Duiksportvergunning definitief verleden tijd
bron N.O.B.

De Nederlandse Onderwatersport Bond (NOB) is verheugd over het besluit van de Provincie Zeeland om de duiksportvergunning te schrappen uit de Verordening Duiksport. Het besluit, dat vrijdag 28 juni door Provinciale Staten van Zeeland werd genomen, houdt in dat alle sportduikers vanaf nu weer zonder vergunning gebruik kunnen maken van de populaire duikplaatsen in de Oosterschelde en Grevelingen. De NOB was sinds 2000 in gesprek met de Provincie om tot afschaffing van de vergunning te komen.

Formeel is het zo dat de vergunning met ingang van 1 oktober 2002 wordt geschrapt. Vanaf 7 mei, toen het voorstel aan Provinciale Staten werd gedaan, worden er al geen nieuwe vergunningen meer uitgegeven en controleert de Provincie ook niet meer op het bezit ervan.

Sinds de invoering van de duiksportvergunning in 1983 zijn er in totaal enkele honderdduizenden uitgegeven. Momenteel zijn er vijftigduizend in omloop. “De vergunning is ingesteld naar aanleiding van een aantal duikongevallen waarmee we werden geconfronteerd,” zegt Jan Reijnhoudt, de verantwoordelijke beleidsambtenaar bij de Provincie Zeeland. “Door in een verordening minimumeisen vast te leggen voor de opleiding en uitrusting van sportduikers, wilden we de sport enigszins reguleren.”

Volgens Jan Reijnhoudt is die doelstelling ook gehaald. “We hebben gezien dat de sport veel veiliger is geworden. De kwaliteit van de duikopleidingen in Nederland en België is sterk verbeterd, en ook het duikmateriaal is veel veiliger dan twintig jaar geleden. De verordening is de laatste jaren dan ook meer toegespitst op bescherming van het milieu onder water en gedragsregels voor sportduikers.”

De NOB is sinds eind 2000 in gesprek met de Provincie Zeeland en andere belanghebbenden over het afschaffen van de duikvergunning. “De NOB zag weinig toegevoegde waarde in de vergunning,” zegt voorzitter Maurice de Zwart. “Ten eerste was het voor de Provincie Zeeland niet mogelijk om het legesgeld te gebruiken voor faciliteiten voor sportduikers. De inkomsten werden voornamelijk gebruikt om de administratie en uitgifte van vergunningen te betalen.” (De Provincie laat desgevraagd weten dat legesgelden niet worden terugbetaald).

Maurice de Zwart vervolgt: “Ten tweede hebben we als sportduikers laten zien dat we ook in goed onderling overleg met andere gebruikers van de Zeeuwse wateren tot werkende afspraken konden komen over gezamenlijk gebruik van de Oosterschelde en het Grevelingenmeer. Dat was voor de NOB aanleiding om het initiatief te nemen en de Provincie te vragen om afschaffing van de duiksportvergunning.”

“Na evaluatie van de samenwerking tussen sportduikers en vooral de vissers in Zeeland, ziet de Provincie nu dus ook geen aanleiding meer om de vergunning in stand te houden.”

Sportduikers krijgen met de afschaffing van de duikvergunning een bewijs van goed gedrag, maar dat wil niet zeggen dat er geen regels meer gelden voor duiken in Zeeland. De bestaande regelgeving geldt nog steeds, als deel van andere wetten en verordeningen.

De Provinciale Duiksport Verordening Zeeland is er nog steeds en bestaat nu alleen uit een artikel dat het duiken in betond vaarwater, havens, sluizen en aanloopgebieden daarvan verbiedt. De regels ter bescherming van de natuur onder water zijn vastgelegd in de Natuurbeschermingswet, de Provinciale Milieuverordening Zeeland en de Algemene Verordening Natuur-en Recreatiegebied de Grevelingen. Verder zijn er de Gemeenteverordeningen waarmee we te maken hebben.

De NOB blijft werken aan de bevordering van de duiksport in Zeeland. Maurice de Zwart: “De eerste prioriteit is dat de NOB zich, door middel van voorlichting aan alle duikers, blijft inzetten voor voortdurende verbetering van de relatie tussen sportduikers en andere gebruikers van de Zeeuwse wateren, met name de vissers. We vinden het afschaffen van de duiksportvergunning een geweldig resultaat maar ik roep meteen alle duikers op om zich te allen tijde aan de geldende regels te houden.”

“Bovendien zoeken we nu het initiatief richting andere organisaties, zoals gemeenten, waterschappen en recreatieschappen, om met hen afspraken te maken over faciliteiten voor sportduikers. Dat overleg is al gestart. De NOB praat namens de duikers mee met nog zo’n veertien andere groeperingen die zich bezig houden met recreatie in de Zeeuwse Delta, om te komen tot één integrale recreatievisie. Voor de duikers zetten we daarmee opnieuw de toon.”