Korte
inleiding:
Ofschoon
de Hakko-Ryu Ju-Jutsu werd opgericht in 1941, is het toch een eeuwen-oude
erfenis van de klassieke Bujutsu (krijgskunst), die gebruikt werd door de
samurai’s in het Feodale Japan.
De
stichter van de Hakko-Ryu, Ryuho Okuyama (1901-1987) en zijn zoon Nidai
Soke Ryuho (Toshio) Okuyama stammen af van een zeer lange lijn van
prominente bushi’s (krijgers), namelijk de Genji-clan.
Als
student van de Hakko-Ryu Ju-Jutsu kan je de originaliteit van deze
martiale kunst opsporen tot de achtste eeuw na Christus.
Alhoewel
er geschriften bestaan van Martial Arts technieken van 23 voor Christus,
werd de eerste algemene erkenning van de Japanse greep-systemen ontwikkeld
door prins Teiju Fujiwara, zesde zoon van de 56-ste heerser van Japan,
Seiwa Fujiwara (850-880 na Chr.).
De
technieken werden geërfd door Teijuns zoon, Tsumemoto, die de naam van
Minamoto werd toegewezen. Zijn afstammelingen zijn gekend als de Seiwa
Genji met hun Aiki-Jutsu technieken die als grootste familie-kunst geheim
werden gehouden.
Met
hun, de Minamoto-clan, verschenen de krachtigste krijgers van heel Japan
in niet minder dan vier generaties. Het is bij die clan, de originele
Genji-clan, dat de familie Okuyama behoorde.
Meester van vele kunsten:
De
Seiwa Genji-clan had de beroemde generaal Yoshimitsu Shinre Saburo
Minamoto in zijn rangen. Hij beheerste vele kunsten. Hij was een krijger,
poëet, psycholoog en historicus. Door zijn toedoen bereikten de Atemi
Arts (slagen op vitale punten) en de Kanzetsu Arts (breekkunst) een
ongekende hoogte. Hij deed dit door het ontleden van de lichamen van de
gevangenen en oorlogsslachtoffers.
Hij
woonde in het Daito-huis wat velen doet geloven dat daardoor de
Miamoto-stijl later de Daito-Ryu werd.
Generaal
Yoshimitsu gaf zijn technieken door aan zijn zoon Yoshimitsu Yoshikiju die
in Takeda woonde in de provincie Kai.
Rond
het einde van de zestiende eeuw vormde de Takeda-Han de formatie Takugawa
Shogunate. Deze was bestemd om Japan te regeren in het Meiji-Herstel in
1868.
Toen
de positie van de Kai Takeda onstabiel werd, verhuisde de ganse familie
naar het noorden om dienst te doen in het Aizu Han. Daar hadden zij de
positie van Shinamban (schermmeesters) en droegen de geheimen voor het
eerst over op hun oudste leerlingen. De laatste van de Aizu Shinamban,
Takeda Takumi no Kami Minamoto Soemo (1758-1853), had twee zeer voorname
studenten.
De
ene was Takeda Soyoshi, zijn kleinzoon, de andere, Saigo Tanamo
(1829-1905), de minister van de Aizu Han en het hoofd van het Shirakawa
kasteel.
In
1868, toen de keizer de macht terug bekwam na het Meiji-Herstel, werd
Soyoshi terechtgesteld als leider van het verzet. Saigo werd
Shinto-priester aan het heiligdom van Nikko Toshugu. Hij veranderde zijn
naam in Hoshino Genskin.
Zijn
oudste student was Takeda Sokishi, Soyoshi’s oudste zoon. Toen Sokishi
in 1875 stierf, riep Saigo zijn jongere broer naar het heiligdom om samen
de Minamoto-traditie voort te zetten.
De voortzetting van een traditie:
Takeda
Sokaku Minamoto Masayoshi (1858-1943) was de laatste grote zwaardvechter.
