
Brevet 4* Duiker
Een 4*D moet in staat zijn
"zelfstandig" te duiken. Hij moet in staat zijn duiken te leiden in alle
wateren die courant bezocht worden door Belgische duikers. Hij moet in
staat zijn beginnende of onervaren duikers te begeleiden en tevens onder
de verantwoordelijkheid van instructeurs bepaalde taken van deze laatste
over te nemen. Hierbij moet hij alle veiligheidsmaatregelen kunnen
treffen, alle duikongevallen kunnen herkennen en er gepast op kunnen
reageren.
- Lid zijn van een NELOS-club.
- Medisch geschikt zijn.
- Minimum leeftijd: 18 jaar.
- Eén jaar 3*D zijn.
- 40 duiken gedaan hebben sedert het
behalen van het 3*D-brevet.
- Minstens 60 duikuren hebben.
- In het totaal 120 duiken gedaan
hebben, waarvan
- 40 duiken op 30 m
- 20 duiken op 40 m
- 30
duiken op 30 m in zee
- 4 duiken in heldere zee
(in water waar je
met meer dan 3 personen in één duikploeg kan duiken
- 4 duiken in
zoet water op 30 m
- cumulatie is toegelaten - Geslaagd zijn voor de
openwaterproeven
In verplichte
volgorde- 40 m in apnea
- 60 sec. stilstaande apnea
- 3 x masker ledigen (vertrek met
masker in de hand)
- ster met 6 duikers
- 60 m met 3 duikers op één
toestel
- achterwaartse val en 25 m met
gesloten toestel
- rolsprong - uitrusting afleggen (3 m)
- uitrusting terug aangorden
- 4 maal 20 m tussen twee
flessen
Zonder
toestel- Rechte sprong en 40 meter in
apnea afleggen
De kandidaat staat met complete
ABC-uitrusting aan op de rand van het zwembad, recht vooruit kijkend.
Hij houdt met één hand zijn masker vat, met de ander hand de loodgordel.
Hij springt verticaal met de punten van de vinnen lichtjes opwaarts
gericht. De "sprong" is eigenlijk meer een voorwaartse stap.
Op ± 50
cm van de bodem legt de kandidaat 40 m onder water af. Armen worden niet
gebruikt als zwemhulp. Zij mogen naast het lichaam of gestrekt
voorwaarts gericht zijn.
Op het einde van het parcours keert de
kandidaat zich op de rug, legt de loodgordel af en stijgt op. - 60 sec. onbeweeglijke
apnea
De kandidaat laat zich verticaal naar de bodem zakken
en platst zich in een stabiele houding, zonder nochtans tegen de muur te
leunen. Hij houdt één hand aan de vest van de loodgordel, klaar om deze
af te werpen, de andere hand boven het hoofd (hand mag niet op het hoofd
rusten); hij kijkt naar de instructeur.
Op het einde van de proef en
op teken van de jury wordt de loodgordel afgenomen en op de bodem
gelegd. Tijdens het opstijgen wordt naar de oppervlakte rondgekeken voor
mogelijk oppervlaktegevaar. Er wordt lucht uitgeademd tijdens de
opstijging.
(Later wordt de loodgordel terug opgehaald en op de kant
gelegd - wordt niet gekwoteerd). - Voorwaartse sprong, masker in
de hand, 3 maal masker ledigen
Voorwaartse sprong: zie
1-stersduiker. Nochtans houdt de kandidaat het masker tegen de dij
gedrukt en met de andere hand knijpt hij zijn neus toe om te vermijden
dat het water door de schok in de sinussen zou komen.
Na een
stabiele houding op de bodem te hebben verkregen, maakt hij zijn masker
leeg. Als de instructeur het O.K.-teken maakt, betekent dit dat de proef
in orde is en dat het masker terug volledig moet gevuld worden.
De
kandidaat maakt het masker voor een tweede maal leeg enz...
Met
toestel
- Ster met 6 duikers
Vertrek met 6 tegen de muur in het water.
