Van de Middeleeuwen tot de Moderne Tijden

Het ridderwezen (10de – 15de eeuw)

In de beboste regio’s van Europa gaven de krijgers de voorkeur aan lijf-aan-lijf-gevechten waarbij gebruik werd gemaakt van de lans, het schild, het harnas en zware wapenuitrusting. Het ridderwezen onstond omstreeks het jaar 1000 en bleef tot het jaar 1500. De ridder was wellicht geen al te beste ruiter. Omdat hij moest paardrijden in zware wapenrusting, moest hij zich volledig concentreren op het gebruik van zijn wapens en had dus voor de rest niet veel tijd om zijn paard correct en met zachtheid te behandelen. Opdat het paard zou gehoorzamen, gebruikte de ridder brutale, maar doeltreffende middelen: sporen met scherpe punten en barbaarse mondstukken. In die tijd bleef het fokken van paarden beperkt tot zijn meest eenvoudige en natuurlijke vorm. Tijdens toernooien konden paarden werkelijk schitteren, ze kregen een deel van de achting die ze verdienden. Elke kwetsuur die door een aanvaller werd toegebracht aan een paard werd onmiddellijk bestraft. De toernooien liepen spoedig uit de hand omdat ze hardhandig en meedogenloos verliepen. Omstreeks 1560 werden ze afgeschaft.

 

Het hoefijzer

In de Oudheid gebruikte men de paardensandaal, die vastgemaakt werd aan de voet van het paard door een systeem van riemen. Dit weinig praktische accessoire werd in die tijd enkel gebruikt voor therapeutische doeleinden, om de genezing van een verwonding te vergemakkelijken. Het duurde nog tot de 9de eeuw vooraleer in Byzantium het ijzer verscheen, dit zou in het Westen pas in de 11de eeuw algemeen gebruikt worden. Onder andere door de uitbreiding van de wegen, werden die middelen steeds bruikbaarder om de voeten van het paard te beschermen tegen buitensporige slijtage, want het verplaatste zich steeds meer op een harde, schurende ondergrond. Naar verluidt brengt het hoefijzer geluk. Dat geloof zou teruggaan tot de Middeleeuwen toen steenrijke jonge landjonkers, om het hart van berooide meisjes te veroveren, hun paarden lieten beslaan met gouden hoefijzers en afspraken om er één minder goed vast te maken. Terwijl ze kwamen rondlopen voor hun uitverkorene, deden ze hun best opdat hun paard dat ene ijzer zou verliezen in de nabijheid van het meisje.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Amerika 15de eeuw tot nu

Om nog onbekende redenen verdween het paard in de ijstijd van het Amerikaanse continent. Tijdens zijn tweede reis naar het Nieuwe Continent nam Christoffel Columbus, de beroemde zeevaarder van Italiaanse afkomst, op zijn schepen 25 paarden mee, waaronder 10 merries. In de nieuwe wereld zou hij fokkerijen opstarten. Tijdens latere reizen werden nog meer paarden ingevoerd. In het Noorden evolueerden die paarden tot de beroemde Mustangs, terwijl in het Zuiden de afstammelingen van de opnieuw wild geworden paarden van de Spaanse veroveraars ontstaan gaven aan de Criollo’s.

Tussen de 16de en de 18de eeuw werden de indianen opmerkelijke ruiters. Zittend op hun paarden zorgden de indianen ervoor dat hun stam kon overleven door op bizons te jagen. Dankzij het paard konden ze jagen om zich te voeden en zich gemakkelijker te verplaatsen. Daarnaast bezorgde de paarden ook het leer dat ze nodig hadden.

De 19de was dan de eeuw van de goudkoorts. Op zoek naar goud en het beloofde land trokken kolonisten steeds massaler en onophoudelijk naar het Westen. Om al die mensen te voeden, was er veel vee nodig. Dit werden de cowboys van het eerste uur. De kudde wilde paarden groeiden onophoudelijk aan, tot grote woede van de veehouders. Uitgebreide uitroeiingscampagnes werden op touw gezet die grote verwoestingen aanrichtten onder het Mustangbestand. Het paard werd zo bijna uitgeroeid, waardoor er een wet werd uitgevaardigd die het wilde paard moest beschermen.

In het huidige Amerika spelen de cowboy en zijn paard nog steeds een onontbeerlijke economische rol. Ginds blijft het paard het enige middel om het vee te houden en te leiden. De cowboy heeft veel respect voor zijn rijdier.

