ZUIVER GESTEMD :
Een klare kijk op het koorleven...


KOOR- EN SOLOZANG BLOEIEN IN ONS LAND, MAAR OP WELKE MANIER ?

Zowel koorzang als solozang kennen een zekere bloei in onze contreien. Denk maar aan de talrijke zangwedstrijden zoals karaoke, soundmix, provinciale toernooien, ja zelfs de Koningin Elisabethwedstrijd voor zang. Wanneer ik zoveel mensen bezig zie met deze kunst dan denk ik soms : heb ik wel het recht al deze lieve mensen te wijzen op hun gebreken qua ademhaling- en/of zangtechniek ?

Het is inderdaad zo dat de "koorcultuur" aan het afdwalen is en dat komt door het feit dat niemand nog leert zingen zoals het hoort in het lager onderwijs. Het is namelijk zo dat de grootste inspanning moet gedaan worden in het basisonderwijs zoniet dreigt het aantal goede koorzangers uit te sterven.

Wat gaat er nu eigenlijk allemaal fout, zal u wellicht denken ?

Nochtans is het heel simpel : de meeste koren en solozangers, waaronder zelfs wereldreizigers en "ex-ambassadeurs" vertolken werken die muzikaal perfect zijn. Wanneer het werk dat zij uitvoeren mooi is, dan blijft de harmonie, de samenklank mooi. Zo is het werk 'An der schönen blauen Donau" gespeeld door een bescheiden fanfare ook mooi, maar in geen enkel geval te vergelijken met hetzelfde werk gespeeld op het jaarlijkse nieuwjaarsconcert vanuit Wenen.

Wat maakt nu precies het verschil ?

Velen zullen antwoorden : oefening, vakmanschap, opleiding, toonjuistheid, toonvastheid, beroep i.p.v. hobby, andere bezetting, enz... Wel ik kan u zeggen dat al deze antwoorden wel voor een heel klein stuk meespelen maar het grootste verschil zit hem in de correcte ademhaling. Hoe beter de ademhaling, hoe beter de uitvoering. Ik verklaar mij nader. Wanneer een toon gemaakt wordt ( blazend of zingend ) dan dient er een bepaalde luchtstroom ontwikkeld te worden, maar niet te vlug en ook niet te traag, niet te hard en ook niet te zacht, enz. Welnu, de meeste zangers/blazers gaan die luchttoevoer regelen in de keel en dat geeft lelijke klanken. Vanaf dan mag men al doen wat men wil : NIETS kan de zaak nog redden met als gevolg : onjuiste tonen, geen toonvastheid, slappe uitvoeringen, keelklank, luchtstoten, glottisslagen,...

De enige "remedie" is de beheersing van het middenrif vanaf de eerste noot !!! Weten wat men doet : kennis is de boodschap.

Het middenrif beheersen is niet alleen voor beroepszangers/musici maar ook en misschien vooral voor de liefhebber, een noodzaak.

Een lage ademhaling in de buik en in de flanken is dus de énige manier om mooie klanken voort te brengen. Oefenen maar !

Het Koninklijk Muziekverbond van België kan u hierbij helpen met informatie-cursussen en ook met workshops. Bel ons, schrijf ons !

Professor Léon-Bernard Giot.






DE KUNST VAN HET ZINGEN

Velen denken nog altijd dat zingen een doodgewone bezigheid is die geen enkele opleiding vereist, daarom deze korte synthese.

Er bestaat een essentieel verschil tussen zingen en kunstzingen !

Wie zingen zegt zou ook onmiddellijk moeten verduidelijken of het gaat over volkszang of over kunstzang.

Het grote verschil tussen beide is het toonbereik : bij volkszang beperkt het toonbereik zich tot één octaaf in het middenregister, van c tot c' voor de heren en van c' tot c" voor de dames.

Bij kunstzang echter is bet toonbereik veel uitgebreider : ten minste twee octaven en voor een volleerd zanger zelfs 2,5 tot 3 octaven, naargelang de stemsoort en het aantal uren training !

TRAINING, jawel, net zoals in de sport bekomt men niets als er niet getraind wordt. Dagelijkse stemoefeningen, ademhalingsoefeningen, vocalises, enz. behoren tot de gewone training van een kunstzanger. En opgelet met kunst bedoelen wij hier echt "iets kunnen".

Talent kan daarbij nuttig zijn maar niet noodzakelijk. Kunst staat open voor iedereen die de nodige inspanningen kan opbrengen om de knepen van het vak te leren ; bij de ene gaat dit natuurlijk veel vlugger dan bij de andere, maar dat is geen reden om die "andere" uit te sluiten uit de kunstbeoefening.

De juiste opleiding en de nodige tijd en inzet om deze opleiding tot een goed einde te brengen zijn de énige waarborgen op succes, en dan bedoel ik echt persoonlijk succes, geen commerciële wereldsuccessen ! Het is niet omdat iemand 1.000.000 plaatjes verkoopt dat men kan spreken van kunst. De persoon die ik bedoel zegt ten andere zelf voortdurend dat hij "volks zingt" en niet aan "kunstzingen" doet. Dit blijkt ten andere perfect wanneer hij naast een échte operazanger staat : dan hoort men hem niet meer.

Wie zijn platen dan koopt mag Joost weten, maar ik heb er geen !

Misschien wordt hij volgend jaar ook ridder of baron !!! Eigenlijk moet men zich eerst de vraag stellen wat men precies verwacht van een opleiding : succes of kennis ! Dat is de kern van de zaak, want met een micro in de hand gaat men door het hele land, ja zelfs door de hele wereld. Zonder micro is dat niet zo evident maar daar begint wel het kunstzingen.

De verwarring is echter nog veel groter wanneer men in de meeste muziekscholen vaststelt dat men er leert kunstzingen met de techniek van het volkszingen, dit wil zeggen ZONDER techniek.

Vals zingen, ijle tonen voortbrengen, keelpijn, afonie, enz. zijn hiervan het rechtstreekse gevolg.

Momenteel zijn er onderhandelingen aan de gang met de ministers voor onderwijs en cultuur om de "natuurlijke ademhalingsmethode" in te voeren als verplicht vak voor alle mensen die een beroep aanleren of uitoefenen ( bijscholing ) in het onderwijs.

Wij staan aan het begin van een nieuw tijdperk : terug naar de natuur, voor wat betreft de ademhaling voor zangers, sprekers en blazers. Wie echter denkt op 5 jaar te kunnen leren zingen is een utopist. Ik geef zelf reeds meer dan 25 jaar zangles en ik leer nog alle dagen bij : elk individu is totaal anders, totaal verschillend en dat is een rijkdom die wij moeten koesteren en pertinent bewust gaan gebruiken in onze koren. Koorzang moet inderdaad homogeen klinken, maar dat houdt niet in dat alle zangers een zelfde stemgeluid MOETEN hebben om dit te bereiken. Wanneer men op een ontspannen manier zingt, en de tonen zijn mooi rond dan verkrijgt men automatisch een perfecte koorklank zonder uitschieters, zonder roepers, en dat is pas aangenaam om naar te luisteren.

Wie hier meer over wenst te weten neemt best contact op met ons Koninklijk Muziekverbond van België.

Professor Léon-Bernard Giot.