Hij was een man die leefde, ademde,at, sliep en droomde van de Martial
arts. Zijn fanatieke toewijding is te verklaren door zijn gestalte. Hij
was nog geen 1,50 m groot en zeer mager.
Als samurai geboren begon
Sokaku zijn studie van de Daito-Ryu Aiki Ju-Jutsu en de Ono-Ha Itto-Ryu
Kenjutsu op de zeer jeugdige leeftijd van slechts 5 jaar.
Door zijn grenzeloze natuurlijke ambities en kleine gestalte noemde
men hem al gauw Kotengu (de kleine duivel). Op 20-jarige leeftijd had hij
de hoogste licenties in de 4 meest gerespecteerde zwaard - en speerscholen
van Japan.
Tijdens de 20 jaren die daarop volgden, reisde hij door heel Japan om
zijn kennis te gebruiken. Zelden werd hij verslagen. Hij werd één van de
enkelen die grootmeester was in 18 traditionele Martial Arts. Sokaku vond
dat hij nog niet klaar was voor het tempelleven.
Saigo wierf Shida
Shiro aan (1868-1920).
In 1881 ontmoette Shiro in Tokyo Jigaro Kano die de nieuwe
organisatie, Kodokan Judo, aan het oprichten was. Shiro sloot zich aan en
werd zeer snel de oudste afgezant.
Hij werd directeur van de Kodokan in 1888,
doch weldra ontstond er een conflict tussen de Judo stijl en de Daito-ryu.
In 1891 verliet hij de 2 systemen
en Saiga Tanamo riep Takeda Sokaku in de hoop dat hij
klaar was. Uiteindelijk kan Tanamo in 1898 Sokaku overtuigen het
leiderschap van de Daito-ryu te aanvaarden.
Sokaku’s jaren van
intensieve training maakte van hem een levend voorbeeld.
Nu reisde hij gans Japan rond
om te onderrichten, doch hij verbleef nooit lang genoeg op éénzelfde
plaats om een eigen Dojo te bouwen. Zijn leerlingen waren allen van de
Japanse Elite : generaals, admiraals, rechters en burgemeesters.
Ronde de jaren 1915 was hij
de meest gekende grootmeester ten noorden van Tokyo. De Daito-ryu
Aiki-jujutsu overleeft heden ten dage nog altijd onder het leiderschap van
Sokaku’s zoon Takeda Tokimune.
Onder Sokaku’s meester-
leraars bevond zich Toshimi Husaku Matsuda. Hij was het die de meer
uitgebreide onderrichtingen gaf aan de meer begaafde studenten.
Eén
van hen was meer dan begaafd en zou later rechtstreeks onderricht krijgen
van Takeda zelf. Deze student noemde Okuyama Yoshiharu (Yoshiji),
beter gekend als Ryuho Okuyama, de stichter van de Hakko-Ryu
Ju-Jutsu.
Out of the mist:
Okuyama
Yoshiharu (Yoshiji) werd geboren op 21.02.1901 in Yachi-cho, Nishi
Murayama, Yamagata Prefecture in een oude Samurai familie aan de
boven-Migamirivier.
Spijtig is er alleen geweten van zijn prille jeugdjaren dat hij zeer
bedrijvig was in de Bujutsu-ryu (Martial. Arts Systemen) en dat hij
studeerde in de traditionele Oosterse geneeskunde.
In 1924 ging hij naar de meest hoog aangeschreven en zeer gewaardeerde
Staats- trainingschool, de Tokyo Seigi Gakko waar hij zeer snel gekend
werd als een uitstekend redenaar.
In 1927 studeerde hij af en ontving van de eerste minister de grootste
onderscheiding aan het eerste Keizerlijke Oosters Jongeren Congres.
Na
deze onderscheiding ging hij naar de grenzen van Japan, meer bepaald naar
Hokkaido waar hij hoopte snel zijn onderscheiding te kunnen waarmaken.
