Kantoor van afgifte 2440 Geel 1
Verschijnt 5 maal per jaar:
feb.-april-Juni-Sept.-Dec.
8e jaargang Nr 41 - September 2004
Verantwoordelijke uitgever:
Hannes Eddy
Pastoor Op De Beeckstr. 73
2440 Geel.
Erkenningsnr.: P2A9548


| Naam | Functie |
|---|---|
| Groffils Ludo | Clubvoorzitter |
| Bensch Danny | Secretaris |
| Bensch François | Materiaal verantwoordelijke |
| Willy Van De Poel | Duikverantwoordelijke |
| Lodewyckx Erik | Assistent duikverantwoordelijke |
| Hus Xavier | Meewerkend bestuurslid |
| Hannes Eddy | Redactie Clubblad |
| Van Lommel Koen | Duikstages |
| Luc Decabooter | Ombudsman Zeester |
| Krols Yves | Verantwoordelijke zwembadredders |
| Verdonck Dirk | Meewerkend bestuurslid |
| zeester@belgacom.net | |
| website | http://users.belgacom.net/DeZeester |


Hallo,
Met deze plons zijn wij begonnen aan een nieuw duikseizoen .
Wat vliegt de tijd. Mijn grootste voldoening is als iedereen heeft genoten van zijn vakantie en indien al zijn duikuitstappen op een veilige manier zijn verlopen.
Na een onderbreking van twee maanden zwembadtrainen vliegen wij er vanaf de eerste donderdag van september terug in.
Het is nu weer dat wij onze kalender, dan bedoel ik de Van dienstkalender weer in het oog moeten houden. Waarom? Moet ik u niet steeds blijven herhalen.
Op het moment dat u dit leest zal het volgende wel al gepasseerd zijn.De
uitstap rond 15 augustus naar Nederland, dit maal op camping De
Muie zal hopelijk evenveel succes kennen als al die andere jaren bij
Den boer. De resultaten zullen wij wel leren kennen na de
zwembadtrainingen aan den toog van het zwembad.

Tot donderdaags............
Ludo,

Hallo iedereen,
Onze duikschool organiseert voor volgend jaar 2005 ook weer een shortski met vertrek op donderdag 03 maart 2005.
Dit jaar gaan we met z'n allen skiën in het Alpachtal in Oostenrijk.
Verblijven doen we in een hotelletje in Wiesen. In 2004 hadden wij 180 Euro voor de skiers en 120 voor de niet skiers betaald. Uiteraard enkel voor het vervoer, skipas (voor de skiërs) en logement maar zonder eten. Wat heeft de organisatie van Rob Mondelaers betaald: 268 , maar daar was dan inbegrepen, het vervoer, de skipas (voor de skiërs) het logement met halfpension.
De kamers waren onmiddellijk ter beschikking en mochten behouden worden tot juist voor het avondmaal van de dag van vertrek. Zeker veel aangenamer om na het skiën nog een lekkere douche te nemen en niet halsoverkop en stinkend in de bus te springen.
Voor de niet skiër bestaat er tevens de mogelijkheid om begeleide winter-wandelingen te maken.
Wie geïnteresseerd is dient zich zo vlug mogelijk kenbaar te maken aan :
| Meynen Roger: | 013/785741 | 0473/837890 |
| Mondelaers Rob: | 014/378909 | |
| Groffils Ludo: | 011/526504 | 0497/413172 |
Groetjes,
Ludo
Om te breken met de Aquabest-sleur van vorige jaren stelde Willy voor om dit jaar de plas Rauwbraken eens te gaan bekijken. Hilde haar vriend kende de duikinstructeur daar en naar het schijnt zou het een water zijn zoals het zilvermeer maar dan met veel leven.
Zo gezegd zo gedaan, en maanden op voorhand verscheen de datum 27/06/04 in de clubblaadjes om met z'n allen naar Rauwbraken te gaan.
Ik was dan ook een beetje verbaasd dat we uiteindelijk met een ploeg van slechts drie man naar ginder moesten rijden. Enkel Willy, Wim Helsen en ikzelf waren op de afspraak. Maar goed, we zouden laten zien dat de afwezigen ongelijk hadden, en terugkomen met verhalen over zoetwatersepia's en blote zeemeerminnen, dus wij vol goede moed naar ginder.
Na een rit van een kleine 60 km door de Kempense bossen en velden (via Retie en Arendonk langs Poppel naar Tilburg) waren we ter plaatse.
Aangezien ik nogal vlot Hollandees praat werd ik er door Willy op uit gestuurd om de omgeving te verkennen. Geen volk aan de inkomkassa, dus dan maar gratis binnen, en midden op het grasveld voor de plas stond ik ineens oog in oog met één van de inboorlingen: duikinstructeur Frank. Willy had via e-mail gereserveerd, dus Frank had onze komst tot in de puntjes voorbereid. Koffie en thee stonden klaar, het gastenboek lag te wachten op nieuwe nota's, en twee dikke briefingmappen lagen te blinken op tafel. Vervelend detail: Frank had zich voorzien op een groep van 16 personen, dus ons groepje viel wat mager uit, zelfs met mij erbij.
Doch niet getreurd en eraan begonnen. Willy mocht de auto voorrijden om al ons materiaal gemakkelijk te kunnen uitladen. Prima faciliteiten wel: betegelde en overdekte kleedruimte, een tuindouche om je materiaal te spoelen na de duik, vergrendelbare kastjes voor persoonlijke spullen, afsluitbare kamer voor duikbakken, compressor om te vullen voor eventuele tweede duik ( 3 per vulling), kleedhokjes en toiletten genoeg... amaai. Het zag er echt goed uit.
Nadat Willy de auto weer op de parking had gezet begon de briefing. Eerst een hele opsomming van wat we allemaal niet mochten doen. De put was 15 meter diep, maar de instructeur had liever dat we zo diep niet gingen. En er lag wel een klein wrakje (bootje van 10 meter lang) maar daar mochten we enkel naar kijken van buitenaf, er zeker niet in gaan. Want dan bleven onze luchtbellen in dat wrak zitten en als de dive master van op de oppervlakte geen luchtbellen meer zag zou hij ongerust worden. Om dezelfde reden mochten we ook niet te lang onder de ponton of de brug vertoeven: er onderdoor zwemmen mocht, er onder blijven hangen niet. En dat ging zo maar door en door en door... En dan heeft hij er de briefingmappen (gelukkig) zelfs nog niet bij genomen, wie weet hoe lang had het dan nog geduurd.
Na een briefing van vlotweg een half uur ( dus twee minuten per meter diepte) mochten we eraan beginnen. Ik heb nog even overwogen om zoals altijd in deze periode in shorty te duiken, maar gelukkig had ik eerst naar de temperatuur van het water gevraagd: 20 °C aan de oppervlakte, en vanaf een meter of vier, vijf diep 15 en minder. Nu ben ik wel wat gewend van in de winter in nat pak te duiken, maar op vier meter van 20°C naar 15°C gaan in shorty leek me toch niet zo slim, dus mezelf maar in het lange pak gehesen.
Welaan, te water want anders blijf je droog. Hup, plons, en daar lagen we. Op een diepte van een meter of twee. In het slijk. Tussen de boomwortels. Zichtbaarheid: 1 meter. Dan maar wat dieper. Vanaf vier meter: een kou waar je hoofdpijn van kreeg. Langs de kant de put rond dan maar, op zoek naar de viskes, want die zouden tussen de wortels zitten volgens Frank.
Wat volgde was een dik half uur van ploeteren, op onze knieën in het slijk zitten met het hoofd boven water om ons te oriënteren, over en door wortels en takken klefferen om uit een doodlopend stukje te geraken. En geen fucking vis gezien. Allez ja, een school hele kleine visjes, dat wel. En Willy een zeelt en de Wim twee baarzen, maar dat was het. Tot overmaat van ramp had ik wat problemen met m'n materiaal. De eerste trap van m'n ontspanner lekte zodat de tussendruk altijd bleef stijgen en dus mijn tweede trap begon te blazen. De bellen hiervan kwamen onder de kap van m'n pak terecht. Ten eerste is dat geen zicht en ten tweede duikt dat niet gemakkelijk.
Kortom: na veertig minuten waren we rond, en toen we uit het water kwamen stond Frank breed te lachen. "En, hoe was ie???" Nou, koud, slecht zicht en amper vis, maar verder wel goed, oetlul. Och nee, dat neem ik terug. De Frank was geen oetlul, de mens deed zijn best, hij kon er ook niks aan doen. Echt een toffe kerel, maar zijn oerhollandse gezelligheid was op dat moment een beetje irritant. Naar't schijnt zijn er soms dagen dat ze het wrak van tien meter lang in z'n geheel zien liggen, maar wij hadden net pech.
Als ik toch nog een lichtpuntje moet zoeken in dit rampverhaal: we hebben wel weer wat geleerd. Nu weten we tenminste waarom de Nederlandse duikers aan de kant van de Oosterschelde altijd om de vijf minuten weer boven komen. Als die altijd in zo'n putten gaan oefenen denken ze dat het zo moet.
Na de duik was het wel comfortabel om ons te kunnen omkleden op vers gekuiste zwembadtegels in plaats van in het zand zoals aan het zilvermeer. En die tuindouche om materiaal te spoelen kwam ook van pas.