Eén kandidaat
(aangeduid door de jury) vertrekt met een eendeduik naar de fles, op de
bodem in het diepe gedeelte. De fles is uitgerust met een
mondontspanner.
De 5 anderen leggen zich in een kring aan de
oppervlakte, boven het toestel. De eerste bovengekomen luchtbel is het
teken dat de anderen samen, met een eendeduik, naar beneden gaan. Zij
leggen zich in formatie rond het toestel.
De positie: plat op de
bodem, benen lichtjes gespreid, armen gekruist, ellebogen steunen op de
grond.
Mondstuk nemen: de tweede trap in één hand nemen, mondstuk in
de mond steken en uitademen door de ontspanner. Er mag slechts éénmaal
per keer geademd worden. Het bovenlichaam mag eventueel lichtjes vlotten
bij inademing, maar de voeten moeten steeds de grond blijven raken.
Alleen diegene die ademt, heeft de fles vast.
Het doorgeven van het
apparaat aan de buurman gebeurt door de tweede trap op de eerste trap te
plaatsen. De fles draait in de richting van de wijzers van een uurwerk.
Na het doorgeven van de fles wordt de initiële positie weer ingenomen
(indien nodig een weinig uitademen).
De duur van de proef is 5 min.;
de jury duidt het einde aan.
De kraan dichtdraaien: door de kandidaat
die als eerste naar beneden ging op aanwijzing van de jury.
Mondstuk
uit de mond nemen, kraan dichtdraaien en nagaan of de kraan ook
werkelijk dicht is. De tweede trap op de bodem leggen. Het teken van
opstijgen geven, samen opstijgen, naar de oppervlakte kijken, uitademen
bij het opstijgen, één arm gestrekt omhoog.
O.K.-teken maken aan de
oppervlakte. - 60 meter met 3 duikers op één
toestel
De drie duikers vertrekken samen met een eendeduik.
Ze ademen elk éénmaal; dan wordt de fles door de drie duikers
voortgeduwd. Het is belangrijk dat de drie duikers actief deelnemen aan
de voortbeweging van de fles (ook zwemmen bij het ademen) en ervoor
zorgen dat de fles niet op de bodem sleept. De bewegingen moeten
ontspannen gebeuren en moeten de indruk geven dat de duiker op zijn
gemak is.
Op het einde van de proef, vóór het dichtdraaien van de
fles, ademt elke duiker nog éénmaal. Na het dichtdraaien van de fles,
stijgen de 3 duikers gezamenlijk op. - Achterwaartse van en 25 m in
apnea afleggen, in volledige uitrusting
- Achterwaartse val:
De kandidaat plaatst zich op de rand van het zwembad, met de rug naar
het water. Hij houdt met één hand het masker, met de andere hand de fles
vast, mondstuk in de mond. Bij het O.K.-teken maakt hij een
achterwaartse val, waarbij de fles horizontaal op het water terecht
komt.
- Parcours: Na de achterwaartse val neemt de kandidaat onder
water het mondstuk uit, maar houdt het in de hand, zodanig dat het niet
bruist. Hij legt vervolgens 25 m onder water af. Armen worden niet
gebruikt als zwemhulp.
Terugkeren naar het diepe gedeelte van het
zwembad, aan de oppervlakte op de rug; één arm uitstrekken om botsingen
te vermijden. - Rolsprong en de uitrusting op
de bodem afleggen op -3 meter
Bij de sprong moet de fles
eerst het water raken en niet het hoofd. De duiker houdt zijn masker
vast met één hand en met de andere hand houdt hij de draagriem van de
fles onderaan vast.
