![]() |
De kandidaat moet zelf deel uitmaken van één van de groepen.
De controle gebeurt door minimum 2 instructeurs, waarvan minstens één 3-stersinstructeur.
De kwotatie gebeurt volgens een gedetailleerd observatieblad.
Een 3-sters- of 2-stersinstructeur speelt de rol van leerling. Hij oordeelt tevens over de voorbereiding tot dit soort duik. Onder géén voorwaarde mag deze duik de allure hebben van een duik, type 2-stersinstructeur-stage, maar moet onder de meest normale omstandigheden verlopen.
Op 40 meter gekomen, in het begin van de duik, simuleert de jury een incident (geen ongeval !), waarbij de terugkeer naar de oppervlakte noodzakelijk wordt.
Deze duik moet binnen de veiligheidscurve gebeuren en de stijgsnelheid mag de 10 m/min. niet overschrijden. Heronderdompeling is dan ook niet noodzakelijk. Indien onvrijwillig de veiligheidscurve overschreden wordt, moet de regel voor onderbroken trappen toegepast worden. Indien de stijgsnelheid overschreden wordt, moet de regel voor de versnelde stijging toegepast worden. Alle fouten tegen deze regels houden een mislukking in.
Enkel verticale proeven komen in aanmerking. Bij voorkeur brengt de kandidaat zelf een kandidaat 1-stersduiker of 2-stersduiker mee, waardoor de situatie reëel wordt. Bij ontstentenis van een echte kandidaat, kan de controlerende 2-sters- of 3-stersinstructeur zelf als kandidaat fungeren en zal dan een naar zijn keuze verticale proef doen.
De kwotatie is dezelfde als voor de afname van de zwembadproef (zie didactische proeven).
| Onderwerp | punten |
|---|---|
| Administratie, verzekering en reglementering | 10 |
| Tabellen | 20 |
| Fauna & Flora | 10 |
| Materieel | 10 |
| Zeemanschap | 10 |
| Duikorganisatie | 20 |
| Duikfysica | 10 |
| Duikgeneeskunde (theorie en praktijk C.P.R.) | 20 |
| Totaal | 110 |
De kandidaat moet bij zijn antwoord op de vraag reeds 50% behalen.
De door de jury bijgestelde vragen in de diepte dienen enkel om het verschil tussen 50% en 100% te bepalen.
Om geslaagd te zijn moet de kandidaat in het totaal 60% behalen (66/110)
Tevens moet hij 50% behalen op de onderdelen Tabellen, Organisatie en Duikgeneeskunde.
De houders van het brevet van Duiker-Hulpverlener zijn vrijgesteld van de praktische proef CPR.
De examenmethode en de vragenlijsten worden door het Bestuur van het College bepaald.
Geldigheidsduur:
Na het slagen in het theoretisch examen beschikt de kandidaat over maximum drie opeenvolgende jaren om te slagen in de didactische proeven.
Aan deze proeven mag maar deelgenomen worden als het theoretisch examen gelukt is. Tevens moeten de niet-houders van het brevet van Duiker-Hulpverlener geslaagd zijn voor hun CPR. De niet-geslaagden voor de CPR kunnen nog Duiker-Hulpverlener worden op de examens van dito brevet. Alleen dan mogen ze zich aanbieden op de didactische proeven van 1-stersinstructeur.
De beide delen (theoretische les en zwembadles) zijn losgekoppeld. Als men dus geslaagd is voor één van beide lessen, maar niet voor de andere, is men het volgend jaar voor deze les vrijgesteld. Deze vrijstelling geldt voor 3 jaar.
De kandidaten moeten steeds aan de twee proeven deelnemen. Het resultaat zal hen eerst meegedeeld worden na de einddeliberatie.
De kandidaten kunnen slechts éénmaal per jaar aan deze proeven deelnemen. Het wordt aan de regio’s overgelaten welke proef eerst wordt afgelegd, theorie of praktijk, maar ze moeten wel op één dag gebeuren.
Als regio’s worden verstaan de provincies, maar het wordt aan de verantwoordelijken en/of kandidaten overgelaten in welke regio ze willen deelnemen.
Het Bestuur van het College bepaalt in overleg met de regio’s en de kandidaten de data en plaatsen. Het stelt, in verhouding tot het aantal kandidaten, een Nelos-jury van 3-stersinstructeurs samen.
Elke kandidaat brengt vier leerlingen mee (voorzien van fles en ontspanner). Zij moeten hun duikboekje voorleggen aan de jury die controleertof het wel degelijk leerlingen zijn (maximum 2-stersduikers - kandidaat 3-stersduikers).
Door loting krijgt elke kandidaat vier leerlingen toegewezen.
Didactische theorieles:
De kandidaat zorgt zelf voor eventueel didactisch materieel.
De duurtijd van de les is minimum 30 minuten en maximum 45 minuten.
De stof, waaruit kan gekozen worden, betreft:
- De wetten
- De duikongevallen
- De duiktabellen
- Het materieel
- De redding en reanimatie
De les wordt gegeven aan de leerlingen; de juryleden maken geen deel uit van de groep waaraan les gegeven wordt, maar kwoteren op een uitgebreid kwotatieblad.
Houders van het diploma Algemene Pedagogische Basisopleiding (APBO) van de Vlaamse Trainersschool of Bloso zijn vrijgesteld van de didactische theorieles.
Aan diezelfde 4 leerlingen wordt een praktische les gegeven, bestaande uit een korte opwarming, het aanleren van een zwembadproef voor het brevet van 3-stersduiker en het inoefenen ervan, gevolgd door de proefafnamen bij de leerlingen. Het aanleren, inoefenen en de proefafname met evaluatie moet binnen het uur gebeuren.
Deze evaluatie is enkel bestemd voor de juryleden.
De onderwerpen omvatten alle zwembadproeven met toestel:
De gecombineerde oefening, ster met 4, 4 maal 15 meter tussen 2 flessen. De kandidaat trekt hieruit 1 onderwerp.
De kandidaat mag, indien hij dit nodig acht, de juryleden organisatorisch betrekken bij de proef 4 maal 15 m tussen 2 flessen.
Na geslaagd te zijn in de didactische proeven MOETEN de kandidaten een speciaal voor hen georganiseerde openbare zitting bijwonen, waarop een zeer uitgebreide uiteenzetting wordt gegeven over rechten en plichten, verantwoordelijkheid en deontologie van de Nelos-instructeur.
Hierop volgt de plechtige uitreiking van zijn titel.
Voor de homologatie van de 1-sterstitel is de aanwezigheid op de Academische Zitting vereist. Verontschuldigingen (zelfs gewettigde) worden dus niet aanvaard.
BELANGRIJK
Niet-geslaagden voor het 2de luik.
Kandidaten die een vorig jaar mislukten in een of beide didactische proeven en het volgend jaar willen herkansen, moeten zich ten laatste melden op de dinsdagavond na het theoretisch examen.
Uit:Website NELOS