De ruiters van de Renaissance

Hier begon de geschiedenis van de rijkunst. Dankzij de boeken werden rijvoorschriften verspreid. De eerste boeken kwamen ven de vooraanstaande ruiters in Italië. In het begin werden barbaarse middelen ingezet om het paard de rijkunst eigen te maken. De eerste paarden waren ook helemaal niet zo mooi als de elegante dieren vandaag. Door de invoer van Spaanse paarden konden er rijdieren gefokt worden die geschikt waren voor het werk in de manege en die de verheven manieren konden aanleren die vandaag nog gebruikt worden in Wenen.

Tussen de 16de en de 18de eeuw was het tijdperk van hogeschoolrijden aangebroken. Spaanse paarden verspreiden zich meer en meer over Europa. Geleidelijk aan werd er gewerkt aan een minder harde manier om rijkunsten aan te leren. In deze periode werden er ook veel paarden ingevoerd voor de vele oorlogen die een enorme behoefte aan rijdieren creëerde.
In Versailles werd in 1680 door Lodewijk XIV een enorme manege gebouwd die een aanzienlijke reputatie genoot op het Europese continent. Even later werden zijn stallen bevolkt door 4000 paarden. De vorming die toen gegeven werd was vooral gericht op het vormen van ruiters en op de dressuur van paarden voor de jacht. Geleidelijk aan verscheen er een academische school in de rijkunst die haar wortels had in de gevechtskunde, maar die zich meer een meer ontwikkelde als een keurig tijdverdrijf voor de hofadel. In die tijd was men zot op shows en muzikale opvoeringen.

Duizenden bezoekers kunnen ook vandaag de dag nog jaar na jaar genieten van de uitzonderlijke schoonheid en de magistrale bekwaamheid waarvan de ruiters van de Spaanse Rijschool blijk geven, en dit al meer dan vierhonderd jaar.

Het oorlogspaard

Het gebruik van het paard tijdens gevechten dateert van de dageraad van zijn domesticatie. Vóór het ontwerp van de stijgbeugel, konden de ruiters nauwelijks vechten behalve met de boog of met de speer. Hoewel hun zadel steeds beter werd en ze in evenwicht waren, konden ze zich niet veroorloven om in contact te treden met de vijand die hen zonder probleem uit het zadel kon lichten. Met de stijgbeugel veranderde alles: de krijger kon het zwaard en de lans hanteren en zich met vol elan in het gevecht storten.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog lieten duizenden paarden het leven als gevolg van kogels en obussen of door ziekte en ontbering. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog waren paarden actief in alle onderdelen van het conflict. Ook in meer recente oorlogen wordt het paard nog ingezet.

Werkpaarden

De mijnbouw

Het paard werd ook ingezet als hulp in de mijnbouw. Hier trok hij zwaar beladen kolenwagens. Hij had zelfs zijb stal in de mijn. Het was zelfs niet uitgesloten dat als hij eenmaal in de mijn zat, hij voor de rest van zijn leven geen daglicht meer zag. Gelukkig kreeg hij veel liefde van de mijnwerkers.

De post

Tot het begin van de 20ste eeuw was het paard de enige stuwende kracht achter uitwisselingen van communicatie. Het postpaard werd gebruikt voor de meest primitieve volkeren. In de Middeleeuwen werden de goederen getransporteerd op pakpaarden. Geleidelijk aan werden er beter wegennetten opgericht zodat de post sneller en preciezer te werk kon gaan. Daarnaast ontstond ook een vervoerdienst voor de reizigers waardoor het vervoer per paard een hoogtepunt kon bereiken.
Ondanks de ontwikkeling van de spoorwegen in het begin van de 19de eeuw werden binnenvaartuigen nog altijd voortgetrokken door paarden. Zowel voor het transport van goederen als van personen bleef dat systeem bestaan tot in de jaren 1950.

James Watt

In de 18de eeuw gebruikte de Schotse ingenieur James Watt de kracht van het trekpaard als maateenheid voor het vermogen van zijn stoommachines. Om een onbekende reden vermenigvuldigde Watt, na afloop van zijn onderzoek, het verkregen vermogen met 1,5: de kracht van het paard gedroeg dus 75 kilogrammeter per seconde (anders gezegd de kracht die een paard nodig heeft om 75 kg te verplaatsen over een afstand van één meter in één seconde). Een motor van tien paardenkracht had dus een vermogen dat vergelijkbaar was met dat van vijftien zware, krachtige trekpaarden. Die maateenheid ontstond in een periode toen het paard nog de belangrijkste energiebron was.