Bij het volledig afleggen van de uitrusting, legt
de duiker eerst zijn fles af . De kandidaat zet zich stabiel op de
bodem, op één of twee knieën. Hij maakt volgens model van draagriem de
buik- of tussenbeenriem los. Hij buigt met gekromde rug sterk voorover
en neemt met beide handen, over het hoofd heen, het toestel vast, tilt
het op en draait het met een kringbeweging voorwaarts. Hij legt het
toestel voorzichtig voor zich op de bodem. Hij neemt het mondstuk uit de
mond, draait vervolgens de kraan dicht en controleert of de kraan wel
degelijk dicht is (op de knop drukken). Hij legt voorzichtig het
mondstuk op de bodem desequipeert zich verder, er voor zorgend dat zijn
loodgordel los zit alvorens de vinnen uit te doen.
Nota: Het toestel
mag ook zijdelings uitgedaan worden zoals het afnemen van een
rugzak.
De uitrusting terug aangorden op 3 meter
Vertrek van de
kant met een sprong naar keuze.
De vinnen worden aangedaan alvorens
de loodgordel vast te gespen. De loodgordel mag echter wel gebruikt
worden om de stabiliteit van de duiker te vergroten door op de dij te
leggen. Tijdens de apnea mag de duiker slechts éénmaal ademen op de
fles. Hij moet rustig en stabiel op de bodem kunnen blijven, zonder de
neiging te hebben te stijgen en zonder zich aan de fles vast te
grijpen.
De duiker komt correct geëquipeerd aan de oppervlakte
(snorkel om de hals of in de loodgordel). - 4 maal 20 meter tussen twee
toestellen
De kandidaat vertrekt van de kant van het diepe
gedeelte, met rechte voorwaartse sprong (ABC-uitrusting). Hij blijft na
de sprong onder water en zwemt eerst naar de fles die op 20 meter
afstand ligt. Hij neemt het mondstuk met één hand, opent de kraan,
steekt het mondstuk in de mond en ademt uit door de ontspanner. Vanaf
het ogenblik dat de kandidaat het mondstuk in de mond heft, beginnen de
20 sec. te lopen.
De jury telt duidelijk zichtbaar voor de kandidaat
af, d.w.z. 5 sec. = duik (één), 10 sec. = wijsvinger erbij (twee), 15
sec. = middenvinger erbij (drie). Vanaf dat ogenblik mag de kandidaat
nog één keer inademen. Hij neemt het mondstuk uit de mond, draait de
kraan dicht, controleert of de kraan ook werkelijk dicht is (druk
aflaten). Hij draait (links of rechts nar keuze) zonder evenwel de fles
te raken en zwemt naar de tegenoverliggende fles.
Bij de 4de keer
moet hij, na teken van de jury, uitademend opstijgen.
Een 4*D
moet:- Een inzicht hebben in de structuur en
de brevetten van de federatie (2 liga's). Hij moet bovendien de
belangrijkste voordelen van de aansluiting bij een club, aangesloten bij
de liga, kennen (verzekering, CMAS-erkenning van de brevetten
e.d.).
- Inzicht hebben in het mechanisme van
de bloedsomloop en van de ademhaling.
- De bouw van het menselijk oor kennen
en de drukveranderingen die het ondergaat tijdens het duiken
(equilibreren).
- De samenstelling en het gewicht van
lucht kennen en de rol die deze gassen spelen bij de
stofwisseling.
- De begrippen druk en dichtheid
(soortgelijk gewicht) kennen.
- Kennis bezitten van de soorten druk
en het begrip partiële druk; het begrip druk kunnen toepassen in
berekeningen.
- De wet van Pascal kennen en begrijpen
en alle courante toepassingen ervan in de duiksport kunnen
verklaren.
- De wet van Boyle & Mariotte
kennen en begrijpen en alle courante toepassingen ervan in de duiksport
kunnen verklaren.
- De wetten van Gay-Lussac (Charles
& Renault) kennen en begrijpen en alle courante toepassingen ervan
in de duiksport kunnen verklaren.
- De wet van Archimedes kennen en
begrijpen en alle courante toepassingen ervan in de duiksport kunnen
verklaren.
- De wet van Henry kennen en begrijpen
en alle courante toepassingen ervan in de duiksport kunnen verklaren
(saturatie en desaturatie).
- De wet van Dalton kennen en
begrijpen, de toepassingen ervan kunnen verklaren.