Het
was daar in Asahikawa dat hij tijdens zijn staats-opdrachten voor het
eerst werd voorgesteld aan Shihan Toshimi (Hosaku) Matsuda, die in die
tijd les gaf in de Daito-ryu in de Shobukan dojo.
Matsuda,
geboren in Hokkaido, was vroeger student van Shihan Somi (Sokaku) Takeda,
de oprichter van de Daito-ryu.
Het
was Matsuda die vondt dat Mr. Okuyama een zeer goed student was en het was
hij die Okuyama speciale uitgebreide lessen gaf in de technieken van de
Ryu.
Vele
leraars:
Gedurende
zijn vele reizen had Mr. Okuyama de kans om bij vele leraars in de leer te
gaan om alzo een grondige kennis op te doen.
Eén
van zijn meest geliefde onderwerpen was de Traditionele Oosterse
Geneeskunde. De eerste die Mr. Okuyama ontmoette was Ryozan Hirayama in
1930.
Deze
was leraar en beoefenaar van de Japanse In/Yo (Chinese Yin en Yang)
theorie, toegepast in de Keiraku-therapie (gebruik van de circulatie in de
menselijke meridianen). Ryozan Hirayama onderrichtte Mr. Okuyama in de
principes en vooral het gebruik van diagnoses op de pols bij ziekte, de
Ninso (gelaatswaarnemingen), Shiatsu (vingerdruk-therapie), de Amma
(massage) en de speciale voeding.
Mr.
Okuyama studeerde ook Westerse geneeskunde aan één van de meest
vooruitstrevende scholen van die tijd, onder Haizan Minami, wie hij voor
het eerst ontmoette in 1934 en van wie hij een zeer persoonlijke vriend
werd.
Buiten
de Daito-ryu studeerde Mr. Okuyama ook nog vele andere Martial Arts. Eén
van de hoogst aangeschrevene was Hasegawako-ryu Iai-jutsu (kunst van het
zwaard trekken). Dit leerde hij van Shihan Kiichi Yamaguchi in de stad
Saporo.
Zo
studeerde hij onder meer Shuriken-jutsu, Jo-jutsu in de bergen van
Niigata, Kusarigawa (sikkel) in Ise, de Nito-ryu Kenjutsu in Kumamoto Hot
Spring, Sojutsu (speer) en Kyu-jutsu (boogschieten) in Yamagata.
In
1936 behaalde Mr. Okuyama het instructeursdiploma in de Daito-ryu en werd
hij voorgesteld aan Shihan Somi Takeda zelf die hem in de
"Okuden" (geheimen) onderwees. Snel werd Okuyama de assistent
van Takeda en hielp hij dagelijks met het runnen van de Aiki vereniging.
Takeda,
meer dan 80 jaar oud, doch nog zeer robuust voor zijn leeftijd, rekende
meer en meer op de hulp van Mr. Okuyama.
Zo
werd Mr. Okuyama gedurende een geruime tijd verantwoordelijk voor alle
bezittingen van Takeda, wat een heel fortuin uitmaakte. Zo vroeg men in
die tijd, 150$ tot 250$ (5000-7500 bfr) per techniek.
In
die tijd waren er slechts 3 niveau's: Shoden (basic), Shuden (midden) en
Okuden (geheimen). Er waren "4" series in Shoden, samen goed
voor zo een 582 technieken.
Morihei
Uyeshiba, de stichter van Aikido, trainde 100 dagen bij Takeda alvorens
hij het instructeursdiploma behaalde.
Onthou
echter dat de Takeda's de oprichters waren van Otome-ryu Kenjutsu van de
Aizu clan die volledig stilviel bij de Meiji Revolutie in 1868.
Vele
stijlen gebruiken heden ten dage nog altijd zijn Martial Arts.
Mr.
Okuyama's eerste dojo:
Na
zijn studie te hebben voltooid bij Takeda in 1938, publiceerde hij voor
het eerst één van zijn Martial Arts, deze publikatie werd getiteld:
"Daito-Ryu Goshin-jutsu" (het Daito zelfdefense systeem).
