
De opleiding bestaat uit twee modules (module 2 en 4)
en wordt verplicht
gevolgd door een Academische Zitting (deontologie van de instructeur).
Theorie sportduiken of sporttechnische module en de examens van de sporttechnische module initiator
Lessenreeks van Module 2 ‘De Sporttechnische module Initiator’ De lessen SG Initiator gaan over:
Dit volgt op de lessen. Een herexamen is voorzien.
Na het slagen in het examen of herexamen krijgt de kandidaat een bewijs..
Om geslaagd te zijn dient de kandidaat op elk der vakken 50% te behalen, met een totaal der punten van 50%.
Wie niet geslaagd is maar in totaal 50% der punten heeft behaald, mag deelnemen aan een herexamen, met vrijstelling voor de vakken waarbij tenminste 50% werd behaald.
Wie niet geslaagd is en in totaal geen 50% der punten heeft behaald, mag deelnemen aan een herexamen zonder vrijstellingen.
De bestaande deliberatienormen blijven gelden voor de tweede zittijd, waarbij dan de punten van alle vakken – ook die waarvoor vrijstelling werd bekomen - meespelen.
Wie niet slaagt in het herexamen, moet een volgende sessie opnieuw alle vakken afleggen, zonder vrijstellingen.
De kandidaat zelf zorgt voor de nodige leerlingen ( 4 op niveau kandidaat 3*D). De evaluatieformulieren van de Stages komen in het bezit van de voorzitter van de jury’s. Zij dienen om de jury te helpen het examen te evalueren.
Het examen wordt afgenomen door 3-instructeurs, eventueel aangevuld door 2-instructeurs als observator.
Het getuigschrift APBO geeft vrijstelling voor Module 4-examen ‘didactische les theorie’.
Module 4 is steeds de laatste module.
De kandidaten en de clubs worden vriendelijk verzocht om voor aangepaste infrastructuur en didactische hulpmiddelen te zorgen, zodat de kandidaten hun opdracht naar behoren kunnen uitvoeren. Bij ontstentenis van een goede oplossing kan er gebruik worden gemaakt van de infrastructuur van het duikershuis (tegen betaling).
Alle kandidaten, die slaagden in Module 4, worden op de Academische Zitting uitgenodigd. Op de Academische Zitting wordt de kandidaat benoemd tot 1*Instructeur NELOS en verkrijgt hij het diploma Initiator Duiken VTS.
Een niet aanwezigheid op deze zitting stelt de uitreiking van de titel en diploma uit tot de volgende Academische Zitting!
Op de opleidingskaart ‘Openwaterproeven voor 1*I’ worden de voorwaarden afgetekend door de duikschoolleider en voorzitter van de club.
De kandidaat moet zelf deel uitmaken van één van de groepen.
De controle gebeurt door een jury van minimum één 2* instructeur en één 3*
instructeur.
De quotatie gebeurt volgens een gedetailleerd observatieblad.
De controlerende jury evalueert boven water of de kandidaat 1*I, de
vaardigheden op een correcte wijze aanleert en demonstreert. Vervolgens zal de
kandidaat instructeur deze vaardigheden met de kandidaat onderwater voltooien
zoals voorgeschreven. Bij gebrek aan een kandidaat 2*D, kan de jury zelf deze
rol vervullen of een van de deelnemende duikers (2*D of hoger) hiervoor
aanduiden.
Een 3- of 2* instructeur speelt de rol van leerling. Hij oordeelt tevens over
de voorbereiding tot dit soortduik. Onder géén voorwaarde mag deze duik de
allure hebben van een duik, type 2* instructeursstage,
maar moet onder de meest normale omstandigheden verlopen.
Op 40 meter gekomen, in het begin van de duik, simuleert de jury een incident
(geen ongeval!), waarbij deterugkeer naar de oppervlakte noodzakelijk wordt.
Deze duik moet binnen de veiligheidscurve gebeuren en de stijgsnelheid mag de
10 m/min niet overschrijden.
Heronderdompeling is dan ook niet noodzakelijk. Indien onvrijwillig de trappen
onderbroken worden, moet de regel voor onderbroken trappen toegepast worden.
Indien de stijgsnelheid overschreden wordt, moet de regel van de versnelde
stijging toegepast worden. Alle fouten tegen deze regels houden een mislukking
in.
Enkel verticale proeven komen in aanmerking. Bij voorkeur brengt de kandidaat
zelf een kandidaat 2*D of 3*D mee, waardoor de situatie reëel wordt. Bij
ontstentenis van een echte kandidaat, kan de controlerende 2- of 3* instructeur
zelf als kandidaat fungeren en zal dan een naar zijn keuze verticale proef doen.
De quotatie is dezelfde als voor de afname van de didactische zwembadproef (zie
verder).
Protocol:
Algemene nota: Alle oefeningen van deze fysieke fitheidtest moeten uitgevoerd worden volgens
de in deze
infomap beschreven protocollen. Indien niet kan dit eveneens een mislukking
inhouden.
Vertrek van tegen de muur (in het water) in het diep. Alle kandidaten gaan gelijktijdig naar beneden voor een stilstaande apnéu. 70 seconden nadat de kandidaten de bodem bereikt hebben, geeft de instructeur het stijgteken. De kandidaten antwoorden en er wordt gezamenlijk gestegen.Nota: Synchroon afdalen naar de bodem is belangrijk.