- De gevolgen van de overgang van het
licht, van lucht naar water (en vice-versa), inzien (breking,
weerkaatsing, absorptie van kleuren en diffusie).
- Het gedrag van de geluidsgolven onder
water kennen en de gevolgen ervan tijdens het duiken inzien.
- Het mechanisme van de hyperventilatie
kennen en begrijpen, alsook de gevaren ervan.
- Alle mechanische duikongevallen
kennen en begrijpen; ze kunnen voorkomen, de symptomen kennen en de
noodzakelijke acties ter behandeling kunnen ondernemen.
- Alle ongevallen door gasvergiftiging
kennen en begrijpen; ze kunnen voorkomen; de symptomen kennen en de
acties ter behandeling kunnen ondernemen (O2- CO -CO2 -
N2-vergiftigingen).
- Inzien hoe een decompressieongeval
ontstaat; alle mogelijke symptomen kennen en het oorzakelijk verband
begrijpen. De levensnoodzakelijke acties kunnen ondernemen en de
behandeling kennen.
- De bezwarende faktoren van het
decompressieongeval kennen en begrijpen.
- De gevolgen en de gevaren van
onderkoeling kennen en weten hoe het te voorkomen.
- De principes van verdrinking kennen
en begrijpen (uitgestelde verdrinking).
- In staat zijn een reanimatie uit te
voeren (mond aan mond beademing en hartmassage).
- Oorzaken van het buiten adem zijn
kennen en de gepaste reacties vertonen.
- Al de gevaren van de vrije duik
kennen en begrijpen en weten hoe ze te voorkomen.
- Kennis hebben van de belangrijkste
vermeldingen op de duiktoestellen en de wettelijke bepalingen.
- Inzicht hebben in de werking van de
mondontspanner.
- Elementaire kennis van het
werkingsprincipe van dieptemeters kennen.
- Praktisch gebruik en onderhoud kennen
van het courante duikmaterieel en het kunnen uitvoeren (ontspanners,
meters, trimvest, kompas, kranen, droge en natte duikpakken, lamp,
enz.)
- Het gebruik van de tabel voor
enkelvoudige duiken en de tabel voor opeenvolgende duiken kunnen
toepassen.
- Kennis bezitten van aanvullende
regels bij de tabellen.
- De uitzonderingsregels kunnen
toepassen.
- Elementaire kennis bezitten over de
begrippen: weefsels en periode.
- Elementaire kennis bezitten van het
gebruik van andere ademmengsels dan de gebruikelijke lucht.
- Elementaire kennis bezitten van
methodes om duikplaatsen op te zoeken en terug te vinden.
- De volledige organisatie van een
duikploeg op zich kunnen nemen.
- Elementaire kennis bezitten van de
specifieke aandachtspunten voor het duiken van een boot.
- Kennis bezitten van de problematiek
van het duiken in wateren met beperkte zichtbaarheid, stroming en in
steengroeven.
- Basiskennis bezitten van navigatie
(boven- en onderwater).
- Gevaren kennen van sommige
dieren.
- Aansprakelijkheid van de duiker
kennen: verzekering Nelos.
- Kennis bezitten van de
Nelos-reglementen: veiligheidsreglement, proeven, algemeen reglement
duikdiepte.
De openwaterproeven op 40 meter mogen pas uitgevoerd worden nadat de vereiste 20 duiken in zone(40) werden gedaan. De openwaterproeven moeten in "onze" wateren gebeuren (d.i. in wateren met beperkte zichtbaarheid).
- D1 1500 m palmen
- D2 Opstijgen van zone(40) aan 10 m/min + OSB
- D3 Redding van zone(15) tot 0 m + 150 m + slepen + CPR + O2
- D4 Zone(40): statische wisselademhaling + stijgen op 2de ontspanner naar opp.
- D5 Redding van zone(40) tot 15m
- D6 Krachtredding van zone(40) tot 15 m
- Schriftelijk examen met mondelinge
toelichting en correctie (40 min. / 30 min.)