Kort
daarna werd Mr. Okuyama de assistent van generaal Iwane Matsui en de
scheepsattaché Kumpei Matsumoto in de Dai Nippon Shidokai (vereniging van
de grote Japanse Samurai's) en werd alzo de instructeur van wat hij
noemde: "Daito-Ryu Hiden Shido" (de geheime Daito-ryuweg van de
Samurai).
Zijn
eerste dojo was in Asahikawa en hij noemde hem: "Nippon Shidokai
Ryubukan".
In
1938 verhuisde hij naar het district Kanda in Tokyo en stichtte er de
Dai-Nihon Shidokai. Hier kwam de eerste splitsing in de Daito-Ryu
gedachte.
In die tijd begon men zich vragen te stellen over het leiderschap in de
Daito-ryu van de reeds zeer oude Takeda.
Uiteindelijk zou het leiderschap overgaan op zijn zoon Takimune Takeda.
Takimune
Takeda was eigenlijk nog veel te jong toen hij het leiderschap van de Ryu
erfde. Mr. Okuyama, die op die administratieve promotie in de Daito-Ryu
had gehoopt, werd zeer onrustig.
Na
zovele jaren van studie en reizen bezat hij echter een zo onuitputtelijke
kennis van de Martial Arts en de beide Oosterse en Westerse geneeskunde,
dat hij besloot zijn kennis niet meer alleen voor eigen financiele
vooruitgang te gebruiken, maar ze eveneens over te dragen als service voor
iedereen die hij kon helpen.
Vanaf dat ogenblik begon Mr. Okuyama aan zijn eigen systeem.
The
spin of a dragon: (de ruggegraat van de draak).
Uiteindelijk
op 1 juni 1941, hield Mr. Okuyama de Hakko-Ryu Kaiso Hokokusai
(bekendmakingsceremonie voor de Kami [Shinto priesters]), in de Shiba
Tenso Jinja (Shinti tempel in Tokyo).
Zo werd de Hakko-Ryu geboren.
Vanaf toen noemde men Mr. Okuyama "Ryuho", wat betekent:
" De ruggegraat van de draak".
Zijn systeem werd vanaf dat ogenblik HAKKO-RYU JU-JUTSU genoemd.
Gedurende
de oorlog onderrichtte hij de Hakko-Ryu in zijn originele vorm aan vele
leiders van de staat en militairen.
In 1943 herdoopte hij zijn dojo tot Hakko-Ryu Kobujuko (private school van
de oude Martial Arts).
Hij verscheen vaak in tijdschriften, gaf seminaries en lezingen en deed
vele talkshows op de radio.
Op het einde van de oorlog, toen de situatie onhoudbaar werd en de stad
Tokyo onbewoonbaar was, wegens de vele bombardementen, ontsnapte Mr.
Okuyama eindelijk in 1945 en kon vluchten naar zijn ouderlijke woning in
Prefecture Yamagata, zijn Kando dojo achterlatend.
Die reis was zeer gevaarlijk. Hij kon slechts overleven door het dagelijks
eten van slechts een stukje tofu. Hij sliep in de sneeuw, enkel met een
lichte houten beschutting.
Niemand kan zich inbeelden hoe zwaar het in die periode was voor alle
Japanse burgers.
Eindelijk aangekomen, sloot hij zich onmiddellijk aan bij de Mr.Haguro
sekte van Shugendo, waar zij baden voor vrede en overleving van de natie.
In
1947 verhuisde Mr. Okuyama naar Saitana Prefecture en bouwde er de nieuwe
dojo, de HAKKO JUKU HONBU DOJO (hoofdkwartier en dojo van de
Hakko-Ryu Ju-Jutsu).
Geleidelijk
aan nam zijn leven terug normale vormen aan en onderwees hij de Martial
Arts en praktizeerde hij zijn geneeskunde.
