Zeispreuken

terug
't En zal mij nooit meer gebeuren, zei Klaas Stoffels, dat vader sterft en dat ik er niet bij ben.

Het nodigste eerst, zei Jan, en hij ontstak zijn pijpe, eer hij zijn dronken Triene uit de gracht hielp.

Men kan 't niet al onthouden, zei Wanne Wap, als ze ging melken, en z'had haar twee emmer vergeten.

Stout gesprokne is half gevochten, zei Klaas, en hij gaf zich voor niemand.

Waar volk is, is er neringe, zei de mosselman, en hij reed met zijn karre in de kerke.

Alles moet gedaan worden met overleg, zei Huysentruyd, en hij verkocht zijn stove om kolen te kopen.

't Is allemaal wind, zei Jan Schippers, en hij blied in 't zeil.

Ze maken de haringen nu van langs om minder, zei 't wijf, en ze zag sardijnen te kope liggen.


overzicht