Nog een rit van 60 km terug naar Geel, en rond 13 uur stonden we weer aan het zwembad. Nog snel de fles gevuld voor het Zilvermeer, en einde uitstap. Onderweg heb ik nog met kim gebeld, en gezegd dat de duik in de Rauwbraken zo slecht was geweest dat we hadden besloten door te rijden naar de Oosterschelde, en dat ze maar met ons Nicky alleen naar het schoolfeest moest gaan. De ijskoude reaktie aan de andere kant zorgde dat ik toch maar snel heb geroepen dat het maar een grapje was. Jaja, die van ons krijgt haar op haar tanden.
Hadden de afwezigen dit keer gelijk? Qua duiken wel. Ik zal het met de Willy z'n woorden samenvatten: "als je ooit een beginner ne ferme kloot wil aftrekken ga er dan hier mee duiken". 't is eigenlijk waar, maar de gastvrije ontvangst en de goeie accommodatie maken veel goed.
Tot slot een oproep aan iedereen om bij volgende clubuitstappen toch wat massaler aanwezig te zijn. Als er maar drie man komt opdagen kunnen we evengoed zelf iets afspreken en vertrekken als we goesting hebben, dan hoeft het geen club activiteit te zijn. En zelf al valt het duiken wat tegen, als we met de hele troep samen zijn hebben we toch altijd plezier, dus wat maakt het uit. Dus volgende keer: allen op post. Afgesproken?
Dirk
Tijdens een familiebezoekje vroeg mijn schoonbroer of de duikers eens geen matchke wilde sjotte tegen de mannen van de slachterij.
Ik heb dat dan maar direct op tafel gesmeten tijdens een weekendje in Holland. Den Danny zag dat wel zitten en zo ging de bal aan het rollen. Er zou ook een barbecue zijn na de match, dat maakte alles nog veel beter. Over de prijs all-in moest nog worden gediscussieerd en die ging van 20 naar 15 , dat kon niet beter.
12 bereid willige duikers hadden we al vlug bij elkaar, op 25 juni '04 niet om 19.00u maar om 19.30u (sorry) zijn we dan heel enthousiast aan de match begonnen.
Na 2 min. knalde den Hannes er al één tegen de netten . Een beetje later was het weer van dat en trapte den Ives Meynen er ééntje in, en nog net voor de 35 min. gepasseerd waren deed de lange ( Patrick de Jonge ) zijn bijdrage ook met ne chique pot in de kram.
Dat maakte dat wij heel luxueus met 3-0 voorsprong lees dit goed een waterke gingen drinken en een beetje rusten. Die ander mannen hadden wel een veel grotere supportersploeg bij maar het meeste gejoel kwam toch van de duikersvrouwen. 10 min. zijn rap om en zo begonnen we dan aan de 2de helft . Iveke Krols toch, ge moogt u benen niet zo ver open zetten als de bal komt, Want dan rolt hij ertussen hé manneke! Onze keeper verstond dat niet zo goed, de jotters hadden dorst voor iets anders en die ander mannen werden beter. Maar de duikers deden hun best , zo maakte den Ives Meynen zijn 2de goal (jong zijn heeft toch zijn charmes)
Na een prachtige solo actie schoot dan daar ne witte van Looi de laatste in het juiste kot ( den enige flits die we er van gezien hebben). Spijtig mannen maar die andere waren iets beter, de fut van de eerste helft was er niet meer, maar den dorst en den honger des te meer Toch zijn we met een opgeheven hoofd naar den douche gegaan ook al was de stand 6-5. Goed gedaan duik-sjotters.
Proper gewassen en gestreken zijn we dan aan tafel gegaan, er was vlees voor 100 man en dat moesten we met 60 man opeten, der is daar niet gegeten maar gefret. De Franky en den Yves zijn zeker 7 keer gaan aanschuiven en of die kunnen eten seg .Die ander hebben zeker niet moeten onderdoen het was heel goed en er was heel veel eten en drinken, wa wilde dan nog meer. Dat er veel drinken was, veel te veel, was dan ook weer goed te zien aan sommige. Uw reporter ter plaatse had dan wel niet meegesjot, maar aan den toog heeft hij weer als één van de betere zijn best gedaan! (regime zal zo nooit goed komen) misschien niet het meeste gedronken maar wel het zatste.
Toen dj Jan zijn platenkast bovenhaalde werd er nog een danske geplasseerd ook. Om 1.00u stopte den dj en reed iedereen moe maar voldaan huiswaarts. Er zijn al afspraken gemaakt voor volgend jaar, want dit was zeker voor herhaling vatbaar. Ik weet zeker dat er bij waren die zonder blozen serieus over het vaste bedrag (15) gegaan zijn .
De mannen van de slachterij zijn verwittigd, wij gaan volgend jaar terug.
Uw reporter live ter plaatse: Jef DC

Vier weken Griekenland zouden het dit jaar worden. Mariette wilde al jaren naar Griekenland, maar gezien de temperaturen aldaar heb ik de boot al die jaren kunnen afhouden. Mijn vrouwtje is een echte zonneklopster en kan goed tegen de hitte, maar ik ben van een veel lichter huidtype. Zij verbrand mooi bruin, en ik mag altijd voor kreeft spelen. Maar de vorige twee jaren in Kroatië had ik wonderwel goed doorstaan, misschien dat ik met het ouder worden er beter tegen kan, zoals sommige oude mensen die er echt getaand uitzien. Als ik de dag van vandaag in de spiegel kijk dan zie ik niet veel verbetering meer
Op 2 januari heb ik via Internet de boot gereserveerd, van Venetië naar Igoumenitsa, dat is een havenplaats vooraan in Griekenland, juist voorbij Albanië. Bijna 24 uur varen, maar we slapen gewoon in onze camper, in het ruim van de overzetboot, camping on board noemen ze dat, en we krijgen zelfs een stroomaansluiting zoals op een echte camping. De boot heeft maar alleen aan de achterzijde een inrit voor wagens, dus dat betekent omkeren in het laadruim. Maar met een trailer er achteraan voor onze twee tuffers is dat niet vanzelfsprekend. Vrouwtje mag onze combinatie de boot binnenrijden en met behulp van de vriendelijke bemanning komt alles mooi op zijn plaats te staan in het ruim. Ruim kan je de boot wel noemen, meer dan 200 meter lang, drie autodekken boven elkaar over de ganse lengte, en daarboven nog drie passagiersdekken, en natuurlijk alle comfort inclusief een zwembad. Veel tijd om je te vervelen krijg je niet, met een volledige rondgang aan boord ben je al flink wat tijd kwijt. En 's avonds kunnen we de halve finale van het EK volgen, namelijk Tsjechië tegen Griekenland. Er zijn ook wat Grieken aan boord, die voor de nodige sfeer zorgen. Ze zijn heel blij met de overwinning, maar blijven relatief rustig.
Dat betekend dat we de finale van de Grieken in Griekenland zelf kunnen meemaken, dat belooft. Ontschepen gaat vrij vlot en eindelijk zijn we op Griekse bodem. Al direct op weg naar onze eerste bestemming, zijnde Meteora, een honderdtal kilometers recht het binnenland in. Recht is bij wijze van spreken, want Griekenland is voor 90 procent bergachtig, en het zijn scherpe bergen, geen glooiende heuveltjes. Onderweg moeten we zelfs over een bergpas op meer dan 1850 meter hoogte, en passeren we op enkele meters de skiliften. Het zijn geen uitgestrekte skigebieden die ze hier hebben, maar er zijn er toch. Meteora is bekend om een zestal kloosters, die op de punt van een kaarsrechte rotspunt gebouwd zijn. Wanneer je eindelijk het hooggebergte door bent, wat trouwens ook de moeite van het doorrijden waard is, zie je plotseling in de laatste afdaling een uitgestrekte groene vallei voor je neus opdoemen. Zover het oog reikt is alles plat en groen. Zeer contrasterend. En in het begin van die vallei heb je dan nog enkele kaarsrechte uitlopers in een soort pekzwart gesteente die wel 200 meter loodrecht naar de hemel wijzen. En op de schijnbaar onbereikbare punten van deze rotsformaties zijn dan een zestal kloosters gebouwd die ieder een volledige top in beslag nemen, vier mannenkloosters, en twee vrouwenkloosters. Eén van deze kloosters heeft ooit nog dienst gedaan als decor in een James Bond film, maar ik weet niet meer welke. Den James moest dan 200 meter kaarsrecht omhoog klimmen om de snoodaards daarboven te overmeesteren. Maar eigenlijk is dat boerenbedrog, want aan de achterzijde van deze schijnbaar onafhankelijke reuzenzuilen is er een natuurlijke helling, en kan je via een goede asfaltweg tot bij de voordeur en de parkeerplaats van de verschillende kloosters rijden. Ze zijn alle zes te bezichtigen, mits betaling, en ze doen alle zes goede zaken. We pikken er (natuurlijk) een nonnenklooster uit en betalen 2 euro entree per persoon. Veel is er niet te zien want de oppervlakte is beperkt en alles staat dicht bij elkaar, maar toch een bezoekje waard. Alleen het uitzicht over de vallei is al de moeite waard. Aan den entree zit een dertigjarige kloosterzuster, en eentje die er mag zijn qua uiterlijk. Ik besluit wijselijk om toch maar geen werk te maken van het inruilen van één (gebruikte) Vlaamse tegen één (nog nieuw?) Griekse.
