Openwaterproeven
ALGEMENE VOORSCHRIFTEN
- De proeven aan de oppervlakte en in vrije duik gebeuren vóór de duik. Alle
andere proeven verplicht heel in het begin van de duik.
Deze verplichting geldt ook voor de proeven die geen
terugkeer naar de oppervlakte noodzaken; het is inderdaad niet uitgesloten dat
een kandidaat tijdes de uitvoering van een proef een noodstijging zou doen.
Indien de diepte, die vereist is voor het uitvoeren van de proef, niet in de
onmiddellijke nabijheid is (± 20 m) van het te water gaan,
is het best om aan de oppervlakte of op kleine diepte naar die plaats te
zwemmen en dan verticaal af te dalen naar de plaats waar de proef moet
beginnen. - Elke proef waarbij een slachtoffer moet bovengehaald worden, wordt voorafgegaan
van een (schijn)beweging om het lood af te werpen
(en, eventueel: openen van de reserve).
- Bij elke proef waarbij een slachtoffer moet bovengehaald worden, moet het
mondstuk van het slachtoffer in de mond en het hoofd in hyperextensie gehouden
worden.
- Voor alle proeven die een opstijging inhouden, slechts één enkele poging per
duik.
- Voor alle proeven met bovenbrengen van een duiker in moeilijkheden, waarbij in
open water moet gestopt worden, doet de instructeur
de proef beëindigen op de voorgeschreven diepte.
Opgelet:
Wanneer de proef gedaan is en alvorens de kandidaat het slachtoffer loslaat,
moet hij kijken of de reddingsvesten leeg zijn. Daarna kan iedere duiker zich
nar believen uittrimmen.
Na deze proef kan de duik verder gezet worden, rekening houdend met de
voorschriften van de NELOS-94-tabellen. - Sleepoefening.
Het gebruik van een reddingsvest wordt aan de keuze van de kandidaat
overgelaten. Alle efficiënte sleepmethoden zijn toegelaten, behalve deze "aan
het materieel". De reanimatie bij de proeven voor 3*- en 4*duikers moet niet
noodzakelijk onmiddellijk na het slepen gebeuren, wel zo snel mogelijk na de
duik en in ieder geval dezelfde dag.
Het kan om technische of atmosferische redenen mogelijk zijn dat de reanimatie
niet onmiddellijk na het slepen gebeurt: bv. de tijd die nodig is om een
geschikte plaats te vinden om de reanimatie te demonstreren, de "drenkeling"
van zijn materieel te ontdoen (flessen en lood die in werkelijkheid al tijdens
het slepen zouden afgegooid zijn), of bij vriesweer naar de vestiaire te gaan.
In geen geval mag er een niet gemotiveerde tijd tussen de handelingen verloren
gaan. - Duiker in moeilijkheden bovenhalen.
Deze proef wordt bij voorkeur met drie uitgevoerd. Alleen de redder mag zich
uittrimmen. - Leiden van een duik voor 3*- en 4*duikbrevet (C10 - D10)
Het leiden van een duik houdt volgende regels in:- briefing van de duikleider
- de veiligheidsmaatregelen
- de duik: - met aanpassing aan de omstandigheden en de mededuikers
- oriëntatie
- de debriefing
Nota voor de instructeurs:
De duik verloopt normaal, zonder simulatie van incidenten. - Vrije duik naar 5 m, 7 m, 10 m
Moet gedaan worden in open water, dus niet in diepe putten waarover sommige
zwembaden beschikken. - Toepassing regels van de NELOS-94-tabellen.
- Bij een deel van de openwaterproeven kan de stijgsnelheid te groot worden.
Maar vermits bij bijna alle verticale stijg- en reddingsproeven de oppervlakte
niet bereikt wordt, volstaat het de regel van "te snel stijgen" toe te passen.
Dus: wachten, gedurende de tijd dat men aan 10 m/min. op die diepte zou geraakt
zijn ("Allow the watches to catch up"). - Indien de kandidaat toch doorschiet naar de oppervlakte, moet men de regel van
"blow up" toepassen.
