ZUIVER GESTEMD :
Een klare kijk op het koorleven...


DE KEUZE VAN EEN INSTRUMENT...

Vele mensen, zowel jong als oud, komen in de verleiding om muziek te beoefenen als ontspanning, als kunst, of zelfs als beroep en dat dient aangemoedigd te worden.

Na een eerste informatieronde stellen zij dikwijls vast dat zij eerst enkele jaren notenleer dienen te volgen en liefst aan een muziekacademie om een zo groot mogelijke bagage op te doen. Zij weten maar al te goed dat zij na dat eerste jaar "verplichte" notenleer een instrument zullen mogen kiezen.

Velen onder hen dromen van een welbepaald instrument zonder echter te beseffen dat men daar ook een zekere lichamelijke (physische) aanleg moet voor hebben, zeker wanneer men de absolute top wil bereiken : te korte vingers verhinderen het perfecte vioolspel, te dikke lippen verhinderen het blazen, te dikke vingers verhinderen een elegant pianospel, te korte benen verhinderen een operacarrière, enz.

Iedereen heeft natuurlijk het volste recht om, ondanks deze tekortkomingen, toch de studie van het zelf gekozen instrument aan te vatten. Het is aan de respectievelijke pedagogen om er op te wijzen wat de problemen kunnen zijn : maar dit moet gebeuren vóór de aanvang van de studie !!!

Zo zou men ook, alle toekomstige blazers op de hoogte moeten brengen dat zij eerst goed moeten leren zingen, want de betere zangers gaan ook beter blazen ! Men opteert maar al te vaak voor een blaasinstrument omdat men niet of slechts heel weinig kan zingen en dat is een verkeerde motivatie, een foute keuze !

Blazen is gebaseerd op de ademhaling. De ademhaling kan gebruikt worden voor het spreken, het zingen, het blazen en het buikspreken. Zingen én blazen vergen eenzelfde ontspannen ademhaling zodat de juiste draaiingen of turbulenties ontstaan in de luchtwegen om een aangename, warme toon te kunnen ontwikkelen. Het hoeft geen betoog dat men het best begint met goed te leren zingen om dan achteraf op een correcte wijze te leren blazen op een blaasinstrument naar keuze.

Hoe kan men een specifieke opleiding geven om een blaasinstrument te leren bespelen wanneer de kandidaat nog moeite heeft met zijn ademhaling ???

Ik heb er zeer zeker niets op tegen dat men heel vroeg begint met het opleiden van blazers op de uitsluitende voorwaarde dat zij ook gelijklopend een opleiding volgen als zanger volgens de methode van de "natuurlijke ademhaling".

Deze methode leert de mensen opnieuw ontspannen in te ademen en leert hen vooral de knepen van het vak om het middenrif perfect te leren beheersen.

Wanneer men echter dat middenrif niet goed bedwingt dan ontstaat er een hele lip-spannings-cultuur die absoluut dient vermeden te worden.

De motor van het blazen en van het zingen is de ademhaling gesteund op het middenrif, met de klemtoon op een lage buik- en flankademhaling. De lip dient als afwerking, nooit als luchtregelaar. Wanneer de schouders te hoog opgetrokken worden zit er ook duidelijk iets fout.

Het toppunt is, dat wij allemaal deze natuurlijke ademhaling beoefenen zonder het te weten : bij het slapen / bij platte rust ! Wanneer wij echter opstaan, ontstaat er een vorm van stress waardoor wij hoger gaan ademen en dat moeten wij afleren. De meisjes en dames moeten dan ook leren dat bun buikje naar voor moet, zelfs als dat esthetisch minder goed uitvalt ! (Noblesse oblige : het Natuurlijke gaat vóór het Esthetische ... ) Flodderkleren kunnen hier wonderen verrichten.

Onze hedendaagse musici kunnen uiteraard ook een opleiding volgen tot zanger of zij kunnen de ademhalingstechniek aanleren (via het zingen). De wil om zo goed mogelijk te musiceren is hier de perfecte drijfveer. Iedereen kan wel een aantal tonen uit zijn/haar instrument blazen maar zijn deze wel te aanhoren ? En het is zeker niet omdat men reeds virtuoos is dat men niets meer kan bijleren !

Het Koninklijk Muziekverbond van België is uw beste partner in het zoeken naar de beste oplossing : een oplossing die iedereen kan bevredigen : musici, dirigenten, publiek...