Mijn verlof is nog lang, en aldus gaat onze reis de volgende dag dan toch maar verder in dezelfde bezetting. Een doorsteek terug naar de kust door een volledig niet-toeristisch gedeelte van het vaste land, strand na een dag rijden hopeloos in de haast volkomen verlaten bergen op een onberijdbare rotsweg. Wat volgens de kaart een asfaltweg zou moeten zijn, is plots een rotspad waar je nauwelijks met ezel en kar over kan. Mariette ziet het helemaal niet meer zitten want we zijn ondertussen al flink dooreen geschud op de niet in bijster goede conditie verkerende bergwegeltjes. Als bij wonder is er dan even verderop toch een klein plateautje waar we onze combinatie kunnen keren. Terug naar af. Nog een tiental kilometers scheidt ons van de bewoonde wereld aan de andere kant van de bergen, ik zie de rode daken van de huisjes in de verte al, maar de weg is letterlijk weg. Het laatste dorp bestaande uit drie huizen zijn we al twee uur geleden gepasseerd. Ik wil hier best een dagje blijven staan en overnachten, de natuur is wild maar prachtig. Maar Mariette is niet meer in stemming en wil zo snel mogelijk terug naar de bewoonde wereld. Later zouden we te weten komen dat we in een gebied terechtgekomen zijn waar nog wilde zwijnen en zelfs beren leven. Dat had nog een nachtje kunnen worden met een familie beren aan de ontbijttafel Terug in de bewoonde wereld slapen we van vermoeidheid op de parking van een wegrestaurant, het is te laat om nog tot bij een camping te geraken.
De volgende dag hebben we haast een volle dag nodig om via de normale wegen aan de kust te komen. Veel kilometers doe je hier niet op een dag als je maar tegen 20 of 30 per uur door de bergen moet. De kuststreek valt dan nog tegen ook, te veel industrie, en dus rijden we door naar Delphi. Dit is één van de vele archeologische sites die de moeite waard zijn om te bezoeken. Maar eerst volgen we 's avonds op de camping de finale van het EK, Portugal tegen Griekenland.Moederziel alleen zitten we in de tv-ruimte van de camping. Af en toe komt de dochter van de campingeigenaar een verveeld blikje mee werpen. Ik had me de finale in Griekenland toch anders voorgesteld. Na het eindsignaal is er plotseling toch vuurwerk uit het nabijgelegen dorpje, en horen we getoeter van auto's. De dochter van de baas is alleen maar blij omdat wij eindelijk gaan slapen en zij de tv kan afzetten. Dit hadden we ons toch anders voorgesteld, maar we zaten blijkbaar niet op de juiste plaats. Een haast lege camping is voor het volgen van zulke evenementen niet de ideale plaats. En lege campings, die gaan we nog veel te zien krijgen, maar dat wisten we toen nog niet.
Dus de volgende dag Delphi bezocht, en daarna op weg naar Athene, het orgelpunt van ons cultureel gedeelte van onze reis. Athene beschrijven met één woord kan je best met chaotisch. Met onze moto's banen we ons een weg door het opdringerige verkeer, en parkeren eindelijk aan de voet van de Acropolis. We moeten nog een eind te voet omhoog en het is er warm, zeer warm, maar toch nog net draaglijk, zelfs voor mij. Ons ticket voor de Acropolis geeft ons recht op zes verschillende archeologische sites in en om de Acropolis. Te voet en met behulp van onze moto's slagen we er in vijf van de zes sites te bezichtigen, overigens allemaal de moeite. Nummer zes, een onderaards kerkhof dat alleen via de metro bereikbaar is laten we voor wat het is. De weg vragen is telkens een ramp, wij spreken geen Grieks, en de meeste Grieken die we tegen komen spreken enkel Grieks. Geen enkel woord versta je er van. De wegwijzers, als ze er al zijn, zijn meestal uitgevoerd in het Grieks, en dat alfabet kennen we nog niet zo goed, later zal dit gelukkig beteren en leren we onze plan trekken. Alfa, bèta, gamma, delta, en zoverder, krijgen langzaam betekenis voor ons. Maar het blijft vreemd als je de letter P ziet staan en je moet ze als de letter R uitspreken, zoals Petsina, wat dus Retsina betekent, en dit is maar één voorbeeldje. Hier hadden we als toerist binnen de Europese Gemeenschap niet echt rekening mee gehouden. Arabisch in Egypte of Tunesië, dat vinden we maar normaal, maar het echte antieke Griekse alfabet in Griekenland, daar hadden we niet bij stil gestaan. Op de hoofdwegen zijn de meeste wegwijzers gelukkig tweetalig, maar die vlieger gaat bijlange na niet altijd op langs de kleinere wegen. Als convoyeur moet ik hier serieus uit mijn pijp komen, want een verkeerde weg inslaan betekend terugdraaien, en dat is altijd niet gemakkelijk met onze dubbelspan op de smalle wegen. En als er onvoldoende plaats is om te keren, mag ik de trailer afpikken en er mee sleuren tot we gekeerd zijn, en dat betekend zweten, zweten en nog eens zweten bij die hitte.
Welgeteld één week voor onze afreis heb ik een airco laten installeren op onze campingbus, lang getwijfeld, maar ik ben nu toch wel blij dat ik de investering uiteindelijk toch gemaakt heb. Het nadeel is wel dat het ding op 220 volt werkt, en je dus altijd verplicht bent van op camping te gaan staan, maar dat is voor ons geen echt bezwaar. Op zonnepanelen kan ook, maar daar heb ik eigenlijk een beetje te weinig plaats voor op mijn dak.
Van Athene trekken we op rondrit naar de Peleponesos, een schiereiland, groter dan België, gescheiden van het vasteland door het met de hand gegraven kanaal van Korintië. Een kanaal dat een echte toeristische bezienswaardigheid is, maar dat wij volkomen gemist hebben door het nemen van de enige autosnelweg in Griekenland. Anderhalve euro moesten we betalen voor de zestig kilometer haast verlaten splinternieuwe autosnelweg van Athene naar Korintië. Het schamele verkeer dat er passeert rijd dan nog op de pechstrook ook, want ze weten niet waarvoor deze anders zou dienen. En ze toeteren er op los als ze ons voorbij steken, want wij rijden dus niet op de pechstrook. We zouden wel goed zot zijn om tegen 130 km per uur over de smalle pechstrook te gaan laveren als er twee volledige rijvakken vrij zijn zover als je kan zien. Nadeel van deze autosnelweg is dus dat de convoyeur er zijn gemak van neemt, en dus plotseling al 20 km voorbij het kanaal van Korintië is als zijnen euro valt. Dus zijn we maar verder gereden, de lokroep van de maagdelijke stranden van de Peleponesos zo vlug mogelijk achterna. Maar die maagdelijke stranden vinden, dat is altijd niet gemakkelijk. Wat op de (gekregen) landkaart (van 1997) een lieflijk baaitje met een klein typisch Grieks vissersdorpje lijkt te zijn, is in werkelijkheid ondertussen uitgegroeid tot een vervuilde drukke baai met een betonnen werf van nieuwbouw er omheen zo ver het oog reikt, brrrr, daar zijn we niet voor naar hier gekomen. Maar wie zoekt die vindt. We moeten wel eerst de halve Peleponesos achter ons laten vooraleer we voor de eerste keer echt van ons vakantiegevoel kunnen genieten. In de buurt van het antieke Monemvasia, dat wel toeristisch is, maar toch veel van zijn authenticiteit bewaard heeft, vinden we camping Paradise. Verzorgde camping (naar Griekse normen welteverstaan) met flink wat schaduw, alles erop en eraan zoals winkeltje en restaurantje, en een privé strandje, half zand, half keien.
Hier blijven we voor het eerst enkele dagen staan, en maak ik voor het eerst al snorkelend kennis met de onderwaterwereld van de Griekse wateren. Een kennismaking die niet tegenvalt, en die hoopvolle vooruitzichten bied. Echter duiken is er voorlopig nog niet bij wegens gebrek aan duikstations. En dus komen onze trouwe dikwielers van stal en chopperen we er enkele dagen op los. Op zoek naar ons eenzame strandje tuffen we dus lustig rond. In tijd rijden we vele uren, maar de kilometers tellen traag bij. Het is allemaal van dat haakse bochtenwerk dat je hier moet uitvoeren. En serieus stijl bergop en bergaf. Ik kies natuurlijk bewust voor de kleinere wegen om zoveel mogelijk van het authentieke Griekenland te kunnen genieten. Wat is er fijner dan in short en mouwloos T-shirt, en zonder helm uiteraard, je te laten bruin bakken op de verlaten Griekse binnenwegen? In de bergen, zo'n duizend meter boven de zeespiegel, heb je al rondtuffend geen last van de warmte. Maar owee als je dan eens even afstapt om een idyllisch vergezicht op de gevoelige digitale plaat vast te leggen, dan moet je opletten of je brand de billen aan je zadel als je terug wilt opstappen. Genieten is het volop als je kunt verpozen op een schaduwrijk marktpleintje van een tiental huizen tellend dorpje. Godendrank is dan de plaatselijke wijn die je in ieder dorpje op het altijd aanwezige overschaduwde terrasje kunt nuttigen voor een schamele anderhalve euro voor een halve liter.Bier kennen ze ook, maar alleen Amstel, of nog erger, Heineken, twee euro voor een halve liter. Interbrew heeft hier een volledig land aan zijn commerciële neus laten voorbijgaan, de Hollanders zijn hier baas als het op bier aankomt. De volgende twee weken vervolledigen we onze rondrit rond de Peleponesos. Iedere twee of drie dagen rijden we een stukje verder over de hoofdwegen, en verkennen dan de nabije omgeving met onze motorfietsen. Strandje hier, strandje daar, terrasje hier, restaurantje daar, overal snorkelen, maar nergens duiken! Zelfs in Pylos waar de baai nog vol oorlogswrakken ligt van de verslagen Turkse vloot (1827 - zeeslag bij Navarino - 60 gezonken Turkse oorlogsbodems) wordt er niet gedoken. Je kunt er wel boottochtjes maken, en bij kalme zee zie je de wrakken zelfs liggen van op de boot. Mijn duikershartje begint nu toch wel stilletjes aan serieus te kriebelen. Dan doen we in de plaats daarvan nog maar wat aan cultuur, we gaan nog wat oude stenen bezichtigen. In Sparta bezichtigen we de antieke versterking Mystras, zeer de moeite en je bent er een dikke halve dag zoet mee. Wel vermoeiende, want de versterkte stadswallen beginnen halverwege een bergpiek en eindigen op de top met een citadel, en onderweg niets dan trappen, kloosters, bijgebouwen en nog eens trappen. De tempel van Apollo in Vasses, helemaal op een bergpiek gelegen, is ook de moeite. En op de weg er naar toe pikken we nog drie of vier kleinere archeologische sites mee, weer een dagje gevuld.