In die tijd besloot hij alle politieke gedachten uit zijn leven te
verbannen en begon te leven als Martial Artist.
Dit was in het begin niet gemakkelijk, doch na enkele jaren zou Mr.
Okuyama et toch succesvol in slagen.
Een
filosofie met een gemeenschappelijk doel:
De
technieken en de filosofie ontwikkelden beide het hoofddoel tot dat de
Hakko-Ryu zijn huidige vorm van moderne Martial Arts (Shin-Bujutsu)
aannam, welke in essentie streeft naar de creatie van meer gerechtigheid
in het mensdom, door de introductie van de humanitaire principes in de
zelfverdediging.
De
grondbeginselen zijn juist voor wereldoorlog II gelegd, door de combinatie
van de medische en martiale technieken.
Door
het gebruik van de meridiaan systemen van het menselijk lichaam en
Hakko-Ryu onderdelen kan men verschillende graden van pijn bij de
aanranders controleren.
Dit is een toonaangevende karakteristiek van de Hakko-Ryu en heeft een
stevige achtergrond in de Japanse wetnaleving.
Gedurende
die tijd 1941, en het overlijden van Grootmeester Okuyama in november
1987, verzekerde hij een stevige opvolging van zijn systeem.
Zijn methode van individueel onderwijs en Okuden
technieken, wat beter is dan in groepsverband, doet zijn stijl behoren tot
een nog meer unieke stijl, wat bijdraagt tot zijn zeer goede reputatie.
Zijn zoon, Ryuho (Toshio)
Okuyama, is nu de grootmeester van de Ryu en zet voor het grootste deel
het origineel patroon van zijn vader Mr. Okuyama verder.
Hakko-Ryu is één van de meest populaire originele en traditionele
Ju-Jutsu stijlen buiten Japan aan het worden.
Het was Mr. Okuyama’s bedoeling
de filosofie van de Hakko-Ryu te laten aanvaarden als een
gemeenschappelijk doel bij de mensen over de hele wereld. Om dit doel te
bereiken heeft Mr. Okuyama reeds een zeer grote afstand van de zo lange
weg afgelegd en dat tijdens die zeer turbulente periode.
Een vrede en menslievende Martial Arts:
Sinds Mr. Okuyama de Hakko-Ryu
stichtte in 1941, werd het hoofdkwartier overgebracht naar Omiya Saitana
Prefecture.
Op het einde van wereldoorlog II was de Hakko-Ryu Ju-Jutsu volledig een
vrede en menslievende Martial Arts en Mr. Okuyama was niet van plan aan
deze filosofie iets te veranderen.
Meer dan 1.000.000 mensen beoefenden de Hakko-Ryu in Omiya en nog andere
internationale scholen over de gehele wereld. Miljoenen hebben op één of
andere manier door geschriften, demonstraties en/of gesprekken reeds
kennis gemaakt met de Hakko-Ryu Ju-Jutsu.
Hakko (achtste licht) was de naam
die Mr. Okuyama wel doordacht gaf aan zijn Ju-Jutsu stijl. Hakko, gebruikt
op de manier van Mr. Okuyama, reflecteert een zeer grote nationale trots,
wat is uit te leggen in het concept van zijn stijl van self-defense.
Deze filosofie houdt in dat er 8 kleuren zijn in het zonnelichtspectrum.
Zeven van deze kleuren zijn onderdanig aan het rood, wat de geheime kracht
inhoudt van de Hakko-Ryu Ju-Jutsu.
Deze zeven kleuren, waar Mr. Okuyama van spreekt zijn zeer zwak in
samenstelling, echter verrassend krachtig in uitwerking.
Het rood zoals hier gebruikt symboliseert het land van de rijzende zon:
Japan.
De achtste kleur, het purper,
ontwikkelt en creëert echter de zeven andere kleuren en is daardoor eens
zo krachtig als de andere kleuren samen. Purper is eveneens de kleur van
de trouwheid en het vertegenwoordigd tevens de hoogste eer in Japan.