- Federale jury uit 2*I onder
voorzitterschap van een 3*I, zoals aangesteld door de Verantwoordelijke
der Brevetten.
Alle duikers vanaf 1*D
(ook doopduiken)Richtlijnen
voor de clubs- De aanvraag voor het afnemen van een
examen 4-stersduiker moet een maand op voorhand toekomen bij de
verantwoordelijke der brevetten.
- De schriftelijke aanvraag gebeurt met
één gemeenschappelijk formulier waarop de namen van alle kandidaten
vermeld worden. (zie formulier aanvraag voor sessie 4-stersduiker). Dit
formulier moet vergezeld zijn van de blauwe kaart (voorbereiding
4-stersduiker) van elke kandidaat. Deze kaart moet volledig ingevuld en
in orde zijn.
- Tenzij op speciale aanvraag, gaan de
examensessies 4-stersduiker door in de week, dus niet op zaterdag of
zondag. Een examenzitting in het weekend, op uitdrukkelijke aanvraag van
een club, is mogelijk indien de nodige instructeurs gevonden worden.
Federale vergaderingen en organisaties hebben echter steeds voorrang op
dit week-end examen.
- Het inrichten van een examensessie
4-stersduiker in de schoot van de club, kan aanvaard worden vanaf 3
kandidaten van die club. Er moet echter gestreefd worden naar 5
kandidaten door toevoeging van kandidaten van de naburige clubs. De
verantwoordelijke der brevetten kan echter altijd een alleenstaande
kandidaat toevoegen.
- Een club kan de inschrijving van één
of twee kandidaten naar de verantwoordelijke der brevetten zenden. Deze
kandidaten zullen dan, in de mate van het mogelijke, toegevoegd worden
bij het eerstvolgend examen in de regio.
- De samenstelling van de jury zal de
aanvrager bekend gemaakt worden ongeveer 15 dagen vóór de gekozen datum
van het examen.
- De inrichtende club stelt de nodige
helpers ter beschikking van de jury opdat op het gepaste ogenblik de
flessen op de goede plaats zouden liggen, teneinde een vlot verloop van
het examen te waarborgen.
- De voorzitter en de verantwoordelijke
van het duikonderricht van de club moeten aandachtig de tekst van het
inschrijvingsformulier, dat ze dienen te ondertekenen, lezen. Ze nemen
een zware verantwoordelijkheid door het voorstellen van hun kandidaten.
Vergeten we niet dat houders van een 4-stersbrevet verantwoordelijk
zullen zijn als duikploegleider en eventueel moeten kunnen ingrijpen bij
incidenten en ongevallen.
- Elke kandidaat 4-stersduiker brengt
op de examensessie zijn duik- en logboekje(s) mee. Wanneer de
examenvoorzitter, bij nazicht, ontdekt dat inlichtingen op de kaart niet
overeenstemmen met deze in het duik- en logboekje zal de kandidaat op
het examen geweigerd worden.
- Het zwembad waarin het praktisch
examen 4-stersduiker plaats vindt moet minimum 2.80 meter diepte
hebben.
Jury
- De verantwoordelijke der brevetten
duidt een voorzitter en een co-voorzitter aan, welke 3-stersinstructeurs
moeten zijn. Hij duidt de juryleden aan, allen 2*stersinstructeur, in
functie van het aantal kandidaten.
- De verantwoordelijke der brevetten
zal kontakt opnemen met de 3-stersinstructeur aangeduid als voorzitter,
om zijn toezegging
van beschikbaarheid voor de voorziene datum en
uur te bekomen. - Vanaf de ontvangst van de konvokaties
en de vereiste formulieren, neemt de juryvoorzitter de leiding en de
initiatieven die noodzakelijk zijn voor het goede verloop van de
examenzitting.
- De instructeurs, die niet kunnen
deelnemen aan de examenzitting, verwittigen zo vlug mogelijk de
juryvoorzitter. Laatstgenoemde zal in hun vervanging voorzien.
