(Kandidaten die geweigerd worden, kunnen zich beroepen op het Bestuur van het Duikonderricht.)
De kandidaat legt voor vier verschillende jury’s examen af over respectievelijk vier onderdelen van de duiktheorie, namelijk:
Dit examen vindt plaats in de loop van januari.
Een kandidaat die voor de derde maal mislukt in het theoretisch examen moet minimum 2 examensessies overslaan alvorens zich opnieuw aan te bieden.
Geslaagd zijn voor het eerste luik.
In de week na het slagen van het eerste luik, stelt de kandidaat één onderwep (of meerdere onderwerpen) voor zijn verhandeling voor.
Het bestuur onderzoekt dit voorstel.
Bij goedkeuring wordt de kandidaat onmiddellijk op de hoogte gebracht.
Bij afkeuring zal er een onderhoud met de kandidaat daarover plaatsvinden.
Het onderwerp kan dan gewijzigd worden of helemaal vervangen.
De verhandeling mag maximum 10 bladzijden beslaan. Zij moet een bibliografie inhouden van minstens drie geraadpleegde werken.
In het begin van mei wordt deze verhandeling ingeleverd. Op het einde van mei zal de kandidaat de inhoud van deze verhandeling naar voren brengen onder de vorm van een voordracht, een uiteenzetting, waarbij hij/zij de besluiten, ideeën en stellingen zal verdedigen voor een jury.
De jury kan daarover vragen stellen. De evaluatie betreft de inhoud en de wijze van voorbrengen.
1. Alle 3*-instructeurs zetelen in de jury.
2. Per kandidaat stelt het Bestuur een 'technische jury' aan, bestaande uit vijf 3*-instructeurs.
Deze vijf juryleden ontvangen een kopie van de verhandeling, zodat zij deze vooraf kunnen bestuderen, controleren en evalueren. Enkel deze vijf juryleden mogen vragen stellen en in discussie treden met de kandidaat. Zij quoteren op de inhoud van de verhandeling en de voordracht. Hun gezamenlijke quotatie telt voor 40% van het totaal. De voorzitter van de jury zorgt voor het coördineren van de vraagstelling en voor het samenstellen der punten van zijn jury. Hij noteert de opmerkingen van de jury voor de noodzakelijke feed-back.
Nota 1.
Het feit dat men aangeduid wordt in de 'technische jury', hoeft niet te betekenen dat men specialist is in dat bepaald onderwerp.
Nota 2.
Per kandidaat wordt er een geheel andere 'technische jury' samengesteld.
3. De andere 3*-instructeurs beoordelen de kandidaat enkel op de wijze van voorbrengen, taal en houding en het gebruik van de audiovisuele media.
Het hoofdstuk "Spreken in het openbaar" uit de APBO-cursus zal hier leidraad zijn (zie bijvoegsel). Hun gezamenlijke quotatie telt voor 60% der punten.
4. Om geslaagd te zijn moet de kandidaat in het totaal minstens 60% der punten behaald hebben.
5. De uitslag wordt pas bekend gemaakt nadat de laatste kandidaat zijn voordracht gehouden heeft. De voorzitter van de jury verstrekt daarna tekst en uitleg aan de kandidaat over zijn prestaties.
- Geslaagd zijn voor het eerste en tweede luik
- Medisch en administratief in orde zijn
- 20 openwaterduiken hebben geleid, waarvan minstens 10 in zee of oosterschelde, sinds het behalen van 2-stersinstructeur
- Minstens 300 duiken gedaan hebben voor minstens 150 duikuren (100 zeeduiken dieper dan 30 m)
- 30 zeeduiken vanaf een boot, waarvan 10 sinds het behalen van 2-stersinstructeur
(Oosterschelde-duiken worden voor 25% aanvaard als zeeduiken).
De zeestage bestaat uit:
8 zeeduiken met vertrek van een boot
De duikploegen zijn meestal samengesteld uit 4 kandidaten en twee juryleden 3-stersinstructeurs.
Van deze 8 duiken is men:
• 2 maal duikleider
• 2 maal hekkesluiter
• 4 maal begeleider
Scholing in het gebruik van een rubberboot:
• Meertouwen werpen
• Aanmeren van de boot (op bolder of ring)
• 5 klassieke zeemansknopen
• Het opschieten en opbergen van een touw.
De algemene beoordeling gaat over:
- Gedrag in de duik (inde verschillende functies)
- Briefing (als ploegleider)
- Débriefing (als ploegleider)
- Controle van het materieel (als hekkesluiter)
- Praktische organisatie van de duik
- De hoger vermelde oefeningen
- De actieve hulpverlening bij duikongevallen aan boord
- Redding onder water en aan de oppervlakte
- Kameraadschap
- De kwaliteiten als instructeur (autoriteit, doeltreffendheid, duidelijke instructies enz...)
- De menselijke contacten
Nota:
Vooraleer deel te kunnen nemen aan de zeestage dient de kandidaat een formulier in te vullen waarin hij verklaart kennis te hebben genomen en akkoord te gaan met de manier van duiken aldaar (cfr. formulieren)
NOTA:
Men mag na het slagen voor het eerste en tweede luik driemaal deelnemen aan de zeestage. Bij het mislukken hiervan mag men, na opnieuw geslaagd te zijn voor het eerste en tweede luik, nogmaals driemaal deelnemen aan de zeestage en dit zonder limiet van deelname.
Een titel van 3-stersinstructeur wordt definitief toegekend na een activiteit van vijf jaar. Een 3-stersinstructeur, niet-examinator, is dus minstens vijf jaar instructeur geweest.
Een 3-stersinstructeur wordt niet-examinator door:
- ontslagname
- beslissing van de Ereraad
- beslissing van het bestuur van het College
Een 3-stersinstructeur niet-examinator mag geen proeven controleren, noch aftekenen (zwembad - theorie - openwaterproeven).
Hij wordt uiteraard uitgenodigd op de A.V. der 3-stersinstructeurs en heeft stemrecht (overeenkomstig het Reglement van Inwendige Orde).
Een titel van 2-stersinstructeur wordt definitief toegekend na een activiteit van zeven jaar.
De instructeurstitel worden jaarlijks hernieuwd.
Deze titelhernieuwing gebeurt automatisch. Het duikboekje kan afgestempeld worden tijdens de algemene vergadering van het duikonderricht NELOS, of nadien op het secretariaat.
Verzet tegen de titelhernieuwing van een instructeur, moet schriftelijk gemeld worden bij de VERANTWOORDELIJKE VAN HET DUIKONDERRICHT NELOS, door de voorzitter en de duikverantwoordelijke van de club en dit vóór 31 januari.
Elk protest wordt voorgelegd aan het bestuur van het College.
Beslissingen over twijfelgevallen worden genomen op de eerstvolgende Algemene Vergadering van het College der 3-stersinstructeurs.
Een laatste beroep kan gedaan worden op de Ereraad.
Voor het aanvragen van een titel die reeds vroeger geweigerd werd, moeten de voorzitter en de duikschoolverantwoordelijke hun aanvraag tot hernieuwing richten aan het Bestuur van het College.
Uit: Website NELOS