Top of the bill is uiteindelijk Olympia, de plaats waar de antieke olympische spelen ontstaan en gehouden werden. Het aantal tempels en bijgebouwen op deze site is haast niet te tellen. Al rustig rondkuierend kan je hier gemakkelijk een dagje omkrijgen. Maar de namiddag is blakend heet, zonder een zuchtje wind, dus vluchten we naar het nabij gelegen museum, daar is airco. Ondanks al de toeristen is het museum een oase van rust. De tweeduizend jaar oude kunstwerken zijn een lust voor het oog (en sommige museumbezoekers ook ). Mijmerend op een koele marmeren bank kan je al dagdromend genieten van al dit moois. Terug buiten overvalt ons opnieuw de onbarmhartige hitte, onze thermometer in onze mobilhome staat op maximum, zijnde 50 graden. We vluchten terug naar de kust, en rijden door tot we 's avonds om 8u15 de laatste boot naar het vakantie-eiland Zakynthos nog net halen. Voor 52 euro zijn we overgezet, inclusief bus en trailer. Het is halftien 's avonds als we ontschepen, en na een wandeling door het bruisende nachtleven van de hoofdstad overnachten we in de haven.
Op Zakynthos kan je duiken, dat had ik thuis op Internet al gezien. Al snel had ik op de digitale snelweg een vijftal duikcentra gevonden, en dat leek me wel voldoende. Echter in de buurt van onze eerste camping kan je alweer niet duiken, dus verplaatsen we ons na twee dagen naar de andere kant van het eiland. Op enkele honderden meters van de camping ligt het duikcentrum Adventure Diving. De naam is veelbelovend, maar het is volledig Hollands, en uiteraard PADI, dus ik weet niet wat ik hier moet van denken. Echter, de vriendelijke en rondborstige goed in het vel zittende puur Hollandse instructrice, Jacqueline genaamd, beloofd me dat het best zal meevallen. Massa's vis hoef ik niet te verwachten, maar de rotsformaties en de vele grotten blijven haar nog altijd boeien. Ja, haar wel, Ze moet me wel de garantie geven dat ik niet met echte beginnelingen hoef te duiken. En dus koppelen ze me aan een zekere Peter, die al PADI Advanced is en in totaal al 30 duiken gedaan heeft tijdens zijn duikcarrière. We spreken dus af voor de volgende morgen, vertrek omstreeks 9u30. Met mijn duikzak achter op het zadel en mijn loodgordel omgegord rijden we de volgende dag naar de duikbasis. We gaan aan boord samen met drie vrij jonge instructrices, twee nog jongere snorkelaarstertjes, en een viertal andere duikers. Allemaal echte Nederlanders, behalve de Griekse schipper en wij dus. Aan boord krijgt één van de beginnende duikers nog snel een halve PADI cursus over zich heen van de altijd onvermoeibare en enthousiaste Jacqueline. Al snel zijn twee van de drie andere duikers ook verdiept in hun cursus. Alleen Peter, mijn buddy blijft er rustig bijzitten. Tijdens de kennismaking blijkt hij een echte vakantieduiker te zijn, hij heeft nog nooit in Nederland gedoken. Maar van de in Griekenland wettelijke maximale diepte van 30 meter schrikt hij niet terug volgens eigen zeggen. Na een uurtje varen arriveren we bij de Headbanger, een grot die naam waardig volgens de briefing van Jacqueline. Als laatste grappige noot in haar briefing vermeldt ze nog dat we op een boot terechtgekomen zijn met uitsluitend vrouwelijke instructrices, en dat we als we echt willen er nu nog af kunnen, want om de hoek ligt de boot van de concurrentie, en daar zijn alleen mannelijke instructeurs aanwezig. Geen reactie onder de opvarenden en dus gaan we maar te water. De grot begint aan de oppervlakte, en verdwijnt na een tiental meter volledig onder water. Ik blijf de bodem volgen en Peter volgt op een tweetal meter boven mij, misschien houdt hij wel van headbangen. Het is een leuke grot om eens een keertje doorheen te zwemmen, maar echt veel is er niet te zien, in welke onderwatergrot trouwens wel? Eigenlijk is het maar een spleet die dwars door een uitloper van de steile rotswanden loopt. Een 40-tal meter verder is de uitgang, en deze ligt op enkele meters onder water. Eenmaal er doorheen begint voor mij de eigenlijke duik pas echt, nu kunnen we de omgeving gaan verkennen. Langzaam langs een glooiende helling daal ik af tot ongeveer 15 meter, en Peter volgt op enkele meters boven mij. Op de rand van een bed zeegras vind ik een levende Pina van dik veertig centimeter lang. Ik wenk Peter zodat hij de reuzenmossel ook eens van dichtbij kan bekijken. Vervolgens zak ik naar diepere regionen. Er zwemt toch wel wat vis, en soms nog van een behoorlijk formaat ook nog. Op 30 meter rem ik af en begin de zo voor de Middellandse zee typische rotsgaten te onderzoeken. Peter volgt alweer enkele meters hoger. Langzaam volg ik de rotswanden terug omhoog. Ik verveel me niet, en het doet een beetje aan Kroatië denken. Onder een reuzenrotsblok vind ik een flinke berekreeft (ook wel Cigal genoemd). Lang geleden dat ik dit beestje nog gezien heb. Ze zit rustig onder het rotsblok te koekeloeren en beweegt verder niet. Ik kan er net niet bij met mijn uitgestrekte arm, en toch blijft ze nog rustig op haar plaats zitten. Het is de grootste die ik in mijn 20-jarige duikcarrière te zien gekregen heb. Prachtig beest! Verderop zie ik nog in een flits een flinke zeebaars onder een rotsblok verdwijnen. Als ik er naartoe zwem komt hij juist terug piepeloeren. Maar als hij mij ziet verdwijnt hij vliegensvlug terug onder de rots. Inspectie met mijn lamp levert echter niets op, het visje is gevlogen. Begrijpelijk als je weet dat er hier nog jacht op gemaakt wordt. Na 48 minuten zijn we terug aan de oppervlakte en even later terug aan boord. Aan Jacqueline moet ik toegeven dat het toch geen slechte duik was, gelukkig maar. Aan boord staan de in de prijs inbegrepen vleesspiezen en broodjes al klaar. Voor bijna 50 voor een dubbele duik mag dat wel.
