|
4.Letsels
aan onderhuidse weefsels: Verstuikingen, kneuzingen, spier- en peesscheuren zijn letsels aan onderhuidse weefsels. Daarbij worden spieren, pezen, bloedvaten, zenuwen, gewrichtskapsels en/of –banden beschadigd, terwijl de huid zelf intact blijft. A.Verstuikingen: Gewrichten zijn zodanig gebouwd, dat ze
bepaalde bewegingen toelaten. De bewegingsmogelijkheid van een gewricht is
echter ook beperkt. Het gekwetste lichaamsdeel doet pijn en zwelt snel op. Bij verstuikingen is er steeds een verminderde bruikbaarheid van het getroffen gewricht. Soms treedt die verminderde bruikbaarheid pas na een tijdje op, of verergert ze de eerste uren na het oplopen van het letsel. Verstuikingen komen vaak voor als sportletsel, bijvoorbeeld als gevolg van het oneffen neerkomen van de voet na een sprong. Daardoor wordt het gewricht met veel kracht in een “verkeerde” richting bewogen. Door een goede houdingscontrole kunnen verstuikingen vaak voorkomen worden. B.Kneuzingen: Een kneuzing ontstaat wanneer weefsel
gekneld raakt tussen een stomp voorwerp en het onderliggende bot. Daardoor
scheuren bloedvaten en worden ook de pijngevoelige zenuwuiteinden sterk
geprikkeld, ook het onderhuidse weefsel (vetweefsel, spieren…) is vaak
beschadigd. Kneuzingen zijn het gevolg van stoten, vallen of inklemmingen. Ze komen vaak voor bij contact- en andere sporten. Een “blauwe plek”, een buil, een vinger die gekneld zat tussen een deur…zijn enkele voorbeelden van veel voorkomende kneuzingen. C.
Spier- en peesscheuren: Een spier bestaat uit talrijke
elastische vezels die tot bundels zijn samengevlochten. De spieren zijn aan de
botten gehecht door pezen. Spier- en peesscheuren worden meestal opgelopen in het kader van contactsporten en sporttakken waarbij plotse en bruuske bewegingen nodig zijn. Peesscheuren kunnen ook het gevolg zijn van een langdurige overbelasting. De spier of de pees kunnen volledig og gedeeltelijk gescheurd zijn. De kans op deze letsels wordt sterk verminderd door een goede sportbegeleiding. Opwarmingsoefeningen, houdingscontrole en voldoende training spelen daarbij een doorslaggevende rol. Spierscheur: Bij een spierscheur ontstaat een plotse, zeer hevige pijn in de gescheurde spier. Het slachtoffer neemt de spierscheur waar alsof er onverwacht een vreemd voorwerp met kracht op het lidmaat wordt geslingerd (een zweepslag, een tennisbal tegen de kuit…). Na het oplopen van een spierscheur is er een verminderde bruikbaarheid van het getroffen lidmaat, afhankelijk van de ernst van de spierscheur. Peesscheur: Ook een peesscheur gaat gepaard met pijn. De bruikbaarheid van de spier die met de getroffen pees verbonden is, is verminderd of zelfs volledig uitgevallen. Spier- en peesscheuren gaan eveneens gepaard met inwendige bloeding en met zwelling. Of deze inwendige bloeding en deze zwelling ook uitwendig zichtbaar zijn (of na verloop van tijd zichtbaar worden), hangt ondermeer af van de plaats en de ernst van de spier- of peesscheur. Wat te doen:
TIP: Om het gemakkelijker te onthouden kun je de ICE - regel toepassen.
Wat niet doen:
|
Copyright © 2001 - 2002 Fuji Yama Blankenberge |