- De juryvoorzitter stelt de vragen op,
overeenkomstig de afbakening van de theorie voor het 4-stersbrevet. Het
theoretisch examen gebeurt schriftelijk. De kandidaat heeft 40 minuten
tijd om de vragen schriftelijk te beantwoorden, daarna wordt hij nog 30
minuten over zijn geschreven teksten ondervraagd door de twee juryleden.
Binnen deze 30 minuten gebeurt de verbetering en evaluatie van het
theoretisch examen. De kopij wordt samen met het behaalde resultaat aan
de voorzitter overhandigd.
- De protocols van de verschillende
zwembadproeven moeten door de voorzitter als geheugensteun meegegeven
worden aan de juryleden.
- Na het examen wordt er tussen de
voorzitter en de juryleden een debriefing over het verloop van het
examen gehouden.
- Indien er, op een of andere wijze,
onenigheid tussen de juryleden over de evaluatie ontstaat, heeft de
voorzitter een beslissende stem.
- Indien zou blijken dat er voor
bepaalde examens niet genoeg juryleden beschikbaar zijn, kan de
voorzitter beroep doen op 3-stersinstructeurs.
- De juryvoorzitter vult de formulieren
in met de aan- en afwezigheden en de examenresultaten. Deze formulieren
worden naar de verantwoordelijke der brevetten gestuurd.
- Bij herhaalde afwezigheden van
juryleden zonder verontschuldigingen aan de juryvoorzitter zullen deze
instructeurs geschrapt worden van de lijst der juryleden.
Observators
- Om de 1*I (kandidaten 2*I) op de
theoretische proef voor te bereiden, mogen zij observator zijn bij het
theoretisch examen voor 4*D.
Na aanmelding bij de Verantwoordelijke
der Brevetten schakelt deze hen in op de volgende examens 4*D.- De voorzitter van de jury zorgt
ervoor dat er slechts één of hoogstens twee vragen op één blad
afgedrukt worden.
- Zogauw een kandidaat 4*D een
vragenblad beëindigd heeft, kan de observator, begeleid en
gecontroleerd door de twee juryleden en eventueel de voorzitter of
ondervoorzitter, de correctie beginnen. Samen met deze begeleiders
kunnen mogelijke bijvragen voorbereid worden.
- Indien alle vragen verbeterd zijn,
gaan de juryleden over tot het mondeling gedeelte. De observator is
hier enkel passief toeschouwer.
Examensessie 4-stersduiker
Slagen in theorie en/of
praktijk
Daar er geen vaste regel voor de volgorde van de sessie
4-stersduiker geldt, kan zowel eerst de praktijk en dan de theorie plaats
hebben, als omgekeerd. De jury kan nadien beraadslagen over: het volledig
welslagen, het mislukken of het gedeeltelijk lukken van theorie of
praktijk.
Bij mislukking moet de kandidaat 6 maanden wachten vooraleer
zich terug aan te bieden. Hetzelfde geldt voor een gedeeltelijke
mislukking.
Voorgedragen kandidaten, die zonder excuus afwezig zijn op
dit examen, wachten eveneens 6 maanden vooraleer ze zich terug mogen
aanbieden.
Ondertekening van de blauwe kaart - voorbereiding tot
4-stersduiker
Bij het volledig lukken van het examen 4-stersduiker
ondertekent de juryvoorzitter (+ stempel) de blauwe kaart op de voorziene
plaats.
Deze kaart wordt samen met het duikboekje van de kandidaat naar
het NELOS-secretariaat opgestuurd, ter homologatie.
Ter
herinnering:
Vooraleer een kandidaat zich aanbiedt voor het examen
4-stersduiker dient zijn blauwe kaart volledig ingevuld en in orde te
zijn. D.w.z.: alle duiken en openwaterproeven voorzien voor het
4-stersbrevet zijn gedaan.
Zwembadproeven
De proeven moeten in de
voorgeschreven volgorde binnen de 45 min. uitgevoerd worden.Uit:Website NELOS