Professor Léon-Bernard Giot.




PROF. GIOT AAN DE EER

Bij het ter perse gaan vernamen wij dat tijdens een plechtigheid in Lede, prof. Bernard Giot werd gelauwerd met de "gouden medaille" van het Vlaams ministerie van cultuur voor zijn grote verdiensten inzake de koormuziek. Proficiat !






DE IDEALE KOORZANGER


Iedere koorleider droomt van een reeks goed geschoolde, goed getrainde koorzangers. Het publiek droomt van grote koren, hoe groter hoe beter ! Wij weten wel beter...

De meeste koren bestaan uit een allegaartje gaande van "muzikale leken" tot semi-professionele koorzangers. Het is dan ook heel moeilijk voor elke koorleider om met een soort gemengd geheel werken te brengen op een aanvaardbaar peil. Ik zeg : werken brengen, want heel weinig koren komen wekelijks samen louter en alleen voor het plezier ! Optredens zijn voor de koorzangers een uitdaging en een bevestiging van hun "kunnen", hoe weinig dat dit ook is.

Nochtans leert de ervaring dat men als koorleider veel beter kan werken met mensen die er helemaal niets van kennen dan met mensen die denken het allemaal te kunnen. Er zijn inderdaad koorzangers die werken met een bandopnemer om hun eigen partijen thuis verder in te studeren. Zij zijn het die steeds op tijd op de repetities en uitvoeringen aanwezig zijn. Zij die denken dat zij veel beter zijn komen te laat, missen een heleboel repetities, enz. en dat schaadt de goede werking van het koor. Goede zangers trekken de minder goede mee ; sommigen voelen dit aan als ballast, anderen voelen dat aan als een taak. Er zijn heel wat trucjes om de fouten en gebreken van de minder goede zangers weg te steken, maar er aan denken is de boodschap ! Iedere goede koorzanger (zowel liefhebber als beroeps) heeft naar mijn mening de volgende opdracht, ongeacht zijn eigen capaciteiten, en uitsluitend in het algemeen belang van het koor :

Aan allen van harte heel veel succes toegewenst in 2001 ! Het derde millennium kan nu écht beginnen...

Professor Léon-Bernard Giot






Oost-Vlaamse zang- en ademschool Léon-Bernard Giot

INTERNATIONALE ALLURES


De Oost-Vlaamse zang- en ademschool van professor Léon-Bernard Giot krijgt internationale allures.

Twee leerlingen van Professor Giot, met name Christel Pagnoul (zangeres) en Frank Bechemilh (componist-tekstschrijver-pianist-zanger), deden onlangs mee aan de finale van de selectie voor het Eurosongfestival.

Zij behaalden er de 7de plaats, maar ongeacht het resultaat waren zij van in het begin van plan om een single-CD uit te brengen, samen met de internationale en wereldbekende gitarist Francis Goya. De eerste internationale productie zal bestaan uit twee liederen : 'Pour la vie' en 'C'est dommage'.

Daarenboven werd Christel Pagnoul (slechts 17 jaar oud) geselecteerd om de hoofdrol te spelen van de musical 'Notre-dame de Paris' die gespeeld wordt te Parijs. Zij kreeg meteen de rol van Esmeralda in dit kunstwerk van Victor Hugo.

Frank Bechemilh en Rachilde Touil (eveneens leerlingen van prof. Giot) werden uit 8000 kandidaten geselecteerd om bij Francis Cabrel (meest bekende actuele Franse zanger en grote steun voor jonge muzikanten en compnisten) te Astaford aan een 10-daagse compositiewedstrijd deel te nemen. Zij moeten op het einde van deze 10-daagse hun nieuwe creatie presenteren aan een professionele jury van 400 leden. Frank Bechemilh kan nu reeds meer dan 200 liederen uit het hoofd zingen en begeleiden aan de piano ! Hij is slechts 25 jaar.


Wil u meer weten...

Deze drie leerlingen volgen hun opleiding aan de zang- en ademhalingsschool van prof. Léon-Bernard Giot te Melle.

Voor inlichtingen : contacteer het Kon. Muziekverbond : 02/241.36.65 of de Zangschool : GSM 0476/43.19.90.
http://www.christelpagnoul.com

Bron : Oost-Vlaamse Klanken - Officieel Tijdschrift van het Koninklijk Muziekverbond van België, afdeling Oost-Vlaanderen "De Beiaard" 14/11/2000.