We verhuizen de boot enkele honderden meter en na een uurtje verpozen, krijgen we de briefing van Lies, en gaan we te water voor onze tweede duik. Volgens Lies zitten hier veel naaktslakken, en natuurlijk nog veel meer moois. Lies mag er anders ook wel zijn. Zij is wel een tikkeltje jongensachtiger dan Jacqueline, maar toch met alles in voldoende proporties erop en eraan. Deze plaats noemen ze het Zuidrif, een naam die me aan de Rode Zee doet denken en daardoor nogal overdreven klinkt in mijn oren. Maar we zullen eerst maar eens poolshoogte gaan nemen alvorens commentaar te leveren. Ook hier weer een zanderige helling van maagdelijk wit zand bestrooid met rotsformaties in alle formaten en vormen. In een soort ondiepe canyon vind ik op het zand al snel een flinke naaktslak. Een centimeter of zes lang schat ik en flink voorzien van pootjes, het lijkt bijna een rups op dikke pootjes, maar dan met alle kleuren van de regenboog. Op twaalf meter diepte vind ik een octopus in een rotsspleet. Angstvallig probeert hij de deur gesloten te houden door kleinere keien aan zijn zuignappen vast te houden. Maar de spleet is zeer ondiep en ik kan de keien gemakkelijk weg trekken, ook al is het erg tegen zijn zin. Met mijn vingertoppen tegen zijn zuignappen gedrukt probeer ik hem er uit te trekken, maar dat lukt natuurlijk niet. Genoeg getreiterd, we gaan verder. Op ongeveer 25 meter diepte komen we boven een loodrechte wand te hangen die, naar ik schat, tot 40 meter diepte daalt. Braaf zak ik enkele meters en hou het bij 30 meter maximum, ook al moet ik hier sterk vechten tegen de aandrang om mij in vrije val te laten vallen tot de lonkende zandvlakte recht onder mij. Van gorgonen echter toch geen spoor, daar hoef ik het niet voor te doen. Maar de rechte rotswand met al zijn gaten bied een natuurlijke schuilplaats bij uitstek voor langoesten. Echter, deze geven allemaal niet thuis. Trouwens, op de menu's in de restaurants heb ik ze ook nog niet gezien, dus ze zullen hier wel eerder zeldzaam zijn. Een eindje hogerop zie ik de schaduw van een flinke zeebaars. Omzichtig nader ik, en jawel, schuin op een metertje onder mij in een rotsspleet ligt hij. Een flinke kanjer, van een groenachtig gespikkelde soort. Peter komt er ook bij liggen, maar dan wordt het blijkbaar toch te druk. Gracieus en statig zoekt onze veelvraat diepere oorden op. Het blijft toch altijd een imposant zicht onder water als je een visje tegenkomt van een kleine meter, flink in zijn vel en bijna even dik als hoog. Al rondscharrelend tussen de rotsformaties verveel ik me niet. Het is geen overvloed dat ik te zien krijg, maar toch goed te doen. De papegaaibekvissen zijn slechts een hand groot in tegenstelling tot hun veel grotere broers en zussen in de Rode Zee, maar toch altijd een leuke verschijning. Te meer daar deze helemaal niet schichtig zijn, dat hoogst waarschijnlijk te wijten is aan hun geringe culinaire waarde. En af en toe passeert er toch een school lekkers waar menig lokaal restaurant flink wat klanten zou mee kunnen lokken. Onze duik zit er na een vijftigtal minuten alweer op, en dus palmen we naar onze boot.
Een andere duikgroep had zelfs twee octopussen gezien. En aldus moet ik weerom toegeven dat er in de arme Griekse wateren toch wel wat te beleven valt. Terug aan wal schrijf ik me dan ook maar in voor overmorgen, zijnde maandag, terug voor een dubbele duik, maar morgen gaan we eerst nog wat toeristen. Echter, van de zondag op maandag breekt er midden in de nacht een onweer los, met als gevolg dat er maandag morgen nog te veel wind staat om uit te varen. Dan gaan we maar mee op dinsdag. De dinsdag kondigt zich aan als een perfecte duikdag, de zee in de baai van Laganas waar de haven gelegen is, is haast een spiegel. Echter, algemeen vaarverbod tot 11 uur, dus nog anderhalf uur wachten. In mijn ogen onbegrijpelijk, maar de dames van het duikstation hebben dit blijkbaar al meer meegemaakt. De Grieken schijnen hier erg voorzichtig te zijn. En dan om 11 uur krijgen we het onthutsende nieuws dat er niet mag gevaren worden met toeristen voor de rest van de dag, behalve particulieren. Volgens de kustwacht spookt het achter het hoekje van de baai nog behoorlijk. Voor dit weer op de Noordzee wil ik direct tekenen, denk ik bij mezelf. Morgen heb ik ook nog een dagje, maar stel je voor dat de overzet boten dan niet mogen varen, dan hebben we een probleem. En dus besluiten we om een dagje vroeger op te krassen en nemen de overzet terug naar het vaste land. Hier zoeken we een camping in de buurt van Patras, onze haven waar we terug op de boot naar Italië moeten. We hebben nog twee volle dagen om te genieten van de overdadige Griekse zon. De volgende dag kondigt zich stralend aan, en het ziet er naar uit dat dit weer een dagje van veertig graden zonder een zuchtje wind gaat worden. Dus dan maar zelf wind gemaakt en we tuffen naar Patras, onze terugreis al inchecken, en nog een souveniertje zoeken. Aan het loket van de scheepvaartmaatschappij Minoan Lines krijgen we dan plots de kriebels, zouden we geen boot vroeger kunnen nemen? Deze zit echter vol, maar naar Ancoma in plaats van naar Venetië gaat nog wel. En aldus vertrekken we anderhalve dag vroeger dan gepland, en moeten we echter driehonderd kilometer verder rijden in Italië dan oorspronkelijk gepland, maar kunnen we vrijdag avond thuis komen in plaats van zondag middag. Griekenland zit er voor ons op, en ik hoop zondag al een duikje te kunnen gaan maken in de Oosterschelde met mijn zoon, die dan hopelijk al bekomen is van zijn jetlag van zijn reisje naar Canada. Griekenland zit er voor ons definitief op. Het is goed geweest, maar het volstaat. We hebben de oude stenen gezien, en voor de rest hoeft het voor ons niet meer. Qua natuur en mentaliteit is Griekenland sterk vergelijkbaar met Kroatië, en dat ligt een flink stuk dichter bij. Toch blij dat we er geweest zijn, kunnen we nu al plannen beginnen maken voor volgend jaar. Corsica staat nog op mijn verlanglijstje, of Sicilië misschien? Of een tripje naar de Noordkaap, met enkele duikjes in de Noordse fjorden? Iemand zin om mee te gaan? Wel warme kleding meenemen, het vriest daar in de zomer nog serieus 's nachts. Mariette droomt al jaren van Thailand (en ik van Thaise vrouwen). Nogal ver met de mobilhome. We zien wel.
Willy,
Op Zondag 11 Juli was het zover, omstreeks 4.50 Hr in de vroege ochtend kwamen we allemaal samen in Paal Beringen. Iedereen zag het zitten want het lange aftellen was voorbij, eindelijk was de vakantie aangebroken. Iedereen was goed op tijd, Peter kris klaartje en Liesje, de familie caeyers met Raf, Kris, Toontje, en Fran, Erik Lodewijckx en Swa Bensch, Mieke en Franky en als laatste ikzelf. Stipt op 5.00 Hr. vertrokken we. De afspraak was dat we probeerden Swa Bensch te volgen want hij trok tevens zijn Boot. Na ongeveer een uurke rijden lieten we België voor wat het was en korte tijd zo ook met Nederland.
We zouden via Duitsland richting Zwitserland rijden.
Na ongeveer 3uur rijden diende Swa te tanken, blijkbaar verstookte hij redelijk wat diesel met zijn bootje achter z'n mobilhome.
Snel waren we weer onderweg en na nog eens drie uur te hebben gereden waren we reeds in de buurt van Freiburg (Zwarte Woud).
Op de parking konden de meesten reeds een autowegen-vignet voor Zwitserland op de kop tikken (+/- 30), doch omdat Swa met zijn mobilhome meer dan 3.5 ton woog kon hij enkel een vignet aan de grens kopen. Ook dat leverde niet veel problemen op en ondanks het feit dat we mekaar ontliepen door aan te schuiven aan de grensovergang met Zwitserland kwamen we enkele tientallen kilometers later weer samen. Blijkbaar was de Swa gebeten door Speedy Gonzalez want ondanks de snelheidsbeperkingen en dat voorbijsteken voor voertuigen met aanhangwagens niet was toegelaten, stoof Swa door Zwitserland alsof het allemaal niet rap genoeg kon gaan. Ik was eigenlijk niet vertrouwd met Zwitserland,
Maar toen we enkele grote meren tussen de bergen passeerden (Sempacher see, Vierwaldstatter See, Meer van Lugano, Meer van Locarno), moet ik eerlijk toegeven dat La Suisse een zeer mooi landje is, zelfs een volgende vakantie bestemming waardig.
Het eerste grote oponthoud kregen we te verwerken aan de Gottard-tunnel, hier dienden we ongeveer een uur aan te schuiven.
De temperatuur begon al aardig op te lopen (richting 30°C, we gingen dus de goede richting uit) doch toen we in de tunnel zelf waren was het hierin dicht tegen de 40°C. Ik kan je vertellen dat na 17 Km tunnel het aardig warm begon te worden in de wagen en ik was dan ook vreed content dat we dat tunneltje uit waren.
Net voor de Italiaanse grens had het mobilhoomke van Swa weer dorst en werd er getankt (Amaai die prijzen in Zwitserland, ongeveer 1.05 voor een literke diesel).
Als snel passerden we de grens en ging het verder via het Como-meer richting Milaan, dan naar Parma waar we uiteindelijk richting Middelandse zee, ttz. La Spezia draaiden.
Een 30-tal kilometers voor La Spezia sloegen we ons bivak op ergens op een parking in de Italiaanse Apenijnen.
Het was reeds 20.00 Hr geworden en de meesten onder ons wisten ondertussen waar hun maag ongeveer lag (honger maw.)
We hadden reeds op voorhand afgesproken dat er een gezamelijke openlucht spagetti-slag zou uitgevochten worden.
De spahetti smaaktte echt verrukkelijk, ware het niet dat het in die bergskes het verdomd koud werd, ik bibberde als het ware uit mijn korte broek. Na nog enkele pintjes (blikskes te hebben gedronken in Swa zijne mobilhome gingen we vroeg slapen (sommige dan toch). Omstreeks 7.00 Hr liep mijn wekkerke af, het was reeds maandag geworden en de eerste dag zat er al op.
