![]() |
Een duiker die bekwaam is om veilig en correct gebruik te maken van zijn duikuitrusting in een beschermde trainingsomgeving en die klaar is om openwaterervaring op te doen, begeleid door een ervaren duiker. Hij moeten kunnen functioneren volgens het buddy-systeem van de CMAS.
100 m zwemmen zonder uitrusting
Af te leggen in een door de kandidaat gekozen stijl, zonder onderbreking. Geen
uitrusting toegelaten. Geen tijdslimiet.
100 m met vinnen, snorkel , masker en lood
Zonder tijdslimiet, maar met een zeker ritme en zonder gebruik van de armen.
1 keer masker ledigen
Op de bodem, in stabiele houding, laat de kandidaat zijn masker volledig
vollopen door dit langs boven van het aangezicht te lichten, of helemaal af te
nemen. Vervolgens blaast hij langs de neus het masker volledig leeg. Stijl en
techniek zijn vrij, maar het masker moet wel helemaal leeg zijn.
10 m apnea
De kandidaat laat zich in het diepe gedeelte van het zwembad verticaal zakken
tot op de bodem en legt 10 m onder water af, op ongeveer 50 cm van de bodem.
Armen worden niet gebruikt als zwemhulp, maar mogen naast het lichaam of
gestrekt voorwaarts gericht zijn. Op het einde van het parcours keert de
kandidaat zich op de rug, legt de loodgordel af en stijgt op.
20 sec stilstaande apnea
De kandidaat laat zich verticaal naar de bodem zakken en plaatst zich in een
stabiele houding, zonder nochtans tegen de muur te leunen. Hij houdt één hand
aan de vest van de loodgordel, klaar om deze af te werpen, de andere hand boven
het hoofd (hand mag niet op het hoofd rusten). Hij kijkt naar de instructeur.
Op het einde van de proef en op teken van de jury wordt de loodgordel afgenomen
en op d e bodem gelegd. Tijdens het opstijgen wordt naar de oppervlakte
rondgekeken voor mogelijk oppervlaktegevaar. Er wordt lucht uitgeademd tijdens
de opstijging. (Later wordt de loodgordel terug opgehaald).
Ontspanner op fles kunnen monteren en demonteren
Gecombineerde oefening
Volledig uitgerust plaatst de kandidaat zich aan de rand van het zwembad, recht
vooruit kijkend. Hij houdt met één hand zijn masker vast, met de andere zijn
loodgordel. Hij springt verticaal met de punten van de vinnen lichtjes opwaarts
gericht in het water. Hij maakt terug oppervlakte, neemt de ontspanner uit de
mond en verwisselt deze met de snorkel. Daarna legt hij aan de oppervlakte een
afstand van 25 m af, tot in ondiep water. Daar verwisselt hij terug snorkel met
ontspanner en legt 25 m af met ontspanner tot aan het diepe gedeelte. Hier
maakt hij een eendeduik en neemt een stabiele houding aan. Op teken van de
jury: "Ik heb geen lucht meer", wisselt hij driemaal van mondstuk met het
jurylid. Tenslotte maakt de kandidaat éénmaal het masker ledigen.
50 m onderwaterzwemmen, met de fles
De kandidaat gaat met een voorwaartse sprong volledig uitgerust te water en
legt 50 m af op ongeveer 50 cm van de bodem, zonder gebruik te maken van de
armen, rustig ademend aan de duikfles.
Oefening reddingsvest
De kandidaat moet zich in de grote diepte driemaal na elkaar trachten uit te
trimmen, zonder de bodem of de oppervlakte te raken.
Equiperen voor openwaterduik
Het duikonderricht beveelt ten zeerste aan dat de kandidaat 1*D zich in het
zwembad leert equiperen voor een openwaterduik.
Een 1*duiker moet
Eerste duik
De ploegleider, met zijn ervaring, mag niet vergeten dat hij tegenover een beginneling staat die alles nog moet leren en waarschijnlijk met angst het ogenblik van ondergaan tegemoet ziet. De briefing zal duidelijk en volledig zijn, maar ook geruststellend. Eens te water dient de instructeur op het volgende te letten:
Over het zuignapeffect wordt meestal licht overgegaan daar eventuele gevolgen
van voorbijgaande aard zijn.
Opgelet: dit "onschuldig" incident kan aanleiding geven tot het loskomen van
het netvlies.
Een doopduik gebeurt liefst met twee: instructeur en beginneling. De voorziene
diepte van 15 m hoeft niet noodzakelijk bereikt te worden. De duik is al gelukt
als de kandidaat, onder invloed van de ploegleider, blijk geeft van kalmte en
zelfvertrouwen. Laten we het groot belang van deze eerste duiken niet
onderschatten!
Inderdaad, ofwel volgen er nog vele duiken, ofwel geen meer.
De volgende duiken
Tijdens deze duiken houdt de instructeur toezicht over:
Duiken voor homologatie
De normale situatie is dat een 1*D kan beginnen duiken na de homologatie van zijn brevet. Het Bestuur kan echter toelating geven te duiken onmiddellijk na het beëindigen van de proeven (dus na aftekening van de witte kaart), indien:
Uit:Website NELOS