Dus: zo snel mogelijk, maar zeker binnen de 5 min. een trap van 5 min. op 3 m
maken.
(Vermits de proeven in het begin van de duik moeten gebeuren, zal een
decompressietrap nog niet noodzakelijk zijn geweest).
Dit alles betekent dan wel het einde van de duik en de observatie van de
kandidaat van minstens één uur. Een successieve duik is verboden. - Uitzondering:
B3: stijgen zonder mondstuk van 10 m tot aan de oppervlakte.
Vermits deze proef in het begin van de duik moet gebeuren en vermits deze proef
als een imitatie fungeert om de werkelijke noodtoestanden zonder paniek op te
lossen, wordt ze als een afzonderlijk pakket beschouwd, dat buiten de regels
van de tabellen valt.
De blow-up-regel moet dus niet toegepast te worden.
Er kan verder gedoken worden en een successieve duik is mogelijk.
- Droge en constant-volume pakken.
Droge en constant-volume pakken mogen gebruikt worden om proeven te doen, op
voorwaarde dat ze deel uitmaken van de standaarduitrusting van de kandidaat en
binnen de algemeen geldende veiligheidsnormen blijven.
Op dit ogenblik zijn er hoofdzakelijk twee soorten droge pakken in de handel:
deze in versterkte rubber en de neopreenpakken. Deze tweede soort is in feite
gemaakt uit hetzelfde materieel als de gewone natte pakken, maar ze zijn
voorzien van afsluitingen aan polsen en hals (wij duiken meestal niet met helm)
en ook de ritssluitingen zijn waterdicht.
Het grote voordeel van deze laatste soort is dat ze op zichzelf al een
degelijke isolatie zijn (meestal 6 à 8 mm neopreen), zodat bij extreme koude
relatief weinig kledij moet onderaan gedragen worden. Een ander voordeel is dat
bij defect, bij binnendringend water - en zeker als er een lek ontstaat aan de
bovenkant (bv. schouder) waardoor het pak volledig volloopt - het zijn
vlotvermogen blijft behouden; het wordt dan een gewoon nat pak.
Anders is het gesteld met de pakken in versterkte rubber. Hieronder moet wel
degelijke warme kledij gedragen worden, het materiaal heeft praktisch geen
isolerende werking en wanneer hier, zoals in eerder genoemd geval aan de
schouder een lek ontstaat, loopt het pak vol water. Bij lucht inblazen ontsnapt
deze onmiddellijk langs het lek en het pak heeft geen drijfvermogen, zelfs niet
bij lood afwerpen.
Hieruit volgt:- - Bij droog neopreenpak met eigen drijfvermogen is het reddings- of trimvest
niet verplicht.
- - Bij droogpak zonder eigen vlotvermogen blijft het reddingsvest verplicht in
alle omstandigheden.
OVERZICHT VAN DE OPENWATERPROEVEN
- 1*DUIKER
- 2*DUIKER (B1 = theorie en B2 = zwembad)
- B4 Redding vanaf 15 m.
- B5 50 m slepen aan de oppervlakte
- B6 Vrijduik naar 5 m.
- B8 Eén minuut met 2 aan één mondstuk op 15 m en dan gezamenlijk stijgen tot aan
de oppervlakte.
- B9 500 m volledig geëquipeerd aan de oppervlakte zwemmen met snorkel
- B10 1 duik als rangsluiter fungeren.
- 3*DUIKER (C1 = theorie en C2 = zwembad)
- C3 Opstijgen zonder mondstuk vanaf 30 m tot 10 m.
- C4 Redding vanaf 30 m tot 10 m.
- C5 Duiker redden vanaf 10 m, 100 m slepen en reanimatie aan de kant.
- C6 Vrijduik naar 7 m.
- C7 Opstijgen met reddingsvest vanaf 30 m tot 10 m.