Na een simpel ontbijt werd er omstreeks 8.30 Hr vertrokken. We hadden nog ongeveer 350 Km voor de boeg. Swa begon hier zijn eindsprint denk ik, want hij reed nog harder dan den dag voordien. Al snel waren we de Raf kwijt en na wat heen en weer getelefoneer bleek dat hij het iets kalmer aan wou doen omwille van z'n kinderen die een beetje wagenziek werden door al dat bochtenwerk. Dus ging het verder richting Piza ( de scheve toren was zichtbaar vanaf de snelweg) Livorno, Grosseto, en last but not least Orbetello en Monte Argentario (omstreeks s'middags kwamen we er aan)
We dienden niet lang te zoeken naar camping Feniglia, want het stond eigenlijk heel duidelijk aangegeven.
Aan de receptie was ook alles snel geklaard en we kregen onze plaatsen vlotjes toebedeeld. Hier bleek wel dat we erg dicht bij mekaar moesten gaan staan. Maar na wat pas en meetwerk lukte het voor iedereen dan toch, zodat we ons eigen binnenpleintje hadden.
Swa was met zijnen boot buiten de camping blijven staan, omdat we tijdens de namiddag de boot te water zouden laten.
Groot was onze verrassing toen we te horen kregen dat er helemaal geen plaats meer vrij was in de haven van Porto Ercole.
Zelfs niet nadat ik de gehele lokale bevolking één voor één had opgebeld of ze geen plaats meer vrij hadden (alle plaatsen waren namelijk prive ingehuurd en je diende hen te vragen of het niet mogelijk was om hun plaatsje voor twee weken te kunnen afhuren).
Het was ondertussen al laat in de namiddag geworden en iedereen was bijna ten einde raad want zeg nu eens eerlijk, je sleurt niet zomaar nen boot van 3.5 ton mee naar een vakantie bestemming om daar dan te horen te krijgen dat je hem nergens in het water kan leggen, vreed frustrerend moet ik eerlijk zeggen.
Uiteindelijk zijn we dan toch maar naar de privé haven van Cala Galera uitgeweken, en na wat overleggen met de verschillende verhuringsmaatschappijen (verhuring van ligplaatsen) bleek dat het er niet eens zo duur was. Alléé we hadden nu een ligplaats, nu moest enkel nog de boot te water gelaten worden.
Ons optimisme werd al snel de kop ingedrukt, want het was reeds te laat geworden en niemand wou de boot nog te water laten.
We hebben dan maar besloten om de boot+trailer op een parkeerterrein kort bij de haven te stationeren en het de volgende ochtend te proberen.
Terug op de camping gingen sommigen kokkerellen en anderen gingen liever iets eten in het plaatselijke camping-restaurantje.Hier bleek het eten lekker en niet duur.
We zouden de zeester niet zijn als we s'avonds niet in een kringetje zouden gaan zitten en wat gingen keuvelen over het verloop van de dag doch gesterkt door onze Belgische blikskes Jupiler.
Dinsdag 13 Juli
Nadat iedereen ontbeten had gingen we de boot te water laten.
Omstreeks 9.00 smorgens waren we in de haven van Porto Ercole, en omdat we de dag voordien daar een kraan hadden zien staan, gingen we eens kijken of het niet mogelijk was om de boot hiermee in het water te krijgen. Bij de kraan aangekomen en nadat we in een werkplaats ernaast hadden gevraagd naar de eigenaar, kwam deze reeds na een tiental minuutjes opdagen.
Als we snel waren zou hij de boot onmiddellijk te water laten, wie had dat gedacht na de perikelen van de dag voordien.
Dus de Swa en de Raf spurten weg om de boot te halen en nog geen half uurke laten lag hij al in het water (kostprijs 50 ).
Nadat alles was gekontroleerd vaarden we richting de haven van Cala Galera. Nog geen 10 meter in de haven en we werden al gecontroleerd of we er wel een ligplaats hadden.
Wij hadden Pier N plaats 17 toebedeeld gekregen en na verificatie van de havenbewaking mochten we op onze ligplaats gaan liggen.
In de haven zelf bleek ook nog eens een duikcentrum te zijn.
Ik en Peter gingen dus even kijken of het niet mogelijk was om er onze flessen te vullen, want dat zou heel gemakkelijk zijn omdat het duikcentrum op slechts een 50-tal meter van de boot lag.
Daar aangekomen bleek iedereen enkel italiaans te spreken, enkel de balie-dame sprak een beetje Engels, en gelukkig voor mij was er een duikmonitor die Spaans sprak. De flessen vullen bleek dus geen problemen op te leveren. Tevens vroegen we of zij geen goede duikplaatsen konden aanduiden, en tot onze verwondering kopieerden zijn hun kaart van Monte Argentario, Giannutri, en Giglio voor ons. De duikmonitor gaf zelfs een hele briefing van alle duikplaatsen (in het spaans wel te verstaan).
Nadat ik de duikgegevens zelf had uitgelegd aan ons klikske werd er besloten om eerst gaan te eten (want het was alweer middag).
Na de middag zouden we onze eerste duik gaan maken in de wateren rond Monte Argentario. De eerste duik werd gedaan op Punta Avoltare. Ikzelf dook met Peter en wij sprongen als eersten in het zoute nat. De zichtbaarheid was zeer goed, de water temperatuur bleek iets minder te zijn. Op een diepte van 30 meter was het nog maar 15 à 16°C, net iets te koud om met het onderste deel van mijn duikpak te kunnen duiken (helaas was dit alles wat ik bij me had, kou lijden en bibberen dus). De duik zelf was echt goed, we kwamen bij een vertikale wand die vol met rode en blauwe gorgonen stond, zeer mooi, qua vis was het iets minder, maar enkele murenen, octopuskes en raskassen (schorpioenvis) hadden we toch gezien. Nadat we 45 min. gedoken hadden kwamen we terug naar de oppervlakte , want we hadden afgesproken dat er altijd iemand aan boord zou blijven.
Nadat iedereen gedoken had , bleek dat ze allemaal ongeveer hetzelfde hadden gezien, en de algemene indruk was dat men zeer tevreden was om te duiken rond Monte Argentario.
Na de duik diende de inwendige mens weer versterkt te worden en vooraleer je het weet was dag 3 ook alweer voorbij, uiteraard s'avonds gestrekt door onze Jupilerkes.
De volgende ochtend gingen we duiken op Giannutri , een eilandje op ongeveer een half uurke varen (tegen Swalou-speed).
De duikplaats noemde Punta Fransisco (heel toepasselijk).
Ik dook dit keer met Swa (Fransisco). Onder water lagen er zeer grote blokken waaronder we regelmatig mooie bruin met geel gevlekte murenes zagen.
De spaanse monitor in het duikcentrum had ons uitgelegd dat de plaats op diepte zeer herkenbaar was door de vorm van een hand met drie vingers en inderdaad de briefing klopte als een bus.
Toen we de laatste vinger passeerden bleek er een mooie tombant achter te liggen. Wij hingen op zo'n 30 meter en onder ons bevond zich een vertikale wand zakkend naar zeker een 60-tal meter.
Ook hier weer de mooie gorgonen begroeiing.
Op dat moment kriebelt het wel een beetje om jezelf even te laten vallen doch dat hebben we wijselijk toch maar niet gedaan.
Na ongeveer 45 min. beeindigden we onze duik. Ook van deze duik was iedereen weer tevreden.
Na de middag zou er niet gedoken worden, om de kerk in het midden te houden. Iedereen ging dus zonnekloppen en een beetje kleur opdoen op onze witte vellekes (bij de ene was dit rood en anderen kleurde het bruin). Zelf ben ik gene zonneklopper en ik ben dan maar met mijne mountainbike de streek gaan verkennen.
Na het avondeten en een fleske wijn voor mij ben ik maar in mijnen beddenbak alias tentje + luchtmatras gekropen.
De volgende ochtend, gingen we duiken op Punta Finestra (punt met het raampje= gat in de rotsen in de vorm van een raam). Op de duikplaats aangekomen en nadat we juist geankerd hadden klonk het motoralarm. Swa legde de motor onmiddellijk stil en na controle van het motorcompartiment bleek dat alle olie via de oliekoeler was naar buiten gespoten. Omdat we op dat moment toch niet veel konden doen werd er eerst gedoken, waarna we nadien wel zouden zien hoe we het probleem zouden oplossen.
De duikplaats bood twee mogelijkheden, als je naar rechts ging dook je op punta finestra la pared (de wand) en naar links dook je op la cava (grot). Ik dook met Rik, wanden hadden we reeds gezien tijdens de vorige duiken dus besloten we om de grot gaan te zoeken. Dalend naar een diepte van -35 meter werd de zicht-baarheid altijd maar slechter, vermoedelijk door het fijne zand op de bodem. Nadat we stegen zagen we een kloof die uitmonde in een grot.
Omdat er op de boden ook zeer fijn zand lag waardoor de zichtbaarheid zeer snel zou wegvallen besloten we om aan de rand van de grot te blijven. Tegen het plafond van de grot groeiden mooie bloedkoralen takjes, waartussen twee kleine langoesten beschutting vonden, in een gat bij de grot troffen we tevens een grote conger aan. Na de grot stegen we tot -15 meter, daar vonden we vele grote rostblokken waaronder we een zéér grote heeremietkreeft zagen (zeker 15 centimeter), enkele octopussen, en ook weer de bruin-gele gevlekte murenes. Na 50 minuten beeindigden we onze duik en op het moment dat we bovenkwamen aan de boot vroeg Franky mij om zijn horloge te gaan halen die in het water was gevallen. Op een 23 meter diepte lag ze inderdaad op de bodem te blinken, blijkbaar was het bandje stuk.
