Het Duikonderricht wenst het theoretisch duikonderricht in ons landsgedeelte te uniformiseren en tegelijkertijd zekere excessen in de examens te vermijden.
Daarom werd een bepaling en breedte en in diepte gegeven van de leerstof en dit voor de vier verschillende duikbrevetten; d.w.z.
• breedte: wat moet gekend zijn
• diepte: hoe ver en hoe goed het moet gekend zijn
Concreet komt het hierop neer dat de breedte bepaald wordt door het aantal onderwerpen dat aangegeven is; wat niet vermeld staat moet niet gekend zijn. De opsommingen zijn dus limitatief !
De diepte wordt bepaald door de termen die gebruikt zijn in de verschillende doelstellingen. Er zijn namelijk verschillende kennisniveaus:
Omdat natuurlijk nooit alles tot in de kleinste details kan uitgeschreven of voorgeschreven worden, moeten wij steeds een beroep blijven doen op het "gezond verstand" van de instructeurs en lesgevers; nochtans kunnen wij samenvattend toch het volgende vooropstellen:
De examenvragen mogen dus nooit verder gaan dan, wat beschreven werd (noch in de breedte, noch in de diepte), maar de lessen ter voorbereiding van het examen worden vrij gelaten, met dien verstande dat zij uiteraard minimaal dit maximumniveau moeten halen.
Het spreekt dus vanzelf dat men in de lessen ter voorbereiding verder mag gaan dan voorgeschreven.