- C8 Op 30 m één minuut per koppel en vervolgens op één mondstuk opstijgen naar
de oppervlakte.
- C9 1.000 m volledig geëquipeerd snorkelen
- C10 5 duiken leiden van maximum 3 duikers
- C11 100 m met kompas zwemmen zonder herkenningspunten.
- C12 Na een duik van 30 m een trap van 5 min. op 3 m maken zonder behulp van het
reddingsvest.
- 4*DUIKER (D1 = theorie en D2 = zwembad)
- D3 Opstijgen zonder mondstuk van 40 m naar 15 m en de
duik verder zetten.
- D4 Duiker in moeilijkheden ophalen van 40 m naar 15 m.
- D5 Duiker in moeilijkheden bovenhalen van 15 m, 150 m slepen en reanimatie.
- D6 Vrijduik naar 10 m.
- D7 Proef met reddingsvest: duiker in moeilijkheden ophalen van 40 m tot 15 m.
- D8 Op 40 m mondstuk wisselen gedurende één minuut daarna stijgen met twee op
één mondstuk - stijgsnelheid eerbiedigen.
- D10 5 duiken leiden met minimum 3 duikers - instructeur inclusief.
BEPERKING PROEVEN OP EEN DAG
- Er mag slechts één proef per duik afgelegd worden bij alle proeven waarbij een
opstijging te pas komt en/of waarbij een probleem zou kunnen ontstaan voor een
successieve duik.
- Deze proeven mogen ook niet tijdens een successieve duik afgelegd worden.
- Het betreft de volgende proeven:
- B3, B4 en B8
- C3, C4, C5, C7 en C8
- D3, D4, D5; D7 en D8
- Deze proeven moeten in het begin van de duik afgelegd, worden.
CUMULATIE VAN PROEVEN
- Zij mogen onderling gecumuleerd worden of met gelijk welke andere proef van het
brevet met een maximum van twee proeven per duik. Men vermijde wel inspanningen
(slepen, geëquipeerd snorkelen) na een duik te laten doen.
- Deze proeven mogen wel tijdens een successieve duik afgelegd worden, met een
maximum van twee proeven per dag.
De proeven vrijduik (B6, C6 en D6) mogen ook tijdens een successieve duik
gedaan worden, op voorwaarde dat de tussentijd minimum 3 uur bedraagt. - Het betreft volgende proeven:
- 2*D B5 50 m slepen
- B6 vrijduik naar 5 m
- B9 500 m snorkelen met volledige uitrusting
- B10 fungeren als rangsluiter
- 3*D C6 vrijduik naar 7 m
- C9 1.000 m snorkelen met volledige
uitrusting
- C10 5 duiken leiden (max. 3 duikers)
- C11 100 m kompas
- C12 5 min. op 3 m na duik naar 30 m
- 4*D D6 vrijduik naar 10 m
- D10 5 duiken leiden (min. 3 duikers)
VOORWAARDEN VOOR DEELNAME AAN OW-PROEVEN
- Indien iemand gedurende 3 maanden niet meer gedoken heeft, mogen bij de eerste
vijf duiken geen proeven afgelegd worden.
- Alle proeven blijven 3 jaar geldig.
- 2*Duiker:
- Het brevet van 1*D behaald hebben en geslaagd zijn voor het theoretisch examen
alvorens eender welke proef voor 2*D te beginnen.
- Het aantal vereiste duiken gedaan hebben (5 duiken tot max. 15 m) alvorens
eender welke proef voor 2*D te beginnen.
- 3*Duiker:
- Het brevet van 2*D behaald hebben alvorens eender welke proef voor 3*D te
beginnen.
- Het aantal vereiste duiken op 30 m gedaan hebben alvorens de proeven van 30 m
aan te vangen.
- 4*Duiker:
- Het brevet van 3*D behaald hebben alvorens eender welke proef voor 4*D te
beginnen.
- Het aantal vereiste duiken op 40 m gedaan hebben alvorens de proeven van 40 m
aan te vangen.