Op de boot zelf dienden we uiteraard nog het olielek te herstellen.
Dit bleek bij nader toezien niet mogelijk, gelukkig passeerde er net een politieboot. Na een korte klaxonstoot kwamen ze al snel even polshoogte nemen. We probeerden in alle talen hen duidelijk te maken dat we motorproblemen hadden. Zij deden ons teken dat ze iemand gingen opbellen om ons weg te slepen en na een uurke te hebben gewacht kwam er inderdaad zo'n tuf tuf bootje dat onze boot tegen een slakkenvaartje naar de haven sleepte.
In de haven diende Swa voor deze sleepdienst dan ook 300 euro op te hoesten (amaai, van profiteren gesproken).
Na de middag gingen ik en Swa controleren wat er nu specifiek stuk was en na demontage van de oliekoeler bleek dat er een O-ring naar buiten gekomen was doordat de beuizing een stukje uitgebroken was. Dus ik met Swa naar een technische werkplaats en na veel gebaren en weinig italiaans, want dat konden wij niet, kon het stuk wel hersteld worden in Grosseto.
Op dat moment was het al iets te laat om nog naar naar Grosseto te rijden zodat we maar terug naar de camping reden.
Die avond was de stemming toch wel een beetje bedrukt omdat er de volgende dag dus niet gedoken kon worden.De meesten zijn dan ook op een schappelijk uur gaan slapen. S'nachts ben ik nog wel wakker geworden door enkele stemmen die ik hoorde rond de tent, bleek achteraf dat het de Rik, Swa en Raf waren die een nachtje hadden doorgedaan/gedronken.
S'morgens hadden ik en Franky afgesproken om een klimtochtje te maken met de mountainbikes naar het hoogste punt van het schiereiland (635 meter). We vertrokken om 7.00 Hr.
De eerste 3 kilometer was het nog vrij vlak, doch toen we de weg insloegen naar het klooster Convento dei passionisti en later tot de top met schotelantennes Il telegrafo, bleek dit niet zomaar een klimmetje te worden. Ik schat het gemiddelde steigingspercentage op ongeveer 10 à 12% met op het einde nog een stuk van 200 meter van 30%. We hebben er anderhalf uur over gedaan eer we boven waren en het totale klimtraject was ongeveer 15 Km. Moe maar voldaan stonden we dan ook op de top, vanhieruit kreeg je dan ook een geweldig uitzicht op het gehele schiereiland.
Na enkele minuten rust daalden we af via een wandelweggetje tussen de bomen. Na 15 minuten stonden we al beneden, doch ik had krampen in mijn handen van mijn remmen dicht te knijpen.
Om 9.00 Hr. waren we alweer terug op de camping.
De rest van de dag hebben we dan maar luierend doorgebracht.
Swa en Peter waren ondertussen de Oliekoeler naar Grosseto gaan wegbrengen.Toen zij terug kwamen hadden ze niet bepaald goed nieuws bij . De koeler zou pas gemaakt zijn op dinsdag ochtend. De volgende dagen werd er dus niet gedoken en werd er vooral veel kleur opgedaan op het strand.
Op Maandag hadden we een uitstap met de trein naar Piza en nadien naar Firenze gepland.
De afstand tot Piza was 186 Km. en de trein deed er ongeveer 2 Hr 20 min over. Toen de Raf uitstapte uit de trein en in het station kwam werd hij direct aangsproken door een oud werk-collega (de wereld is soms toch klein). Na wat drank te hebben gekocht aan een plaatselijke kiosk gingen we te voet naar de scheve toren kijken. Het was niet ver wandelen en na een half uurke zagen we hem al staan. Hij stond dus echt scheef (+/- 7°) , De Rik wilde op de toren gaan maar na wat navraag bleek de prijs 15 te zijn per persoon. We hebben dan maar met z'n allen de omgeving verkend en even later rustig op een terrasje in één van de zijstraten ons middagmaal besteld.
Om 12.39 Hr dienden we de trein naar Firenze te halen en toen we terug naar het station wandelden werd ik aangesproken met mijn naam. Ik besefte eigenlijk niet goed hoe dat kon en plotseling stond er een collega van mijn werk voor mij, van een toeval gesproken, daar moet ge dan 1400 km. voor van huis zijn.
Na een uurke met de trein kwamen we in Firenze aan. Het station was immens groot en je zag direct dat hier enorm veel toeristen per dag aan en af reisden. Helaas konden we hier niet echt lang blijven want, onze laatste trein vertrok rond 17.00 Hr. Dus we hadden slechts 2,5O Hr om iets van de stad te zien.
Onze Groep is dan opgesplitst waarbij ik en Rik in sneltrein vaart door de stad gelopen zijn. De meeste mooie gebouwen hebben we gezien zoals el Duomo, Ponte Vecchio, palazzo Vecchio enz.
Een erg mooie stad maar je moet hiervoor enkele dagen uittrekken om ze beter te leren kennen.
Om 17.05Hr. vertrok onze trein en na 3.5 Hr en veel vlaamse liedjes later (gezongen door onze jeugd), kwamen we aan in Orbetello. Het was erg heet die dag en iedereen was dan ook verhit, zodat een koude douche dan ook wondergoed kan doen.
De volgende ochtend gingen Raf en Swa de oliekoeler ophalen, terwijl Ik, Rik en Peter een duik gingen maken met het duikcentrum van de haven. Met z'n drieën kregen we een kleine zodiac met schipper. Het bleek een splinternieuwe zodiac te zijn van een 4-tal meter. Erg snel wat dat bootje wel en na een kwartiertje waren we al op onze duikbestemming. We doken op Secca di Finestra.
De sec bleek op een diepte van -3 te beginnen en daalde tot op het zand tot -32 meter. Ook hier op deze sec waren heel mooie gorgonen te bezichtigen, tevens zagen we weer onze bekende murenes, een zeebaars en mooie takjes rood bloedkoraal.
Na 55 minuten hadden we de sec volledig gezien en stegen we weer naar de oppervlakte nadat we er ons van vergewist hebben dat er geen trappen meer diende gemaakt te worden.
Na de middag gingen Swa en Raf de oliekoeler installeren.
Omdat de hermontage erg lang duurde gingen ik en Rik eens kijken, ter plaatse aangekomen bleek dat de koeler geen olie meer lekte maar nu spoot het water er weer uit.
Dus er stond voor de Swa niets ander op om een geheel nieuw onderdeel te bestellen, kostprijs 1550 excl. BTW.
De volgende dag, nademiddag zou het geleverd worden vanuit Rome. En inderdaad Omstreeks 16.00 Hr kreeg Swa een telefoontje dat het onderdeel geleverd was.
Dus gingen Swa, Raf en ikzelf de koeler plaatsen. Met het nieuwe onderdeel ging de plaatsing redelijk snel en na een dik uurke kon de motor getest worden. Alles bleek in orde te zijn en na nog wat kuiswerk konden we een testvaart maken.
De Swa zou de Swa niet zijn als hij zijn bootje niet grondig zou testen en al gouw vlogen we met een rotvaart over het water.
Na de test bleek er toch weer olie gelekt te zijn.
Later bleek dat Swa vergeten was een afvoerleiding terug te plaatsen zodat opspattend vocht en water van onze duikpakken telkens weer over de motor gegooid werd zodat die telkens weer vuil werd. Eindelijk konden we weer duiken.
Op Donderdag gingen we duiken naar Isolotto Rosso.
Ik dook met Rik als laatste groep. We wilden eens een beetje dieper gaan, dus doken we richting westzuidwest en na een tweehonderd meter zakkend langs mooie rotsformaties kwamen we op een diepte van 40 meter op het zand terecht.
Onder de rotsen hingen zeer mooie bloedkoralen takken van een redelijke grootte (hier werd allicht niet veel gedoken), want dit had ik in jaren niet meer gezien, onze murenes waren ook weer van de partij, zelfs de rode gorgonen groeiden hier gewoon boven op de rotsen ipv tegen een vertikale wand. Omdat we vrij lang op diepte waren hadden we redelijk wat trappen te maken zodat we het laatste kwartier van de 55 minuten durende duik in ondiep water diende te vertoeven.
Terug aan boord bleek het bij iedereen weer deugd te hebben gedaan nog eens gedoken te kunnen hebben.
De volgende dag gingen we twee duiken doen op het eilandje Giglio. Voor mij waren het alweer de laatste duiken want morgen zaterdagmiddag zouden we al weer naar huis vertrekken. Met de boot van Swa (nu in perfecte staat) bleek het niet meer dan een 35 minuten varen. Eerste duik van die dag was, Punto del Capel Rosso. Tijdens het ankeren zagen we op de dieptescanner van de boot dat het hier zeer diep was en dat er niet ver diende gezwommen te worden om grote diepten de bereiken. Ikzelf dook met Raf en tijdens de duik naar -40 meter bleek er wel wat vis te zitten (hadden we al opgemerkt omdat er veel vissers met bootjes in de buurt lagen). We zagen een merou, murenes, en een konigskrab met steeds rond ons cirlelend enkele scholen van miljoenen sardientjes.