De industrie

Tussen 1789 en 1832 stak in Engeland de industriële revolutie de kop op. Toen de machine nog in haar kinderschoenen stond, was het paard nog steeds de belangrijkste energiebron. Gedurende meer dan een eeuw waren de spoorwegen in Groot-Brittannië de voornaamste gebruikers van paarden: ze pendelden heen en weer tussen het station, de opslagplaatsen en de klanten en vervoerden mensen, bagage en goederen.

In de mijn werkte het paard zijn hele leven in de duisternis. Het manoeuvreerde met machines, zette haspels in werking en trok karretjes vol erts. In Engeland werd het laatste paard pas in 1994 uit de mijn gehaald.

In de 18de eeuw legde heel wat Europese landen kanalen aan. De aken die passagiers en goederen transporteerden, werden vaak voortgetrokken door paarden. De paarden die men daarvoor gebruikte, waren klein van gestalte omdat ze onder bruggen van de kanalen moesten passeren. Na drie jaar werk waren ze versleten en eindigden ze hun dagen op het land bij de boeren, waar er minder zwaar werk van hen geëist werd.

De landbouw

Vanaf de 18de eeuw werd naast het rund ook het paard gebruikt om het land te bewerken. In prehistorische tijden werden paarden soms ingespannen en moesten ze karren voorttrekken. Tot in de 8ste eeuw waren tuig en hoefijzers niet voldoende ontwikkeld om werk op het land mogelijk te maken. De paarden uit die tijd waren overigens te klein om zwaar, moeizaam werk te leveren. Omstreeks de 11de eeuw verschenen grote strijdrossen waaruit men de later trekpaarden kan fokken die vervolgens gebruikt werden op het platteland.
Het trekpaard verdween pas door de tractor, die minder duur qua onderhoud en winstgevende was dan het dappere boerenpaard.

Vandaag de dag is het trekpaard belangrijk in de bosbouw, waar het vaak veel doeltreffender is en meer respect heeft voor de natuur, meer bepaald in dichte bossen op heuvelachtige terreinen. Het dringt makkelijk door tussen de bomen zonder ze te beschadigen en zonder de jonge loten te verpletteren, wat wel zou gebeuren met een tractor.

De paardenvissers

Een heel aparte sport...

Recreatie en wedstrijden

In het begin van de 20ste eeuw vond men nauwelijks paarden bij rijke families of bij militairen en deze toestand bleef bestaan tot na de Tweede Wereldoorlog. En in die tijd bleef het paardrijden beperk tot een elite in witte handschoenen die meer ging paardrijden om gezien te worden dan echt uit liefhebberij. Het paardrijden werd vaak aangeleerd door gepensioneerde militairen of officieren die de principes van de rijkunst onderwezen zoals ze zich gedroegen op een slagveld. Tot in de jaren zestig moest men paardrijden omdat dat zo hoorde voor een bepaalde klasse. Roeping of aanleg hadden daar weinig mee te maken. In de jaren zeventig speelde zich een merkwaardig fenomeen af dat de ruiterwereld volledig overhoop zou halen: het paarrijden werd gedemocratiseerd. Zowel voor sport als voor vrije tijd zag men steeds meer paandenliefhebbers verschijnen die alles overhadden van hun passie, zonder dat hun budget er al te zeer overhoop door werd gehaald. Heel wat mensen uit de sector beweren echter dat de rijkunst niet geprofiteerd heeft van die democratisering, maar wel slechte gevolgen waren: het ontstaan van dubieuze paardenclubs, verlies aan discipline en hippische wellevendheid…

Het wedstrijdpaard bestaat vermoedelijk al sinds het begin van de domesticatie. Wedrennen en harddraven kenden van meet af aan heel wat succes bij de eerste ruiters. Maar gedurende bijna 4000 jaar was de paardensport nagenoeg louter militair. Vandaar dat het nauwelijks hoeft te verbazen dat men de oorsprong van de meeste sportdisciplines van vandaag nog moet zoeken in die oorlogszuchtige geschiedenis. De huidige ruiters zijn wel voornamelijk vrouwen uit de middenklassen dan mannen uit de adel.

Besluit

Zowel voor paard als voor pony is het soms moeilijk om een weg te vinden in een wereld die continu evolueert. Nog niet zo heel lang geleden was het uitsluitend een functioneel en opbrengstdier. Thans heeft het bijna de status van huisdier verworven. Aldus ontstaan er ook asielen voor slecht behandelde paarden, tehuizen voor oude paarden, actiegroepen tegen de consumptie van paardenvlees, tegen dopinggebruik en tegen het couperen van de staart…