Regel van drie

In een aantal vraagstukken worden er twee grootheden met elkaar vergeleken. Deze twee grootheden houden dikwijls verband met elkaar. Dit wil zeggen als de ene grootheid groter wordt, vermeerderd de andere ook. En als de ene grootheid kleiner wordt, verminderd de andere grootheid eveneens.

Voorbeeld:  Een doos spijkers bevat 75 spijkers en kost 10. Hoeveel kosten 90 spijkers?

Er is een verband want als de ene grootheid (= het aantal spijkers) vermeerdert, vermeerdert hier ook de andere grootheid (= de prijs van de spijkers). Zulke vraagstukken kan je oplossen met de regel van drie.

75 spijkers        =========>        10

          1 spijker        =========>        10 : 75

                 90 spijkers        =========>        10 : 75 . 90 = 12

Antwoord : Voor 90 spijkers betaal je dan 12.