De tweede duik van die dag werd gedaan aan een eilandje Le Scole. Omdat de wind was opgekomen ankerden we achter dit eilandje. Ik dook ook weer met Raf en we gingen ook weer als laatste groep te water. We zouden het volledige eilandje rondduiken met de wijzers van de klok mee. Toen we aan de linkerzijde van het eilandje aankwamen op een diepte van 10 meter voelden we een sterke tegenstroming.
Het was de wind die waarschijnlijk het water stuwde tussen het vasteland en dit eilandje, hierdoor ontstond er een sterke tegenstroming die ons verplichte om alles wat we konden vastpakken om ons voort te trekken ook wel dienden te gebruiken.
Net op het moment dat we begonnen te twijfelen om nog verder te gaan voelden we dat achter het eilandje de stroming volledig wegviel of beter nog, we konder er zelfs met meeduiken.
Pfffff. Dat was efkes gasgeven, en op de Raf z'n gezicht was ook af te lezen dat hij content was dat het stromingsstukje voorbij was.
Achter het Le Scole bleek het een zeer mooie duikplaats te zijn, met grote blokken volledig begroeid met rode en blauwe gorgonen, zelfs veel vis zoals merou, murenes en de enorme scholen sardientjes. Op een gegeven moment zagen we dat het eilandje werd opgesplitst door een kloof. In het begin was die vrij breed een 6-tal meter doch op het einde was ze nog maar hooguit één meter breed. In de kloof zagen we vooral veel kleine visjes, zoals de helblauwe kleine visjes van ongeveer één centimeter groot , het krioelde er daar van (ik ken helaas de naam niet), tevens zagen we verschillende soorten naaktslakken. Het einde van de kloof kwam weer op het punt uit waar die sterke stroming stond doch dit keer konden we gewoon met de stroming terug naar de boot gaan, wat wel wat gemakkelijker was dan voordien. Nadat we het anker van de boot nog wat losgaan leggen waren gingen we terug aan boord. Blijkbaar waren wij de enigen die die stroming getrotseerd hadden, want de rest was gewoon omgedraaid.
Het duiken in Monte Argentario zat er voor mij en franky weer op.
Spijtig dat de boot enkele dagen stuk was geweest, want anders hadden we waarschijnlijk nog mooie duikplaatsen ontdekt.
Die avond gingen we eerst nog eens lekker eten in het camping restaurantje. Om nadien nog een laatste keer enkele pinten te pakken op ons vertrouwde plekje op camping Feniglia.
De volgende ochtend eerst nog lekker ontbijten en dan stilletjes aan beginnen opbreken. Je verschiet er altijd van hoeveel rommel een mens met zich meesleurt. Tegen de middag was alles ingeladen in het mobilhoomke van Franky en Mieke.
Nog snel even naar het camping winkeltje om nog wat eetbaars voor onderweg en dan nog even gaan afrekenen aan de receptie.
Hier bleek dat het niet mogelijk was om met visa te betalen, zodat Franky snel even met de fiets naar de bankcontact van Porte Ercole diende de rijden. Helemaal bezweet kwam hij terug op de camping zodat hij nog snel even een douche diende te nemen, ook al had hij dat een kwartiertje vroeger ook al gedaan.Na afscheid te hebben genomen van de rest ( want zij zouden allemaal op maandag terugkomen) vertrokken we richting den Belgique.
Tot aan Parma verliep te terugreis vlotjes, maar op het stuk van Parma tot in Milaan kregen we een echte stortbui te verwerken.
Nadien kregen we te horen dat die stortbui richting Monte Argentario was getrokken en dat ze daar nog goed nat geworden waren. Zonder oponthoud reden we tot aan de Gottardtunnel, op de radio had ik al gehoord dat er een file stond van een 2.5 Hr, gelukkig was het al valavond geworden en was de grootste hitte voorbij. Na de tunnel ging alles weer vlotjes en we waren dan ook van plan om aan één stuk de nacht door te rijden (zeker omdat we met drie chauffeurs waren). Na nog even getank te hebben in de buurt van Luzern en nadat we terug op de snelweg reden, vielen de koplampen van de mobilhome plotseling uit. Even stoppen op de pechstrook om te kijken wat er aan de hand was, in eerste instantie dacht ik dat het een zekering moest zijn die was doorgebrand , maar na controle bleek het de schakelrelais van de koplampen die het begeven had. Dat konden we dus niet repareren. Vermits we twee duiklampen bij hadden nam Franky plaats naast mij en met de duiklampen op de weg lichtend konden we toch nog tot aan de eerstvolgende parking rijden. We zouden dus maar gaan slapen en enkel tijdens het daglicht verder rijden.
Nadat we s'zondags met het eerste daglicht vertrokken zijn, hebben er zich geen problemen meer voorgedaan. Omstreeks 14.00 hr zijn we dan ook in Geel aangekomen.
Het verlof was weer voorbij !
Eddy.
Een professor gespecialiseerd in onderwaterflora en fauna beweert dat de Great Whites gesignaleerd zijn in de wateren van de Noordzee. De professor geeft aan dat dit komt door de impact van de Ozon en het opwarmen van de aarde.
De Great White is een warm water vis en heel soms vertoeft deze in de Schotse wateren. Als het klimaat veranderd dan zullen we in de toekomst meer Great Whites vinden in de Noordzee. Zeker nu er genoeg voedsel is in de vorm van zeehonden, dolfijnen en... duikers?
In de buurt van de Siberische stad Omsk (ruim 2500 kilometer van Moskou) zijn zes duikers, het leger en de civiele bescherming uitgerukt om een lading bier te redden. Het bier zit in een vrachtwagen die op de bodem van de rivier Irtysj ligt.
Aangezien het ijsgekoelde bier in de vrachtwagen een waar verkoopsucces is in Omsk, is alles ingezet om de vrachtwagen, die per ongeluk op de dichtgevroren stroom terechtkwam en naar de bodem zonk, naar boven te krijgen. Het voertuig werd door reddingswerkers al opgevist, maar zakte opnieuw naar de bodem. Om niets aan het toeval over te laten zijn nu duikers ingezet, zodat een nieuwe poging hopelijk wel slaagt. De chauffeur kon zijn wagen overigens op tijd verlaten.
Tech-duiker Mark Ellyatt heeft in Thailand een nieuw diepterecord gevestigd; maar liefst 311 meter. De duik is zonder problemen verlopen.
Mark daalde in 12 minuten af naar de enorme diepte en had 6 uur en 40 minuten nodig aan decompressiestops tijdens de opstijging. Hij had zelf 6 cilinders mee voor de duik en is door support duikers tijdens de opstijging voorzien van nog eens 24 cilinders.
Voorheen hield deze Brit ook al het record voor de diepste wrakduik met 168 meter op de Baden. Overigens is het geen dramatische verbetering, het vorige diepterecord stond op 308 meter.
In Maine (USA) hebben twee vissers als grap een kreeft voorzien van roze hoge hakken, een topje en een rok. Iedere keer als de kreeft gevangen werd, werd ze weer losgelaten om andere vissers mee te laten delen in het plezier. Erg slim is het beest niet want tot nu toe is ze al meer dan 12 keer gevangen. Waarschijnlijk zou het beest, net als Barbie, eigenlijk blond moeten zijn.
De extreme duursporter Wolfgang Kulow heeft een aparte prestatie volbracht. De Duitser liep in het zwembad van Lensahn (Duitsland) een marathon onder water. Na 24 uur en 24 minuten had hij de afstand van 42 kilometer en 195 meter volbracht en kon hij eindelijk boven komen.
Elk half uur wisselde Kulow van zuurstoffles en eten ging via een ingewikkeld buizensysteem. Het extra gewicht van 26 kilogram moest de sporter, die tijdens de onderneming steun kreeg van drie vrienden, onder water met zich meesjouwen. De gelukkige recordhouder berichtte naderhand dat hij op een gegeven moment zo uitgeput was dat hij op de bodem van het zwembad in slaap viel. "In de vroege morgen heb ik gezegd: 'Je stopt ermee, zoiets doe je nooit meer'. Andere mensen liggen op dit tijdstip in bed." De inzinking was echter van korte duur. Kulow bedacht tijdens zijn recordpoging dat door de meren van de deelstaat Sleeswijk-Holstein zwemmen ook een uitdaging zou zijn.
Kulow staat bekend om zijn aparte stunts. Vorig jaar fietste hij onder water naar het Oostzee-eiland Fehmarn. In zes uur en 45 minuten legde hij een afstand van tien kilometer af.
| Datum | Activiteiten | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| 11 September Zaterdag | Noordzeeduiken Info en reservatie bij Danny Bensch 2 weken op voorhand 50 € storten op rek. 853-8609481-84 | ||||
| 19 September Zondag | Steengroeve La Gombe Info en reservatie bij Danny Bensch | ||||
| 26 September zondag | Nostalgisch helmduiken Inschrijvingen ten laatste op 24 sept. via Yves Krols Meer info: www.helmduiken.nl | ||||
| 9 en 10 oktober | Afsluitweekend Oosterschelde, Camping Orisant Iedereen dient persoonlijk te reserveren
| ||||
| 17 oktober zondag | Steengroeve Vodelée Info en reservatie bij Danny Bensch | ||||
| 3 tot 6 Maart 2005 | Shortski weekend Alpachtal Oostenrijk. Info: Rob Mondelaers, Meynen Roger, Groffils Ludo | ||||