HANDWAPENS

 


De Britse.455-kaliber Webley, bijgenaamd "Big Ugly" ( Grote Lelijkaard),deed de gehele oorlog dienst, hoewel hij technisch verouderd was.

 


Linksboven: De Japanse kniemortier, in feite een M89 (1929) granaatwerper, werd, zoals vele Amerikaanse soldaten tot hun schade en schande ondervonden, met een foutive naam aangeduid. Deze werd gewoonlijk voor grotere stabiliteit, tegen een boomstam of wortel geplaatst.
Rechtsonder: Het Japanse type 99 kort model grendel geweer met op vliegtuig elevatie instelbaar vizier, eenpootsteun, bajonet en schede.

 


Het Springfield-model 1903 30-06-kaliber met bajonet en schede werd vervangen door het Model 1903A3, dat geperste (ipv gefreesde) componenten een een oogdopvizier (ipv een tangenvizier) had.

 


Het M1 GaranD .30-kaliber geweer verschafte de Amerikaanse strijdkrachten de voor het gevecht op korte afstand noodzakelijke scherpte en strijdbaarheid. Hier getoond met doosjes pantserdoordringende en kogelammunitie en een accessoiretasje en (onder) een M1.30-kaliber semi-automatische karabijn met bajonet en schede, een extra magazijn en een aan de kolf bevestigd patroontasje.

 


Dit 37 mm seinpistool werd door alle takken van de Amerikaanse strijdkrachten gebruikt met een verscheidenheid aan lichtseinen: parachute, gekleurd signaal, grondaanval, ...

 


Voor het opsluiten van ammunitie in de cilinder van de Smith & Wesson Model 1917 .45 kaliber revolver werden halvemaanvormige clip's gebruikt Generaal George S. Patton droeg een soortgelijk vuistvuurwapen, maar dit was met een ivoren handgreep uitgevoerd.

 

 


Het Moisin-Nagant 7.62x54R grendelgeweer van het Rode Leger werd door de Russische en Finse strijdkrachten gebruikt. De Bajonet vormt een zeldzaam aangetroffen en zeer begeerd onderdeel.

 


Duitse handgranaten en geweer granaten. Deze artikelen zijn door vaklieden onschadelijk gemaakt en worden nu voor studie doeleinden gebruikt.

 


De Britse Enfield #1MKII, een .303-kaliber grendelgeweer en patroongordel met een schuifschouder, samen met bajonet en schede. De MKII werd vaak door de producenten in het Gemenebest geproduceerd.

 


Het PPK.32ACP (half-) automatisch pistool wordt het minst van alle Walther vuistvuurwapens in perfecte conditie aangetroffen. Deze pistolen vormden hoog gewaardeerde oorlogstrofeeën.

 


Een Duitse G43 8 mm half-automatisch geweer met een extra magazijn en (onder) een K98 8 mm grendelgeweer plus bajonet met schede. D Wehrmacht steunde voornamelijk op deze wapens en de K98 werd, voor grotere nauwkeurigheid, vaak met een telescoopvizier voor scherpschutters uitgerust.

 


De 1912 Steyer Manlicher werd meestal geweizigd om er de door de Wehrmacht gebruikte 9mm parabolische Ammunitie mee te kunnen afvuren.

 


De Belgische Browning-modellen 1910/22 in 9 mm Kurz en Pocket 1910 in .32 ACP werden voor gebruik in het Duitse leger gewijzigd.

 


Het Tsjechoslowaakse geweer model 24 werd, na in handen te zijn gevallen van de Duitsers, op grote schaal in de gevechten gebruikt.

 


De Italiaanse 792 Carcano, gewijzigd voor Duitse ammunitie, met de typische Duitse, aan de zijkant aangebracht draagriem.

 


Een schitterend bewaard gebleven exemplaar vaan een Poolse Radom pistool, dat tijdens de capitulatie van Polen in Duitse handen viel.