Vertrek met 7 van tegen de muur in het water. Eén instructeur vertrekt met een eendenduik naar de fles die in het diep op de bodem ligt. De 6 anderen leggen zich boven de fles in een kring aan de oppervlakte. Op het ogenblik dat de eerste luchtbel de oppervlakte bereikt, vertrekken ze samen met een eendenduik naar beneden. Zij leggen zich in formatie rond de fles. Houding: plat op de bodem, benen lichtjes gespreid en gestrekt, armen gekruist, de ellebogen steunen op de bodem.
Mondstuk nemen: de tweede trap in één hand nemen, mondstuk in de mond steken en uitademen door de ontspanner. Er mag slechts eenmaal per keer geademd worden. Het bovenlichaam mag eventueel lichtjes vlotten bij inademing, maar de voeten moeten steeds de bodem blijven raken. Alleen de kandidaat die ademt, mag de fles vasthouden. Het doorgeven van de fles naar de buurman gebeurt door de tweede trap op de eerste trap te plaatsen. De fles wordt verder gegeven in de richting van de wijzers van een uurwerk. Na het doorgeven van de fles neemt de kandidaat onmiddellijk de correcte houding weer aan (indien nodig een weinig uitademen).
De proef duurt 5 minuten; de instructeur duidt het einde aan.
De kraan wordt dichtgedraaid door de instructeur die als eerste naar beneden ging of op aanwijzing van de instructeur. Mondstuk uit de mond nemen, kraan dichtdraaien en nagaan of de kraan ook werkelijk dicht is. De tweede trap op de bodem leggen. De instructeur die de fles heeft dichtgedraaid, geeft het teken om te stijgen. De kandidaten stijgen samen. Aan de oppervlakte wordt het OK-teken gegeven.
Nota: Het is belangrijk dat de kandidaten zich snel en ordentelijk in formatie boven de fles aan de oppervlakte opstellen zodat ze niet op voorhand vermoeid geraken en opdat ze op het sein van de instructeur vlot en gelijktijdig hun eendenduik kunnen inzetten naar de bodem.
De flessen worden met de onderkant tegen de zwembadrand gelegd. Daardoor bedraagt de werkelijke afstand slechts een 23-tal meter.
De kandidaat vertrekt met een rechte voorwaartse sprong in het diep. Hij zwemt naar de fles die op 25 meter afstand ligt. Hij gaat vlak voor de fles op de bodem liggen. Houding: plat op de bodem, benen lichtjes gespreid en gestrekt, de ellebogen steunen op de bodem; de kandidaat mag zich vasthouden aan de fles. Hij neemt het mondstuk met één hand, opent de kraan, steekt het mondstuk in de mond en ademt uit door de ontspanner. Vanaf het ogenblik dat de kandidaat het mondstuk in de mond neemt, mag hij 20 seconden ademen. De kandidaat mag de kraan niet manipuleren met het mondstuk in de mond.
De instructeur telt duidelijk zichtbaar voor de kandidaat: 5 seconden = één vinger, 10 seconden = tweede vinger erbij, 15 seconden = derde vinger erbij. Op dat ogenblik mag de kandidaat nog één keer inademen. Hij neemt het mondstuk uit de mond, draait de kraan dicht, controleert of de kraan ook werkelijk dicht is (druk aflaten). Hij draait (links of rechts naar keuze) zonder evenwel de fles te raken en zwemt naar de tegenoverliggende fles.
Nadat hij voor de vierde keer 20m gezwommen en opnieuw op de fles geademd heeft, moet hij op het teken van de instructeur opstijgen.
Vertrek met maximum 6 kandidaten van tegen de muur in het water, het zwemmen gebeurt zonder gebruik van de handen als voortstuwingsmiddel. Elke kandidaat heeft een helft van een volledige baan. Hij moet ook in dat stuk blijven, hij mag niet van baan of van zijn helft afwijken. De instructeur geeft het teken om te starten. Op dat moment beginnen de 12 minuten te lopen. Aan de oppervlakte zwemmen de kandidaten met hun ABC-materiaal binnen de 12 minuten minimum 22 lengtes. De instructeur houdt de score van de aantal lengtes bij op een apart formulier. Op 11 minuten geeft de instructeur nog een kort signaal om de kandidaten van het einde te verwittigen en op 12 minuten geeft de instructeur het eindsignaal.
De kandidaat mag op 1 onderdeel een tekort behalen en dat kan nog op dezelfde sessie weggewerkt worden.
Deze herkansing zal onmiddellijk (5 minuten recuperatie) na de laatste proef plaatsvinden.
De proeven ‘fysieke conditie’ worden afgenomen door 3-instructeurs eventueel aangevuld met 2- instructeurs.
De proeven fysieke conditie (toelatingsvoorwaarde voor Module 4) moeten steeds afgelegd worden in hetzelfde jaar als dat Module 4 wordt afgelegd. Indien men niet lukt in Module 4 of indien men deze Module uitstelt naar een ander jaar, dan moeten deze proeven ‘fysieke conditie’ hernomen worden in het jaar dat men zich opnieuw aanbiedt voor Module 4.
Uit:Website NELOS