Gemeenschap een subsidieregeling goed voor gemeenten, OCMW’s en provincies die woonwagenterreinen wilden inrichten. Versterkt door sensibilisering, overtuigingskracht en lobbying saneerden sommige gemeenten de woonsituatie van woonwagenbewoners die ze reeds lang gedoogden. Dankzij het Kansarmoedebeleid eind jaren tachtig namen gemeenten actief sociale initiatieven. Ook voor het VOW betekende dit een vooruitgang. Er volgde personeelsuitbreiding en schoolopbouwwerkers gaven de jarenlang verwaarloosde onderwijsproblematiek nieuwe impulsen.
Eind 1992 versterkte de overheid het VOW door verhoging van de middelen. Vanaf die tijd gingen de kleinere regionale vzw’s zich ontbinden om volledig op te gaan in het VOW dat daardoor ook van naam veranderde naar Vlaams Centrum Woonwagenwerk.
Met het decreet van 28 april 1998 inzake het Vlaams beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden werd het VCW, onderdeel van het Vlaams Minderhedencentrum. Door op te gaan in de overkoepelende organisatie van het migranten-, vluchtelingen-, en woonwagenwerk in Vlaanderen kreeg het woonwagenwerk voor het eerst een officiële, decretaal vastgelegde erkenning er werden Voyageurs en zigeuners voor het eerst opgenomen in het Vlaamse minderhedenbeleid .
Vanaf 1.1.2003
worden de regionale woonwagenwerk(st)ers overgedragen van het Vlaams
Minderhedencentrum naar het Integratiecentrum naar het Integratiecentrum
waarbij ze zijn opgericht.
In 2005
constateert de VROEM dat deze operatie is zware achteruitgang betekent voor het
werken MET Voyageurs, Roms, Roma en Manoesjen en start een assertieve dialoog
met de integratiesector en de bevoegde minister om te redden wat er nog te
redden valt.
[1] VAN DEN ABEELE Sam, Woonwagenwerk in Vlaanderen, niet gepubliceerde eindverhandeling, KULeuven, 1995, 119 pp.